Zoals reeds vorig jaar werd aangekondigd wordt het huidige vier tariefstelsel terug gebracht tot een twee schijven stelsel. In 2019 worden de percentages van de vier schijven aangepast van 36,55%, 40,85%, 40,85% en 51,95% naar 36,65%, 38,10%, 38,10% en 51,75%. Hierbij wordt de eerste schijf iets verhoogd, de overige drie schijven dalen. De tarieven worden stapsgewijs verlaagd waardoor er vanaf 2021 nog maar twee schijven over zijn van 37,05% voor inkomens tot € 68.507,– en 49,50% voor alle inkomens hierboven. Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt gelden aangepaste tarieven en wordt het een drie schijven stelsel. Ook de tarieven voor het box 2-inkomen wordt aangepast. Voor meer informatie verwijzen wij u door naar het hoofdstuk zakelijk in deze nieuwsbrief.
Box 3 wijzigingen in 2019
In het belastingplan 2019 is een kleine wijziging doorgevoerd met betrekking tot het heffingsvrij vermogen. Dit wordt verhoogd van € 30.000,– per persoon naar € 30.360,– per persoon (€ 60.720,– voor fiscaal partners). Daarnaast worden de schijven in box 3 aangepast. In 2018 was het gemiddeld percentage van de grondslag sparen en beleggen tot € 70.800,– een bedrag van 2,017 %. Bij een grondslag tussen € 70.801,– en € 978.000,– was dit percentage gemiddeld 4,326% en voor vermogens boven de € 978.000,– was dit 5,38%. In 2019 wordt de eerste schijf tot € 71.650,– belast tegen gemiddeld 1,94%. Voor een grondslag tussen de € 71.651,– en € 989.736,– wordt dit gemiddelde percentage 4,45% en voor vermogens vanaf € 989.736,– wordt dit percentage vastgesteld op 5,60%. Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing in 2019.
Wijziging heffingskortingen
De algemene heffingskorting wordt in de jaren 2019-2021 stapsgewijs verhoogd voor mensen met een inkomen tot € 50.000,–. Daarnaast gaat de arbeidskorting in de jaren 2019-2021 omhoog. Door een verhoging van de arbeidskorting gaat werken meer lonen voor mensen met een inkomen tussen de € 20.000,– en € 60.000,–.
Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
Het tarief waartegen een aantal aftrekposten mag worden afgetrokken wordt geleidelijk afgebouwd. Dit betekent dat mensen die vallen in de hoogste inkomensschijf geleidelijk minder fiscaal voordeel hebben van deze aftrekposten. De posten waar deze maatregel voor geldt zijn onder andere de zelfstandigenaftrek, de MKB-winstvrijstelling, de aftrek van giften en de aftrek van partneralimentatie. In 2018 is de hoogte van de aftrekpost voor mensen met een inkomen boven de € 68.507,– 51,95%. In 2019 daalt dit percentage naar 51,75%. Dit percentage wordt de komende jaren verder verlaagd tot 37,05% in 2023.
Wijzigingen eigen woning
Het tarief waartegen de hypotheekrente mag worden afgetrokken wordt verder verlaagd. Deze maatregel was in 2014 al ingevoerd, maar de afbouw wordt nu versneld. In 2018 is de hoogte van de aftrekpost voor mensen met een inkomen boven de € 68.507,– 49,50% voor de hypotheekrente. In 2019 wordt dit bedrag verlaagd naar 49%. Dit percentage wordt de komende jaren verder verlaagd tot 37,05% in 2023. Mensen met een inkomen lager dan € 68.507,– ondervinden geen fiscaal nadeel door deze maatregel. Het eigenwoningforfait voor woningen met een waarde tussen de € 75.000,– en € 1.060.000,– wordt verlaagd van 0.7% naar 0,45% in 2023. Dit ter compensatie van de verlaging van de hypotheekrenteaftrek.
Wijziging 30% regeling
In het belastingplan 2019 is het voorstel opgenomen om per 1 januari 2019 de 30% regeling van 8 naar 5 jaar te verkorten. Deze verkorting geldt niet alleen voor werknemers die vanaf 2019 naar Nederland komen, maar ook voor bestaande gevallen. Er is overgangsrecht ingesteld voor mensen die door de nieuwe regeling in 2019 of 2020 de 30% regeling zouden kwijtraken. Zij mogen nu toch nog gebruik maken van de regeling tot eind 2020. De 30% regeling is er voor expats met specifieke schaarse deskundigheid die vanuit het buitenland naar Nederland zijn aangetrokken om te werken en houdt in dat 30% van hun salaris belastingvrij mag worden uitgekeerd. Dit ter compensatie van de extra kosten voor huisvesting en reiskosten die de buitenlandse werknemers moeten maken.
Monumentenaftrek wordt afgeschaft
Er bestonden al langer plannen om de monumentenaftrek af te schaffen. Deze plannen worden nu alsnog doorgevoerd en de monumentenaftrek wordt afgeschaft per 1 januari 2019. Deze regeling wordt vervangen door een subsidieregeling. Deze subsidieregeling moet nog nader uitgewerkt worden. Onderhoudskosten die in 2018 zijn gemaakt kunnen nog wel worden opgevoerd in de belastingaangifte 2018 die vanaf 1 maart 2019 kan worden ingediend. Mocht u nog plannen hebben om onderhoud aan uw monument te verrichten dan adviseren wij dit nog voor het einde van het jaar te doen. Aangezien het moment van betaling doorslaggevend is, is het van belang dat de betaling nog dit jaar plaatsvindt. Dit zou ook bij wijze van vooruitbetaling mogen.
