
Opgaaf werkelijk rendement
Opgaaf werkelijk rendement
Er is jarenlang geprocedeerd over de fictieve manier van belasting heffen over het box 3-vermogen. Er werd immers uitgegaan van een fictief rendement dat vele malen hoger was dan op de spaarrekening ontvangen werd. Uiteindelijk bepaalde de Hoge Raad in december 2021 in het zogenaamde Kerstarrest echter dat de forfaitaire berekening van box 3 voor de jaren 2017 en 2018 onevenredig zwaar drukt en daarmee in strijd is met het mensenrechtenverdrag. Volgens de Hoge Raad moet rechtsherstel geboden worden aan belastingplichtigen die bezwaar gemaakt hebben.
Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat de nieuwe fictieve heffing volgens de Herstelwet nog steeds in strijd is met het mensenrechtenverdrag. De Belastingdienst heeft daarom een nieuwe regeling opgezet die het werkelijk rendement beter benadert. Omdat het vaststellen van het werkelijke rendement in de praktijk vaak ingewikkeld is, is de nieuwe regeling complex. Daarnaast zitten er nog steeds fictieve elementen in het nieuwe stelsel. Als de uitkomst van de nieuwe regeling gunstiger is dan die van het forfaitaire systeem, kunnen belastingplichtigen voor deze methode kiezen.
Deze regeling loopt vooruit op een geheel nieuwe box 3-heffing op basis van werkelijk behaald rendement. De invoering hiervan wordt op dit moment verwacht in 2028.
Opgaaf werkelijk rendement
Belastingplichtigen wiens werkelijk rendement lager is dan het fictieve rendement, kunnen er nu dus voor kiezen om hun werkelijk rendement door te geven aan de Belastingdienst via een ‘opgaaf werkelijk rendement’. Het werkelijk rendement dient gespecificeerd aangetoond te worden per vermogensbestanddeel. Het opstellen van deze opgaaf vereist een uitgebreide analyse van het box 3 vermogen, waarbij per vermogenscategorie zowel de genoten inkomsten als de (on)gerealiseerde vermogenswinsten berekend moeten worden. Voor bepaalde vermogenscategorieën wordt nog steeds met fictieve uitgangspunten gewerkt, denk aan de WOZ-waarde en leegwaarderatio voor verhuurde woningen. De precieze toepassing van de regels is op enkele punten nog niet volledig uitgekristalliseerd.
Toepassing per vermogenscategorie
Voor elke vermogenscategorie gelden andere regels. Voor spaartegoeden moet gekeken worden naar alle rente-inkomsten die in het betreffende jaar ontvangen zijn. Voor vermogensbestanddelen die in waarde fluctueren zal de waardeverandering in het belastingjaar in kaart gebracht moeten worden. Denk aan aandelen of een verhuurde woning in box 3. Bij bank- of beleggingsrekeningen in buitenlandse valuta, dient ook rekening gehouden te worden met het valutaresultaat.
Voor welke jaren?
De opgaaf werkelijk rendement kan ingediend worden voor alle jaren waarvan de aanslag niet onherroepelijk vaststond ten tijde van het Kerstarrest van 24 december 2021. Daarnaast geldt dit voor jaren waar bezwaar is gemaakt tegen de definitieve aanslag en waarvoor binnen de 5-jaarstermijn een verzoek tot ambtshalve vermindering voor is ingediend. Aangezien het ieder kalenderjaar opnieuw mogelijk is om de keuze te maken tussen fictief en werkelijk rendement, zijn er vaak mogelijkheden om de belastingdruk te optimaliseren.
Bekijk deze klantcases

Bram heeft een leegstaande woning in Nederland die hij als pied-à-terre gebruikt. In 2023 en 2024 is sprake geweest van een daling van de WOZ-waarde, waardoor in die jaren sprake is van een negatief werkelijk rendement. Bram kan via de opgaaf werkelijk rendement een teruggave claimen.
— Bram, klant bij J.C. Suurmond & zn. Belastingadviseurs

“Sandra heeft een beleggingsportefeuille van € 500.000. In 2020 is haar portefeuille met € 50.000 gedaald, waardoor zij in dat jaar een negatief rendement heeft. Aangezien de definitieve aanslag 2020 na december 2021 is opgelegd, kan zij in aanmerking komen voor een teruggave.”
— Sandra, klant bij J.C. Suurmond & zn. Belastingadviseurs

“Wim heeft een familielid € 200.000 geleend voor de aankoop van een woning. Hij ontvangt jaarlijks 2% rente. Het door de Belastingdienst berekende fictieve rendement over deze lening bedraagt echter jaarlijks ca. 6%. De kans is groot dat Wim via de opgaaf werkelijk rendement een teruggave kan claimen.”
— Wim, klant bij J.C. Suurmond & zn. Belastingadviseurs
Contact
Neem contact met ons op en leg uw situatie voor. Wij bekijken graag samen met u de mogelijkheden in uw situatie!
