Volgens de belastingrenteregels, zal de Belastingdienst vanaf 1 juli 2024 rente berekenen over een te betalen bedrag voor de aangifte 2023. Deze rente bedraagt momenteel 7,5% voor de Inkomstenbelasting en 10% voor de Vennootschapsbelasting. Verwacht u een hoge aanslag en wilt u de rente hierover vermijden, neem dan contact op voor het aanvragen van een voorlopige aanslag. In geval van een teruggave vergoedt de Belastingdienst nog maar beperkt rente.

Indien u per 1 januari 2023 contant geld in huis heeft dat de drempel van € 596,– (€ 1.196,– voor fiscale partners) te boven gaat dient dit in box 3 aangegeven te worden. Met ingang van 2023 valt dit onder vermogenscategorie 1 en wordt dus op dezelfde manier belast als banktegoeden.

Zoals eerder gecommuniceerd zijn de regels met betrekking tot de leegwaarderatio met ingang van 1 januari 2023 veranderd. Met de leegwaarderatio kon in voorgaande jaren op basis van de ontvangen huur de waarde van de betreffende woning verminderd worden die gebruikt werd voor de box 3-heffing. De percentages van de leegwaarderatio worden aanzienlijk verhoogd. Waar tot 2022 de waarde verminderd kon worden tot 45% van de WOZ-waarde is dit vanaf 2023 maximaal nog 73%. Tevens mag de leegwaarderatio niet meer toegepast worden bij verhuur aan gelieerde partijen zoals uw zoon of dochter. In deze situatie moet de woning tegen de volledige WOZ-waarde vermeld worden.

Deze maatregelen en aanpassingen, samen met het hogere box 3-tarief voor onroerend goed, zorgen ervoor dat een woning in box 3, verhuurd of niet, vanaf 2023 zwaarder belast zal gaan worden. Het kan dan ook raadzaam zijn om een hogere voorlopige aanslag aan te vragen. Heeft u hier vragen over? Neem contact op met ons kantoor en wij kijken graag met u naar de mogelijkheden.

Het is overigens de bedoeling dat de box 3-heffing in 2027 weer aangepast zal worden, waarin het werkelijk rendement belast zal worden.

In de aangifte 2022 kon nog gekozen worden tussen twee methodes voor de box 3-heffing; de oude schijvenvariant en de nieuwe forfaitaire spaarvariant. In de aangifte over 2023 is deze keuze niet meer mogelijk en is het nieuwe systeem van toepassing. Hierin worden banktegoeden tegen een laag tarief belast en overig vermogen tegen een hoger tarief. Er wordt uitgegaan dat u op banktegoeden een rendement verdient van 0,92% en op overig vermogen een rendement van 6,17%. Daarnaast wordt voor schulden slechts rekening gehouden met een negatief rendement van 2,46%. Het heffingsvrij vermogen wordt berekend tegen een gewogen gemiddeld tarief. Vervolgens wordt het fictieve rendement op uw vermogen belast met 32% box 3-heffing.

Overigens zijn er nog steeds een aantal onduidelijkheden voor wat betreft de box 3-heffing, onder meer bij de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting bij buitenlands onroerend goed. Daarnaast lopen er nog verdere rechtszaken inzake de gevolgen en praktische uitwerking van het Hoge Raadsarrest. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet en maken bezwaar waar nodig.

Om de veilige overdracht van zwaardere bestanden en documenten te kunnen garanderen, maken wij gebruik van Secudoc. Indien u uw bestanden via Secudoc wilt verzenden, kunt u ons per email een verzoek sturen. U ontvangt dan een e-mail met een link die naar de Secudoc-uploadpagina leidt. Nadat u uw bestanden heeft geüpload, kunnen we uw geüploade bestanden alleen downloaden met tweestapsverificatie. Het gebruik van Secudoc is vooral praktisch bij een groot aantal of zwaardere bijlagen die niet in één e-mail verstuurd kunnen worden.

Voor ondernemers is het voor toepassing van de zelfstandigen- en startersaftrek en speur- en ontwikkelingswerk nog altijd van belang dat aan het urencriterium voldaan wordt (1.225 uur). In geval van een deeltijdbaan erbij, dient meer tijd aan uw onderneming besteed te zijn. Mocht er twijfel over deze punten kunnen bestaan, houdt dan de uren gerelateerd aan uw onderneming bij.