Verhoging lage BTW-tarief
Per 1 januari 2019 gaat het lage Btw-tarief omhoog van 6% naar 9%. Dit betekent dat de dagelijkse boodschappen voor iedereen duurder worden. Het lage Btw-tarief geldt ook voor bijvoorbeeld water, bloemen, de kapper en een bezoek aan musea en attracties. Daarnaast geld het ook voor isoleer-, schilder- en stukadoorswerkzaamheden voor een woning ouder dan 2 jaar. Mocht u van plan zijn om bijvoorbeeld uw huis te laten schilderen of een andere dienst- of product aan te schaffen waarop het lage Btw-tarief van toepassing is, dan adviseren wij u deze kosten in 2018 te betalen.
Verhoging vrijwilligersvergoeding
Per 1 januari 2019 gaat de vrijwilligersvergoeding omhoog van € 150,– per maand naar maximaal € 170,– per maand. Op jaarbasis wordt de vergoeding verhoogd van € 1.500,– naar € 1.700,–. Het kabinet verhoogt deze vergoeding in verband met het grote maatschappelijke belang van vrijwilligerswerk. Over deze vergoeding hoeft de ontvanger geen belasting en premies volksverzekeringen te betalen.
Fiets van de zaak
Het kabinet wil stimuleren dat mensen vaker met de fiets naar het werk gaan omdat dit beter is voor het milieu. Derhalve wordt het aantrekkelijker gemaakt om een fiets van de zaak aan te schaffen. Deze maatregel gaat in vanaf 2020. Het bijtellingspercentage van de fiets wordt vastgesteld op 7% van de waarde van de adviesprijs van de fiets. Met de huidige regeling moet er precies worden bijgehouden hoeveel kilometers er privé en hoeveel kilometers er zakelijk gereden worden. Met de invoering van de forfaitaire bijtelling is dit verleden tijd.
Wijziging energiebelasting
Per 1 januari 2019 gaat de belasting op aardgas in de eerste schijf omhoog met 3 cent per M3. De belasting op elektriciteit wordt in de eerste schijf verlaagd met 0,72 cent per kWh. Hiermee wordt dat wat vervuilender is zwaarder belast. Het kabinet hoopt dat het hierdoor aantrekkelijker wordt gemaakt om over te gaan op elektrische verwarmingsopties.
Inkeerregeling
Dit jaar hebben minder mensen gebruik gemaakt van de inkeerregeling dan in voorgaande jaren. In verband met de berichtgeving is er een beeld ontstaan dat de inkeerregeling is afgeschaft. Dit is echter niet juist. Er kan nu en ook in 2019 nog steeds gebruik gemaakt worden van de inkeerregeling met diverse straf verminderende faciliteiten. Slechts het boete vrij inkeren over de laatste 2 jaar vanaf 2018 is komen te vervallen. Heeft u buitenlands of binnenlands vermogen dat niet correct is aangegeven in de aangiften, dan adviseren wij u dit te melden bij de Belastingdienst. Wij zijn u hierbij graag van dienst.
Maak gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen
Heeft u dit jaar nog geen gebruik gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen? U heeft nog tot 31 december de tijd om deze schenkingen te verrichten. In 2018 geldt een algemene vrijstelling van € 2.147,–. Voor schenkingen aan kinderen is een vrijstelling van € 5.363,– van toepassing. Indien u de schenkingen doet voor het einde van het jaar, verlaagt dit tevens uw vermogen in box 3 voor de peildatum van 1-1-2019.
Besparing box 3 – OFGR
Vanaf 2017 is de box 3-heffing ongunstiger geworden voor hogere vermogens vanaf € 250.000,–. Dat is een reden voor vermogende particulieren om te kijken naar andere manieren om hun vermogen onder te brengen. Een alternatief kan zijn het zogenaamde sparen in de BV of een open fonds voor gemene rekening (OFGR). In tegenstelling tot de fictieve belastingheffing in box 3 worden deze entiteiten belast op basis van het werkelijke rendement. Met de huidige lage rentestanden en rendementen worden deze in de meeste gevallen gunstiger belast. Wij kunnen voor u een berekening maken om de opties te vergelijken en de potentiële besparing inzichtelijk te maken. Uiteraard zijn wij ook beschikbaar voor begeleiding bij het oprichten van een BV of OFGR en de jaarlijkse aangifteverplichtingen hiervan.
Overige belastingtips
Doe geplande uitgaven nog voor het einde van het jaar ter verlaging van de box 3 grondslag. Hierbij kunt u denken aan het betalen van nog openstaande belastingaanslagen, het betalen van de gehele zorgpremie van 2019 en/of het aanschaffen van consumptieve goederen. Indien u gebruik wilt maken van goederen of diensten die onder het 6% Btw-tarief vallen is het ook verstandig om dit voor het einde van het jaar te doen.
Indien gewenst kan de hypotheekrente (in overleg met de hypotheekverstrekker) mogelijk vooruit betaald worden. Dit is voordelig als u onder het topinkomen valt. In 2018 geldt namelijk nog een hoger aftrekpercentage voor de hypotheekrente dan in 2019. Tevens verlaagt dit de box 3 grondslag.
Indien u verwacht nog een teruggave te ontvangen voor het jaar 2013, dient voor het eind van het jaar een aangifte Inkomstenbelasting over dit jaar ingediend te worden. In 2019 vervalt namelijk de 5 jaars-termijn voor het indienen van deze aangifte.
