Indien u terugkeert naar Nederland staan wij u graag bij op fiscaal gebied. Onze adviseurs hebben ruime ervaring met belastinggevolgen bij emigreren en remigreren. Het is aan te raden om vóór uw feitelijke terugkeer naar Nederland al contact met ons op te nemen zodat onze adviseurs kunnen aangeven welke financiële handelingen u moet verrichten vóórdat u terugkomt en welke juist ná. Maar ook na uw remigratie naar Nederland kunnen wij u van dienst zijn met de m-aangifte.
Belastingtechnisch is de remigratie precies het tegenovergestelde van de emigratie. Bij emigratie wordt u buitenlands belastingplichtig, bij remigratie wordt u weer binnenlands belastingplichtig. In beide situaties zal een M (migratie) aangifte gedaan moeten worden. Deze aangifte is ingewikkelder dan een normale aangifte omdat deze uit een buitenlandse en een binnenlandse periode bestaat. In deze aangifte worden vaak fouten gemaakt welke vaak in het nadeel werken van de belastingplichtige.
Inschrijving geldt als remigratie
Voor een Nederlander/Nederlandse is het technisch gezien altijd makkelijk om weer terug te komen naar Nederland. Het weer inschrijven bij een Nederlandse gemeente zal door bijvoorbeeld de SVB en de Belastingdienst worden gezien als uw immigratie of remigratie.
U woont met uw gezin sinds 2013 in de Verenigde Arabische Emiraten. U wilt volgend jaar terugkeren naar Nederland. U vraagt zich af of het fiscale gevolgen heeft indien uw partner en kinderen al eerder terugkeren naar Nederland en dat u nog een half jaar langer blijft i.v.m. een gunstige regeling van uw werk in de VAE die u anders mis zou lopen.
Het is inderdaad verstandig om in deze situatie al vooruit te kijken omdat er in veel gevallen al volledige Nederlandse binnenlandse belastingplicht zou kunnen ontstaan voor u op het moment uw partner met de kinderen naar Nederland komt. De fiscus kan namelijk het standpunt innemen dat uw levenscentrum dan is verplaatst naar Nederland aangezien uw gezin hier woont, werkt en naar school gaat. Het is verstandig om de gevolgen hiervan vroegtijdig te onderzoeken. Ook van belang is of uw werkzaamheden feitelijk in de VAE plaatsvinden en voor een lokale werkgever. Dit zal verschil maken met betrekking tot de terugkeerplannen die u heeft.
U bent sinds 2009 uitgeschreven uit Nederland en bent van plan om over niet al te lange tijd te remigreren naar Nederland. Al deze tijd heeft u uw eigen, hypotheekvrije huis in Nederland aangehouden en verhuurd. Als u remigreert naar Nederland wilt u dit huis blijven verhuren. Met uw in het buitenland opgebouwde spaargeld wilt u een tweede woning aanschaffen waar u na uw remigratie naar Nederland wilt gaan wonen. U wilt gedeeltelijk een hypotheek afsluiten voor deze tweede woning. U wilt weten of dit fiscaal gezien verstandig is.
Op dit moment bent u belastingplichtig in Nederland voor de verhuurde woning. Als het goed is heeft u hiervoor jaarlijks een Nederlandse aangifte inkomstenbelasting gedaan voor buitenlands belastingplichtigen. Indien u de woning gezamenlijk met een partner bezit, dient dit voor u beiden te worden gedaan. Het is belangrijk dat u de juiste waarde in verhuurde staat aangeeft zodat u niet te veel belasting betaald. Door uw spaargeld te investeren in een woning bestemd als eigen woning bespaart u de box 3 heffing over het geïnvesteerde kapitaal. Voorwaarde is dat u er ook daadwerkelijk en binnen afzienbare tijd gaat wonen. Indien er tijd zitten tussen de aanschaf van de woning en uw remigratie is het van belang dat u deze woning niet verhuurt, aangezien er anders toch weer box 3 belastingplicht ontstaat. De hypotheekrente is in principe aftrekbaar van uw belastbare inkomen als u voldoet aan de voorwaarden hiervoor. Dit geldt mogelijk ook voor een eventuele periode tussen aanschaf en uw immigratie.
U heeft 5 jaar in Zweden gewerkt en gewoond en bent aan het overwegen om weer naar Nederland terug te keren. U zou dan wel blijven werken voor uw huidige werkgever: een internationaal bedrijf zonder vestiging in NL. U zou 3 weken vanuit Nederland willen werken en 1 week in Zweden. U vraagt zich af hoe het dan zit met uw belastingplicht.
Na uw remigratie naar Nederland wordt u weer volledig belastingplichtig in Nederland voor uw wereldwijde inkomen en vermogen. Voor wat betreft het Zweedse salaris: in de Nederlandse aangifte dient dit te worden vermeld. U vraagt aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor de dagen dat u feitelijk in Zweden heeft gewerkt. Voor de dagen dat u in Nederland werkt, dient u ontheffing te vragen in Zweden. Premieplicht en zorgverzekering zijn relevant in Nederland en niet in Zweden. U kunt advies inwinnen aan de Zweedse kant om af te stemmen of dit bij elkaar aansluit. Tevens dient de SVB uitspraak te doen over de premieplicht en zorgverzekeringplicht. Een samenloop van binnenlandse en buitenlandse inkomsten zoals in uw situatie werkt vaak niet bijzonder gunstig uit vanaf de Nederlandse zijde bezien. Het is dan ook fiscaal gezien belangrijk om een remigratie naar Nederlandgoed te overwegen. Indien u daadwerkelijk remigreert naar Nederland is het ook van groot belang dat de aangifte inkomstenbelasting goed wordt ingevuld, zodat de belastingdienst gelijk op de goede lijn zit. In deze situaties wordt in de regel nader onderzoek gedaan door de belastingdienst. Ook dit kunnen wij begeleiden.
U woont sinds 2012 in Qatar en werkt daar voor een werkgever met een lokale vestiging in Qatar. Uw echtgenote werkte voor dezelfde werkgever, maar is in 2020 weer in Nederland gaan wonen en werkt nu voor een nieuwe NL werkgever. U heeft in 2021 samen een woning gekocht op gezamenlijke titel, maar de hypotheek staat op naam van uw echtgenote. U bent in gemeenschap van goederen getrouwd. Zelf wilt u dit jaar nog remigreren naar Nederland. U vraagt zich af hoe u deze situatie moet verwerken in de aangiften van 2020 en 2021. Uitgangspunt is dat u zelf (nog) niet belastingplichtig wenst te worden.
In principe is het mogelijk gescheiden aangifte te doen. Echter bij een dergelijke gescheiden aangifte van uw echtgenote ontstaat er een gekunstelde situatie en indien een inspecteur een en ander tegen het licht houdt, zou de conclusie kunnen zijn dat u beiden volledig belastingplichtig bent in Nederland. Het is waarschijnlijk dat u vanaf de remigratiedatum van uw echtgenote belasting moet gaan betalen over uw wereldwijd vermogen en inkomen. Bij (Nederlandse) binnenlandse belastingplicht zal het wereldwijde inkomen en vermogen moeten worden aangegeven waarna beoordeeld moet worden of wellicht aftrek ter voorkoming van dubbele belasting geldt voor de inkomsten uit salaris in Qatar. Indien uw vrouw zich in 2020 niet ingeschreven heeft, kan mogelijk opgevoerd worden dat zij in feite nog in Qatar woont en slechts in Nederland werkt. Qatar zou dan nog als gezamenlijke levenscentrum kunnen worden behouden. U bent dan niet belastingplichtig in Nederland.
U overweegt te remigreren naar Nederland, maar het is nog onzeker of dit voor onbepaalde of bepaalde tijd zal zijn. U wilt graag weten wat de consequenties zijn indien u zich na verloop van tijd weer uit zou schrijven.
U kunt zich na remigratie weer uitschrijven uiteraard, maar er ontstaat intussen wel belastingplicht in Nederland indien u zich daar heeft ingeschreven. Dit kan nadelig zijn, bijvoorbeeld indien u vermogen of bezittingen heeft in het buitenland. Indien u op dit moment geen banden heeft met Nederland zoals een woning, partner of inkomen is het wellicht niet noodzakelijk dat u zich in het bevolkingsregister inschrijft? Wij kijken graag mee naar uw situatie.
In 2021 bent u met uw vrouw en kinderen vanuit Costa Rica weer naar NL verhuist. U werkt nog in Brazilië voor een Braziliaans bedrijf en draagt daar belasting af. U heeft nog onroerend goed in Costa Rica en een eigen huis en spaargeld in NL waar u momenteel met uw gezin nog van leeft. U wilt graag dat fiscaal gezien alles op orde is.
Als gevolg van uw immigratie bent u beiden belastingplichtig geworden voor uw wereldwijde inkomen en vermogen. Vervolgens moeten wij naar de verdragen kijken om te bepalen aan wie het heffingsrecht is toegekend aan Nederland, Brazilië of Costa Rica. Ook is relevant voor het heffingsrecht of u fysiek uitsluitend in Brazilië werkt of ook elders.
U wilt vanuit de UK remigreren naar Nederland, samen met uw echtgenoot en 2 kinderen. U gaat een huis kopen in NL, maar zult ook een appartement aanhouden in Engeland en voor uw Engelse werkgever blijven werken. Het liefst wilt u voorlopig in Engeland belastingplichtig blijven. U vraagt zich af of dit mogelijk is, hoe de 183-dagenregeling voor u zou werken en hoe het zit met belastingplicht m.b.t. de eigen woning in NL.
Bij immigratie naar Nederland wordt u hier belastingplichtig voor uw wereldwijde inkomen en vermogen. Belasting betalen in Engeland is in dat geval slechts mogelijk indien u uw gehele Engelse dienstbetrekking fysiek in Engeland blijft vervullen. Mocht u in Nederland werken dan worden deze dagen in Nederland belast aangezien dit uw nieuwe woonland is. Om dubbele belasting te voorkomen en de hiervoor vermelde uitdaging is het opzetten van een Nederlandse payroll door de Engelse werkgever de mooiste oplossing. Wij kunnen dit regelen als de werkgever daarvoor openstaat. Voordeel hiervan is dat u in Nederland dan een “normale” situatie heeft met een Nederlandse werkgever; dit is bijvoorbeeld een voordeel bij het afsluiten van een hypotheek. Voor de Engelse werkgever is dit evenmin een nadeel.
Let op! Bij remigratiesituaties kunnen kleine nuances in verschillende situaties al leiden tot andere fiscale gevolgen. U kunt de voorbeeldsituaties in de regel dan ook niet zomaar 1 op 1 toepassen op uw situatie.
