Referenties

Belastingplan 2019

25 september 2018

Deze week maakte de regering het belastingplan 2019 bekend op Prinsjesdag.

Een gedeelte van de voorstellen zal in 2019 al ingaan, maar er zijn ook maatregelen die pas ingevoerd zullen worden over een paar jaar of verspreid over jaren volledig effectief zullen worden. Alle voorstellen moeten nog goedgekeurd worden door de Eerste en Tweede Kamer.

Inkomsten belasting

  • Inkomstenbelastingverlaging en invoering van twee belastingschijven: Het huidige inkomstenbelasting stelsel kent vier belastingschijven: 36,55% (inkomen maximaal € 20.142); 40,85% (inkomen maximaal € 34.404); 40,85% (inkomen maximaal € 68.507); 51,95% (inkomen boven € 68.507). In 2019 worden eerste de 4 belastingschijven verlaagd tot: 36,65%; 38,10%, 38,10% and 51,75%. Vanaf 2021 zal het belastingsysteem nog maar twee schijven hebben waarvan de eerste 37,05% voor inkomens tot € 68.507 en 49,50% voor alle inkomens hierboven.
  • De arbeidskorting zal sneller oplopen. Het maximum wordt verhoogd. De inkomensafhankelijke combinatiekorting zal gelijkmatiger opgebouwd worden. Bovenstaande maatregelen zouden moeten leiden tot een hoger netto inkomen voor inkomens tussen de € 20.000 en € 60.000.
  • De algemene heffingskorting maximum gaat omhoog met € 358 totaal, verspreid over 3 jaar. Dit zou ten gunste moeten komen voor mensen met een inkomen tot € 50.000.
  • Vanaf 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek verminderd met 3% per jaar totdat tarief in de eerste schijf, 37,05% is bereikt.
  • Ook verminderd met 3% per jaar (tot de 37,05% is bereikt) worden de volgende grondslagverminderende posten. (Dit is alleen relevant voor belastingplichtigen met inkomen in de hoogste schijf.):
    • de ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek);
    • de MKB-winstvrijstelling (alleen indien de winst positief is na aftrek van de ondernemersaftrek)
    • de terbeschikkingstellingsvrijstelling (alleen indien positief);
    • de persoonsgebonden aftrek (dit geldt nu voor onder andere uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, specifieke zorgkosten en scholing, monumentenpanden, de weekenduitgaven voor gehandicapten, aftrekbare giften)
  • De vennootschapsbelasting voor onder andere BV’s of NV’s worden van 20% en 25% verlaagd naar 16% en 22,25%.
  • Het aanmerkelijk belangtarief in box 2 wordt verhoogd van 25% naar 26,9%. Verder gaat in box 2 de beperking van de voorwaartse verliesverrekening van 9 naar 6 jaar.
  • Vanaf 2020 vindt er geleidelijk een verlaging van het eigenwoningforfait plaats met 0,05% per jaar in 2020, 2021 en 2023. Dit geldt voor woningen met een WOZ-waarde tussen € 75.000 en € 1.060.000 (in 2018). Uitgezonderd is de bijtelling privegebruik woning voor woningen die tot het ondernemingsvermogen behoren.
  • Het lage BTW tarief wordt verhoogd van 6% naar 9%. Hierdoor zullen producten of diensten zoals eten, water, boeken, bloemen, kapper, musea, attractieparken duurder worden.
  • In een apart voorstel staat de afschaffing van de monumentenaftrek per 2019. Deze zal worden vervangen door een subsidieregeling
  • De energiebelasting op gas wordt verhoogd met € 0,03 per M2 en verlaagd voor elektriciteit met € 0,72 per kWh. Ook wordt per gezin de belastingaftrek voor energiebelasting € 51 lager per jaar. 

Loonbelasting

  • De 30% ruling wordt met ingang van 1 januari 2019 verkort van 8 naar 5 jaar, ook voor expats die reeds gebruik maken van de regeling. De termijnverkorting geldt ook voor de keuzeregeling voor partiële buitenlandse belastingplicht.
  • De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding wordt verhoogd van € 150 per maand of € 1.500 per jaar naar respectievelijk € 170 en € 1.700.

Omzetbelasting

  • Het lage BTW tarief wordt verhoogd van 6% naar 9%.
  • Het toepassingsbereik van de btw-sportvrijstelling wordt verruimd.