Het kan voordelig zijn om kleine schulden (tezamen lager dan de drempel van € 3.000,–) voor 1 januari af te lossen. Zo wordt het box 3 inkomen verlaagd en wordt bovendien verdere rente op deze leningen vermeden. Rente op persoonlijke leningen is meestal hoog en deze rente is fiscaal niet aftrekbaar.
Bundelt u voor zover mogelijk aftrekbare kosten zoals ziektekosten en giften in één bepaald jaar. Zo wordt eerder een aftrekpost behaald en komt de drempel maar één keer in mindering op de uitgaven. Voor giften vervalt de drempel overigens indien u de gift aan een charitatieve instelling voor 5 jaar vastlegt.
ZAKELIJK
Wijziging vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting ondernemers
Het tarief voor de vennootschapsbelasting wordt stapsgewijs verlaagd van de huidige 20% in 2018 naar 15% in 2021 voor winsten tot een bedrag van € 200.000,–. Voor winsten vanaf € 200.000,– wordt de belasting verlaagd van 25% in 2018 naar 20,50% in 2021. In 2019 daalt de eerste schijf met 1% naar 19%. Voor de tweede schijf is nog geen verlaging van toepassing in het jaar 2019.
Ook de tarieven voor het box 2-inkomen wordt aangepast. Dit betreft inkomsten uit aanmerkelijk belang, zoals dividenden en vermogenswinsten op aandelenbelangen boven de 5%. Het huidige tarief van 25% wordt verhoogd naar 26,9% in 2021. In 2019 blijft het tarief nog 25%. Deze maatregel dient in samenhang bezien te worden met de verlaging van de vennootschapsbelastingtarieven.
Ondernemers met een onderneming in de vorm van een eenmanszaak of vof profiteren van de lagere Inkomstenbelastingtarieven. Voor deze IB-ondernemers in de hogere tariefschijf wordt de verlaging van de Inkomstenbelastingtarieven echter grotendeels teniet gedaan door het verlagen van het aftrekpercentage van de ondernemersfaciliteiten.
De Vennootschapsbelasting voor bedrijven is na het vervallen van het plan van afschaffing van de dividendbelasting verder verlaagd. De box 2-heffing over uitgekeerde dividenden wordt iets verhoogd, maar per saldo wordt de heffing voor directeur-grootaandeelhouders met een BV een stuk gunstiger. Het zal dan nu ook eerder gunstiger worden in een BV te ondernemen dan in een eenmanszaak.
Verhoging 6% BTW tarief
Het lage Btw-tarief van 6% wordt verhoogd naar 9%. Deze invoering gaat in op 1 januari 2019. Ondernemers die producten of diensten verkopen die onder dit lage Btw-tarief vallen zullen tijdig maatregelen moeten treffen. Zo moet de administratie aangepast worden. Bij het maken van de offertes voor goederen en diensten die in 2019 worden geleverd moet rekening worden gehouden met het tarief van 9%. Het kan zijn dat een product of dienst pas in 2019 wordt geleverd, maar de factuur al in 2018 is betaald. Indien dit het geval is geldt het lage Btw-tarief van 6%. Er hoeft geen correctie in de administratie plaats te vinden.
Aanpassing verliesverrekening VPB
Vanaf 1 januari 2019 wordt de verliesverrekening aangepast. Voorheen konden verliezen in de vennootschapsbelasting 9 jaar voorwaarts worden verrekend. Dit wordt vanaf 2019 beperkt naar 6 jaar. Dit geldt echter alleen voor verliezen gemaakt vanaf het jaar 2019. Verliezen die zijn gemaakt vóór 2019 kunnen volgens de oude regeling nog wel 9 jaar voorwaarts worden verrekend. Het is jammer dat het kabinet hiermee een verdere inbreuk maakt op het totaalwinst-principe. Waarbij alle resultaten gemaakt in een onderneming belast zijn. Naar het voorkomt komt deze maatregel vooral voort uit budgettaire overwegingen.
Beperking afschrijving gebouwen
Vanaf 1 januari 2019 wordt de afschrijving op gebouwen in eigen gebruik in de vennootschapsbelasting beperkt. Voorheen mocht er worden afgeschreven tot 50% van de WOZ-waarde. Dit wordt vanaf 2019 een afschrijving tot 100% van de WOZ-waarde. Indien een gebouw al voor 1 januari 2019 in gebruik is genomen, maar er op dit gebouw nog niet 3 jaar is afgeschreven dan mag alsnog deze 3 jaar volgens de oude regels worden afgeschreven.
Wijziging kleine ondernemersregeling
Vanaf 1 januari 2020 wordt de kleine ondernemersregeling gemoderniseerd. Indien een ondernemer verwacht op jaarbasis minder omzet te maken dan € 20.000,–, dan kan hij kiezen voor een vrijstelling van de BTW. Dit heeft als voordeel dat er minder administratieve verplichtingen zijn. Zo hoeft er niet ieder kwartaal een BTW aangifte te worden gedaan, omdat er geen BTW bij de klant in rekening wordt gebracht. Een nadeel is dat betaalde BTW niet teruggevraagd kan worden.