Heeft u in het buitenland pensioen opgebouwd en woont u (weer) in Nederland?
Uw buitenlands pensioen in Nederland
Wij zijn u graag van dienst met advies inzake uw situatie. In eerste instantie bekijken we waar uw pensioen(en) belast zijn op grond van het verdrag met het land waarin deze opgebouwd zijn. Per pensioen, en per land, en het relevante belastingverdrag, kan het verschillen of over het pensioen in Nederland of in het buitenland belasting betaald moet worden. Vervolgens moet dan bekeken worden of u uw pensioen deels onbelast kunt ontvangen en of het box 1 of box 3 is. Al naar gelang de situatie kunnen we dan ook een berekening maken van de box 3 gevolgen, en hoe deze eventueel beperkt kunnen worden.
Gaat u nog remigreren?
Voorafgaand aan uw remigratie geven wij bij voorkeur een volledig advies, zodat u weet waar u aan toe bent. We kijken graag naar uw gehele situatie (zoals plannen na terugkomst voor wat betreft inkomen, woning, en een indicatie van uw vermogen) en geven u inzicht in de impact van de immigratie, en vervolgens advies over hoe deze impact eventueel te beperken is. Meer weten over remigreren naar Nederland en hoe wij u kunnen ondersteunen? Dat vindt u hier. Of heeft u bijvoorbeeld pensioen in het buitenland? Lees dan dit artikel.
Voorbeeldsituaties buitenlands pensioen in Nederland
U bent 64 jaar en in Nederland geboren. U heeft meer dan 40 jaar in Zwitserland gewoond en gewerkt en bent recent naar Nederland terug gekomen. U heeft in Zwitserland uw Pensioen opgebouwd. Dit geld staat op een Freizügigkeitskonto; een zogenaamde “slapende Pensioen-rekening” bij een bank in Zwitserland. U wilt dit geld graag naar Nederland halen.
De gebruikelijke gang van zaken is dat een pensioen blijft in het land waar het is opgebouwd en vervolgens belast is in het woonland. Dit lijkt ons voor u een goede optie.
U woont inmiddels in NL. Bij uw werkgever in de US wordt uw contract ontbonden en krijgt u een VSO vergoeding. Ook heeft u bij deze werkgever 401K opgebouwd van meer dan 2,5 ton (USD). U wilt dit bedrag graag laten uitkeren naar Nederland en idealiter uw hypotheek mee afbetalen. Uiteraard wilt u dit zo structureren dat uw Amerikaanse belastingen en boete zo laag mogelijk zijn en begrijpen wat de fiscale consequenties in Nederland zijn. Ook wilt u weten of u het geld voor hypotheekaflossing kunt gebruiken of voor uzelf als inkomen.
Een 401K is een pensioenvoorziening en een afkoop in principe belastbaar tegen de marginale tarieven. In Nederland is een dergelijke afkoop niet mogelijk maar aangezien dat in de VS wel mogelijk is, is er waarschijnlijk geen revisierente is verschuldigd. Uitbetaling ineens lijkt fiscaal niet aantrekkelijk. Ook moet de Amerikaanse zijde worden nagegaan door een Amerikaanse adviseur daarna kunnen wij eventueel naar de Nederlandse kant kijken. Optimaal zou zijn om een pensioen uit te keren als er geen ander inkomen is omdat dan de hoogte van het tarief nog niet marginaal zo hoog is.
U remigreert vanuit de US naar Nederland. U bent op zoek naar belastingadvies inzake in de US opgebouwd kapitaal (401k, aandelen, levensverzekeringen in de US).
We kunnen voor u in een dergelijke situatie in eerste instantie kijken waar uw pensioen belast is op grond van het verdrag en vervolgens bekijken of het pensioen box 1 of box 3 is. Al naar gelang de situatie kunnen we dan ook een berekening maken van de box 3 gevolgen, en hoe deze eventueel beperkt kunnen worden.
Wilt u uw M-biljet slim en fiscaal zo gunstig mogelijk invullen? En geen risico lopen op een hoge naheffing? Dan kan het zeker lonen om het invullen van uw M-biljet aan ons uit te besteden.
Hoe werkt het?
Wilt u meer weten over de mogelijkheden om uw M-formulier door ons te laten invullen? Stuur ons dan een email of vul het contactformulier in en beschrijf uw situatie en vragen.
Vaak zijn er in een migratiejaar extra mogelijkheden voor belastingvoordeel. Maar deze worden snel gemist; het M-biljet is namelijk uitgebreid en een kostbare fout is snel gemaakt. Als ervaren belastingadviseurs nemen wij voor u de zorg voor het M-biljet uit handen, zodat u er zeker bent dat deze correct en optimaal is ingevuld. Wij bekijken uw gehele situatie, zodat we geen mogelijkheden voor belastingvoordelen missen, maar ook geen belastingplichten over het hoofd zien. Wij bieden overigens geen begeleiding bij het zelf invullen van het M-biljet.
Bent u verplicht om een M-biljet in te vullen?
Het M-formulier moet worden ingediend voor het jaar waarin u Nederland binnenkomt (klik hier voor meer informatie over immigratie of remigratie) of verlaat (hier leest u over emigratie). In de meeste gevallen zult u automatisch van de Belastingdienst een M-formulier (hebben) ontvangen. Als u het M-formulier niet automatisch ontvangt, kan het ook worden aangevraagd. Weet u niet zeker of u een M-formulier moet indienen; laat ons dan uw migratiesituatie bekijken. Een M-biljet kan tot 5 jaar terug worden aangevraagd en ingevuld.
Hoe zit het met de deadline?
In de meeste gevallen is de deadline voor de aangifte 1 juli. Wanneer u uw M-aangifte door ons laat verzorgen, vragen wij in de regel uitstel aan.
Na het invullen duurt het een paar maanden voordat u een voorlopige aanslag ontvangt. Vervolgens kan het tot drie jaar duren voordat u de definitieve aanslag ontvangt.
Wilt u het invullen van de M-aangifte aan ons uitbesteden of eerst uw situatie aan ons voorleggen, neem dan contact op.
Voorbeeldsituaties M-biljet
U bent samen met uw partner geëmigreerd. U bent fiscaal partners. Is het voldoende indien u in de M aangifte de gegevens en inkomsten van uw partner verwerkt of moet uw partner een M formulier invullen?
Bij emigratie is het noodzakelijk dat beide belastingplichtigen een M-formulier indienen.
U heeft in het jaar waarin u naar het buitenland verhuisd bent in Nederland gedeeltelijk in loondienst gewerkt en gedeeltelijk vanuit uw eigen onderneming.
Met uw emigratie is ook de eenmanszaak verhuisd en zou deze moeten worden uitgeschreven. Een eenmanszaak is namelijk geen separate entiteit. Er zouden jaarstukken gemaakt moeten worden voor de Nederlandse periode van het betreffende jaar en vervolgens zou de onderneming moeten worden uitgeschreven. In een aantal gevallen kan een Nederlandse EMZ wel blijven bestaan.
U bent in vorig jaarr in de UK gaan werken. Uw gezin blijft nog in Nederland. U heeft van de fiscus een M formulier ontvangen met het verzoek dit in te vullen. Klopt dit?
Aangezien uw gezin nog in Nederland woont, lijkt uw levenscentrum nog in Nederland te zijn. In dat geval blijft u belastingplichtig in Nederland. Voor de in Engeland gewerkte dagen kan dan vrijstelling worden gevraagd alsmede voor de premie volksverzekeringen. Uw uitschrijving en het M-biljet zijn wellicht niet correct. Een rol speelt bijvoorbeeld een eigen woning en hypotheekrente aftrek in Nederland, inkomen van uw partner, startdatum werkzaamheden, toekomstplannen etc.
U bent in 2 jaar geleden in het buitenland gaan wonen en werken. U heeft zich echter pas vorig jaar uit laten schrijven uit Nederland. Over vorig jaar heeft u vervolgens een M-biljet ontvangen.
In uw situatie moet er mogelijk een biljet wissel worden toegepast omdat u in feite al in een voorgaand jaar bent geëmigreerd. In de praktijk is het wisselen van een biljet bij de Belastingdienst echter vaak lastig.
U bent vorig jaar naar de VS geëmigreerd. U had dit jaar nog een eigen woning in Nederland die u verhuurde.
In deze situatie dient er inderdaad een M-aangifte te worden ingediend. In deze aangifte eindigt uw binnenlandse belastingplicht of wordt deze omgezet in buitenlandse belastingplicht aangezien u nog een woning in Nederland heeft. Ook is het mogelijk dat u binnenlands belastingplicht blijft indien u bijvoorbeeld een band met Nederland blijft houden (bijvoorbeeld een partner in Nederland of een eigen onderneming). In dat geval krijgt u mogelijk te maken met aftrek ter voorkoming van dubbele belasting en vrijstelling premieheffing.
U bent in 2020 na een verblijf van 5 jaar in de US terug naar Nederland verhuisd maar heeft het gehele jaar nog voor uw Amerikaanse werkgever gewerkt. Wel was u al woonachtig in Nederland (i.v.m. corona werkte u thuis vanuit Den Haag). U heeft een M-biljet toegestuurd gekregen en zou hier graag advies over willen.
Het is belangrijk dat de immigratie in fiscale zin goed wordt vastgelegd om een en ander ook voor de toekomst goed op de rails te zetten. Het werken voor de Amerikaanse werkgever vanuit Nederland na immigratie is een uitdaging, want dit houdt in dat de heffing aan Nederland toekomst. Hoe is dit geregeld door de Amerikaanse werkgever? Is er een Nederlandse salarisadministratie opgezet?
Samen met uw partner bent u afgelopen jaar terugverhuisd naar Nederland vanuit Spanje. Terug in Nederland heeft u nog 5 maanden gewerkt in Nederland en uw partner. U heeft geen opdracht gekregen het M-biljet in te vullen, maar u vraagt zich af dit wel verstandig zou zijn i.v.m. mogelijke teruggaaf.
Het is inderdaad goed mogelijk dat in een immigratie jaar te veel belasting is betaald. Ik verneem graag of u nog banden had met Nederland toen u in het buitenland woonde. Hierbij kunt denken aan een achtergebleven partner, aangehouden woning of onderneming.
U wilt na jaren van wonen in het buitenland weer naar Nederland terugkeren. Indien u minstens 25 jaar weg bent geweest, komt u misschien in aanmerking voor de 30%-regeling. Bent u niet langer dan 25 jaar in het buitenland, kunt u deze pagina beter raadplegen.
