Referenties

Box 3 heffing onterecht

4 februari 2022

De hoogste rechter oordeelde net voor kerst dat een deel van de belastingbetalers die in 2017 en 2018 vermogenstaks over hun spaargeld hebben betaald, geld kunnen gaan terugclaimen van de Belastingdienst. De methode die wordt gebruikt om belasting te heffen deugt niet en de overheid heeft teveel belasting geheven, oordeelt de Hoge Raad.

De vermogensrendementsheffing box 3 voor 2017 en 2018 is volgens de Hoge Raad in strijd met het eigendomsrecht en discriminatieverbod in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). De Hoge Raad biedt rechtsherstel.

Directe aanleiding

Directe aanleiding is een zaak, onderdeel van een zogenoemde massaal-bezwaarprocedure, over een echtpaar met een gezamenlijk vermogen van ongeveer één miljoen euro. De spaarrente was in 2017 en 2018, net als nu, historisch laag. Ze belegden amper. Daardoor heeft het echtpaar weinig aan het vermogen kunnen verdienen. Op basis van het forfaitaire stelsel werd belanghebbende echter geacht 21 procent van zijn vermogen als spaartegoeden aan te houden en de rest van zijn vermogen te beleggen tegen een hoger rendement. Het gevolg hiervan is dat belanghebbende over veel hogere opbrengsten belasting moest betalen dan hij in werkelijkheid had genoten. De Hoge Raad stelde in andere zaken ook al dat de vermogensheffing te hoog was, maar nu heeft de hoogste rechter voor de eerste keer bepaald dat er ‘rechtsherstel’ nodig is door alleen over dat werkelijke rendement belasting te heffen.

Andere zaken in de massaalbezwaarprocedure

De uitspraak van de Hoge Raad heeft tot gevolg dat de Inspecteur nu kan beslissen op alle bezwaarschriften die zijn ingediend in de zaken die door de Staatssecretaris van Financiën zijn aangemerkt als massaalbezwaar.

Wat heeft dit voor gevolgen?

Na het arrest van de Hoge Raad over de onaanvaardbare vermogensmix in box 3 moet worden bepaald om welke groep spaarders en beleggers het precies gaat en hoe ze gecompenseert gaan worden. Hierover wordt druk gebebateerd en mogelijk is er woensdag 9 februari meer duidelijk. Duidelijk is dat het een kostbare zaak zal zijn voor het Rijk.

Regeling gebaseerd op een fictief ofwel forfetair rendement

Tot en met het jaar 2016 werd in box 3 belasting geheven over een vast rendement van 4 procent. Vanaf 2017 werd een wettelijke regeling ingesteld, gebaseerd op een fictief ofwel forfetair rendement. De Belastingdienst kijkt sindsdien niet meer naar het werkelijke rendement dat Nederlanders op hun netto vermogen (exclusief de overwaarde op de eigen woning) behalen, maar gaat uit van een fictieve opbrengst. Box 3 telt drie tariefschijven. De Belastingdienst gaat er echter vanuit dat vermogende Nederlanders ook veel beleggen. Dit houdt in dat, afhankelijk van de omvang van het vermogen, verondersteld wordt dat een deel van dat vermogen gespaard en een deel belegd wordt (de zogenoemde ‘vermogensmix’). Voor beide vermogenselementen is wettelijk vastgelegd welk rendement men geacht wordt daarmee te behalen (het forfait). Daarbij wordt geen rekening gehouden met de werkelijke keuze van belastingplichtigen of het daadwerkelijke rendement. Beleggingen leveren volgens de Belastingdienst veel meer op, dus in de fictieve wereld van de Belastingdienst stoppen vermogende Nederlanders standaard 33 tot 100 procent van hun vermogen in aandelen, beleggingsfondsen of vastgoed. Burgers die weinig beleggen en veel sparen, zoals de man uit het proefproces, betalen daardoor meer belasting dan hun vermogen jaarlijks oplevert.