Beperking lenen bij eigen bv
Het kabinet wil het door de DGA lenen van zijn eigen B.V. gaan beperken. Met ingang van 2022 worden leningen boven een bedrag van € 500.000,– belast tegen het tarief in box 2. Dit geldt niet voor leningen die zijn aangegaan ten behoeve van de eigen woning. Tevens is besloten om dit niet alleen voor bestaande eigenwoningschulden te laten gelden, maar ook voor nieuwe eigenwoningschulden. Dit betreft slechts een voornemen dat in de komende jaren verder uitgewerkt zal moeten worden. Het is echter wel van belang dat DGA’s met een hoge rekening-courantschuld zich nu alvast hierop voorbereiden òf door aflossing òf opbouw van reserves om de 25% box 2-heffing te kunnen betalen.
Dividendbelasting niet afgeschaft
Het plan om de dividendbelasting af te schaffen is uiteindelijk toch niet doorgegaan. In plaats hiervan heeft het kabinet aanpassingen gedaan aan het aangekondigde belastingplan. Het vrijgekomen budget is geheel gebruikt om de plannen voor het bedrijfsleven aan te passen. Zo is er overgangsrecht ingesteld voor de 30% regeling, is de vennootschapsbelasting verder verlaagd, de voorgenomen maatregel om excessief lenen bij de eigen bv tegen te gaan is verzacht en er is overgangsrecht gekomen bij de beperkte afschrijving op gebouwen in eigen bedrijf. Tot slot komt er meer geld beschikbaar voor innovatie.
Overige belastingtips
Indien u voldoende investeringen heeft gedaan om in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek, maar nog niet alle investeringen heeft betaald adviseren wij u deze betalingen nog voor het einde van het jaar te verrichten zodat u voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek in aanmerking komt. U komt in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wanneer het totaal aan investeringen hoger is dan € 2.300,–.
Het wordt in 2019 minder voordelig om een elektrische auto beschikbaar te stellen aan werknemers. Nu geldt een bijtelling van 4% voor privégebruik van de auto voor uw werknemer bij een CO2-uitstoot van nihil. Vanaf 1 januari 2019 geldt het lage bijtellingspercentage alleen maar voor zover de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 50.000,–. Voor het bedrag daarboven wordt de bijtelling verhoogd naar 22%. Als de auto echter in 2018 nog wordt aangeschaft en in gebruik genomen, valt deze onder overgangsrecht en mag u nog 5 jaar de oude bijtelling hanteren.
Tien aandachtspunten Belastingdienst aangifte 2018
De Belastingdienst zet in twee handreikingen de 10 belangrijkste aandachtspunten op een rij voor de aangifte inkomstenbelasting 2018.
Het gaat om de volgende onderwerpen:
1. Restant persoonsgebonden aftrek (PGA) 2. Eigen woning en echtscheiding 3. Eigen woning: hypotheekverhoging 4. Starters op de woningmarkt 5. Studiekosten 6. Resultaat overige werkzaamheden (ROW) 7. Afkoop lijfrente 8. Onjuiste verdeling – fiscaal partnerschap 9. Ervenrekening 10. Cryptovaluta
Als één of meerdere van deze onderwerpen bij u van toepassing is, dan is het belangrijk dat hier extra aandacht aan besteed wordt. De controle van de Belastingdienst zal zich focussen op deze punten.
Mogelijke aftrekposten 2018
In de aangifte inkomstenbelasting 2018 bestaan de volgende aftrekposten om uw belastbaar inkomen te verlagen:
hypotheekrente van uw eigen woning
premies lijfrente
niet-vergoede ziektekosten (o.m. geneeskundige hulp, voorgeschreven medicijnen en reiskosten van ziekenbezoek)
onderhoudsverplichtingen aan ex-echtgenoot o.m. in de vorm van alimentatie
giften aan erkende charitatieve instellingen (zie de ANBI-lijst)
studiekosten en andere scholingsuitgaven
onderhoud- en restauratiekosten van een rijksmonumentenpand (laatste maal)
reiskosten voor regelmatig woon-werkverkeer per openbaar vervoer
weekenduitgaven voor gehandicapten
Let u er wel op dat er voor een aantal aftrekposten een drempel of andere aanvullende voorwaarden bestaan, waardoor uw uitgaven mogelijk toch niet tot aftrek leiden. Denkt u voor een aftrekpost in aanmerking te komen, maar heeft u hier nog vragen over, neem dan gerust contact met ons op.
Voor kosten van onderhoud van een rijksmonument is 2018 het laatste jaar dat aftrek mogelijk is; alle kosten die nog in 2018 betaald zijn, kunnen opgenomen worden.
Belastingrente
Met de belastingrenteregels, zal de Belastingdienst vanaf 1 juli 2018 rente berekenen over een te betalen bedrag voor de aangifte 2018. Deze rente bedraagt momenteel 4% voor de Inkomstenbelasting en 8%(!) voor de Vennootschapsbelasting. Verwacht u een hoge aanslag en wilt u de rente hierover vermijden, neem dan contact op voor het aanvragen van een voorlopige aanslag. In geval van een teruggave vergoedt de Belastingdienst nog maar beperkt rente.
Vooraf ingevulde aangifte zorgvuldig checken
Dit jaar heeft de Belastingdienst aangegeven dat sommige gegevens in de vooraf ingevulde aangifte onjuist kunnen zijn, onder meer met betrekking tot hypotheekrenteaftrek. De meeste aftrekposten worden hierin ook niet meegenomen. Daarnaast blijken hypotheekjaaroverzichten van banken niet altijd correct te zijn.
Er zijn overigens ook diverse situaties waarbij de Belastingdienst geen uitnodiging tot het doen van aangifte verstuurd, terwijl de aangifte wel verplicht is. Dit komt bijvoorbeeld voor als er een onderneming aanwezig is, of onroerend goed.
