Referenties

Box 3 hervormingsplannen

12 september 2019

box 3 drempel omhoog

Staatssecretaris Snel van Financiën heeft een voorstel gestuurd aan de Tweede Kamer waardoor 1,35 miljoen spaarders (van de 2,9 miljoen) straks geen belasting meer hoeven te betalen in box 3. In een Kamerbrief licht hij het voorstel toe voor deze hervorming, die in zou moeten gaan per 1 januari 2022. Volgens voorlopige berekeningen wordt na de hervorming de eerste 440.000 euro voor mensen met alleen spaargeld belastingvrij.

Huidige stelsel belast spaarders onterecht

Staatssecretaris Snel springt daarmee in op het feit dat veel spaarders in Nederland op dit moment worden belast alsof een deel van het vermogen dat ze hebben uit beleggingen bestaat, zelfs als zij alleen spaargeld bezitten. Nu is de belastingvrije drempel voor vermogen uit bijvoorbeeld spaargeld of aandelen 30.360 euro (of 60.720 euro met fiscaal partner). Iedereen die meer vermogen heeft, betaalt hier belasting over.

Nieuwe stelsel houdt rekening met werkelijke hoeveelheid spaargeld

Snel stelt voor om te rekenen met de werkelijke verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden van een belastingplichtige. De belasting over spaargeld in box 3 zal dan worden vastgesteld aan de hand van de werkelijke hoeveelheid spaargeld. Over deze werkelijke hoeveelheid zal dan een vooraf vastgestelde rente worden berekend. Deze rente sluit zoveel mogelijk aan bij de werkelijke spaarrente en is daardoor ook vele malen lager is dan het rendement op beleggingen. Dit zou op dit moment bijvoorbeeld maar 0,09% zijn. Hierdoor gaan circa 1,35 miljoen mensen straks helemaal geen belasting meer betalen. Daarnaast is het de bedoeling dat de kleine beleggers (onder de 30.000 euro) die nu geen belasting betalen dat straks ook niet hoeven. Voor degenen die wel belasting blijven betalen, wordt het tarief circa 33%.

Nadelen nieuwe stelsel

Het nieuwe stelsel is wel fraudegevoeliger en ingewikkelder te berekenen. Ook is het voor de mensen die nog wel belasting blijven betalen, die dus niet alleen maar spaargeld hebben, in veel gevallen waarschijnlijk ongunstiger.

Planning invoer nieuwe stelsel box 3

De komende tijd wordt het voorstel uitgewerkt in een wetsvoorstel. Dit wordt voor de zomer van 2020 aan de Tweede Kamer gestuurd. Hierin worden ook de effecten voor specifieke groepen in kaart gebracht. Voor het einde van 2020 kan het wetsvoorstel dan in de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. De Belastingdienst moet vervolgens voldoende tijd hebben om deze grote structuurwijziging door te voeren, waarbij het streven is dat het nieuwe systeem vanaf 1 januari 2022 in gaat.