Het erfrecht (let wel: niet de erfbelasting) van het land waar de overledene zijn of haar gebruikelijke woonplaats had, is van toepasing op de nalatenschap. Dit geldt tenzij in een testament een ander recht is aangewezen. Wanneer de overledene in een land woonde waar geen erfbelasting bestaat hoeven de erfgenamen geen erfbelasting te betalen. Het is afhankelijk van waar de erflater woonde, of u volgens de Nederlandse regels erfbelasting of niet betaald.
Erfenis uit het buitenland
De Nederlandse Belastingdienst wil voorkomen dat mensen kort voor hun overlijden emigreren naar een land met een gunstiger of geen erfbelasting voor het voordeel van hun erfgenamen. Daarom geldt een termijn van tien jaar. Dit betekent dat de overledene aantoonbaar minstens tien jaar voor het overlijden uit Nederland vertrokken moet zijn. Alleen dan kan Nederland geen erfbelasting heffen.
Het kan ook voorkomen dat de overledene in een testament heeft gekozen voor Nederlands recht. Naast deze rechtskeuze is het van belang waar de overledene woonde om te bepalen in welk land belasting moet worden betaald. Dit zijn twee afzonderlijke kwesties: wie de erfgenamen zijn en waar belasting betaald moet worden.
Kortom: Als een Nederlander, woonachtig in Nederland, overlijdt, is het Nederlandse erfrecht van toepassing, tenzij in een testament een andere rechtskeuze is gemaakt. Als deze Nederlander echter meer dan tien jaar geleden uit Nederland is vertrokken, geldt de erfbelasting van het land waar hij of zij op het moment van overlijden woonde.
Is uw situatie anders, woont u bijvoorbeeld in het buitenland en ontvangt u een erfenis uit Nederland? Dan kunt u hier contact met ons opnemen en uw situatie voorleggen!
Bij de behandeling van het Belastingplan vorig jaar werd de 30%-regeling plotseling versoberd. Dat betekende niet meer maximaal 60 maanden een gericht vrijgestelde vergoeding van 30%, maar na elke 20 maanden ging de vergoeding met 10% omlaag. Dus van 30% naar 20%, naar uiteindelijk 10% vergoeding voor de laatste 20 maanden. Er was ook direct kritiek op deze versobering: niet goed voor het Nederlandse vestigingsklimaat en te veel administratieve rompslomp. In 2024 zou de 30%-regeling vervoegd worden geëvalueerd en gingen de geluiden al op dat de versobering weleens konden worden teruggedraaid. En dat is gebeurd in het Belastingplan 2025!
In beweging
In het Belastingplan 2025 wordt afscheid genomen van de ingevoerde versobering, maar de 30%-regeling wordt wel op een andere wijze beperkt:
Voor alle ingekomen werknemers die vanaf 1 januari 2024 de 30%-regeling toepassen, bedraagt de maximale onbelaste vergoeding vanaf 2027 niet meer 30% van het fiscale loon, maar maximaal 27%.
Vanaf 2027 wordt de inkomensnorm verhoogd van € 46.107 naar € 50.436 en voor de ingekomen werknemer jonger dan 30 jaar met een mastertitel gaat de inkomensnorm van € 35.048 naar € 38.388. Een forse verhoging dus, die jaarlijks zal worden geïndexeerd.
Door deze twee maatregelen komen er minder expats in aanmerking voor de regeling en gaat de onbelaste vergoeding omlaag. Voor alle expats bij wie de 30%-regeling vóór 1 januari 2024 al werd toegepast, blijft de maximale onbelaste vergoeding gedurende de gehele looptijd 30% bedragen. Ook blijven voor hen de huidige (geïndexeerde) inkomensnormen gelden.
Heeft u vermogen in box 3? En is uw werkelijke inkomen lager dan uw fictieve inkomen? Het kan dan de moeite waard zijn om bezwaar te maken tegen uw definitieve aanslag.
In beweging
Zoals u misschien al heeft meegekregen is box 3 veel in beweging de laatste tijd.
Het begon allemaal met het zogenaamde ‘Kerstarrest’. Op 24 december 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het box 3-stelsel vanaf 2017 het verdragsrechtelijke discriminatieverbod en eigendomsrecht schendt, als het forfaitaire rendement hoger is dat het werkelijke rendement.