Of u nu een bericht ontvangen heeft of niet, het is altijd verstandig om goed te kijken naar uw fiscale situatie, en of u nog besparingsmogelijkheden heeft.
Schenkingsaangifte
Indien u schenkingen doet aan uw kinderen of andere personen boven de vrijstelling, dan is hier Schenkbelasting over verschuldigd. In 2017 bedroeg de jaarlijkse schenkvrijstelling voor schenkingen aan kinderen € 5.320 (2018: € 5.363) en aan overige verkrijgers € 2.129 (2018 € 2.147). Indien u een schenking heeft gedaan hoger dan de jaarlijkse vrijstelling, dient u hiervoor aangifte te doen.
Verder bestaan er hogere éénmalige vrijstellingen voor kinderen ten behoeve van een dure studie of eigen woning. Vanaf 2017 bestaat er onder bepaalde voorwaarden weer de mogelijkheid om een schenking van € 100.000,– te doen belastingvrij. Om de vrijstelling te claimen is het ook nodig om een aangifte Schenkbelasting te doen. In principe moet een aangifte Schenkbelasting al voor 1 maart ingediend worden. Mocht dit nog niet gedaan zijn of heeft u hierover nog vragen, dan helpen wij u graag verder.
Deze week maakte de regering het belastingplan 2019 bekend op Prinsjesdag.
Een gedeelte van de voorstellen zal in 2019 al ingaan, maar er zijn ook maatregelen die pas ingevoerd zullen worden over een paar jaar of verspreid over jaren volledig effectief zullen worden. Alle voorstellen moeten nog goedgekeurd worden door de Eerste en Tweede Kamer.
Inkomsten belasting
Inkomstenbelastingverlaging en invoering van twee belastingschijven: Het huidige inkomstenbelasting stelsel kent vier belastingschijven: 36,55% (inkomen maximaal € 20.142); 40,85% (inkomen maximaal € 34.404); 40,85% (inkomen maximaal € 68.507); 51,95% (inkomen boven € 68.507). In 2019 worden eerste de 4 belastingschijven verlaagd tot: 36,65%; 38,10%, 38,10% and 51,75%. Vanaf 2021 zal het belastingsysteem nog maar twee schijven hebben waarvan de eerste 37,05% voor inkomens tot € 68.507 en 49,50% voor alle inkomens hierboven.
De arbeidskorting zal sneller oplopen. Het maximum wordt verhoogd. De inkomensafhankelijke combinatiekorting zal gelijkmatiger opgebouwd worden. Bovenstaande maatregelen zouden moeten leiden tot een hoger netto inkomen voor inkomens tussen de € 20.000 en € 60.000.
De algemene heffingskorting maximum gaat omhoog met € 358 totaal, verspreid over 3 jaar. Dit zou ten gunste moeten komen voor mensen met een inkomen tot € 50.000.
Vanaf 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek verminderd met 3% per jaar totdat tarief in de eerste schijf, 37,05% is bereikt.
Ook verminderd met 3% per jaar (tot de 37,05% is bereikt) worden de volgende grondslagverminderende posten. (Dit is alleen relevant voor belastingplichtigen met inkomen in de hoogste schijf.):
de ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek);
de MKB-winstvrijstelling (alleen indien de winst positief is na aftrek van de ondernemersaftrek)
de terbeschikkingstellingsvrijstelling (alleen indien positief);
de persoonsgebonden aftrek (dit geldt nu voor onder andere uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, specifieke zorgkosten en scholing, monumentenpanden, de weekenduitgaven voor gehandicapten, aftrekbare giften)
Loonbelasting
De 30% ruling wordt met ingang van 1 januari 2019 verkort van 8 naar 5 jaar, ook voor expats die reeds gebruik maken van de regeling. De termijnverkorting geldt ook voor de keuzeregeling voor partiële buitenlandse belastingplicht.
De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding wordt verhoogd van € 150 per maand of € 1.500 per jaar naar respectievelijk € 170 en € 1.700.
Omzetbelasting
Het lage BTW tarief wordt verhoogd van 6% naar 9%.
Het toepassingsbereik van de btw-sportvrijstelling wordt verruimd.
Zoals bekend is er sinds de laatste verkiezingen nog geen nieuwe regering gevormd. De Belastingplannen 2018 die gisteren op Prinsjesdag zijn gepresenteerd, komen dan ook van het demissionaire kabinet. De verwachtingen over de inhoud van deze plannen waren op voorhand daarom niet erg hooggespannen. Dat blijkt terecht te zijn. Hoewel de plannen over het algemeen niet erg ingrijpend zijn, hebben we onderstaand toch de meest belanghebbende zaken voor u puntsgewijs op een rij gezet.
Voorstellen uit het Belastingplan 2018
De volgende wijzigingen uit het Belastingplan 2018 gaan in op 1 januari 2018:
Verhoging van de tarieven in de tweede en derde schijf met 0,05%;
Verhoging van de inkomensgrens naar de vierde belastingschijf van € 67.072 naar € 68.507 en verlaging van het tarief in deze hoogste schijf van 52% naar 51,95%;
Aanscherping definitie geneesmiddelen: onder het 6%-tarief vallen alleen producten waarvoor een (parallel)handelsvergunning is afgegeven op grond van de Geneesmiddelenwet, of als die daarvan uitdrukkelijk zijn vrijgesteld;
Aanpassing tariefbepalingen btw zeeschepen;
Tijdelijke verhoging van de kansspelbelasting van 29% naar 30,1%.
