Referenties

Voor 183-dagen regeling gelden ook niet-werkdagen

25 juli 2017

183 dagen regeling

Een Belgische inwoner is als dga van zijn eigen Belgische BVBA in 2009 voor een Nederlands bedrijf werkzaam geweest. De Nederlandse fiscus wil over dit jaar belasting heffen in Nederland. In eerste instantie oordeelden Rechtbank Zeeland-West-Brabant en het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch dat de 181 dagen die de man gewerkt heeft in Nederland onvoldoende zijn om de belastingheffing aan Nederland te doen toekomen. Geoordeeld werd dat het volgens het verdrag alleen gaat om feitelijke werkdagen bij de bepaling van de 183-dagen regeling.

De Hoge Raad bepaalde echter op 14 juli 2017 dat in het verdrag staat dat het gaat om de algehele werkgerelateerde fysieke aanwezigheid in het land. Dat kan dus ook zijn op overige dagen dan de officiële werkdagen. Geëist wordt dat nog nader onderzocht wordt hoeveel dagen de dga in Nederland is geweest in verband met werkzaamheden, los van de officiële werkdagen. Als het uiteindelijk zal blijken te gaan om meer dan 183 dagen in Nederland, moet het te belasten loon volgens de Hoge Raad worden vastgesteld met toepassing van de fictiefloonregeling. De dga heeft namelijk een aanmerkelijk belang in de BVBA.