Met de 30%-regeling krijgt u vijf jaar lang 30% van uw inkomsten uit loon (box-1) belastingvrij. En, minstens zo belangrijk, u hoeft geen belasting te betalen over uw wereldwijd vermogen (box-3). Dit levert een groot voordeel op, zeker indien u vermogen bezit in het land van waaruit u naar Nederland terugkeert. Er zijn echter wel behoorlijk wat voorwaarden aan verbonden om in aanmerking te komen voor de 30% regeling.
Wat kunnen wij voor u betekenen?
Indien u ons tijdig inschakelt, kunnen wij nagaan of er mogelijkheden zijn om uw terugkeer zo te structureren dat u of uw (buitenlandse) partner in aanmerking komt voor de 30%-regeling. Bijvoorbeeld door het oprichten van een Nederlandse BV voor uw buitenlandse werkgever of uzelf. Het kan ook zijn dat wij u adviseren om uw terugkeer naar Nederland nog uit te stellen totdat u wel voldoet aan de voorwaarden. Indien er geen mogelijkheden zijn om gebruik te maken van de 30%-regeling zullen wij u in ieder geval adviseren hoe u uw terugkeer naar Nederland fiscaal zo gunstig mogelijk kunt structureren.
Welke mogelijkheden zijn er?
De 30%-regeling is een belastingmaatregel voor werknemers die gerekruteerd zijn vanuit het buitenland om in Nederland te komen werken voor een Nederlands bedrijf. U dient dus nog voordat u terugkeert een contract te tekenen. Indien u in het buitenland voor een werkgever werkt, zou deze ook in Nederland een BV op kunnen richten die u in dienst neemt of een Nederlandse payroll. Ook kunnen wij voor uzelf een BV oprichten. U gaat dan een dienstbetrekking aan bij deze BV. Indien uzelf niet aan de voorwaarden kunt voldoen, komt uw (buitenlandse) partner daar wellicht wel voor in aanmerking. Dan geldt de box-3 vrijstelling ook voor uw gezamenlijke box-3 vermogen.
Belangrijkste voorwaarden voor de 30%-regeling voor terugkerende Nederlanders:
U wordt vanuit het buitenland aangenomen door een Nederlandse werkgever:
Dit kan ook een Nederlandse vestiging zijn van de werkgever waarvoor u in het buitenland werkt of uw eigen BV. Belangrijk in dit geval is dat deze entiteiten worden opgericht voordat u zich weer in Nederland vestigt en ook dat u het arbeidscontract tekent voor de immigratie;
U bent 25 jaar weggeweest uit Nederland:
Let er ook op dat uw emigratie destijds uit Nederland pas officieel inging op het moment dat uw levenscentrum zich niet meer in Nederland bevindt. In de regel is dit waar uw partner en eventuele kinderen wonen. Indien zij destijds pas later geëmigreerd zijn, telt hun vertrekdatum ook voor u als emigratiedatum;
Voor deze 25 jaar telt het volgende verblijf in Nederland niet mee. U bent:
Jaarlijks niet meer dan 20 dagen in Nederland bent geweest in verband met werk;
maximaal 6 weken per jaar, of eenmalig maximaal 3 aaneengesloten maanden in Nederland geweest voor vakantie, familiebezoek of andere privéredenen.
Bent u langere periodes in Nederland geweest in deze 25 jaar, dan heeft u geen recht op de 30%-regeling. Lees hier de volledige beschrijving van de beschikking: geldigheid en toetsen voorwaarden.
Wilt u meer te weten komen over terugkeer naar Nederland? Hier leest u onder andere enkele en welke aangifte wij voor u kunnen invullen aan de hand van uw remigratie naar Nederland.
Voorbeeldsituaties 30%-regeling voor terugkerende Nederlanders
U woont met uw gezin meer dan 25 jaar in Canada. U overweegt terug te keren naar Nederland en vraagt zich af of u in aanmerking komt voor de 30% regeling. U bent regelmatig in Nederland geweest om zakelijke redenen en bezoek aan vrienden en familie. Meestal ging dit om een bezoek van maximaal een week. Uw partner is ook Nederlands, maar is destijds pas na een jaar bij u komen wonen.
Om in aanmerking te komen voor de 30% regeling, moet u inderdaad 25 jaar uit Nederland weg zijn geweest. Omdat uw partner pas een jaar later is vertrokken is het van belang hoe dit is verwerkt in de aangifte destijds. Graag zien wij uw bewijs van het uitschrijven bij de gemeente van zowel uzelf als uw partner evenals (indien mogelijk) een kopie van de laatste aangifte en aanslag in Nederland van u beiden. De 25 jaar periode gaat in na het eindigen van de binnenlandse belastingplicht van uzelf. Deze was mogelijk gekoppeld aan het vertrek van uw echtgenote. Uw verblijven in Nederland zijn inderdaad van belang. Echter indien u in de afgelopen 25 jaar om privéredenen jaarlijks niet meer dan 6 weken aaneengesloten in Nederland bent geweest of eenmalig 3 maanden en/of jaarlijks 20 dagen om zakelijke redenen dan tellen deze verblijven niet mee.
U woont momenteel 24 jaar in de Verenigde Staten. Het plan is om binnen een paar jaar weer in Nederland te gaan wonen. U zou verder kunnen werken voor uw huidige Amerikaanse werkgever of een andere, soortgelijke werkgever zonder vestiging in Nederland waarbij u remote zou werken vanuit Nederland. U vraagt zich af wanneer u in aanmerking zou kunnen komen voor de 30% regeling en of het nodig is om een dienstbetrekking te hebben.
Voor de 30% regeling zal er een Nederlands dienstverband moeten zijn zoals bijvoorbeeld een voortzetting van het dienstverband bij uw huidige werkgever. Een Nederlandse werkgever kan worden gecreëerd door een BV op te richten of middels een payroll bedrijf of doordat de Amerikaanse werkgever zich laat registreren als inhoudingsplichtige. Ook kunt u zelf een BV oprichten indien uw belangen groot genoeg zijn. Vanuit deze BV zou u remote kunnen werken voor uw huidige werkgever. Verder is uw recht op de 30% regeling afhankelijk van de hoogte van uw te verwachten bruto inkomen. Uw emigratiedatum kunt u berekenen door 25 jaar op te tellen bij uw vertrekdatum uit Nederland. U kunt via het bevolkingsregister of via mijnpensioenoverzicht.nl zien wat uw verblijfgeschiedenis in en vertrekdatum uit Nederland was. Tevens dient u in deze 25 jaar niet langer dan 6 weken aangesloten per jaar of eenmalig 3 maanden in Nederland te zijn geweest.
Sinds 20 jaar woont u in de US. U heeft daar uw Amerikaanse partner ontmoet en hebt samen 3 kinderen. U wilt binnenkort met uw gezin naar Nederland verhuizen. Een advocaat zal u helpen met het immigratieproces van uw partner nadat u zich heeft ingeschreven. (Uw kinderen hebben ook 2 nationaliteiten). U wilt echter fiscaal advies met betrekking tot uw verhuisdatum/datum van inschrijving omdat u graag de box 3 heffing zoveel mogelijk wilt vermijden. U heeft uw huis namelijk met behoorlijk wat winst kunnen verkopen, waardoor u redelijk wat liquide middelen heeft. U heeft gehoord dat met de 30% regeling ook uw deel van het vermogen vijf jaar buiten de box drie heffing zou vallen. U vraagt zich af of er een mogelijkheid is dat uw partner in aanmerking komt voor de 30% regeling. Op dit moment werkt u beiden nog in loondienst voor Amerikaanse werkgevers.
Het is inderdaad belangrijk dat de volgorde van een en ander in het oog wordt gehouden. De 30% regeling geeft de beste belastingverminderingsmogelijkheden en is uitsluitend mogelijk voor uw partner. De Amerikaanse werkgever zal dan echter Nederlandse loonbelasting in moeten gaan houden door zich te laten registreren als inhoudingsplichtige. Vaak is dit voor de werkgever geen optie indien de emigratie een privéreden heeft. Alternatief is voor de Amerikaanse werkgever te blijven werken via een payroll bedrijf; dit heeft als voordeel dat deze ook kan zorgen voor een verblijfsvergunning en werkvergunning middels de kennismigrantenregeling. Ook zou u een eigen BV op kunnen richten. Essentieel is dan dat deze BV dan opgericht wordt vóór immigratie en de reden van de immigratie moet dan zijn een aangeboden dienstverband door de BV aan uw partner. Hiernaast moet dan een verblijfsvergunning traject worden doorlopen (bijv. i.v.m. verblijf bij Nederlandse partner/kinderen). De toegekende 30%-regeling heeft dan tot gevolg dat uw gezamenlijk box-3 vermogen gedurende vijf jaar is vrijgesteld van NL belastingheffing. Dit betreft zowel uw buitenlands als uw binnenlands vermogen. (Uitzondering: voor NL onroerend goed blijft u altijd belast in Nederland, ook indien u niet zelf gebruik maakt van de eigen woning.)
U woont en werkt al 24 jaar in het buitenland, in verschillende landen. U wilt over een jaar terugkeren naar Nederland en zult zelf remote blijven werken voor een Amerikaans bedrijf. Uw vrouw zal haar baan opzeggen en waarschijnlijk voorlopig niet werken. U heeft wel gehoord over de 30% regeling, maar aangezien u in Nederland niet zal gaan werken voor een Nederlandse werkgever gaat u ervan uit dat u hier geen recht op heeft. U wilt dit toch noch verifiëren omdat u in het buitenland nog een aanzienlijk bedrag op de bank heeft staan. Ook vraagt u zich af of u als u wanneer u weer in Nederland woont een baan aangeboden krijgt van een Nederlandse werkgever nog recht heeft op de 30% regeling.
De 30% regeling is op zich wel een gemist kans als hier geen gebruik van wordt gemaakt. Aangezien u een Amerikaanse werkgever heeft en in Nederland zal werken is er de mogelijkheid dat uw werkgever een Nederlandse salarisadministratie gaat voeren. Dat is voordelig, want dan kan in principe voor dit dienstverband de 30% regeling worden toegepast met als voordeel een vrijstelling voor uw wereldwijde gezamenlijke vermogen. Indien u een baan bij een Nederlandse werkgever krijgt aangebonden als u al in Nederland woont, heeft u geen recht op de 30% regeling, aangezien u in dat geval niet voldoet aan de voorwaarde dat u gerekruteerd bent vanuit het buitenland.
Voor een Aziatisch bedrijf heeft u in verschillende landen gewerkt. In totaal woont en werkt u al zo’n 30 jaar in het buitenland. Binnenkort wilt u definitief terugkeren naar Nederland. U heeft nog geen concrete plannen wat betreft werk. U vraagt zich af wat de fiscale gevolgen zijn van uw remigratie naar Nederland en of u met uw planning nog ergens rekening mee kunt houden.
