De box 3 wetgeving is altijd in beweging sinds het kerstarrest van december 2021. Lees verder en ontdek de laatste wijzigingen in dit gebied!

Er waren begin dit jaar 15 rechterlijke uitspraken voor en 0 tegen. Sinds het kerstarrest in 2021 is het niet duidelijk wat er gaat gebeuren. Tot en met 2016 werd in box 3 belasting geheven over een vast rendement en vanaf 2017 was het gebaseerd op een fictief rendement. Er zijn nu meer uitspraken voor dat het werkelijke rendement van de belastingplichtige wordt belast dan tegen.

4 opties ter verfijning

Het kabinet maakt op 26 april vier opties bekend voor een mogelijke verfijning van de categorieën ‘overige bezittingen’ en ‘schulden’ in box 3. De eerste betreft de plaatsing in de categorie ‘banktegoeden’ van aandelen in het vermogen van een Vereniging van Eigenaren (VvE) en geld op een derdenrekening bij een notaris. De tweede optie betreft het defiscaliseren van onderlinge vorderingen en schulden in box 3, die in een gezamenlijke aangifte worden verwerkt. Hieronder worden verrekenbedingen begrepen tussen echtgenoten op basis van huwelijkse voorwaarden of bij toerekening aan de ouders van vermogen van minderjarige kinderen. Wat zijn de andere twee opties – en is er meer?

De eerste twee opties worden sowieso uitgewerkt in nieuwe wetgeving. Dat heeft het kabinet namelijk al toegezegd aan de Eerste en Tweede Kamer bij de behandeling van de Overbruggingswet box 3.

De derde verfijningsoptie betreft het creëren van een aparte categorie voor vorderingen, waardoor deze dan hetzelfde forfaitaire rendementspercentage krijgen als schulden. Hierbij wordt met name gedacht aan geldvorderingen tussen natuurlijke personen.

Optie vier is het opsplitsen van de categorie ‘overige bezittingen’ in meerdere categorieën met eigen forfaits, waaronder aparte categorieën voor effecten en voor onroerende zaken.

Naast de verfijningsopties wordt onderzocht of de heffingskorting voor groene beleggingen kan worden verhoogd.

Onroerende zaken in stelsel naar werkelijk rendement

Ook wordt onderzocht hoe onroerende zaken het beste kunnen worden belast in een stelsel op basis van werkelijk rendement. Daarbij wordt gekeken naar een combinatie van enkele varianten, zoals het belasten naar werkelijke inkomsten zoals huur, pacht en erfpachtinkomsten. En naar het belasten van de waardeontwikkeling van onroerend goed, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen woningen en niet-woningen. Ook wordt onderzocht hoe eigen gebruik van onroerend goed in box 3 kan worden belast. Een andere variant die wordt onderzocht, is het belasten van onroerend goed, waaronder grond, als resultaat uit overige werkzaamheden (row) in box 1.

Nieuw stelsel definitief uitgesteld

Het kabinet heeft nog geen beslissing genomen over de definitieve vorm van het nieuwe stelsel. Wel laat staatssecretaris Van Rij weten dat een zorgvuldig wetgevingsproces met zich meebrengt dat het nieuwe stelsel op basis van het werkelijke rendement pas in werking kan treden op 1 januari 2027.

Bron: Fiscount.nl

Indien u een brief heeft gehad van de Belastingdienst met als onderwerp “Verzoek om informatie” aangaande uw buitenlandse rekening, betekent dit dat de Belastingdienst uw buitenlands vermogen op het spoor is gekomen.

U bent verplicht om buitenlands vermogen aan te geven bij de Belastingdienst. Heeft u dit niet gedaan, dan zult u naast de verschuldigde naheffing een boete moeten betalen. Deze boete kan oplopen tot 300% en er is kans op strafrechtelijke vervolging.

Brief gehad van de Belastingdienst

Als de fiscus op de hoogte is van uw buitenlands vermogen, moet u een Verklaring Buitenlands vermogen opgeven bij de Belastingdienst. Dit is geen normale aangifte en ook geen normale inkeerregeling. Wij begeleiden u graag bij dit proces. Het is mogelijk om dit zelf te doen, maar wij adviseren u om dit uit te besteden. Het kost veel moeite, tijd en (helaas) ook zorgen.

