Uitwerking mogelijkheid werkelijk rendement

Zoals hiervoor omschreven kan vanaf de zomer van 2025 het formulier ‘opgaaf werkelijk rendement’ ingevuld worden door belastingplichtigen wiens werkelijk rendement lager was dan het fictieve rendement. Dit dient dan wel gespecificeerd aangetoond te worden.

uitwerking mogelijkheid werkelijk rendement

Onder werkelijk rendement worden de werkelijke inkomsten uit uw box 3 vermogen verstaan. Denk aan rente ontvangen op een bankrekening of lening, dividenden, vermogenswinst en -verlies op aandelen of onroerend goed, huurinkomsten, e.d. De Hoge Raad oordeelde dat kosten niet aftrekbaar zijn met uitzondering van de rente over een schuld in box 3. Verder dienen zowel gerealiseerde als ongerealiseerde vermogensmutaties in de heffing begrepen te worden, bijvoorbeeld een vermogensdaling van effecten of een stijging van de waarde van onroerend goed. Voor de bepaling van de waarde van woningen wordt nog steeds de WOZ-waarde gehanteerd.

Indien er bij een tweede woning of vakantiewoning sprake is van een forse stijging van de WOZ-waarde, zal er in de meeste gevallen geen vermindering mogelijk zijn. Dit onderstreept ook het belang van de WOZ-waarde; mocht deze aan de hoge kant zijn vastgesteld dan is dit nog een extra reden om bezwaar te maken.

Voordeel uit sparen en beleggen

Zoals in 2024 geldt ook in 2025 het systeem van de nieuwe forfaitaire spaarvariant. In dit systeem hebben de categorieën spaargeld, overig vermogen en schulden ieder een eigen percentage aan fictief rendement. Het heffingsvrij vermogen wordt geïndexeerd van € 57.000 in 2024 naar € 57.684 in 2025 – voor fiscaal partners geldt het dubbele. Op basis van de vermogensmix wordt een gemiddeld rendement berekend over het totaal vermogen. Het tarief over het fictief rendement in box 3 bedroeg in 2024 36% en dit tarief wordt niet aangepast in 2025.

wijzigingen 2024 box 3 voordeel uit sparen en beleggen suurmond
Vermogensrendementsheffing 2025
VermogenscategorieForfait
Banktegoeden1*
Overige bezittingen6%
Schulden2,5*

*wordt bekend gemaakt na afloop van 2025

De vermogensrendementsheffing in 2024 was als volgt:

Vermogensrendementsheffing 2024
VermogenscategorieForfait
Banktegoeden1,03%*
Overige bezittingen6,04%
Schulden2,47%*

*wordt definitief vastgesteld na afloop van 2024

Rechtsherstel box 3 heffing

Er is jarenlang geprocedeerd over de fictieve manier van belasting heffen over het box 3-vermogen. Er werd immers uitgegaan van een fictief rendement dat vele malen hoger was dan op de spaarrekening ontvangen werd.

rechtsherstel box 3 heffing

De uitspraken voor eerdere jaren pakten allen negatief uit voor de belastingbetaler. Uiteindelijk bepaalde de Hoge Raad in december 2021 in het zogenaamde Kerstarrest echter dat de forfaitaire berekening van box 3 voor de jaren 2017 en 2018 onevenredig zwaar drukt en daarmee in strijd is met het mensenrechtenverdrag. Volgens de Hoge Raad moet rechtsherstel geboden worden aan belastingplichtigen die bezwaar gemaakt hebben.

Met het nieuwe Hoge Raads-arrest van 6 juni 2024 is een nieuw hoofdstuk aangebroken in het box 3-verhaal. De Hoge Raad oordeelde dat de nieuwe fictieve heffing volgens de Herstelwet nog steeds in strijd is met het mensenrechtenverdrag. Hierdoor is een heffing op basis van werkelijk rendement een stap dichterbij. Vanaf de zomer van 2025 kunnen belastingplichtigen hun werkelijk rendement doorgeven via een formulier ‘opgaaf werkelijk rendement’. Ondertussen is het van belang om bezwaar te maken tegen definitieve aanslagen indien uw werkelijk rendement lager is dan het op de aanslag gehanteerde fictieve rendement.

Wijzigingen tarieven box 1

In 2025 wordt een derde schijf toegevoegd aan de inkomstenbelasting in box 1 voor niet-AOW gerechtigden. Hieronder volgt een schematische weergave van de Inkomstenbelasting in box 1 in 2024 en 2025.

wijzigingen tarieven box 1 suurmond

Inkomstenbelasting – AOW niet bereikt2024Inkomstenbelasting – AOW niet bereikt2025
Eerste schijf tot € 75.62436,97%Eerste schijf tot € 38.44135,82%
Tweede schijf vanaf € 75.62449,50%Tweede schijf vanaf € 38.441 tot € 76.81637,48%
  Derde schijf vanaf € 76.81649,50%

Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt gelden in 2024 en 2025 de volgende tarieven:

Inkomstenbelasting – AOW bereikt*2024Inkomstenbelasting – AOW bereikt*2025
Eerste schijf tot € 38.13919,07%Eerste schijf tot € 38.44117,92%
Tweede schijf vanaf € 38.139 tot € 75.62436,97%Tweede schijf vanaf € 38.441 tot € 76.81637,48%
Derde schijf vanaf € 75.62449,50%Derde schijf vanaf € 76.81649,50%

*er gelden andere schijven voor belastingplichtigen geboren vóór 1 januari 1946

Belastingplannen 2025

Het belastingplan is de eerste begroting ingediend door het kabinet Schoof I. Er zit een fors aantal wijzigingen in het belastingplan, hoewel het geen uitgebreide structuurwijzigingen betreft. De maatregelen hebben wisselende gevolgen voor de belastingbetaler. Het belastingplan moet overigens nog door de Eerste Kamer goedgekeurd worden tijdens de stemming op 17 december.