Bij import of ombouw van bestelauto’s mag voor de BPM in sommige situaties uitgegaan worden van de werkelijke waarde in plaats van de forfaitaire afschrijvingstabel.
Voorstellen Overige fiscale maatregelen 2018 De volgende wijzigingen uit de Overige fiscale maatregelen 2018 treden in werking per 1 januari 2018, tenzij anders vermeld:
Vervallen tijdklemmen BEW, KEW, SEW en kapitaalverzekeringen in box 3 krijgen wettelijke grondslag;
Één gezamenlijke mededeling voor alle in het kalenderjaar afgegeven S&O-verklaringen;
Aanpassing Vennootschapsbelasting; liquidatieverliesregeling alsmede berekening voorkomingswinst bij interne gebruiksvergoedingen binnen de fiscale eenheid.
Gevolgen huwelijkse voorwaarden / notarieel samenlevingscontract voor de schenk- en erfbelasting na inwerkingtreding beperkte gemeenschap van goederen;
Een jaar langer multiplier voor aftrek culturele giften;
Expliciete opname in de wet van de aanslagtermijnen voor de schenkbelasting;
Aanpassing partnerbegrip: pleegkind geen toeslagpartner meer.
Vanaf 2019 wordt in de loonheffing voor buitenlandse belastingplichtigen een lagere of helemaal geen heffingskorting toegepast om latere terugbetaling te voorkomen.
Wij zullen enige onderwerpen uit het bovenstaande wat verder toelichten.
Wijzigingen Erf- en Schenkbelasting huwelijksgemeenschap Per 1 januari 2018 wordt nieuw huwelijksvermogensrecht van toepassing; men trouwt dan standaard in beperkte gemeenschap van goederen. Tegelijk wordt hiermee de fiscale gevolgen van wijzigen van huwelijkse voorwaarden aangepast. Bij trouwen met beperkte of algehele huwelijksgemeenschap met gelijke aandelen behoeft geen schenkbelasting betaald te worden over vermogen wat daarbij overgedragen wordt, tenzij sprake is van misbruik (zg. ééndagshuwelijken). Er is uitsluitend schenkbelasting verschuldigd indien het aandeel van de minstvermogende in het totale vermogen hoger wordt dan 50% of het aandeel van de meestvermogende in het totale vermogen toeneemt. Een soortgelijke bepaling wordt voorgesteld voor de erfbelasting. Het voorstel geldt eveneens voor ongehuwd samenwonenden die een notarieel samenlevingscontract hebben. In de praktijk zal dit vooral gevolgen hebben voor estate planning met behulp van huwelijkse voorwaarden.
Inkeerregeling Per 1 januari 2018 wordt de inkeerregeling afgeschaft. De motivatie van de staatssecretaris hiervoor is dat er meer gegevensuitwisseling plaatsvind tussen landen en daarmee de ‘pakkans’ toeneemt. Er is dan geen prikkel als de inkeerregeling meer nodig. Uiteraard is op deze gedachtegang het nodige af te dingen; indien vrijwillig melden geen voordeel meer biedt, zullen immers meer belastingplichtigen gaan afwachten tot de Belastingdienst bij hen aanklopt. Overigens zal vrijwillig melden altijd nog een boeteverminderende omstandigheid vormen. Klik hier voor meer informatie.
Wetsvoorstel Afschaffing van de btw-landbouwregeling Een landbouwer, veehouder, tuinbouwer of bosbouwer maakt nu vaak gebruik van de landbouwregeling. Vorig jaar bij de Belastingplannen van 2017 is aangekondigd dat deze regeling vervalt per 1 januari 2018. Dat gaat nu daadwerkelijk gebeuren. De afschaffing van de landbouwregeling heeft grote gevolgen. De landbouwers, veehouders, tuinbouwers of bosbouwers worden vanaf 1 januari 2018 btw verschuldigd over hun leveringen en diensten. Dat zal meestal 6% zijn. De keerzijde is dat zij recht krijgen op btw-aftrek en dat zij de betaalde btw alsnog kunnen claimen. Hiervoor is een overgangsregeling getroffen.
Indien u uw gegevens aanlevert over 2017 dan verzorgen wij weer graag uw aangifte. Voor onze cliënten vragen wij automatisch uitstel aan voor zover nodig.
Vergeet u niet om ook informatie mee te zenden over mogelijk aftrekbare uitgaven en andere relevante wijzigingen in uw situatie. Dit helpt ons om uw aangifte zoveel mogelijk te optimaliseren. Wij zien uw contact met belangstelling tegemoet.
Ook dit jaar hebben wij voor u nuttige belastingtips en updates voor het komende jaar op een rij gezet in de vorm van de Eindejaarstips 2017.
Op 20 september, Prinsjesdag 2016, zijn de belastingwijzigingen voor 2017 gepresenteerd, in enkele verschillende wetsvoorstellen. Naast een aantal verwachte en kleinere wijzigingen zijn er ook enkele opvallende en grotere wijzigingen zoals de afschaffing van de aftrekposten monumentenkosten en scholingsuitgaven, wijzigingen vrijgestelde beleggingsinstelling en het afschaffen van pensioen in eigen beheer. Overigens zal ook weer afgewacht moeten worden in hoeverre de voorstellen goedgekeurd zullen worden door de Eerste en Tweede Kamer.