Bij een remigratie vestigt u zich weer in Nederland en wordt u hier belastingplichtig voor uw wereldwijde inkomen en vermogen. Het is van belang dit goed in beeld te brengen. Aangezien u meer dan 25 jaar niet in Nederland heeft gewoond, kunt u misschien gebruik maken van de 30% regeling. U bent dan vrijgesteld van belastingplicht over uw wereldwijd vermogen en u ontvangt daarnaast 30% van uw salaris belastingvrij gedurende 5 jaar. U heeft dan echter een Nederlandse werkgever nodig waarbij u een contract tekent voordat u zich weer in Nederland inschrijft. Een buitenlandse werkgever met een Nederlandse payroll voldoet ook.
Na 25 jaar in het buitenland gewoond wilt u volgende jaar terug naar NL komen. U heeft verschillende woningen in bezit in Costa Rica en heeft een eigen bedrijf daar. U wilt met deze onderneming doorgaan in NL. U vraagt zich af of u in NL belastbaar wordt voor uw bezittingen en welke mogelijkheden er zijn voor de 30% regeling.
Op deze wijze is er geen gevaar voor dubbele belasting. Voor de 30% regeling heeft u, of uw partner, een Nederlandse werkgever nodig en geldt er een minimum bruto maandinkomen. Wellicht zijn er ook mogelijkheden voor de 30% regeling gekoppeld aan uw onderneming, bijvoorbeeld het oprichten van een BV. Als de 30% regeling toegekend wordt dan kan er vrijstelling worden aangevraagd voor belasting over uw wereldwijd vermogen.
Herken je jezelf hierin? Jij bent op zoek naar een uitdagende parttime baan waar jouw talenten tot hun recht komen in een internationale omgeving. Je bent bezig met jouw fiscale studie en wil graag parttime werken om kennis in de praktijk op te doen. Jij wilt jezelf kunnen ontwikkelen en doorleren op meerdere internationale vlakken. Je schriftelijke en mondelinge vaardigheden in het Nederlands als Engels zijn uitstekend te noemen. Of misschien heb je je studie al afgerond, dat ben je natuurlijk ook van harte welkom voor een gesprek. Indien ja, dan denken we dat jij de perfecte match voor ons zou zijn!
Jouw fiscale opleiding ga je natuurlijk met vlag en wimpel afronden, maar al de kennis die je bij ons opdoet is mooi meegenomen. Je krijgt de vrijheid een heel brede rol te bekleden en jezelf in het gebied van internationaal belastingadvies te gaan ontwikkelen.
Vacature junior belastingadviseur bij JC Suurmond Als actieve junior belastingadviseur zul je aangiften voor de IB, VPB en OB gaan opstellen, bij voorkeur heb je hier al enige ervaring in. Het gaat dan om aangiften voor Engelstalige expats, migratie aangiften, jaarrekeningen opstellen. Verder houdt je je bezig met dossierbeheer en correspondentie met de klanten.
Jij wordt enthousiast van internationale belastingsituaties en grijpt werk met beide handen aan. Je zult al lerende de fiscale expert tussen ons worden en wellicht in de toekomst junior belastingadviseurs opleiden, mocht dat een ambitie van je zijn. Uiteraard begeleiden jouw collega’s je in het begin graag zodat je op die manier ook praktische kennis opdoet.
Vacature junior belastingadviseur : met wie ga je werken? Ons kantoor is meer dan 35 jaar geleden opgericht als gespecialiseerd internationaal belastingadvieskantoor. Wij zijn een hecht familiebedrijf en werken momenteel met 10 personen. Dit jaar zijn wij verhuisd naar ons prachtige, moderne nieuwe kantoor vlak aan het water (bij de nieuwe Waterweg) in Maassluis. Onze locatie is niet voor niets midden in het meest internationale gebied van Nederland. Denk hierbij aan de haven met in- en exportbedrijven, ministeries en ambassades van alle landen en hoofdkantoren van internationale bedrijven waar expats werken en studeren.
Ons team bestaat uit gedreven, enthousiaste en leergierige collega’s en specialisten van jong en oud. Als familiekantoor bieden we een collegiale werksfeer met korte lijnen en benaderbare partners. Persoonlijke service en flexibiliteit naar de cliënt staan voorop. We zorgen voor een fijne werkomgeving en vinden het ook belangrijk om af en toe samen dingen te ondernemen als een personeelsuitje.
Is de bovenstaande vacature junior belastingadviseur jou helemaal op het lijf geschreven en wil jij kennismaken met ons team? Stuur je CV en motivatiebrief naar Sander Suurmond: sfs@jcsuurmond.nl. Je kunt Sander ook bellen (010-3033701) of mailen als je meer wilt weten over de vacature belastingadviseur.
Hierna volgen de belangrijkste voorstellen uit het ‘Belastingplan 2022’ die op 1 januari 2022 in werking treden, tenzij anders is vermeld:
Wettelijke grondslag voor de tijdelijke verhoging van de vrije ruimte in de werkkostenregeling in 2021;
Verhoging bijtelling privégebruik emissieloze personenauto’s van 12% naar 16% en verlaging van de catalogusprijs waarop dit percentage mag worden toegepast van maximaal € 40.000 naar maximaal € 35.000 in 2022 en naar € 30.000 vanaf 2023;
Introductie van een onbelaste thuiswerkvergoeding van € 2 per dag. Daarnaast blijft de onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,19 bestaan. Werkgever en werknemer kunnen vaste afspraken maken over het aantal dagen per week dat de werknemer thuiswerkt en naar het werk gaat, zodat de werkgever een vaste vergoeding kan geven.
Andere in het Belastingplan 2022 voorgestelde maatregelen zijn:
Verlaging eerste IB-tariefschijf van 37,1% in 2021 naar 37,07% in 2022. De tweede tariefschijf blijft 49,5%. Het beginpunt van de tweede tariefschijf komt te liggen bij een inkomen van € 69.398 (in 2021: € 68.507);
Verhoging steunpercentages in de MIA van 13,5%, 27% en 36% naar respectievelijk 27%, 36% en 45%;
wijzigingen in de overdrachtsbelasting (OVB) met betrekking tot de tariefdifferentiatie voor starters: aanpassing hoofdverblijfcriterium bij onvoorziene omstandigheden die zich voordoen vóór verkrijging, maar nadat de koop niet meer ontbonden kan worden. Daarnaast herformulering van de antimisbruikbepaling voor de woningwaardegrens bij de startersvrijstelling;
Codificatie vrijstelling voor TVL-subsidie en TVL-subsidie startende mkb’ers;
Verlaging maximumbedrag inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) met € 318;
Reparatie van onbedoeld effect van de IACK voor buitenlands belastingplichtigen door hen uit te zonderen van het fiscaal partnerbegrip;
Aanscherping CO2-schijfgrenzen en tarieven BPM voor 2022 tot 2025;
Beperking verrekening voorheffingen (dividendbelasting en kansspelbelasting) met maximaal een jaar verschuldigde vennootschapsbelasting. De niet-verrekende voorheffingen kunnen onbeperkt worden doorgeschoven naar latere jaren;
Introductie recht op huurtoeslag bij overschrijding huurgrens, mits vóór deze overschrijding ten aanzien van de woning op enig moment recht op huurtoeslag bestond;
Verlaging onder voorwaarden van het tarief voor walstroom tot € 0,0005 per geleverd kWh elektriciteit. Bij gebruik walstroom hoeven schepen bovendien geen opslag duurzame energie te betalen.
Hierna volgen de belangrijkste voorstellen uit het ‘Overige fiscale maatregelen 2022’(OFM) die op 1 januari 2022 in werking treden, tenzij anders is vermeld:
Aanpassingen eigenwoningregeling bij gezamenlijke koop en financiering van een eigen woning door fiscale partners;
Aanpassingen eigenwoningregeling bij overlijden van een van de partners: de eigenwoningreserve van de overledene en de eventuele aflossingsstand van de overledene gaan niet meer over op de langstlevende partner of andere belastingplichtige;
Vereenvoudiging van aanvraagsystematiek van de WBSO-regeling en verduidelijking dat alleen kosten en uitgaven die aangevraagd zijn en waarvoor S&O-afdrachtvermindering is toegekend, kunnen worden opgevoerd bij de mededeling.
De aanpassingen van de eigenwoningreling bij gezamenlijke koop en financiering van een eigen woning door fiscale partners betreffen de volgende situaties:
de overgang van de eigenwoningreserve (EWR) in huwelijkssituaties;
de inzet van de EWR bij gezamenlijke aankoop en financiering van de eigen woning;
de overgang van de aflossingsstand in huwelijkssituaties;
de inzet van een aflossingsstand bij gezamenlijke aankoop en financiering van de eigen woning;
de gevolgen van het oversluiten van een bestaande eigenwoningschuld bij fiscaal partnerschap.
Andere wijzigingen in het wetsvoorstel OFM 2022 zijn:
Vereenvoudiging éénloketsysteem in de btw-regels voor e-commerce: een negatieve btw-melding wordt daarbij aangemerkt als een verzoek om btw-teruggaaf, waardoor een afzonderlijk teruggaafverzoek niet meer nodig is. Deze maatregel treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 juli 2021;
Introductie van wettelijke verplichte maandelijkse gegevensuitlevering van kinderopvangorganisaties aan Belastingdienst Toeslagen.
In het ‘Wetsvoorstel aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten’ wordt het als loon verstrekken van aandelenoptierechten aan werknemers fiscaal aantrekkelijker gemaakt door de mogelijkheid te bieden om het heffingsmoment te verschuiven naar het moment waarop de uit de optierechten verkregen aandelen verhandelbaar zijn. Onder de huidige regeling moet de werkgever de loonheffingen over de aandelenoptierechten al inhouden en afdragen, zodra de werknemers de optierechten inruilen voor aandelen. Dit is vaak een probleem voor start-ups en scale-ups, omdat zij op dat moment vaak niet beschikken over voldoende middelen.
Op grond van de voorgestelde maatregel neemt de werkgever dan op het latere moment de waarde in het economisch verkeer van de aandelen in aanmerking als loon. Dan beschikt hij of zij wel over de benodigde middelen om de loonheffingen over de aandelenoptierechten te betalen. Zo moet het ook voor start-ups en scale-ups beter mogelijk worden om personeel aan te trekken en te behouden.
Let op, het latere heffingsmoment is geen must maar een keuzerecht. Komt de huidige regeling beter uit, dan mag de werkgever die toepassen.