De investeringsaftrekposten, MKB-winstvrijstelling en willekeurige afschrijving zijn ook zonder urencriterium mogelijk. Voor energie- en milieu-investeringsaftrek, alsmede RDA (research en development) dient overigens meestal een aanvraag voor toepassing gedaan te worden vóórdat de uitgave gedaan wordt. Voor meer informatie over drempels, maxima en voorwaarden, verzoeken wij u om contact met ons op te nemen.

In de aangifte inkomstenbelasting 2023 bestaan de volgende aftrekposten om uw belastbaar inkomen te verlagen:

  • hypotheekrente van uw eigen woning
  • premies lijfrente
  • niet-vergoede ziektekosten (o.m. geneeskundige hulp, voorgeschreven medicijnen en reiskosten van ziekenbezoek)
  • onderhoudsverplichtingen aan ex-echtgenoot o.m. in de vorm van alimentatie
  • giften aan erkende charitatieve instellingen (zie de ANBI-lijst)
  • reiskosten voor regelmatig woon-werkverkeer per openbaar vervoer
  • weekenduitgaven voor gehandicapten

Let u er wel op dat er voor een aantal aftrekposten een drempel of andere aanvullende voorwaarden bestaan, waardoor uw uitgaven mogelijk toch niet tot aftrek leiden. Denkt u voor een aftrekpost in aanmerking te komen, maar heeft u hier nog vragen over, neem dan gerust contact met ons op.

Met de wijzigingen in het box 3 systeem is het belangrijk om, indien mogelijk, uw huis in box 1 te houden. Voor 2024 wordt het tarief in box 3 namelijk verhoogd van 32%  naar 36%. Ook wordt het heffingsvrije vermogen in box 3 niet geïndexeerd voor 2024.

Als u in Nederland woont dan is het simpel: u houdt uw huis waar u in verblijft gewoon in box 1. Maar als u gaat emigreren, wat dan? er zijn meestal 2 opties waar de meeste mensen voor kiezen. Echter, vaak wordt een belangrijke en gunstige optie vaak over het hoofd gezien.

Verkoop

Veel belastingplichtigen denken dat ze hun woning moeten verkopen als ze gaan emigreren. Het klopt natuurlijk dat u dan minder zorgen heeft. U ben dan geen geld en tijd meer kwijt aan het onderhoud, de belastingen en verzekeringen.

Verhuur

Als er besloten wordt om het huis toch niet te verkopen, dan is verhuren meestal de volgende optie. Maar op het moment van schrijven is dat niet erg gunstig in verband met de huidige box 3 wijzigingen. Het verhuren van uw woning levert tegenwoordig niet erg veel meer op vanwege het hoge box 3 tarief. Daarnaast is de gunstige leegwaarderatio regeling flink ingeperkt. Met deze regeling kon onroerend goed tegen een lagere waarde aangegeven worden indien het verhuurd werd met huurdersbescherming. Met ingang van 2023 is dit flink ingeperkt, wat verhuur van onroerend goed nog ongunstiger maakt.

En de beste optie? 

Wat veel mensen niet door hebben, is dat er vaak mogelijkheden zijn om het huis in box 1 te houden, ook na immigratie. Ook als de woning niet meer uw hoofdverblijf is. Bijvoorbeeld zolang het huis leeg staat en bestemd is voor verkoop; dat mag voor maximaal 3 jaar. De woning mag dan niet verhuurd worden. Hoewel het eigenwoningforfait niet meer geld, kunt u wel nog van hypotheekrenteaftrek gebruik maken.

Indien u tijdelijk emigreert en de woning aanhoudt voor uw eigen gebruik, kan deze vaak in box 1 gehouden worden; dit is de uitzendregeling. Hier zijn wel een aantal voorwaarden voor. Zo moet u voor immigratie minimaal 1 jaar eigenaar van de woning geweest zijn; daarnaast mag niemand anders zich op het adres inschrijven (hier gelden wel een aantal uitzonderingen voor).  Wij bekijken graag uw situatie om te toetsen of u voor de uitzendregeling in aanmerking komt.

Hier zijn een paar belangrijke tips voor u als ondernemer.

• Verwacht u dat u over het belastingjaar 2024 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. De belastingrente is voor IB-ondernemers mo menteel 6% en voor BV’s 8%.