Hieronder volgt een opsomming van de maatregelen uit de verschillende wetsvoorstellen ingaande 2017:
Voorstellen uit het Belastingplan 2017:
Inkomstenbelasting: het tarief in de derde schijf gaat van 40,4% naar 40,8% en deze schijf wordt verlengd van € 66.421 naar € 67.072;
de start van de afbouw arbeidskorting begint al bij € 32.444 (in 2016: € 34.015);
de ouderenkorting wordt verhoogd van € 1.187 naar € 1.292;
beperking toerekeningsstop APV en andere invulling voorkoming dubbele belasting;
invoering teruggaafregeling dividendbelasting voor niet-ingezetenen;
invoering heffingsvrij vermogen in box 3 voor (niet-kwalificerende) buitenlands belastingplichtigen;
vennootschapsbelasting: verlenging eerste tariefschijf (20%) naar € 250.000 in 2018, € 300.000 in 2020 en € 350.000 in 2021;
wijzigingen in enkele specifieke renteaftrekbeperkingen in de Vpb;
beperking toepassingsbereik innovatiebox;
innovatieve start-up mag het gebruikelijk loon de eerste drie jaar op het minimumloon stellen;
beleggen in de vrijgestelde beleggingsinstelling wordt minder aantrekkelijk door de volgende maatregelen:
Verplicht afrekenen in box 2 over ab-claim als een lichaam waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft de vbi-status verkrijgt;
Tegengaan flits-vbi: bij onderbrenging van box-3-vermogen in een vbi waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft, wordt dit vermogen in box 2 belast, maar blijft ook belast in box 3 als dit vermogen binnen 18 maanden weer terugkomt in box 3;
Het verlengen van tariefschijven van de Vennootschapsbelasting is uiteraard positief voor ondernemingen. Deze maatregel zal samenhangen met de tariefsverlagingen in andere Europese landen en het aantrekkelijk houden van het Nederlandse vestigingsklimaat.
De wijzigingen voor buitenlands belastingplichtigen zijn een wettelijke uitwerking van eerdere rechterlijke uitspraken. Ook buitenlands belastingplichtigen hebben hiermee recht op toepassing van het heffingsvrij vermogen en teruggaaf dividendbelasting.
De maatregelen voor de vrijgestelde beleggingsinstellingen treffen vooral belastingplichtigen die vanuit een BV een VBI ingaan en daarvoor zullen moeten afrekenen. Het blijft nog steeds mogelijk om een VBI te gebruiken voor vermogen in zowel box 2 als box 3.
Voorstellen uit wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2017
schulden die deel uitmaken van een algemeenheid en waarop een vruchtgebruik rust worden voortaan – net als de bezittingen – geheel aangegeven bij de vruchtgebruiker;
omzetting goedkeuring renteaftrek voor vruchtgebruiker krachtens erfrecht;
codificatie van goedkeuringen voor het buiten toepassing laten van de termijnen van 15 en 20 jaar voor de vrijstelling bij een uitkering uit een KEW, SEW, BEW of een box-3 kapitaalverzekering van vóór 1 januari 2001;
reparatie bedrijfsopvolgingsregeling bij indirect aandelenbelang van minder dan 5%.
Voorstellen Fiscale vereenvoudigingwet 2017
vereenvoudiging teruggaafregeling btw op oninbare vorderingen;
introductie inhoudingsvrijstelling dividendbelasting voor vrijgestelde vpb-lichamen;
verenigingen of stichtingen met beperkte ondernemingsactiviteiten kunnen hun verzoek om belastingplicht Vpb nog bij de aangifte indienen (nu binnen 6 maanden);
afschaffing fictieve dienstbetrekking voor commissarissen;
afschaffing jaarloonuitvraag;
uitbreiding verlegging inhoudingsplicht voor concernonderdelen.
De vereenvoudiging van de teruggaafregeling BTW op oninbare vorderingen houdt in dat hier niet langer een speciaal verzoek gedaan moet worden waarbij aangetoond moet worden dat inderdaad geen betaling meer verwacht kan worden. Na afloop van een jaar na de betalingstermijn kan de BTW door middel van verwerking in de gewone BTW-aangifte teruggevraagd moeten worden.
Wetsvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen Per 2017 is fiscaal gefaciliteerd opbouwen van pensioen in de eigen BV niet meer mogelijk. Het opgebouwde pensioen mag tegen de fiscale waarde worden afgekocht of omgezet in een Oudedagsverplichting. Mocht daar niet voor gekozen worden, dan blijft het pensioen premievrij staan en wordt het te zijner tijd regulier uitgekeerd.
Voorstellen Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing Deze twee maatregelen in de inkomstenbelasting staan in een apart wetsvoorstel. Ten eerste wordt vanaf 1 januari 2018 aftrek scholingsuitgaven vervangen door (niet-fiscale) scholingsvouchers. Ten tweede wordt vanaf 2017 de aftrek voor onderhoudskosten aan monumentenpanden vervangen door subsidies.
Geen aangifte doen
Ook dit jaar hebben wij van cliënten berichten ontvangen dat de Belastingdienst vermeldde dat er geen aangifte gedaan hoefde te worden, terwijl het in de gegeven situatie wel verplicht was of juist gunstig was. Bijvoorbeeld voor een buitenlands belastingplichtige met Nederlands onroerend goed, of iemand met persoonsgebonden aftrekposten.
