Wijziging inkomensafhankelijke combinatiekorting
De inkomensafhankelijke combinatiekorting kan worden toegepast bij mensen met kinderen onder de 12 jaar. De voorwaarde is dat beide partners werken. De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt vanaf 2027 in 9 stappen voor alle ouders afgebouwd en niet zoals eerder aangekondigd ineens per 2025.
Opgaaf werkelijk rendement
Belastingplichtigen wiens werkelijk rendement lager is dan het fictieve rendement, kunnen er nu voor kiezen om hun werkelijk rendement door te geven aan de Belastingdienst met een ‘opgaaf werkelijk rendement’. Het werkelijk rendement dient gespecificeerd aangetoond te worden per vermogensbestanddeel. Het opstellen van deze opgaaf vereist een uitgebreide analyse van uw vermogen, waarbij wij per vermogenscategorie zowel de genoten inkomsten als de (on)gerealiseerde vermogenswinsten moeten berekenen. Voor bepaalde vermogenscategorieën wordt nog steeds met fictieve uitgangspunten gewerkt, denk aan de WOZ-waarde en leegwaarderatio voor verhuurde woningen. De precieze toepassing van de regels is op enkele punten nog niet volledig uitgekristalliseerd.
In meer detail: toepassing per vermogenscategorie: voor elke categorie gelden andere regels:
- Bank- en spaartegoeden: Hier wordt gekeken naar de rente-inkomsten die u daadwerkelijk hebt ontvangen. Dit vraagt om een overzicht van alle tegoeden en bijbehorende jaaroverzichten. Indien de rekening in vreemde valuta is, dienen de transacties in het jaar omgerekend te worden naar euro’s teneinde het valutakoersresultaat te bepalen.
- Beleggingen (aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, etc.): Hier dienen zowel dividenden en andere inkomsten als gerealiseerde en ongerealiseerde koerswinsten (of verliezen) te worden vastgesteld. Dit betekent dat alle aan- en verkopen van effecten in kaart moeten worden gebracht, inclusief transactiedata en -waarden. Indien de rekening in vreemde valuta is, dienen de transacties in het jaar omgerekend te worden naar euro’s teneinde het valutakoersresultaat te bepalen.
- Onroerend goed (niet zijnde eigen woning): Voor verhuurd vastgoed moeten wij de huurinkomsten berekenen, alsmede eventuele (gerealiseerde en ongerealiseerde) waardeveranderingen. Hier spelen ook specifieke waarderingsregels mee, zoals de leegwaarderatio en WOZ-waarde. Bij tussentijdse wijzigingen zoals aankoop of verkoop worden de waardeveranderingen tijdsevenredig berekend.
- Vorderingen en schulden: De rente-inkomsten of -lasten dienen hier in kaart gebracht te worden, evenals eventuele aflossingen of waardeveranderingen. Indien er sprake is van vreemde valuta, dient ook het valutakoersresultaat bepaald te worden.
- Overige bezittingen en vermogensbestanddelen: Denk hierbij aan contanten, crypto-activa of waardevolle bezittingen. Ook hiervoor moeten de juiste waarderingen en inkomsten worden vastgesteld volgens de geldende regelgeving.
Deze berekeningen zijn arbeidsintensief en vergen een zorgvuldige onderbouwing met documentatie en bewijsstukken. Er zullen daarom bankafschriften, jaaroverzichten, effectennota’s, WOZ-beschikkingen en andere relevante documenten verzameld en in de opgaaf verwerkt moeten worden.
Voor welke jaren
De opgaaf werkelijk rendement kan ingediend worden voor alle jaren waarvan de aanslag niet onherroepelijk vaststond ten tijde van het Kerstarrest van 24 december 2021. Daarnaast geldt dit voor jaren waar bezwaar is gemaakt tegen de definitieve aanslag en waarvoor binnen de 5-jaarstermijn een verzoek tot ambtshalve vermindering voor is ingediend. Aangezien het ieder kalenderjaar opnieuw mogelijk is om de keuze te maken tussen fictief en werkelijk rendement, zijn er vaak mogelijkheden om de belastingdruk te optimaliseren.
Praktijk en tips
Indien er bij een tweede woning of vakantiewoning sprake is van een forse stijging van de WOZ-waarde, zal er in de meeste gevallen geen vermindering mogelijk zijn. Dit onderstreept ook het belang van de WOZ-waarde; mocht deze aan de hoge kant zijn vastgesteld dan is dit nog een extra reden om bezwaar te maken tegen de jaarlijkse gemeentelijke aanslag waarin de WOZ-waarde wordt vastgesteld. Hetzelfde geldt voor een beleggingsportefeuille; in het geval van een forse vermogensaanwas zal het fictieve rendement waarschijnlijk voordeliger zijn en vice versa. Uiteraard hangt het uiteindelijke resultaat ook af van de andere vermogensbestanddelen.
