Referenties

Uitwerking box 3-rechtsherstel Kerstarrest

11 augustus 2022

Gaat u door het coronavirus eerder remigreren naar Nederland dan verwacht? Of werkt en verblijft u door COVID-19 dit jaar onverwacht meer dan 183 dagen in Nederland, of juist andersom? Of heeft u met andere gevolgen van COVID-19 op uw internationale woon- /werksituatie te maken? Bereid u goed voor op mogelijke fiscale gevolgen en neem contact op om uw situatie aan ons voor te leggen. Meer informatie over belastinggevolgen: Eerder remigreren naar Nederland dan verwacht; Meer dan 183 dagen, of juist andersom; Andere gevolgen van COVID-19 op uw internationale woon- /werksituatie

Eerder dit jaar hebben wij u bericht over het Hoge Raads-arrest van december 2021 inzake de fictieve heffing in box 3. Hierbij berichten wij u verder over de uitwerking van het rechtsherstel door de Belastingdienst.

Er is jarenlang geprocedeerd over de fictieve manier van belasting heffen over het box 3-vermogen. Er werd immers uitgegaan van een fictief rendement dat vele malen hoger was dan op de spaarrekening ontvangen werd. De uitspraken voor eerdere jaren pakten allen negatief uit voor de belastingbetaler. Totdat afgelopen december in het zogenaamde Kerstarrest de Hoge Raad bepaalde dat de forfaitaire berekening van box 3 voor de jaren 2017 en 2018 onevenredig zwaar drukt en daarmee in strijd is met het mensenrechtenverdrag. Volgens de Hoge Raad moet rechtsherstel geboden worden aan belastingplichtigen die bezwaar gemaakt hebben.

Uitwerking rechtsherstel

Inmiddels heeft de Belastingdienst dit rechtsherstel uitgewerkt. Hierbij worden belastingplichtigen belast op basis van de werkelijke samenstelling van hun vermogen en niet de fictieve progressieve vermogensgroepen. Er wordt wel nog steeds uitgegaan van een fictief rendement; het rendement voor spaargeld is daarbij sterk verlaagd naar 0,25% of minder op basis van de werkelijke rentestanden. Voor overig vermogen geldt echter het hoogste percentage van rond de 5,5%. Voor schulden geldt een lager percentage rond de 3%. Het heffingsvrij vermogen wordt berekend tegen een gewogen gemiddeld tarief.

Er wordt hiermee in ieder geval beter aangesloten op de werkelijke vermogenssituatie. Aangezien het fictief rendement op overig vermogen juist op basis van het hoogste percentage berekend wordt, is de nieuwe berekening niet in alle situaties gunstiger. Wanneer deze ongunstiger uitwerkt, blijft echter de bestaande box 3-heffing in stand.

Alleen voor bezwaarmakers

Op dit arrest kan slechts een beroep worden gedaan indien er indertijd tijdig bezwaar is gemaakt of de aanslag nog niet definitief is. Dit geldt voor alle jaren vanaf 2017. Voorlopig heeft het kabinet besloten alleen de bezwaarmakers tegemoet te komen, aangezien meer niet juridisch noodzakelijk is. Naar verwachting zal de regering op Prinsjesdag bekend maken of er alsnog tegemoetkoming gegeven zal worden aan niet-bezwaarmakers.

Aangezien alle eerdere uitspraken inclusief Hoge Raadsarresten geen resultaat opleverden voor belastingplichtigen, was er in de fiscale wereld realistisch gezien weinig hoop op een positieve uitkomst van deze massaal bezwaarprocedures. De bezwaarschriften werden in principe dan ook slechts op verzoek van de cliënt opgesteld.

Volgorde correcties

De Belastingdienst is inmiddels begonnen met de correcties over de jaren 2017 t/m 2020 waartegen bezwaar is gemaakt. Vanaf augustus worden ook nieuwe aanslagen voor het jaar 2021 opgelegd op basis van de herziene box 3-berekening. Vanaf september zullen ook de tussenliggende jaren opgepakt worden waar nog geen definitieve aanslag was opgelegd.

Toekomst

Zoals aangegeven kan de nieuwe berekening ook ongunstiger uitwerken, met name als het overig vermogen relatief substantieel is. Tot en met het jaar 2022 zal dan alsnog de oude berekening gehanteerd worden. Pas vanaf het jaar 2023 wanneer er een wettelijke basis voor de nieuwe berekening is, wordt dit de basis van de heffing en kan er niet meer gekozen worden voor een andere variant.

Overigens is het de bedoeling dat er een geheel nieuw box 3-systeem ingevoerd gaat worden. Het voorstel is een vermogensaanwasbelasting waarbij reguliere inkomsten en waardeontwikkelingen van het vermogen belast worden in box 3. Hierbij lijkt het voornemen te zijn, dat de totale opbrengst in box 3 dezelfde moet blijven als voorheen. De gewenste inwerkingtreding is 2025. Waarschijnlijk is dit echter niet haalbaar aangezien onder meer de systemen van de Belastingdienst deze wijziging nog niet aan kunnen.