Daarna kwam er een Herstelwet. Voor het verleden wordt rechtsherstel geboden aan deelnemers van de massaalbezwaarprocedure, evenals belastingplichtigen met aanslagen die op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststonden. Dit hield in dat er een nieuwe berekening van het box 3-inkomen werd gemaakt, waarbij onderscheid gemaakt werd tussen bankrekeningen, overig vermogen en schulden. Als deze berekening op een lager box 3 inkomen uitkwam dan de oorspronkelijke berekening, werd rechtsherstel geboden.
Op 6 juni 2024 startte een nieuw hoofdstuk in het box 3 verhaal. De Hoge Raad oordeelde dat de Herstelwet nog steeds in strijd is met het discriminatieverbod en het eigendomsrecht, aangezien er nog steeds van forfaits uitgegaan wordt. Conclusie: als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement uit de Herstelwet, moet compensatie geboden worden.
Waaruit bestaat het werkelijke rendement?
De Hoge Raad heeft een aantal rekenregels meegegeven voor de bepaling van het werkelijk rendement. Er is bijvoorbeeld geen sprake van kostenaftrek. Gerealiseerde én ongerealiseerde vermogensstijgingen en -dalingen (van bijv. aandelen of een woning) worden ook meegenomen in de berekening. Halverwege 2025 wordt naar verwachting een formulier uitgebracht door de Belastingdienst, waarmee u uw werkelijk rendement door kunt geven. Intussen is het advies om tegen definitieve aanslagen bezwaar aan te tekenen indien u van mening bent dat u recht heeft op compensatie.
Neem bijvoorbeeld de volgende situatie; u heeft in box 3 een verhuurde woning met een WOZ-waarde van € 400.000. De WOZ-waarde is dit jaar gestegen naar € 420.000. De woning wordt verhuurd voor € 1.800 per maand dus de totale huurinkomsten in een jaar zijn € 21.600. Er zijn kosten voor de VvE van € 3.000 en daarnaast is sprake van € 5.000 aan onderhoudskosten. Het werkelijke rendement bestaat in dit geval uit de stijging van de WOZ-waarde en de huurinkomsten. De VvE- en onderhoudskosten zijn niet aftrekbaar. Het werkelijk rendement bedraagt derhalve € 41.600. Dit is substantieel hoger dan het fictieve rendement volgens de Herstelwet en daarom komt u niet in aanmerking voor compensatie.
In de praktijk zien wij regelmatig belastingplichtigen die in het buitenland wonen en in Nederland een woning hebben.
Vaak weten ze niet dat de woning in Nederland belastingplicht veroorzaakt en dat ze aangifte moeten doen van de woning. Vervolgens komen zij hier per toeval achter en moeten de omissies met terugwerkende kracht hersteld worden. De Belastingdienst mag in principe 5 jaar terug navorderen; de jaren hiervoor zijn verjaard. De verschuldigde belasting in box 3 kan flink oplopen, afhankelijk van de WOZ-waarde en de hypotheek. Onder bepaalde omstandigheden is het ook mogelijk om de woning in box 1 te houden (zie ook: https://www.jcsuurmond.nl/belasting-en-bezit-in-twee-werelden-uw-huis-in-nederland-en-internationaal-wonen/)
Zit u in een dergelijke situatie? Het is van belang om zelf het initiatief te nemen, zodat boetes en belastingrente zoveel mogelijk beperkt kunnen worden. Aarzel niet en neem contact met ons op! U kunt ons bellen op 010-3033701 of een mail sturen aan belastingadvies@jcsuurmond.nl
Wilt u weer terug naar Nederland? Er valt dan veel te regelen. U moet uzelf in het bevolkingsregister inschrijven en bijvoorbeeld praktische zaken regelen, zoals DigiD aanvragen of een auto regelen. Of later de M-aangifte invullen. Maar mogelijk zijn er specifieke zaken die u al voor terugkeer naar Nederland moet regelen. Zoals u ziet is er zowel voor de remigratie als daarna een hoop te regelen. Wij hebben voor u op een rij gezet waar u allemaal aan moet denken!
30%-regeling
Bent u meer dan 25 jaar in het buitenland geweest en wilt u terug naar Nederland? Een zeer voordelige regeling die mogelijk voor u van toepassing is als u terugkeert naar Nederland, is de 30%-regeling. Deze regeling houdt in dat u in de 5 jaar na uw terugkeer een deel van uw salaris belastingvrij kunt ontvangen. Voor de eerste 20 maanden na immigratie kan 30% van het salaris aan u uitbetaald worden. Voor de daaropvolgende 20 maanden is dit 20% en daarna 10%.