Het wetsvoorstel ‘Verlaging tarief en maandelijks aanpassen verhuurderheffing’ regelt de al eerder toegezegde verlaging van de verhuurderheffing per 1 januari 2022 als compensatie voor het feit dat verhuurders en woningcorporaties geen huurverhoging mogen doorvoeren in 2021. Zo wordt hun investeringscapaciteit op peil gehouden. Daarnaast wordt een extra verlaging voorgesteld. Het nieuwe tarief van de verhuurderheffing is op 1 januari 2022 0,485% (in 2021: 0,526%). Daarnaast wordt voorgesteld om de heffingsverminderingen maandelijks in plaats van per kwartaal te verhogen, te verlagen of op nihil te stellen.
Naast de hiervoor genoemde wetsvoorstellen zijn op Prinsjesdag o.a. de volgende twee wetsvoorstellen ingediend bij de Tweede Kamer:
wetsvoorstel ‘Tegengaan mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel’: aanpassing van de regels van zakelijke verrekenprijzen tussen internationale concerns om fiscale mismatches te voorkomen. Kortgezegd komt dit wetsvoorstel erop neer dat alleen verlaging van fiscale winst wordt toegestaan als daartegenover een verhoging staat van de buitenlandse belastinggrondslag;
Met deze nieuwsbrief willen wij u weer op de hoogte brengen van de laatste fiscale wijzigingen en besparingsmogelijkheden.
Wij hopen dat u uw voordeel kunt doen met deze nieuwsbrief. Neemt u voor meer informatie en persoonlijk advies contact op met ons kantoor.
Samenvatting belastingplannen en tips
Dit is de eerste begroting van het nieuwe kabinet-Rutte IV, waar zoals verwacht veel van de plannen in het regeerakkoord in verwerkt zijn. Daarnaast zijn er een aantal wijzigingen uit de Voorjaarsnota opgenomen naar aanleiding van budgettaire uitdagingen door onder meer de gevolgen van de oorlog in Oekraïne en het Kerstarrest voor box 3.
De box 1-heffing wordt iets verlaagd. Daar tegenover staan weer een aantal andere verhogingen van onder meer de overdrachtsbelasting en box 3-heffing voor tweede woningen. Ook de Vennootschapsbelasting voor het MKB wordt verhoogd, waarmee de eerdere verlagingen juist weer worden teruggedraaid. Er is dit jaar veel te doen geweest over de box 3-heffing naar aanleiding van het Kerstarrest van de Hoge Raad met forse gevolgen voor de wijze van heffen. U leest er hieronder meer over, zowel over de correcties over oude jaren als hoe de situatie vanaf nu eruit ziet.
Een greep uit de tips vóór het einde van dit jaar:
– Indien u nog wilt gebruik maken van de verhoogde schenkingsvrijstelling van € 100.000,– voor de eigen woning van uw kind, is dat mogelijk tot uiterlijk 31-12-2022.
– De nieuwe box 3-heffing is gebaseerd op verschillende vermogenscategorieën; eventueel zou u hierop in kunnen spelen door de samenstelling van uw vermogen nog voor 31 december aan te passen. Hierbij zou bijvoorbeeld gedacht kunnen worden aan het omzetten van slecht renderende beleggingen of leningen(vorderingen) die nu tegen het hoogste tarief belast worden naar laag belast spaargeld.
– Voor 2023 gaat het percentage van aftrekposten in de Inkomstenbelasting voor hogere inkomens weer 3% omlaag; indien het mogelijk is om aftrekbare uitgaven naar voren te halen, levert de aftrekpost dit jaar nog meer op.
Particulier
Index particuliere fiscale tips:
Wijzigingen tarieven Box 1 – Inkomen uit werk en woning
Kerstarrest en rechtsherstel box 3-heffing
Massaal bezwaar plus procedure voor niet-bezwaarmakers
Berekening box 3 – heffing buitenlands onroerend goed
Wijzigingen 2023 Box 3 – Voordeel uit sparen en beleggen
Peildatumarbitrage bij schuiven tussen box 3-categorieën
Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
Overdrachtsbelasting: startersvrijstelling en wijziging tarief
Beperking Leegwaarderatio
Wijziging inkomensafhankelijke combinatiekorting
Laatste kans schenking jubelton
Vervanging aftrek scholingskosten
Overige belastingtips
Wijzigingen tarieven Box 1 – Inkomen uit werk en woning
In 2023 wordt het tarief in de eerste schijf verder verlaagd van 37,07% naar 36,93%. Ook dit jaar is de grens voor de eerste schijf verhoogd, namelijk van € 69.398,– naar € 73.071,–. Het tarief voor de tweede schijf blijft 49,5%. Hieronder volgt een schematische weergave van de Inkomstenbelasting in box 1 in 2022 en 2023.
Inkomstenbelasting – AOW niet bereikt
2022
Inkomstenbelasting – AOW niet bereikt
2023
Eerste schijf tot € 69.398
37,00%
Eerste schijf tot € 73.071
36,93%
Tweede schijf vanaf € 69.398
49,50%
Tweede schijf tot € 73.071
49,50%
Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt geldt nog steeds een drieschijvenstelsel. Schijf 1 gaat van 19,17% naar 19,03%. De tweede schijf gaat van 37,07% naar 36,93% en de derde schijf blijft 49,50%. Hieronder volgt een schematische weergave van de Inkomstenbelasting in box 1 in 2022 en 2023.
Inkomstenbelasting – AOW bereikt
2022
Inkomstenbelasting – AOW bereikt
2023
Eerste schijf tot € 35.472
19,17%
Eerste schijf tot € 37.149
19,03%
Tweede schijf vanaf € 35.472 tot € 69.398
37,07%
Tweede schijf vanaf € 37.149 tot € 73.071
36,93%
Derde schijf vanaf € 69.398
49,50%
Derde schijf vanaf € 73.071
49,50%
*er gelden andere schijven voor mensen geboren vóór 1 januari 1946
Kerstarrest en rechtsherstel box 3-heffing
Er is jarenlang geprocedeerd over de fictieve manier van belasting heffen over het box 3-vermogen. Er werd immers uitgegaan van een fictief rendement dat vele malen hoger was dan op de spaarrekening ontvangen werd. De uitspraken voor eerdere jaren pakten allen negatief uit voor de belastingbetaler. Uiteindelijk bepaalde de Hoge Raad in december 2021 in het zogenaamde Kerstarrest echter dat de forfaitaire berekening van box 3 voor de jaren 2017 en 2018 onevenredig zwaar drukt en daarmee in strijd is met het mensenrechtenverdrag. Volgens de Hoge Raad moet rechtsherstel geboden worden aan belastingplichtigen die bezwaar gemaakt hebben.
De Belastingdienst heeft dit rechtsherstel nu uiteindelijk uitgewerkt door belastingplichtigen alsnog te belasten op basis van de werkelijke samenstelling van hun vermogen en niet de fictieve verschillende vermogensgroepen. Er wordt nog steeds uitgegaan van een fictief rendement; het rendement voor spaargeld is sterk verlaagd naar 0,25% of minder op basis van de werkelijke rentestanden. Voor overig vermogen geldt echter het hoogste percentage van rond de 5,5%. Voor schulden geldt een lager percentage rond de 3%. Het heffingsvrij vermogen wordt berekend tegen een gewogen gemiddeld tarief. Er wordt hiermee in ieder geval beter aangesloten op de werkelijke vermogenssituatie. Aangezien het fictief rendement op overig vermogen juist op basis van het hoogste percentage berekend wordt, is de nieuwe berekening niet in alle situaties gunstiger. Voor 2022 is het nog mogelijk om voor het oude systeem te kiezen als de nieuwe berekening ongunstiger uitvalt. Vanaf 2023 is alleen de nieuwe forfaitaire spaarvariant van toepassing.
Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing volgens de oude schijvenvariant in 2022.
Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing volgens de nieuwe forfaitaire spaarvariant voor de jaren 2021 en 2022.
Massaal bezwaar plus procedure voor niet-bezwaarmakers
Op 4 november werd bekend gemaakt dat er voor niet-bezwaarmakers een aanvullende procedure ingericht wordt, ‘massaal bezwaar plus’. Als uit de procedure ‘massaal bezwaar plus’ volgt dat niet-bezwaarmakers in aanmerking komen voor rechtsherstel, dan vindt dit rechtsherstel op dezelfde wijze plaats als bij bezwaarmakers. Het herstel zal dan dus ook gebaseerd zijn op het Beleidsbesluit rechtsherstel box 3. De inspecteur zal voor alle aanslagen 2017-2020 van niet-bezwaarmakers bepalen of deze verminderd moeten worden. Bent u het als niet-bezwaarmaker niet eens met het geboden rechtsherstel, dan kunt u binnen de gestelde termijn verzoeken om ambtshalve vermindering. Bij een afwijzing van dit verzoek staat daartegen vervolgens bezwaar en beroep open.
Staatsecretaris van Financiën Van Rij vestigt overigens wel opnieuw de aandacht op de uitspraak van de Hoge Raad van 20 mei 2022, waarin wordt geoordeeld dat voor niet-bezwaarmakers geen recht bestaat op rechtsherstel, zoals bedoeld in het Kerstarrest. Diverse belangenorganisaties zien echter reden om opnieuw te procederen, omdat zij daarvoor nieuwe rechtsvragen en gronden hebben die niet aan de orde zijn geweest in de uitspraak van 20 mei 2022. Die rechtsvragen worden momenteel in overleg met het ministerie van Financiën geformuleerd. Ook worden de zaken geselecteerd die in de procedure ‘massaal bezwaar plus’ zullen worden voorgelegd aan de belastingrechter. Een uitspraak op de procedure ‘massaal bezwaar plus’ wordt op z’n vroegst in 2023 verwacht. Als de rechter oordeelt dat rechtsherstel ook aan niet-bezwaarmakers moet worden geboden, dan zal de inspecteur eerst een collectieve uitspraak en collectieve beslissing doen op de bezwaren en ambtshalve verminderingsverzoeken die onder de procedure vallen. Vervolgens zal de inspecteur voor alle niet-bezwaarmakers over de jaren 2017 – 2020 bepalen of de aanslag verminderd moet worden. Ongeacht het feit of er een verzoek om ambtshalve vermindering is ingediend. Tegen de collectieve uitspraak of beslissing staan geen rechtsmiddelen open. Wel kunnen de niet-bezwaarmakers binnen een vergelijkbare termijn als de bezwaarmakers, om ambtshalve vermindering verzoeken. Van belang hierbij is – met name voor de aanslag 2017 – dat de 5-jaartermijn hiervoor niet meer relevant is, mocht die inmiddels zijn verstreken. Bij vragen hierover kunt u contact opnemen met ons kantoor.