Ook komen er nog steeds fouten voor in de verwerking van de vooringevulde aangiften. De meeste aftrekposten worden hierin ook niet meegenomen. Of u nu een bericht ontvangen heeft of niet, het is altijd verstandig om goed te kijken naar uw fiscale situatie, en of u nog besparingsmogelijkheden heeft.
Berichten die u via de digitale Berichtenbox ontvangt, worden overigens ook nog per post verstuurd.
Aftrekposten 2016
In de aangifte inkomstenbelasting 2016 bestaan de volgende aftrekposten om uw belastbaar inkomen te verlagen:
hypotheekrente van uw eigen woning
premies lijfrente
niet-vergoede ziektekosten (o.m. geneeskundige hulp, voorgeschreven medicijnen en reiskosten van ziekenbezoek)
onderhoudsverplichtingen aan ex-echtgenoot o.m. in de vorm van alimentatie
giften aan erkende charitatieve instellingen (zie de ANBI-lijst)
studiekosten
onderhoud- en restauratiekosten van een rijksmonumentenpand
reiskosten voor regelmatig woon-werkverkeer per openbaar vervoer
weekenduitgaven voor gehandicapten
Let u er wel op dat er voor een aantal aftrekposten een drempel of andere aanvullende voorwaarden bestaan, waardoor uw uitgaven mogelijk toch niet tot aftrek leiden. Denkt u voor een aftrekpost in aanmerking te komen, maar heeft u hier nog vragen over, neem dan gerust contact met ons op.
Ondernemersfaciliteiten
Voor ondernemers is het voor toepassing van de zelfstandigen- en startersaftrek en speur- en ontwikkelingswerk nog altijd van belang dat aan het urencriterium voldaan wordt (1.225 uur). In geval van een deeltijdbaan erbij, dient meer tijd aan uw onderneming besteed te zijn. Mocht er twijfel over deze punten kunnen bestaan, houdt dan uw uren gerelateerd aan uw onderneming bij.
De investeringsaftrekken en willekeurige afschrijving zijn ook zonder urencriterium mogelijk. Voor energie- en milieu-investeringsaftrek, alsmede RDA (research en development) dient overigens meestal een aanvraag voor toepassing gedaan te worden vóórdat de uitgave gedaan wordt. Voor meer informatie over drempels, maxima en voorwaarden, verzoeken wij u om contact met ons op te nemen.
Belastingrente
Met de belastingrenteregels, zal de Belastingdienst vanaf 1 juli 2017 rente berekenen over een te betalen bedrag voor de aangifte 2016. Deze rente bedraagt momenteel 4% voor de Inkomstenbelasting en 8%(!) voor de Vennootschapsbelasting. Verwacht u een hoge aanslag en wilt u de rente hierover vermijden, neem dan contact op voor het aanvragen van een voorlopige aanslag. In geval van een teruggave vergoedt de Belastingdienst nog maar beperkt rente.
Tweede woning fiscaal gunstig verhuren
Als u een tweede woning bezit betaalt u hierover jaarlijks box 3-heffing. Indien de woning langere tijd leeg staat, is verhuur fiscaal een interessante optie. Afhankelijk van de hoogte van de huur kan de woning dan 15% tot zelfs 55% lager gewaardeerd worden voor de box 3-heffing. De werkelijk ontvangen huur is overigens sowieso niet belast.
Verhuur aan bijvoorbeeld een studerend kind of ander familielid is waarschijnlijk flexibeler en minder risicovol dan aan derden in verband met huurrechten. In het geval binnen familieverhoudingen een lagere en daarmee onzakelijke huurprijs is overeengekomen, geldt altijd nog een waardevermindering van 38%. Een andere mogelijkheid is om wel een normale huurprijs te vragen en separaat een bedrag tot de schenkvrijstelling terug te schenken.
Zoals u van ons gewend bent, hebben wij ook dit jaar weer een aantal fiscale eindejaarstips 2016 opgesteld. Het belastingplan voor 2017 is inmiddels aangenomen door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer zal op 20 december a.s. hierover stemmen.
De belastingplannen zijn op een aantal punten nog gewijzigd. Het meest in het oog loopt dat het wetsvoorstel over afschaffing van de aftrekposten rijksmonumenten en scholing is ingetrokken. Deze ongenuanceerde maatregelen konden rekenen op de nodige kritiek, vooral aangezien er nog geen goede vervanging was uitgewerkt. Wij hebben gepoogd ons steentje bij te dragen aan het bezwaar maken. Voorlopig zijn deze belangrijke aftrekposten daarmee ongemoeid gelaten; uiteraard zal afgewacht moeten worden wat een volgend kabinet zal doen hiermee.
Wij hopen dat u weer uw voordeel kunt doen met de diverse fiscale tips. Voor meer informatie voorzien wij u graag van een persoonlijk advies of korte toelichting. Wij helpen u graag verder.
Tot 1 mei 2016 kunt u uw aangifte Inkomstenbelasting 2015 doen.
U kunt ook uitstel aanvragen. Wij kunnen dit ook voor u doen; als belastingadviseur hebben wij ruimere uitstelmogelijkheden.
In deze nieuwsbrief leest u over besparingsmogelijkheden die u heeft bij de belastingaangifte en over enkele belastingzaken die dit jaar actueel zijn.
Indien u nog vragen heeft, kunt u contact met ons opnemen.
Beheer cookie toestemming
Wij gebruiken technologieën zoals cookies om informatie over uw apparaat op te slaan en/of te raadplegen. We doen dit met als doel om de beste ervaring te bieden en om gepersonaliseerde advertenties te tonen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als u geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.