Door enkele amendementen is het Belastingplan nog gewijzigd in november. Positief daarbij voor het MKB is dat de giftenaftrek in de Vennootschapsbelasting toch niet afgeschaft wordt en dat de vrije ruimte voor vergoedingen aan werknemers is verhoogd. Ook het tarief in box 2 over dividenden en vermogenswinsten wordt verlaagd. Daartegenover staat een verlaging van de MKB-winstvrijstelling. Verder wordt de 30%-regeling minder sterk versoberd dan voorheen de bedoeling was.

Voor wat betreft de box 3-belasting over vermogen is heffing op basis van werkelijk rendement een stap dichterbij na de Hoge Raads-uitspraak afgelopen juni. Indien uw werkelijk rendement in een bepaald jaar lager was dan het fictieve rendement kunt u recht hebben op een teruggave. Dit is slechts van toepassing voor jaren waarvan de aanslag op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, óf aanslagen waartegen destijds bezwaar gemaakt is. Indien u voor 2019 een teruggave verwacht, zal vóór 31 december 2024 een verzoek om ambtshalve herziening ingediend moeten worden in verband met het verlopen van de 5-jaars termijn.

Klik hier voor meer informatie en artikelen.

Wij vragen voor onze cliënten een doorlopende machtiging aan bij de Belastingdienst in plaats van de jaarlijkse machtigingen; uiteraard kan deze op enig moment weer opgezegd worden. Indien u een brief krijgt met een code voor het aanvragen van doorlopende machtigingen, ontvangen wij deze graag van u zodat wij de (aanvraag voor de) doorlopende machtiging kunnen activeren. Deze machtiging is onder meer nodig voor de ontvangst van kopie aanslagen van de Belastingdienst in ons softwareprogramma. Overigens ontvangen wij graag alsnog per e-mail kopieën van de papieren aanslagen die u ontvangt, om zeker te maken dat deze tijdig gecontroleerd worden en er geen bezwaartermijnen verlopen.

Wij verzoeken u om ook informatie over uw cryptovaluta aan ons door te geven voor de aangifte IB 2023. Cryptovaluta behoren bij het vermogen en het is verplicht om dit in Box 3 aan te geven. Wij hebben hiervoor de waarde per 1-1-2023 en 31-12-2023 nodig. Ook indien u over eerdere jaren uw cryptovaluta niet heeft opgegeven is het verstandig om dit alsnog op eigen initiatief te corrigeren. Wij kunnen u ook hierin van dienst zijn. De fiscus heeft namelijk sinds kort bevoegdheid om zelf te kijken hoeveel vermogen een belastingplichtige aan cryptovaluta heeft, op basis van een nieuwe EU richtlijn over gegevensuitwisseling. Hetzelfde is overigens ook van toepassing bij overig niet-aangeven buitenlands vermogen. Mocht het voor u niet mogelijk zijn om de historische waarde van uw cryptovaluta in te zien, raden wij u aan elk jaar op 1 januari een screenshot te maken van uw portefeuille.

Volgens de belastingrenteregels, zal de Belastingdienst vanaf 1 juli 2024 rente berekenen over een te betalen bedrag voor de aangifte 2023. Deze rente bedraagt momenteel 7,5% voor de Inkomstenbelasting en 10% voor de Vennootschapsbelasting. Verwacht u een hoge aanslag en wilt u de rente hierover vermijden, neem dan contact op voor het aanvragen van een voorlopige aanslag. In geval van een teruggave vergoedt de Belastingdienst nog maar beperkt rente.

Indien u per 1 januari 2023 contant geld in huis heeft dat de drempel van € 596,– (€ 1.196,– voor fiscale partners) te boven gaat dient dit in box 3 aangegeven te worden. Met ingang van 2023 valt dit onder vermogenscategorie 1 en wordt dus op dezelfde manier belast als banktegoeden.

Zoals eerder gecommuniceerd zijn de regels met betrekking tot de leegwaarderatio met ingang van 1 januari 2023 veranderd. Met de leegwaarderatio kon in voorgaande jaren op basis van de ontvangen huur de waarde van de betreffende woning verminderd worden die gebruikt werd voor de box 3-heffing. De percentages van de leegwaarderatio worden aanzienlijk verhoogd. Waar tot 2022 de waarde verminderd kon worden tot 45% van de WOZ-waarde is dit vanaf 2023 maximaal nog 73%. Tevens mag de leegwaarderatio niet meer toegepast worden bij verhuur aan gelieerde partijen zoals uw zoon of dochter. In deze situatie moet de woning tegen de volledige WOZ-waarde vermeld worden.

Deze maatregelen en aanpassingen, samen met het hogere box 3-tarief voor onroerend goed, zorgen ervoor dat een woning in box 3, verhuurd of niet, vanaf 2023 zwaarder belast zal gaan worden. Het kan dan ook raadzaam zijn om een hogere voorlopige aanslag aan te vragen. Heeft u hier vragen over? Neem contact op met ons kantoor en wij kijken graag met u naar de mogelijkheden.

Het is overigens de bedoeling dat de box 3-heffing in 2027 weer aangepast zal worden, waarin het werkelijk rendement belast zal worden.

JC Suurmond