Berekening box 3 – heffing buitenlands onroerend goed
Overigens zijn er de nodige onduidelijkheden inzake de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting over buitenlands onroerend goed. Ons inziens is de aftrek op een ongunstige manier berekend, uitgaande van het gemiddelde tarief in plaats van het hoge tarief dat toegepast wordt voor onroerend goed. De Belastingdienst is inmiddels zelf begonnen de eerdere verminderingen te corrigeren. Daarnaast is ook de keuze tussen het oude of het nieuwe systeem niet éénduidig bij situaties waarbij een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting speelt. Wij raden aan deze gevallen extra goed te controleren en zo nodig bezwaar te maken.
Wijzigingen 2023 Box 3 – Voordeel uit sparen en beleggen
Wat betreft box 3 zijn er in 2023 de nodige wijzigingen. Vanaf 2023 geldt het nieuwe systeem van de forfaitaire spaarvariant. In dit systeem hebben de categorieën spaargeld, overig vermogen en schulden ieder een eigen percentage aan fictief rendement. In 2023 wordt het heffingsvrij vermogen verhoogd naar circa € 57.000,– (€ 114.000,– voor fiscaal partners). Op basis van de vermogensmix wordt een gemiddeld rendement berekend over het totaal vermogen. Het tarief over het fictief rendement in box 3 bedraagt in 2022 31%. Dit tarief zal jaarlijks stapsgewijs worden verhoogd met 1% tot 33% in 2024 en bedraagt in 2023 zodoende 32%.
Het is de bedoeling om in 2026 een systeem in te voeren op basis van het werkelijke rendement en een vermogensaanwasbelasting. Dit komt voort uit de uitspraak van de Hoge Raad over het fictieve rendement; in de praktijk zitten echter aan ieder systeem veel haken en ogen. Over de nieuwe vermogensaanwasbelasting is dan ook nog veel onduidelijk en het is de vraag of de invoering in 2026 daadwerkelijk plaatsvindt.
Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing volgens de nieuwe forfaitaire spaarvariant voor 2023.
Peildatumarbitrage bij schuiven tussen box 3-categorieën
In het nieuwe systeem van box 3-heffing wordt spaargeld gunstiger belast dan overig vermogen. Om te voorkomen dat belastingplichtigen rond de peildatum voor box 3 gaan schuiven met hun bezittingen tussen de verschillende vermogenscategorieën is er in de Overbruggingswet box 3 een bepaling voor peildatumarbitrage opgenomen. Deze bepaling heeft betrekking op een periode van drie maanden rond 1 januari. Als een transactie binnen deze bepaling valt, wordt deze transactie voor het berekenen van de box 3-heffing op 1 januari genegeerd. Door deze bepaling leidt het tijdelijke omzetten van vermogensbestanddelen derhalve niet tot een lagere belastingheffing. Als het omzetten, van bijvoorbeeld beleggingen naar spaargeld, meer dan drie maanden geleden is op het tijdstip dat deze omzetting weer wordt teruggedraaid valt dit niet onder de peildatumarbitrage-beperking. Als de handeling niet om fiscale redenen is dan valt dit eveneens niet onder de peildatumarbitrage; hiervoor kan de fiscus bewijsstukken opvragen om dit vast te stellen. Heeft u vragen over deze regeling? Neem dan contact met ons op.
Schuiven tussen vermogenscategorieën rond de peildatum van 1 januari is derhalve in principe alleen succesvol als de verschuiving gedurende drie maanden in stand blijft. Uiteraard dient ook rekening gehouden te worden met kosten van het overboeken van effecten en ander vermogen.
De eerste peildatum van het nieuwe systeem is 1-1-2023.
Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
Zoals reeds in 2020 en 2021 vermeld wordt het hoogste tarief waartegen nagenoeg alle aftrekposten mogen worden afgetrokken in stappen afgebouwd tot het lage tarief. Belastingplichtigen waarbij het inkomen in de hoogste schijf in box 1 valt, hebben derhalve minder fiscaal voordeel van deze aftrekposten. In 2023 mogen deze aftrekposten tegen maximaal het lage tarief van 36,93% in aftrek worden gebracht, ten opzichte van 40% in 2022. Het kan dan ook voordelig zijn om aftrekbare kosten waar mogelijk naar voren te halen.
Het gaat hierbij om de volgende aftrekposten:
Alimentatie
Aftrek van scholingsuitgaven
Aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten
Aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten
Giftenaftrek
Hypotheekrenteaftrek
Ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek)
MKB winstvrijstelling
Terbeschikkingsstellingsvrijstelling
Door deze verlaging leveren de aftrekposten in 2022 meer op dan in 2023 en de volgende jaren. Indien u in 2022 met uw inkomen in de hoogste belastingschijf valt is het derhalve raadzaam om, indien mogelijk, aftrekposten zoals giften of zorgkosten nog voor het eind van het jaar te betalen.
Overdrachtsbelasting: startersvrijstelling en wijziging tarief
Vanaf het jaar 2021 is de startersvrijstelling in het leven geroepen. Kopers tussen de 18 en 35 jaar betalen (onder bepaalde voorwaarden) voor een eigen woning eenmalig geen overdrachtsbelasting. Starters kunnen in 2023 een duurder huis vrij van overdrachtsbelasting kopen dan in 2022. Ze moeten er dan wel zelf gaan wonen. Per 2023 wordt de woningwaardegrens namelijk verhoogd van € 400.000 naar € 440.000. Door even te wachten kunnen starters potentieel duizenden euro’s aan overdrachtsbelasting besparen. Kopers vanaf 35 jaar die de woning zelf gaan bewonen betalen 2% overdrachtsbelasting. Kopers die de woning niet zelf gaan bewonen betaalden 8% overdrachtsbelasting. Vanaf 1 januari 2023 bedraagt het tarief 10,4%.
Beperking Leegwaarderatio
Vanaf 2023 wordt de leegwaarderatio flink ingeperkt, mits het Belastingplan 2023 door de Eerste Kamer aangenomen wordt. Hiermee kon in voorgaande jaren op basis van de ontvangen huur voor een box 3-woning de waarde van de betreffende woning vermindert worden en tevens werd zo de box 3-heffing beperkt. Vanaf 2023 geldt deze leegwaarderatio enkel nog voor huurcontracten van minstens 2 jaar waar huurbescherming voor is. Tevens worden de percentages van de leegwaarderatio aanzienlijk verhoogd. Waar tot 2022 de waarde kon verminderd worden tot 45% van de WOZ-waarde is dit vanaf 2023 maximaal nog 73%. Tevens mag de leegwaarderatio niet meer toegepast worden bij verhuur aan gelieerde partijen zoals uw zoon of dochter. In deze situatie moet de woning tegen de volledige WOZ-waarde vermeld.
Aangezien schulden op tweede woningen tegen een lager tarief berekend worden, komt de box 3-heffing voor particuliere verhuurders van tweede woningen fors ongunstiger uit vanaf 2023. Daarnaast is de aankoop van een tweede woning duurder in verband met de verhoging van de overdrachtsbelasting.
Wijziging inkomensafhankelijke combinatiekorting
De inkomensafhankelijke combinatiekorting kan worden toegepast bij mensen met kinderen onder de 12 jaar. De voorwaarden is dat beide partners werken. De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt in 2023 verhoogd tot € 2.694,–. Vanaf 1 januari 2025 wordt de inkomensafhankelijke combinatiekorting afgeschaft. Voor kinderen die voor deze datum geboren zijn is er wel nog twaalf jaar recht op deze heffingskorting. Overigens wordt er toch nog gesproken over een overgangsregeling, waarvan de uitkomst op dit moment niet bekend is.
Laatste kans schenking jubelton
U kunt in 2022 nog voor het laatst de zogenaamde jubelton van € 106.671,– belastingvrij aan uw kind schenken. Voorwaarde is wel dat uw kind dit bedrag binnen 3 kalenderjaren besteedt aan een eigen woning en dat uw kind tussen de 18 en 40 jaar is op de datum van de schenking. Vanaf 2023 bedraagt deze vrijstelling nog slechts € 37.231,–.
Heeft u dit jaar nog geen gebruik gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen? U heeft nog tot 31 december de tijd om deze schenkingen te verrichten. Let er hierbij op dat het geld uiterlijk op 31 december 2022 moet zijn bijgeschreven op de rekening van de ontvanger. In 2022 geldt een algemene vrijstelling van € 2.274,–. Voor schenkingen aan kinderen is een vrijstelling van € 5.677,– van toepassing. Daarnaast zijn er nog een aantal eenmalige schenkingsvrijstellingen (voor bijvoorbeeld een studie of de aanschaf van een eigen woning).
Vervanging aftrek scholingskosten
Vanaf het belastingjaar 2022 zijn studiekosten niet meer aftrekbaar in de Inkomstenbelasting. De fiscale aftrekpost is vervangen door de subsidieregeling STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Vanaf 1 maart 2022 kunnen werkenden en werkzoekenden bij het UWV een STAP-budget aanvragen. Het budget is € 1.000,– per persoon per jaar. Als de aanvraag goedgekeurd is, wordt het bedrag betaald aan de opleider. Alleen studiekosten die tot en met het jaar 2021 betaald zijn, kunnen nog in de aangifte Inkomstenbelasting in aftrek worden gebracht.
Overige belastingtips
Verwacht u dat u over het belastingjaar 2022 of 2023 een hoger bedrag aan belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, om belastingrente te besparen. U betaalt belastingrente als de aanslag over een bepaald jaar later dan 6 maanden na afloop van het betreffende kalenderjaar wordt opgelegd. De belastingrente is minimaal 4%. Om er zeker van te zijn dat een voorlopige aanslag tijdig wordt opgelegd adviseren wij deze voor 1 april 2023 aan te vragen. De aanslag over het belastingjaar 2022 moet ineens betaald worden. De aanslag over het belastingjaar 2023 mag u in termijnen betalen. Heeft u hierover vragen? Wij zijn u graag van dienst bij het aanvragen van een voorlopige aanslag.
Indien u verwacht nog een teruggave te ontvangen voor het jaar 2017, dient voor 31 december 2022 een aangifte Inkomstenbelasting over dit jaar ingediend te worden. In 2023 verloopt namelijk de 5 jaarstermijn voor het indienen van deze aangifte.
Bundelt u voor zover mogelijk aftrekbare kosten zoals ziektekosten en giften in één bepaald jaar. Zo wordt eerder een aftrekpost behaald en komt de drempel maar één keer in mindering op de uitgaven. Voor giften vervalt de drempel overigens helemaal indien u de gift aan een charitatieve instelling voor 5 jaar vastlegt.
Zakelijk
De verlenging van de eerste schijf in de Vennootschapsbelasting naar € 395.000,– in 2022 wordt in 2023 weer ongedaan gemaakt en beperkt tot € 200.000,–. Daarnaast gaat het tarief in de eerste schijf omhoog van 15% naar 19%. Het tarief in de tweede schijf voor winsten boven € 200.000,– bedraagt 25,8%. Daarnaast wordt het box 2-tarief vanaf 2024 gesplitst in twee schijven. Verder wordt de vrije ruimte voor vergoedingen aan werknemers in 2023 verhoogd.