Boete beperken

Indien u in deze situatie verkeert, is volledige medewerking en openheid van zaken noodzakelijk. Ook is het van belang om verzachtende omstandigheden aan te dragen. U dient dezelfde gegevens aan te leveren als bij de inkeerregeling. Evenals bij de inkeerregeling is het voor u zeer waarschijnlijk voordeliger om dit proces uit te besteden aan een gespecialiseerde belastingadviseur. Onze belastingadviseurs hebben ruime ervaring en weten hoe zij op de juiste wijze uw situatie moeten presenteren aan de inspecteur. Wij zullen ons tot het uiterste inzetten om uw boete te beperken.

Pakkans steeds groter

Het is te verwachten dat de Belastingdienst op korte termijn meer personen met verzwegen buitenlands vermogen op het spoor komt, aangezien er naast informatie-uitwisseling met banken in het buitenland ook actief onderzoek wordt verricht naar transacties met buitenlandse betaalkaarten.

Heeft u in de voorafingevulde aangifte een buitenlandse rekening vermeld staan? Neem dan contact op.

De 30%-regeling is een loonbelastingfaciliteit voor expats waarbij 30% van het brutosalaris belastingvrij wordt uitgekeerd en er gebruik gemaakt kan worden van twee inkomstenbelastingvoordelen.

De 30%-regeling

Er is een meningsverschil aan de gang inzake de 30%-regeling. Groenlinks schaft in ‘keuzes in Kaart 2022-2025’ de 30%-regeling en de vrijstelling extraterritoriale kosten (ETK) voor ingekomen werknemers af. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen van 0,5 mld euro. De Kamerleden van de SP en GroenLinks hebben ook al in 2016 een motie ingediend ter heroverweging van de noodzaak van de 30%-regeling en gaan er nu op stemmen. Dat om het ‘begrotingstekort’ door het kerstarrest te verminderen. Daarbij zou het helpen om de 30%-regeling af te schaffen.

Zij beweren dat er door deze regeling een onterecht verschil is tussen ingekomen en uitgezonden werknemers. Is deze ‘ongelijkheid’ echt een reden om de 30%-regeling af te schaffen?

De 30%-regeling – broodnodig

Er was tijdens de tweede wereldoorlog een groot tekort aan hoogopgeleid personeel en het tarief van de inkomstenbelasting was dan ook wel 70%. Niet een ideaal vestigingsklimaat dus. Na langdurige overleggen besloten de Belastingdienst en het bedrijfleven voor een gunstige regeling die hoogwaardig personeel zou aantrekken, om bij te dragen aan de wederopbouw van Nederland.

Het beraad resulteerde in de 40% regeling. Dat wilde zeggen dat 40% van het salaris, met maximum 40.000 gulden vrijgesteld werd van belasting door een aftrek. Vreemd genoeg wisten de meeste mensen hier niet van af. De regeling werd nooit gepubliceerd in een wet of resolutie bijvoorbeeld. In de loop der jaren heeft deze regeling verschillende wijzigingen ondergaan: zo is het naar een 35%-regeling gegaan in 1970, is het karakter van een aftrekregeling naar een vergoedingsregeling gewijzigd in 1992 en is het in de (loonbelasting)wet verankerd als de 30%-regeling en is de termijn nog van 8 jaar naar 5 jaar gewijzigd in 2019. Dit om de regeling doelmatiger te maken. Ondanks de extratorritiale kosten kan de werkgever door deze gunstige regeling wel 30% van het salaris belastingvrij uitkeren.

Maar naast die vrijstelling is er nog een groot voordeel voor de werknemer zelf. Er kan namelijk geopteerd worden voor de partieel buitenlandse belastingplicht. Op deze manier wordt alleen het box 1 inkomen belast als binnenlands belastingplichtige. Voor box 2 en box 3 wordt de werknemer belast als buitenlands belastingplichtig. Dat wil zeggen dat alleen eventuele onroerende zaken in NL, rechten op onroerende zaken in Nederland en winstrechten van Nederlandse ondernemingen opgegeven dienen te worden. Voorts kan de werkgever de internationale schoolgelden van de kinderen van werknemers belastingvrij vergoeden, kunnen de verhuiskosten en kosten voor het overbrengen van de boedel belastingvrij verstrekt worden. Ook kan een Nederlands rijbewijs makkelijker verstrekt worden.

