Wijzigingen vennootschapsbelasting

De tarieven en schijven in de vennootschapsbelasting blijven dit jaar ongewijzigd ten opzichte van 2025.

Vennootschapsbelasting2026
Eerste schijf tot € 200.00019%
Tweede schijf vanaf € 200.00025,8%

Wijzigingen box 3 – voordeel uit sparen en beleggen

Zoals in 2024 geldt ook in 2025 het systeem van de nieuwe forfaitaire spaarvariant. In dit systeem hebben de categorieën spaargeld, overig vermogen en schulden ieder een eigen percentage aan fictief rendement. Het heffingsvrij vermogen wordt geïndexeerd van € 57.000 in 2024 naar € 57.684 in 2025 – voor fiscaal partners geldt het dubbele. Op basis van de vermogensmix wordt een gemiddeld rendement berekend over het totaal vermogen. Het tarief over het fictief rendement in box 3 bedroeg in 2024 36% en dit tarief wordt niet aangepast in 2025.

Vermogensrendementsheffing 2025
VermogenscategorieForfait
Banktegoeden1,44%*
Overige bezittingen5,88%
Schulden2,62*

De vermogensrendementsheffing in 2026 wordt als volgt:

Vermogensrendementsheffing 2026
VermogenscategorieForfait
Banktegoeden1,5%*
Overige bezittingen6%
Schulden2,5%*

*definitieve percentage wordt bekend gemaakt na afloop van 2025 resp. 2026

Update ontwikkelingen in box 3 heffing

Er is jarenlang geprocedeerd over de fictieve manier van belasting heffen over het box 3-vermogen. Er werd immers uitgegaan van een fictief rendement dat vele malen hoger was dan op de spaarrekening ontvangen werd. Uiteindelijk bepaalde de Hoge Raad in december 2021 in het zogenaamde Kerstarrest echter dat de forfaitaire berekening van box 3 voor de jaren 2017 en 2018 onevenredig zwaar drukt en daarmee in strijd is met het mensenrechtenverdrag. Volgens de Hoge Raad moet rechtsherstel geboden worden aan belastingplichtigen die bezwaar gemaakt hebben.

Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat de nieuwe fictieve heffing volgens de Herstelwet nog steeds in strijd is met het mensenrechtenverdrag. De Belastingdienst heeft derhalve een nieuwe regeling opgezet die het werkelijk rendement beter benadert. Omdat het vaststellen van het werkelijke rendement in de praktijk vaak ingewikkeld is, is de nieuwe regeling complex en er zitten nog steeds fictieve elementen in. Als de uitkomst van deze regeling gunstiger is dan die van het forfaitaire systeem, kunnen belastingplichtigen voor deze methode kiezen. Zie voor een uitgebreide omschrijving van dit systeem het kopje Opgaaf werkelijk rendement.

Deze regeling loopt vooruit op een geheel nieuwe box 3-heffing op basis van werkelijk behaald rendement. De invoering hiervan wordt op dit moment verwacht in 2028.

Wijzigingen tarieven box 1

In 2026 zijn er geen grote wijzigingen in de inkomstenbelasting in box 1. Hieronder volgt een schematische weergave van de inkomstenbelasting in box 1 in 2025 en 2025:

Inkomstenbelasting – AOW niet bereikt2025Inkomstenbelasting – AOW niet bereikt2026
Eerste schijf tot € 38.44135,82%Eerste schijf tot € 38.88335,75%
Tweede schijf vanaf € 38.441 tot € 76.81737,48%Tweede schijf vanaf € 38.883 tot € 78.42637,56%
 Derde schijf vanaf € 76.817 49,50%Derde schijf vanaf € 78.42649,50%

Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt gelden in 2025 en 2026 de volgende tarieven:

Inkomstenbelasting – AOW bereikt*2025Inkomstenbelasting – AOW bereikt*2026
Eerste schijf tot € 38.44119,07%Eerste schijf tot € 38.88317,80%
Tweede schijf vanaf € 38.441 tot € 76.81736,97%Tweede schijf vanaf € 38.883 tot € 78.42637,56%
Derde schijf vanaf € 76.81749,50%Derde schijf vanaf € 78.42649,50%

*er gelden andere schijven voor belastingplichtigen geboren vóór 1 januari 1946.

JC Suurmond