• Indien u voldoende investeringen heeft gedaan om in aanmerking te komen voor de kleinschalig heidsinversteringsaftrek, maar nog niet alle investeringen heeft betaald adviseren wij u deze betalingen nog voor het einde van het jaar te verrichten zodat u voor de kleinschaligheidsinver steringsaftrek in aanmerking komt. U komt in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaf trek wanneer het totaal aan investeringen hoger is dan € 2.601,–.

•Heeft uw partner dit jaar meegewerkt in de zaak maar nog geen vergoeding ontvangen? Betaal dan een vergoeding uit voor het einde van het jaar. Voor uw partner valt deze vergoeding in box 1. Het tarief is afhankelijk van het totale box 1 inkomen van uw partner.

•Per 1 januari 2025 wordt de BPM-vrijstelling voor bestelauto’s afgeschaft. De vrijstelling blijft echter van toepassing voor bestelauto’s die voor die datum aangeschaft zijn. Dus als u sowieso al van plan was een bestelauto aan te schaffen voor uw bedrijf dan is voordelig als dit voor 1 janu ari 2025 plaatsvindt. Overigens blijft de BPM-vrijstelling wel van toepassing op emissieloze bestel auto’s.

• Er zijn aanvullende maatregelen bekend gemaakt met betrekking tot het terugbetalen van coronabelastingschulden. Wij verzoeken u contact op te nemen voor nadere toelichting.

• Voor directeur-grootaandeelhouders (dga) is met ingang van 2023 de doelmatigheidsmarge afgeschaft en moet het gebruikelijk loon dus minimaal gelijk zijn aan dat van iemand met het meest vergelijkbare dienstverband. Voorheen mocht dit 25% lager zijn. Dit behoeft wellicht aanpassingen.

• Vorig jaar heeft het EU Hof van Justitie bepaald dat de bepaling in de Europese antiwitwasrichtlijn, die regelt dat lidstaten moeten zorgen dat een ieder van het algemeen publiek toegang moet krijgen tot UBO-informatie, onvoldoende onderbouwd is en daarmee ongeldig is. Derhalve blijft het UBO-register voorlopig niet meer publiek toegankelijk.

• De geplande afschaffing van de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting voor giften onder de € 100.000,– wordt niet doorgevoerd. Daarnaast blijft de versoepeling staan, dat een bedrag aan giften boven de € 100.000,– voortaan niet als winstuitdeling in box 2 belast wordt.

• Het lage percentage van de vrijstelling goingconcernwaarde van de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting (BOR) wordt per 1 januari 2025 verlaagd van 83% naar 75%. In het belastingplan was een verlaging naar 70% voorgesteld. Met ingang van 1 januari 2025 vervalt de voorwaarde van ‘ten minste 0,5%’ voor situaties waarin de verkrijger een bloed- of aanverwant in de neergaande lijn is van een rechtsvoorganger die een indirect aanmerkelijk belang hield in dat andere lichaam. Ter dekking wordt ten eerste het ramingsverschil van € 9 mln. structureel van aan derden verhuurde onroerende zaken BOR en DSR ingezet.

Drie wetsvoorstellen hebben betrekking op de fiscale beleggingsinstelling (FBI), de vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI), het open fonds voor gemene rekening (OFGR) en de open commanditaire vennootschap (CV). Er is besloten om de maatregelen pas op 1-1-2025 in te laten gaan. Door deze maatregelen wordt een OFGR met beleggingsvermogen niet meer gezien als zelfstandig belastingplichtige voor de VPB en is daarmee ook niet meer effectief. Ook wordt voorgesteld om de kwalificatie van bepaalde (buitenlandse) rechtsvormen vanaf 2025 te wijzigen, zodat kwalificatieverschillen met andere landen worden weggenomen. Dit moet enerzijds dubbele belastingheffing voorkomen en anderzijds dubbele aftrek van kosten of aftrek van kosten zonder dat deze kosten elders in de belastingheffing worden betrokken. Voor 2024 is voorzien in overgangsrecht. Concreet wordt onder meer voorgesteld om de open CV af te schaffen. Hiermee eindigt op 1 januari 2025 de Vpb-plicht van bestaande open CV’s. Heeft u met bovenstaande rechtsvormen te maken in uw situatie? Neem dan contact op met ons kantoor.

JC Suurmond