
Eindejaarstips 2025 (particulier)
Opgaaf werkelijk rendement
Belastingplichtigen wiens werkelijk rendement lager is dan het fictieve rendement, kunnen er nu voor kiezen om hun werkelijk rendement door te geven aan de Belastingdienst met een ‘opgaaf werkelijk rendement’. Het werkelijk rendement dient gespecificeerd aangetoond te worden per vermogensbestanddeel. Het opstellen van deze opgaaf vereist een uitgebreide analyse van uw vermogen, waarbij wij per vermogenscategorie zowel de genoten inkomsten als de (on)gerealiseerde vermogenswinsten moeten berekenen. Voor bepaalde vermogenscategorieën wordt nog steeds met fictieve uitgangspunten gewerkt, denk aan de WOZ-waarde en leegwaarderatio voor verhuurde woningen. De precieze toepassing van de regels is op enkele punten nog niet volledig uitgekristalliseerd.
In meer detail: toepassing per vermogenscategorie: voor elke categorie gelden andere regels:
- Bank- en spaartegoeden: Hier wordt gekeken naar de rente-inkomsten die u daadwerkelijk hebt ontvangen. Dit vraagt om een overzicht van alle tegoeden en bijbehorende jaaroverzichten. Indien de rekening in vreemde valuta is, dienen de transacties in het jaar omgerekend te worden naar euro’s teneinde het valutakoersresultaat te bepalen.
- Beleggingen (aandelen, obligaties, beleggingsfondsen, etc.): Hier dienen zowel dividenden en andere inkomsten als gerealiseerde en ongerealiseerde koerswinsten (of verliezen) te worden vastgesteld. Dit betekent dat alle aan- en verkopen van effecten in kaart moeten worden gebracht, inclusief transactiedata en -waarden. Indien de rekening in vreemde valuta is, dienen de transacties in het jaar omgerekend te worden naar euro’s teneinde het valutakoersresultaat te bepalen.
- Onroerend goed (niet zijnde eigen woning): Voor verhuurd vastgoed moeten wij de huurinkomsten berekenen, alsmede eventuele (gerealiseerde en ongerealiseerde) waardeveranderingen. Hier spelen ook specifieke waarderingsregels mee, zoals de leegwaarderatio en WOZ-waarde. Bij tussentijdse wijzigingen zoals aankoop of verkoop worden de waardeveranderingen tijdsevenredig berekend.
- Vorderingen en schulden: De rente-inkomsten of -lasten dienen hier in kaart gebracht te worden, evenals eventuele aflossingen of waardeveranderingen. Indien er sprake is van vreemde valuta, dient ook het valutakoersresultaat bepaald te worden.
- Overige bezittingen en vermogensbestanddelen: Denk hierbij aan contanten, crypto-activa of waardevolle bezittingen. Ook hiervoor moeten de juiste waarderingen en inkomsten worden vastgesteld volgens de geldende regelgeving.
Deze berekeningen zijn arbeidsintensief en vergen een zorgvuldige onderbouwing met documentatie en bewijsstukken. Er zullen daarom bankafschriften, jaaroverzichten, effectennota’s, WOZ-beschikkingen en andere relevante documenten verzameld en in de opgaaf verwerkt moeten worden.
Voor welke jaren
De opgaaf werkelijk rendement kan ingediend worden voor alle jaren waarvan de aanslag niet onherroepelijk vaststond ten tijde van het Kerstarrest van 24 december 2021. Daarnaast geldt dit voor jaren waar bezwaar is gemaakt tegen de definitieve aanslag en waarvoor binnen de 5-jaarstermijn een verzoek tot ambtshalve vermindering voor is ingediend. Aangezien het ieder kalenderjaar opnieuw mogelijk is om de keuze te maken tussen fictief en werkelijk rendement, zijn er vaak mogelijkheden om de belastingdruk te optimaliseren.
Praktijk en tips
Indien er bij een tweede woning of vakantiewoning sprake is van een forse stijging van de WOZ-waarde, zal er in de meeste gevallen geen vermindering mogelijk zijn. Dit onderstreept ook het belang van de WOZ-waarde; mocht deze aan de hoge kant zijn vastgesteld dan is dit nog een extra reden om bezwaar te maken tegen de jaarlijkse gemeentelijke aanslag waarin de WOZ-waarde wordt vastgesteld. Hetzelfde geldt voor een beleggingsportefeuille; in het geval van een forse vermogensaanwas zal het fictieve rendement waarschijnlijk voordeliger zijn en vice versa. Uiteraard hangt het uiteindelijke resultaat ook af van de andere vermogensbestanddelen.