Heeft u in de laatste 25 jaar in Nederland gewoond of bent u minder dan 25 jaar uit Nederland weg? Dan is de 30%-regeling voor u waarschijnlijk geen mogelijkheid. Indien u echter een buitenlandse partner heeft die niet eerder in Nederland heeft gewoond en deze met u in Nederland komt wonen, dan komt hij of zij mogelijk wel in aanmerking.
Voor de 30%-regeling is het van belang dat u een werkgever heeft en dat uw salaris boven het criterium komt. Eventueel kan ook zelf een BV opgericht worden en kunt u uzelf in dienst nemen en de 30%-regeling toe laten passen. De timing van één en ander is hierbij cruciaal.
Timing
De timing van een remigratie kan van groot belang zijn. Als u bijvoorbeeld bij uw voormalige buitenlandse werkgever een bonus of ontslagvergoeding uitbetaald krijgt, kan het verstandig zijn om uw remigratie uit te stellen tot u dit ontvangen heeft. Hiermee worden onnodige en complexe dubbele belasting-scenario’s voorkomen.
M aangifte
Herinnert u zich nog de M-aangifte die u (waarschijnlijk) heeft ingevuld een jaar na het vertrek uit Nederland? Deze aangifte zal zich ook weer aandienen, nadat u zich heeft ingeschreven. Nadat dit M-biljet is ingevuld, zou uw remigratie helemaal verwerkt moeten zijn bij de Belastingdienst en wordt u (weer) behandeld als een binnenlands belastingplichtige! Uit onze praktijk blijkt dat het niet verstandig is om deze aangifte zelf in te dienen. Wij optimaliseren de aangifte graag voor u zodat vragen en correcties van de inspecteur zoveel mogelijk worden vermeden en u bovendien niet – soms jaren later – alsnog voor verrassingen komt te staan.
Naderhand
Nadat alles geregeld is en u zich weer in uw Nederland bevindt, kan het zijn dat er (enkele) jaren nog steeds belastingcomplicaties zich voordoen. Denk bijvoorbeeld aan een huis in het buitenland dat u nog aanhoudt, of spaar -en beleggingsrekeningen die u aanhoudt in het buitenland. Die zult u in uw aangifte moeten aangeven. Mogelijk heeft u recht op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.
Wilt u graag dat een belastingspecialist uw situatie bekijkt? Neem contact met ons op en leg uw casus voor, wij helpen u graag verder! Zo weet u zeker dat u niks over het hoofd ziet.
Het komt vaak voor: belastingplichtigen die emigreren naar het buitenland en zich niet uitschrijven. Dit heeft onder andere tot gevolg dat de Belastingdienst een verkeerd aangifteformulier uitreikt, en post naar het verkeerde adres stuurt. In deze blog leest u waarom uitschrijven zo belangrijk is. Ook leggen we het begrip ‘levenscentrum’ uit.
Een aantal vragen die in deze situatie waarschijnlijk bij u op zullen komen:
Uitschrijven gemeente: geen detail
In principe is de in- of uitschrijving slechts een detail bij het bepalen van het levenscentrum. Het is echter wel een erg belangrijk detail aangezien alle officiële instanties op de hoogte worden gebracht van een dergelijke uitschrijving. Indien dit onterecht wel of niet gebeurt, brengt dit in de praktijk de nodige complicaties met zich mee. De Belastingdienst – en andere instanties – hanteert namelijk de in- en uitschrijvingsdatum als immigratie- en emigratiedatum. Stel dat u emigreert maar u zich niet uitschrijft; de Belastingdienst denkt dan dat u nog in Nederland woont. De post, zoals de uitreiking van het aangiftebiljet en daaropvolgende herinneringen en aanmaningen, worden naar uw oude Nederlandse adres gestuurd. Hierdoor kunnen hoge kosten en boetes ontstaan. Tevens kan een woonplaatsonderzoek het gevolg hiervan zijn.
Daarnaast zal in deze situatie de Belastingdienst mogelijk je buitenlandse inkomen (verdient ná emigratie) willen belasten aangezien er van uitgegaan wordt dat u nog in Nederland woont. Kortom: als de in- of uitschrijving niet conform de werkelijke omstandigheden en feiten gebeurt, dan is er mogelijk iets uit te leggen.