Index zakelijke fiscale tips:
Wijziging vennootschapsbelasting
Wijzigingen box 2-tarief
Verlaging zelfstandigenaftrek
Onbelaste vergoedingen werknemers
Aanpassing vrije ruimte
Afschaffing doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon
Beperking lenen dga van eigen BV
Verliesverrekening vennootschapsbelasting
Wetsvoorstellen voorkoming belastingontwijking internationale ondernemingen
UBO-register tijdelijk niet meer publiek toegankelijk
Overige belastingtips
Wijzigingen Vennootschapsbelasting
Het tarief in de vennootschapsbelasting wordt dit jaar verhoogd. Daarnaast worden ook de schijven aangepast. Het tarief voor de vennootschapsbelasting was 15% over de eerste € 395.000,– winst en voor winsten boven de € 395.000,– was dit in 2022 25,8%. In 2023 wordt het tarief 19% over de eerste € 200.000,–. Het tarief voor winsten boven de € 200.000,– blijft in 2023 25,8%.
Vennootschapsbelasting
2022
Eerste schijf tot € 395.000
15%
Tweede schijf vanaf € 395.000
25,8%
Vennootschapsbelasting
2023
Eerste schijf tot € 200.000
19%
Tweede schijf vanaf € 200.000
25,8%
Wijzigingen box 2-tarief
Het tarief in box 2 blijft voor 2023 ongewijzigd op 26,9%. Er wordt ingaande 2024 een schijventarief met twee schijven ingevoerd in box 2. Dit betreft inkomsten uit aanmerkelijk belang, zoals dividenden en vermogenswinsten op aandelenbelangen boven de 5%. Het tarief bedraagt in 2024 24,5% voor de eerste € 67.000,– en 31% voor het bedrag daarboven. Aangezien dit per partner geldt, kan bij fiscaal partnerschap in totaal € 134.000,– tegen het lage tarief belast worden. Hieronder volgt een schematische weergave van het nieuwe schijventarief.
Inkomstenbelasting box 2
2022 en 2023
Inkomstenbelasting box 2
2024
Vast tarief
26,90%
Eerste schijf tot € 67.000
24,5%
Tweede schijf vanaf € 67.000
31%
Verlaging zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2020 afgebouwd. Vanaf 2023 wordt dit versneld gedaan. Het plan is om de zelfstandigenaftrek stapsgewijs te verlagen met € 1.280 per jaar, naar € 900,– in 2027. In 2022 was de maximale zelfstandigenaftrek € 6.310,–. In 2023 is de maximale zelfstandigenaftrek € 5.030,–.
Inperking 30%-regeling
De 30%-regeling voor ingekomen werknemers wordt per 1 januari 2024 beperkt tot de WNT-norm(ook bekend als de Balkenende-norm). In 2022 bedraagt deze norm € 216.000 op jaarbasis en in 2023 € 223.000. Er geldt een overgangsregeling voor ingekomen werknemers bij wie de 30%-regeling over het laatste loontijdvak(december) van 2022 is toegepast. De aftopping van de 30%-regeling geld voor hen pas vanaf 1 januari 2026, in plaats van 1 januari 2024. Als u dus van plan was om begin volgend jaar een ingekomen werknemer in dienst te nemen met een salaris boven de WNT-norm, dan heeft de werknemer er in sommige gevallen een aanzienlijk voordeel van als de dienstbetrekking al per 1 december 2022 ingaat. Wij adviseren u graag over de mogelijkheden.
Onbelaste vergoedingen werknemers
Doordat er sinds de coronacrisis veel mensen vanuit thuis werken (en dit de werknemer indirect geld kost; meer energieverbruik, verbruik koffie etc.) is er een onbelaste thuiswerkvergoeding geïntroduceerd. Hierdoor kunnen werkgevers per gewerkte dag of gewerkt dagdeel maximaal € 2,– vergoeden. Per 2023 wordt dit bedrag gecorrigeerd voor inflatie en komt daarmee naar verwachting op € 2,13. De onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,19 wordt verhoogd naar € 0,21. De vergoedingen kunnen niet tegelijkertijd betaald worden; per dag kan of gekozen worden voor uitbetaling van de thuiswerkvergoeding of uitbetaling van de reiskostenvergoeding.
Voor het inrichten van een thuiswerkplek mag een werkgever een onbelaste vergoeding geven. De kosten voor bijvoorbeeld een bureaustoel of computerscherm kan de werkgever via andere gerichte vrijstellingen van de werkkostenregeling vergoeden.
Aanpassing vrije ruimte
In 2022 was het percentage van de vrije ruimte 1,7% over de eerste € 400.000,– van de loonsom en 1,18% daarboven. Wilt u hier nog gebruik van maken? Dan heeft u nog tot en met 31 december 2022 de tijd om bepaalde kosten belastingvrij te vergoeden aan de werknemer. Ook kan een bonus uitbetaald worden onder de vrije ruimte mits dit gebruikelijk is; een bedrag tot € 2.400,– wordt in ieder geval als gebruikelijk gezien. Er geldt voor 2023 een tijdelijke verruiming naar 3% over de eerste € 400.000,– van de loonsom. Dit wordt per 2024 weer verlaagd naar 1,92% van de loonsom tot € 400.000,–
Afschaffing doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon
Voor directeur-grootaandeelhouders (>5% aandelenbelang in een BV) geldt de gebruikelijk loonregeling. In 2022 mocht het salaris in principe 25% lager vastgesteld worden dan hetgeen gebruikelijk was voor werknemers die geen dga zijn, ook wel de doelmatigheidsmarge genoemd. Met ingang van 2023 wordt de doelmatigheidsmarge afgeschaft en moet het salaris dus minimaal gelijk zijn aan dat van iemand met het meest vergelijkbare dienstverband. Dat kan voor 2023 dus een aanzienlijke loonsverhoging en extra af te dragen loonheffing tot gevolg hebben voor dga’s.
Beperking lenen dga van eigen BV
De mogelijkheid om te lenen van de eigen BV wordt met ingang van 2023 beperkt, in verband met de inwerkingtreding van de wet excessief lenen bij eigen vennootschap. Als een dga méér dan € 700.000 leent van de eigen BV, wordt het meerdere in box 2 belast (éénmalig). Het eerste peilmoment is 31 december 2023. Eigenwoningschulden tellen niet mee voor de grens van € 700.000, als daarvoor een notariële hypotheekakte is gemaakt (een hypotheekakte is niet nodig voor per 31 december 2022 bestaande eigenwoningschulden). In het geval van hoge leningen of rekening-courantschulden is het van belang om alvast hierop in te spelen en met aflossingen te beginnen, dan wel geld te reserveren voor de belastingafrekening. Er gelden ook specifieke regels bij partnersituaties. Is uw schuld aan de BV hoger dan € 700.000,– of was u dat van plan? Neem contact op met ons kantoor om de mogelijkheden en gevolgen te bespreken.
Verliesverrekening vennootschapsbelasting
Momenteel kunnen bedrijven verliezen verrekenen met winsten uit het voorgaande jaar of de zes opvolgende jaren. Er is geen maximum aan het te verrekenen bedrag. Vanaf 2022 kan tot
€ 1.000.000,– van de winst worden verrekend met verliezen. Daarboven kan slechts worden verrekend met 50% van de winst die de € 1.000.000,– te boven gaat. Tegenover deze beperking komt de tijdslimiet van 6 jaar te vervallen; verliezen kunnen onbeperkt in de tijd worden verrekend. Voor kleine ondernemingen kunnen de regels dan ook gunstiger uitvallen.
Wetsvoorstellen voorkoming belastingontwijking internationale ondernemingen
Naast de hiervoor genoemde wetsvoorstellen over het Belastingplan zijn o.a. de volgende twee wetsvoorstellen ingediend bij de Tweede Kamer om mismatches en belastingontwijking bij internationale structuren tegen te gaan:
– wetsvoorstel ‘Tegengaan mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel’: aanpassing van de regels van zakelijke verrekenprijzen tussen internationale concerns om fiscale mismatches te voorkomen. Kortgezegd komt dit wetsvoorstel erop neer dat alleen verlaging van fiscale winst wordt toegestaan als daartegenover een verhoging staat van de buitenlandse belastinggrondslag;
– wetsvoorstel ‘Implementatie belastingplichtmaatregel uit de tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking’: de belastingplicht voor omgekeerde hybride lichamen. Kortgezegd komt dit voorstel erop neer dat het land van vestiging onder bepaalde omstandigheden de kwalificatie volgt van het land waar de participanten zijn gevestigd.
UBO-register tijdelijk niet meer publiek toegankelijk
Onlangs heeft het EU Hof van Justitie bepaald dat dat de bepaling in de Europese antiwitwasrichtlijn, die regelt dat lidstaten moeten zorgen dat een ieder van het algemeen publiek toegang moet krijgen tot UBO-informatie, onvoldoende onderbouwd is en daarmee ongeldig is. Het publiekelijke toegankelijk maken van de informatie van UBO’s vormt volgens het Hof een ernstige inmenging in het recht op privacy. De verplichting dat het UBO-register voor iedereen toegankelijk moet zijn staat dan ook op losse schroeven. In reactie daarop heeft de regering besloten dat in afwachting van de verdere besluitvorming tijdelijk geen informatie uit het UBO-register meer verstrekt wordt door de Kamer van Koophandel.
Het bovenstaande heeft geen gevolgen voor de plicht voor juridische entiteiten om UBO’s te registreren. Sinds 27 september 2020 is het voor (veel) ondernemers verplicht om een UBO in te schrijven in het UBO-register. UBO staat voor Ultimate Beneficial Owner. Dit zijn personen die meer dan 25% van de aandelen bezitten of het economische belang hebben of het feitelijk zeggenschap van de onderneming hebben.
Overige belastingtips
Op dit moment verleent de Belastingdienst een betalingskorting als een voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting die in termijnen betaald mag worden ineens wordt voldaan. Dit wordt echter afgeschaft per 1 januari 2023.
Verwacht u dat u over het belastingjaar 2023 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. De belastingrente is voor IB-ondernemers momenteel 4% en voor BV’s 8%.
Indien u voldoende investeringen heeft gedaan om in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek, maar nog niet alle investeringen heeft betaald adviseren wij u deze betalingen nog voor het einde van het jaar te verrichten zodat u voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek in aanmerking komt. U komt in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wanneer het totaal aan investeringen hoger is dan € 2.400,–.