Update ontwikkelingen in box-3 heffing
Er is jarenlang geprocedeerd over de fictieve manier van belasting heffen over het box 3-vermogen. Er werd immers uitgegaan van een fictief rendement dat vele malen hoger was dan op de spaarrekening ontvangen werd. Uiteindelijk bepaalde de Hoge Raad in december 2021 in het zogenaamde Kerstarrest echter dat de forfaitaire berekening van box 3 voor de jaren 2017 en 2018 onevenredig zwaar drukt en daarmee in strijd is met het mensenrechtenverdrag. Volgens de Hoge Raad moet rechtsherstel geboden worden aan belastingplichtigen die bezwaar gemaakt hebben.
Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat de nieuwe fictieve heffing volgens de Herstelwet nog steeds in strijd is met het mensenrechtenverdrag. De Belastingdienst heeft derhalve een nieuwe regeling opgezet die het werkelijk rendement beter benadert. Omdat het vaststellen van het werkelijke rendement in de praktijk vaak ingewikkeld is, is de nieuwe regeling complex en er zitten nog steeds fictieve elementen in. Als de uitkomst van deze regeling gunstiger is dan die van het forfaitaire systeem, kunnen belastingplichtigen voor deze methode kiezen. Zie voor een uitgebreide omschrijving van dit systeem het kopje Opgaaf werkelijk rendement.
Deze regeling loopt vooruit op een geheel nieuwe box 3-heffing op basis van werkelijk behaald rendement. De invoering hiervan wordt op dit moment verwacht in 2028.
Samenvatting belastingplannen
Het demissionaire kabinet heeft het Belastingplan 2026 gepresenteerd. Inmiddels heeft de nieuwe Tweede Kamer met het plan ingestemd na enige amendementen. Grote structurele wijzigingen blijven uit, maar diverse kleinere maatregelen kunnen in specifieke situaties wel degelijk merkbare gevolgen hebben.
Zo wordt de overdrachtsbelasting van tweede woningen (box 3-woningen) verlaagt van 10,4% naar 8%. Dit biedt enig voordeel voor particuliere beleggers. Daartegenover staat een plan dat vanaf 2027 voor zakelijke niet-elektrische auto’s een substantiële extra heffing wordt ingevoerd, voor aan werknemers ter beschikking gestelde auto’s. Deze maatregel zal een serieuze kostenpost vormen voor werkgevers, met name omdat dit nog eens bovenop de bestaande bijtelling komt.
De box 3-heffing blijft de gemoederen bezighouden. Na meerdere rechterlijke uitspraken in de afgelopen jaren moest de Belastingdienst een alternatief ontwikkelen voor het fictieve rendement. Met de introductie van het formulier ‘opgaaf werkelijk rendement’ lijkt een stap gezet richting een meer op realiteit gebaseerde heffing. Toch is dit systeem nog niet volledig gebaseerd op het echte rendement: kosten zijn niet aftrekbaar en sommige waarderingen blijven fictief, zoals het verplichte gebruik van de WOZ-waarde.
Aangezien waardestijgingen worden meegenomen betekent het dat de regeling vooral gunstig kan uitpakken bij dalende waardes, zoals een lagere WOZ-waarde of tegenvallende beursresultaten. Bij stijgingen werkt het systeem vaak juist nadeliger. Een bezwaar tegen de WOZ-beschikking kan in bepaalde situaties dan ook lonend zijn, al is de timing hierbij van belang. De onderliggende berekening is complex en vraagt om een gedegen beoordeling van verschillende vermogenscategorieën waarbij met veel factoren rekening gehouden moet worden. Uiteraard assisteren wij u hier graag bij.
Verwacht u nog een teruggave over 2020? Let er dan op dat een verzoek om ambtshalve herziening uiterlijk 31 december 2025 moet zijn ingediend, vanwege het aflopen van de vijfjaarstermijn.
Naast de massaalbezwaarprocedure voor de box 3-heffing is er ook een dergelijke procedure voor de huidige regeling van de belastingrente. Indien op een aanslag een groot bedrag aan rente gerekend wordt, dan is het mogelijk hierbij aan te sluiten middels een tijdig bezwaarschrift.
Meer informatie over deze onderwerpen vindt u in de overige artikelen van de nieuwsbrief.