Voor wie geldt de 30%-regeling ?

De 30%-regeling geld voor de ingezonden en uitgezonden werknemers. Bovendien kan de 30%-regeling ook toegepast worden bij bijvoorbeeld een DGA in dienst van de eigen BV; er moet sprake zijn van een dienstbetrekking.

Uitvoeringsbesluit Loonbelasting artikel 2:

Hier wordt onder verstaan:

  1. extraterritoriale werknemers: ingekomen werknemers en uitgezonden werknemers;
  2. ingekomen werknemer: door een inhoudingsplichtige uit een ander land aangeworven, of naar een inhoudingsplichtige gezonden werknemer in de zin van artikel 2 van de wet:

1°.met een specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is; en

2°.die in meer dan tweederde van de periode van 24 maanden voorafgaand aan de aanvang van de tewerkstelling in Nederland woonachtig was op een afstand van meer dan 150 kilometer van de grens van Nederland exclusief de territoriale zee van Nederland en de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone.

Hier kunnen we uit opmaken dat er voorwaarden zijn om de 30% regeling toe te passen:

  1. Er moet een werkgever aanwezig zijn; de inhoudsplichtige
  2. Deze heeft een werknemer in dienst;
    1. Deze is uit een anders land aangeworven
    2. Of deze is uitgezonden naar hem.

Verder moet de werknemer deskundig genoeg zijn. Dit wordt aangetoon door een salariscriterium en de werknemer dient wel 16 van de laatste 24 maanden op max 150 km afstand van de Nederlandse grens gewoond te hebben. Dit op het moment van het aanwerven. Er is vaak meningsverschil over deze criteria.

Hoezo zijn er tegenstanders van de 30%-regeling ?

Door 30% van het inkomen vrij te stellen wordt het verhuizen van de werknemer vergemakkelijkt. De 30%-regeling is een regeling zonder een ‘cap’, die door het salariscriterium wordt toebedeeld aan goedverdienende werknemers. Nu verschillen de meningen over de kosten van de verhuizing. Ook kunnen rijkere werknemers gebruik maken van deze regeling, voor wie de 30% niet noodzakelijk is. Sommige mensen vinden dat niet eerlijk, zoals de FNV. Deze vakbond vind het  ‘een excessieve compensatie voor met name de hogere inkomens’. En volgens FNV-bestuurder Amrit Sewgobind zorgt de regeling voor ongelijkheid op de arbeids- en woningmarkt door verdringing van Nederlandse werknemers en verhoging van de huizenprijzen. In het verleden heeft de FNV dit argument al naar voren doen komen vanwege de hoge werkloosheid, de 30% regeling zou als gevolg verdringing op de arbeidsmarkt hebben.

Afschaffen dus?

In 2018 zijn er talloze argument in het Wob-verzoek te vinden, die pleiten om het behoud van de 30%-regeling. ook uit de economische grondbeginselen kunnen we opmaken dat de 30%-regeling niet afgeschaft dient te worden:

  • Naar een nieuw, onbekend land verhuizen, dat is voor de meeste mensen een hele belevenis. Het gaat om de kennismaking met een nieuwe cultuur, omgangsvormen en bovendien kent de werknemer niemand. We moeten de gevolgen niet onderschatten. Het openen van een bankrekening bijvoorbeeld is een hele opgave door de huidige Wwft-verplichtingen. Zo kunnen bijvoorbeeld auto’s niet direct geleaset worden en sportclubs en huisartsen hebben wachtrijen. Kortom, het kost geld, tijd en moeite om te integreren in een nieuw land. Een hoop geregel komt erbij kijken. Hoe we kunnen helpen? De werkgever door een passend salaris en overige voordelen te verschaffen. En de overheid helpt door de 30%-regeling.
  • Internationale docenten naar Nederland halen; daarvoor hebben we de 30% regeling ook nodig;
  • In de onderwijs – en wetenschapssector is deze regeling nodig om uit beperkte publieke middelen een academisch salaris te kunnen verstrekken;
  • Aangezien de meeste werknemers best gehaast een onderkomen hebben moeten vinden leven zij ook in relatief dure huizen;
  • Als de 30%-regeling er niet is dan gaan de werknemers met talent ergens anders werken waar het belastingklimaat wel aantrekkelijk is;
  • Bij sommige pensioenvormen speelt pensioenvermogen een grote rol bij partiële buitenlandse belastingplicht;
  • Voor tech-bedrijven is de 30%-regeling van uiterst belang om een verleidelijk bod te doen aan werknemers;
  • De landen Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië, Oostenrijk, Griekenland, Cyprus, Finland, Zweden en Denemarken hebben net als ons ook een ‘expatregelng. Ook heeft België een regeling ingevoerd die veel in gemeen heeft met onze 30%-regeling;
  • Met een afschaffing van de 30%-regeling zou Nederland niet veel meer aantrekkelijks te bieden hebben voor inkomende werknemers. De verhoging van het toptarief van de vennootschapsbelasting, de invoering van doncitionele bronheffing op rentes en royalty’s , de strenge implementatei van ATAD 2  en de verhoging van het effectieve innovatiebox-tarief, zijn allemaal voorbeelden van strenge maatregelen die het vestigen in Nederland er niet makkelijker op maken;
  • De economische groei wordt eerder beperkt door protectionistische maatregelen dan leiden tot economische groei;
  • Als er door het afschaffen van de 30%-regeling minder hooggeschoold personeel naar Nederland komt dan zullen er ook minder belastingopbrengsten zijn. De afschaffing van de 30%-regeling zal niet tot het dichten van het begrotingsgat.

Nederland heeft veel hoogopgeleid personeel nodig, aangezien het geen lagelonenland is. Het is belangrijk dat goede internationale wetenschappers en docenten naar Nederland komen on te zorgen voor de ontwikkeling van de wetenschap en de studenten. En niet te vergeten; Nederland profiteert van de open grenzen en open handel. Ook profiteren we steeds meer van het start – en scale-up klimaat. Dit alles zou onder zo een afschaffing gaan lijden.

De tegenargumenten weerlegd!

Dialogic, Vleggeert en Van Schendel beweren dat de 30% regeling voor systematische overcompensatie. De Hoge Raad en de A-G zijn het hier echter niet mee eens. De regeling is juist van 40% en 35% naar de 30% gegaan om beter aan te sluiten bij de daadwerkelijke extraterritoriale kosten. De extraterritoriale kosten zijn gemiddeld 29% van de loonsom, waardoor een vrijstellingvan 30% gerechtvaardigt is, volgens een onderzoek van Dialogic.

Een ander argument is dat expats meer geld hebben waardoor de huizenprijs opgedreven is. Of dat nou klopt of niet, het zou maar één van de vele oorzaken zijn van de stijgende huizenprijzen.

De 30%-regeling – gewoon laten!

De 30%-regeling is van groot belang voor de Nederlandse economie- niet alleen vanwege de open economie, maar ook door het tekort aan technisch opgeleid personeel. Bovendien heeft de Nederlandse regering een reputatie gekregen als onvoorspelbaar en dat ze de wetgeving grillen. Wat Nederland een goed vestigingsland maakt, zijn de faciliteiten als de 30%-regeling, de goede infrastructuur, de Engels sprekende bevolking en bijvoorbeeld de innovatiebox. Het afschaffen van de 30%-regeling zou zonde zijn en de gevolgen moeten we niet onderschatten.  Natuurlijk dient de ontbering van emigratie serieus genomen te worden.

Het Hof Amsterdam oordeelt dat de Belastingdienst willekeurig heeft gehandeld in de toepassing van het correctiebeleid voor navordering. Het betreft een uitspraak in de zaak van een belastingplichtige X die het niet eens is met de navorderingsaanslagen IB/PVV over de jaren 2012 t/m 2014.