Heeft uw partner dit jaar meegewerkt in de zaak maar nog geen vergoeding ontvangen? Betaal dan een vergoeding uit voor het einde van het jaar. Voor uw partner valt deze vergoeding in box 1. Het tarief is afhankelijk van het totale box 1 inkomen van uw partner.
Per 1 januari 2025 wordt de BPM-vrijstelling voor bestelauto’s afgeschaft. De vrijstelling blijft echter van toepassing voor bestelauto’s die voor die datum aangeschaft zijn. Dus als u sowieso al van plan was een bestelauto aan te schaffen voor uw bedrijf dan is voordelig als dit voor 1 januari 2025 plaatsvindt. Overigens blijft de BPM-vrijstelling wel van toepassing op emissieloze bestelauto’s.
Er zijn aanvullende maatregelen bekend gemaakt met betrekking tot het terugbetalen van coronabelastingschulden. Wij verzoeken u contact op te nemen voor nadere toelichting.
Deze wijzigingen uit het ‘Belastingplan 2020‘ gaan in op 1 januari 2020, tenzij anders vermeld:
Snellere invoering tweeschijvenstelsel In plaats van per 1 januari 2021 gaat al per 1 januari 2020 het tweeschijvenstelsel in. Er komen twee IB-tariefschijven van 37,35% en 49,5% (toptarief);
Verhoging algemene heffingskorting In het voorstel wordt de algemene heffingskorting in twee stappen verhoogd: met € 78 in 2020 en met € 2 in 2021. Deze verhoging komt bovenop de beleidsmatige verhoging die al in het basispad zat;
Verhoging arbeidskorting De arbeidskorting wordt volgens het voorstel met ingang van 2020 in drie stappen verhoogd ten opzichte van het basispad;
Afbouw zelfstandigenaftrek In 2020 wil het kabinet beginnen met een verlaging van de zelfstandigenaftrek van € 7.280 naar uiteindelijk zo’n € 5.000. Het voorstel is om dit in 8 stappen van € 250 per jaar en 1 stap van € 280 te doen, zodat in 2028 de aftrek € 5.000 bedraagt;
Meer vrije ruimte De vrije ruimte wordt per 1 januari 2020 verhoogd van 1,2% naar 1,7% van de totale loonsom over de eerste € 400.000. Voor de resterende loonsom (boven de € 400.000) blijft de vrije ruimte 1,2%. Hierdoor kunnen werkgevers vanaf 2020 € 2.000 meer onbelast verstrekken aan hun werknemers.
Geen verlaging vennootschapsbelasting voor winst boven 200.000 euro De vennootschapsbelasting over winsten boven 200.000 euro wordt volgend jaar nog niet verlaagd naar 22,5%, zoals eerder was voorgenomen. Het vennootschapsbelastingtarief blijft 25%. Ook daalt het tarief vanaf 2021 minder snel: naar 21,7 % in plaats van 20,7%. Voor winsten lager dan 200.000 euro daalt het tarief volgend jaar wel van 19% naar 16,5 %.
Andere voorgestelde maatregelen in het Belastingplan 2020 zijn onder meer:
Gerichte vrijstelling voor vergoedingen voor de kosten van Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG);
De grondslag voor de berekening van de korting op producten uit het eigen bedrijf wordt de waarde in het economisch verkeer van die producten;
Aangifte en afdracht over eindheffingsbestanddelen moet uiterlijk bij de loonaangifte van het tweede loontijdvak plaatsvinden (nu nog uiterlijk het eerste loontijdvak);
Gedeeltelijke terugdraaiing van beëindiging overgangsrecht saldolijfrenten;
Invoering jaarlijkse indexatie van de vrijwilligersregeling;
Verlaagd btw-tarief voor digitale uitgaven.
De volgende wijzigingen uit de ‘Overige fiscale maatregelen 2020‘ treden in werking per 1 januari 2020, tenzij anders vermeld:
Overige:
Openbaar maken van vergrijpboeten die zijn opgelegd aan medeplegers die beroeps- of bedrijfsmatig bijstand verleenden;
Wijziging tonnageregeling;
Keuzeregeling om berichten van de Belastingdienst per post of elektronisch te ontvangen;
Wijziging belastingrente voor de vennootschapsbelasting en de erfbelasting;
Aanpassing van de inkeerregeling: boetevrij inkeren wordt uitgesloten voor ab-inkomen en er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen binnenlands en buitenlands inkomen.
Geachte relatie,
De aangifte Inkomstenbelasting over 2019 kan inmiddels alweer ingediend worden. In deze nieuwsbrief leest u met name over de mogelijkheden in de aangifte 2019 en enkele actuele thema’s op belastinggebied.
Indien u uw gegevens over 2019 aanlevert of reeds heeft aangeleverd, dan verzorgen wij weer graag uw aangifte. Omdat wij in deze periode veel stukken voor het opstellen van de aangifte Inkomstenbelasting binnen krijgen, kunnen wij niet al deze aangiften verzorgen voor 1 mei. Derhalve vragen wij voor onze cliënten automatisch uitstel aan voor het indienen van de aangifte. Wij zullen de aangiften zoveel mogelijk op volgorde van binnenkomst behandelen. Mocht u een specifieke reden hebben waardoor de aangifte snel gedaan moet worden (bijvoorbeeld voor de aanvraag van de financiering van een woning) dan vragen wij u dit ons kenbaar te maken. Wij zullen hier rekening mee houden bij het inplannen van de aangifte.
Vergeet u niet om ook informatie mee te zenden over mogelijk aftrekbare uitgaven en andere relevante wijzigingen in uw situatie. Dit helpt ons om uw aangifte zoveel mogelijk te optimaliseren. Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet
en hoogachting,
J.C. Suurmond & zn. Belastingadviseurs
Aftrekposten 2019
In de aangifte inkomstenbelasting 2019 bestaan de volgende aftrekposten om uw belastbaar inkomen te verlagen:
hypotheekrente van uw eigen woning
premies lijfrente
niet-vergoede ziektekosten (o.m. geneeskundige hulp, voorgeschreven medicijnen en reiskosten van ziekenbezoek)
onderhoudsverplichtingen aan ex-echtgenoot o.m. in de vorm van alimentatie
giften aan erkende charitatieve instellingen (zie de ANBI-lijst)
studiekosten en andere scholingsuitgaven
reiskosten voor regelmatig woon-werkverkeer per openbaar vervoer
weekenduitgaven voor gehandicapten
Behoudens uitzonderingen is het nog mogelijk om t/m juni 2020 een lijfrente af te storten die nog in mindering komt op het inkomen in 2019. Dit kan interessant zijn indien de jaarruimte nog niet gebruikt is voor pensioenpremies in combinatie met een inkomen in de hoogste tariefschijf.
De aftrek studiekosten komt waarschijnlijk in 2021 te vervallen; nog in 2020 betaalde bedragen zijn hoe dan ook aftrekbaar.
Let u er wel op dat er voor een aantal aftrekposten een drempel of andere aanvullende voorwaarden bestaan, waardoor uw uitgaven mogelijk toch niet tot aftrek leiden. Denkt u voor een aftrekpost in aanmerking te komen, maar heeft u hier nog vragen over, neem dan gerust contact met ons op.
Aftrekpost monumentenkosten
De aftrekpost onderhoudskosten rijksmonumenten is in 2019 afgeschaft. Hiervoor in de plaats is een subsidieregeling gekomen. De subsidieaanvraag dient voor 1 mei ingediend te worden, zonder uitstelmogelijkheid. Voor projecten waarvoor u al in 2018 verplichtingen bent aangegaan die pas in 2019 betaald zijn, geldt een overgangsregeling. Indien deze kosten voor de oude fiscale regeling voor aftrek in aanmerking zouden komen, kwalificeren deze ook voor de subsidieaanvraag. Om een subsidie te claimen dient u er derhalve vroeg bij te zijn.
Belastingrente
Volgens de belastingrenteregels, zal de Belastingdienst vanaf 1 juli 2020 rente berekenen over een te betalen bedrag voor de aangifte 2019. Deze rente bedraagt momenteel 4% voor de Inkomstenbelasting en 8%(!) voor de Vennootschapsbelasting. Verwacht u een hoge aanslag en wilt u de rente hierover vermijden, neem dan contact op voor het aanvragen van een voorlopige aanslag. In geval van een teruggave vergoedt de Belastingdienst nog maar beperkt rente.
Geen aangifte doen?
Het komt voor dat belastingplichtigen van de Belastingdienst te horen krijgen dat er geen aangifte gedaan hoefde te worden, terwijl het in de gegeven situatie wel verplicht was of juist gunstig was. Bijvoorbeeld voor een buitenlands belastingplichtige met Nederlands onroerend goed, of iemand met persoonsgebonden aftrekposten.
Dit jaar heeft de Belastingdienst aangegeven dat sommige gegevens in de vooringevulde aangifte onjuist kunnen zijn, onder meer met betrekking tot lijfrentepremies. De meeste aftrekposten worden hierin ook niet meegenomen. Of u nu een bericht ontvangen heeft of niet, het is altijd verstandig om goed te kijken naar uw fiscale situatie, en of u nog besparingsmogelijkheden heeft.
Berichten die u via de digitale Berichtenbox ontvangt, worden overigens ook nog per post verstuurd.
Schenkingsaangifte
Indien u schenkingen doet aan uw kinderen of andere personen boven de vrijstelling, dan is hier Schenkbelasting over verschuldigd. In 2019 bedroeg de jaarlijkse schenkvrijstelling voor schenkingen aan kinderen € 5.428 (2020: € 5.515) en aan overige verkrijgers € 2.173 (2020 € 2.208). Indien u een schenking heeft gedaan hoger dan de jaarlijkse vrijstelling, dient u hiervoor aangifte te doen.
Verder bestaan er hogere éénmalige vrijstellingen voor kinderen ten behoeve van een dure studie of eigen woning. Vanaf 2017 bestaat er onder bepaalde voorwaarden weer de mogelijkheid om een schenking van € 100.000,– te doen belastingvrij. Voor 2020 is de schenkingsvrijstelling voor een schenking van ouders aan kinderen voor het kopen van een huis € 103.643. Om de vrijstelling te claimen is het ook nodig om een aangifte Schenkbelasting te doen. In principe moet een aangifte Schenkbelasting al voor 1 maart ingediend worden. Mocht dit nog niet gedaan zijn of heeft u hierover nog vragen, dan helpen wij u graag verder.
Heeft u nog een vraag? Neemt u dan contact met ons op.
Beheer cookie toestemming
Wij gebruiken technologieën zoals cookies om informatie over uw apparaat op te slaan en/of te raadplegen. We doen dit met als doel om de beste ervaring te bieden en om gepersonaliseerde advertenties te tonen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als u geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.