Levenscentrum
Als u tijdelijk naar het buitenland vertrekt, is het soms niet eenduidig vast te stellen of u zich wel of niet uit moet schrijven. Vaak wordt de regel gehanteerd dat u zich uit moet schrijven als u meer dan 8 maanden aaneengesloten in het buitenland verblijft. Echter, stel u heeft een partner en kinderen in Nederland die in Nederland blijven wonen en u komt regelmatig terug naar huis, dan is het mogelijk toch correct om niet uit te schrijven. Dit heeft alles te maken met het begrip ‘levenscentrum’. Het levenscentrum ligt in het land waarmee u de meeste banden heeft. Onder meer van belang is waar u een huis heeft, waar u werkt, waar u lid bent van bijvoorbeeld clubs of verenigingen en uiteraard waar uw partner en kinderen wonen.
Wij kunnen u helpen bepalen waar uw levenscentrum ligt en je adviseren of u zich wel of niet dient uit te schrijven en wat hier de gevolgen van zijn. Hier leest u hoe u uzelf kunt uitschrijven. Elke situatie is uniek en heeft een zorgvuldige afweging van de verschillende factoren nodig. Neem vandaag nog contact met ons op!
Stel, u heeft de mogelijkheid te gaan werken voor een bedrijf in Nederland als piloot. Op het moment woont u in Zweden. U zult zich bij het uitoefenen van deze baan veelal in het internationale verkeer bevinden. U wilt deze baan graag accepteren, maar u vraagt zich af hoe het zit met onder meer de sociale verzekeringen. En waar betaalt u eigenlijk belasting over uw salaris? In de praktijk gaat het bijna altijd om maatwerk.
Buitenlandse werkgever belasting
De hoofdregel bij een dienstbetrekking in het internationale verkeer is dat u belast wordt in het land waar de feitelijke leiding van uw werkgever gevestigd is, maar het is ook mogelijk dat u belast wordt in het land waar u woont. Dit is afhankelijk van het belastingverdrag. Helaas is het – doordat het vaak gaat om meerdere landen, werkgevers, en payroll-organisaties – soms erg lastig dit eenduidig vast te stellen. Het blijft dan ook maatwerk om vast te stellen waar uw salaris belast is. Wij kunnen u adviseren over uw belasting- en premieplicht en zijn ook graag van dienst met de aangifte.
Sociale zekerheid
Ook al woont u in Nederland, mocht uw werkgever in het buitenland bevestigt zijn, dan bent u mogelijk niet sociaal verzekerd in Nederland. Van belang hierbij is vooral hoeveel u fysiek in Nederland werkt – als dit meer dan 25% is dan bent u mogelijk wel in Nederland verzekerd.
Neem contact met ons op en wij bekijken uw situatie. we kunnen u een advies geven en het belastingverdrag bekijken van het betreffende land. We verzorgen ook graag de jaarlijkse belastingaangifte.
Stel, u heeft net een baan in het buitenland aangeboden gekregen. Na de blijdschap over het voorstel, komen er toch wel een paar vragen in u op. Hoe werkt dat nou financieel en fiscaal gezien? Er zal een hoop veranderen in uw situatie. U en uw partner zijn momenteel in Nederland woonachtig en in loondienst bij een Nederlandse werkgever. Mocht u het aanbod accepteren, dan zou u 4 a 5 dagen per week, gedurende 45 weken per jaar in het buitenland verblijven. Uw partner blijft in Nederland. Maar hoe zit het met de belastingplicht? Hoe zorg je ervoor dat je geen dubbele belasting betaald?
Een aantal vragen die in deze situatie waarschijnlijk bij u op zullen komen:
1. Waar betaal ik belasting over mijn salaris en hoe zorg ik ervoor dat mijn salaris niet dubbel belast wordt?
Dit is afhankelijk van een aantal factoren; met name van belang is waar je werkgever gebaseerd is en waar je de dienstbetrekking fysiek uitoefent. Daarnaast speelt het verdrag tussen Nederland en het werkland een rol. De bedoeling van een belastingverdrag is het voorkomen van dubbele belasting. Echter dit houdt niet in dat er geen belasting in Nederland verschuldigd is. Wij kunnen uw situatie bekijken en adviseren wat de beste gang van zaken is. Hier vind u een overzicht van de bedragslanden.
2. Moet ik me wel of niet uitschrijven?
Bij deze vraag is het van belang om vast te stellen waar je levenscentrum zal liggen als je het baanaanbod accepteert. Waar je levenscentrum ligt, is afhankelijk van veel verschillende factoren. Denk aan: waar verblijven partner en kinderen; waar verblijft u buiten werktijden; waar bent u lid van verenigingen, sportschool, etc. Wij kunnen u hierin adviseren.
Hoe zit het met sociale zekerheid?
Dit is wederom afhankelijk van de fysieke werklocatie. Als u fysiek alleen in het werkland werkt, ben je in principe sociaal verzekerd in het werkland. Onder bepaalde omstandigheden kan dit ook anders zijn.
Wij kunnen adviseren wat het beste is in jouw situatie en natuurlijk ook je aangifte inkomstenbelasting verzorgen. Het advies en de uitvoering daarvan blijft het beste in één hand.
Op donderdag 6 juni, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het geboden rechtsherstel voor de te veel betaalde box-3-heffing nog steeds in strijd is met het discriminatieverbod en het eigendomsrecht van artikel 1 Eerste Protocol EVRM. Dat geldt niet alleen voor het herstel op basis van de Herstelwet maar ook voor de Overbruggingswet die sinds 1 januari 2023 is ingevoerd. Het herstel moet worden gebaseerd op het werkelijke rendement. Het is aan de belastingplichtige om aan te tonen dat dit werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Hoe groot dit verschil is, is niet relevant. Daarbij moet het werkelijke rendement en het forfaitaire rendement van alle vermogensbestanddelen gezamenlijk (en dus niet per afzonderlijk vermogensbestanddeel) worden vergeleken, zonder aftrek van het heffingsvrije vermogen.
Volgens de Hoge Raad voldoet het herstel dat spaarders wordt geboden aan de uitgangspunten van het Kerstarrest. Het werkelijke rendement benadert namelijk het forfaitair rendement voor bank- en spaartegoeden. Maar dat geldt niet voor de overige bezittingen. Binnen de groep met overige bezittingen worden succesvolle en minder succesvolle beleggers ongelijk behandeld. Dit doet zich in betekenende mate voor. Omdat het vermogen als geheel bij het herstel moet worden betrokken, komt het geboden herstel als geheel onvoldoende tegemoet aan het uitgangspunt in het Kerstarrest dat de box-3-heffing moet plaatsvinden over het werkelijke rendement en dit de basis voor het herstel moet zijn.
Werkelijke rendement
De Hoge Raad geeft ook aan hoe het werkelijke rendement moet worden berekend. Het gaat om het nominale rendement, dus zonder rekening te houden met inflatie. Er wordt ook geen rekening gehouden met positieve of negatieve rendementen in andere jaren. Naast de voordelen die uit vermogensbestanddelen worden getrokken, zoals dividend, huur en rente, vallen ook vermogensveranderingen onder het werkelijke rendement. Met kosten wordt geen rekening gehouden maar wel met rente van schulden in box 3.
Rentevergoeding
Wordt de aanslag verminderd, dan wordt op grond van de Nederlandse fiscale wetgeving geen rente vergoed. Deze regel is niet in strijd met het EVRM, tenzij de wettelijke rente hoger is dan het bedrag van de belastingvermindering in box 3.
Spaarders schrikken van het uiteindelijke forfaitaire rendement op banktegoeden in box 3 over 2023: terwijl we het bij het opleggen van de voorlopige aanslagen nog hadden over 0,36 procent, is dat inmiddels gestegen tot 0,92 procent.
De stijging van dit percentage leidt tot hogere definitieve aanslagen dan verwacht. Volgens Taxlive.nl leidt dit ertoe dat een groot aantal belastingplichtigen met spaargeld, bezwaar zullen gaan aantekenen als ze hun definitieve aanslagen opgelegd krijgen. Ze vinden het namelijk in strijd met het algemene rechtsbeginsel van rechtszekerheid. Pas na het kalenderjaar, wordt het forfaitaire rendementspercentage met terugwerkende kracht tot het begin van het kalenderjaar vervangen door een ander percentage. Voor meer details zie de blog Ook spaarders in bezwaar tegen box 3-aanslag? (taxlive.nl) .
Wij gebruiken technologieën zoals cookies om informatie over uw apparaat op te slaan en/of te raadplegen. We doen dit met als doel om de beste ervaring te bieden en om gepersonaliseerde advertenties te tonen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als u geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.