Indien het navorderingsbedrag over een belastingjaar lager is dan € 450 euro dient niet nagevorderd te worden. Echter, het correctiebeleid voor navordering bepaalt dat indien  binnen dat belastingjaar sprake is van repeterende onjuistheden er toch nagevorderd moet worden, ook al is er sprake is van een navorderingsbedrag lager dan € 450. Er zijn bij de Belastingdienst echter fouten gemaakt doordat in het ene geval wel en het andere geval geen navordering is geheven indien sprake was van repeterende onjuistheden bij een lager navorderingsbedrag dan € 450, terwijl dit volgens het correctiebeleid wel moest. Bij het maken van deze fouten blijkt de kennisstand van de aanslagregelaar een rol te hebben gespeeld.  Door de verschillende kennisniveaus is er dus willekeur bij toepassing van het correctiebeleid. Op grond van dit verbod op willekeur oordeelt Hof Amsterdam dat van navordering moet worden afgezien over de jaren waarin sprake is van een bedrag lager dan € 450, ook al is er sprake van repeterende onjuistheden.

Ten gevolge van deze uitspraak vervielen twee van de drie navorderingsuitslagen tegen belastingplichtige X.

Deze uitspraak kan gunstig uitpakken voor belastingplichtigen waarbij binnen een of meerdere belastingjaren sprake is van repeterende onjuistheden en een navorderingsbedrag lager dan € 450. Indien het om meerdere jaren gaat, kan het in sommige gevallen toch wel leiden tot een iets gunstiger navorderingsbedrag.

 

Bij steeds meer banken is tegenwoordig sprake van een negatieve spaarrente, al vanaf € 100.000 op de spaarrekening. U krijgt dus geen rente meer over uw geld op de spaarrekening, maar moet juist een bepaald percentage betalen over uw spaargeld voor het stallen van uw geld bij de bank. Er zijn diverse manieren om negatieve spaarrente te voorkomen.

  1. De meest bekende: extra rekeningen openen: bij sommige banken kunt u bij één bank meerdere rekeningen hebben en worden de rekeningen niet bij elkaar opgeteld. Bij andere banken worden de bedragen op verschillende rekeningen bij één bank wel bij elkaar opgeteld. Uw spaargeld spreiden over meerdere rekeningen kan lastig zijn, omdat de banken niet meer zo makkelijk een nieuwe rekening voor u openen. Zeker nu steeds meer mensen gebruik willen maken van deze oplossing.
  2. Beleggen: u kunt uw geld ook beleggen; spreiden over veel verschillende investeringen is dan raadzaam, evenals het inschakelen van een goede financieel adviseur. Deze kan afhankelijk van uw gewenste risico niveau de juiste investeringen voor u uitzoeken en regelen;
  3. Renteloze lening aan uw kind verschaffen: u stalt uw geld tot maximaal € 100.000 op de spaarrekening van uw kind. Sluit wel een schriftelijke leningsovereenkomst af waarin u aangeeft dat de lening bedoeld is om negatieve rente bij de bank te voorkomen en dat u het geld altijd direct weer op kunt eisen. Extra optie: Indien u uw kind dan als tegemoetkoming het bedrag aan bespaarde negatieve rente betaalt is dit voor uw kind belastingvrij. Leg dit ‘rentebedrag’ vast in de leningsovereenkomst. Zie ook familiebank;
  4. Lening aan uw eigen BV: heeft u nog ruimte op de bankrekening(en) van uw BV? Leen dan uw privévermogen uit aan uw BV. Voorwaarde is wel dat u de BV meer rente betaalt dan de bank aan de BV in rekening brengt. Uw BV maakt dan ‘winst’ en er is sprake van zakelijk handelen. U kunt de door u aan de BV betaalde rente aftrekken in box 1 op basis van de terbeschikkingstellingsregeling. Ook in dit geval moet u dit in een leningsovereenkomst vastleggen;
  5. Lening van uw BV aan u: Heeft u juist nog ruimte op uw privé rekening, terwijl uw BV rente moet betalen aan de bank? Leen dan geld van uw BV. De BV moet dan wel in plaats van aan de bank aan u rente vergoeden. Deze rente is voor uw BV aftrekbaar. U heeft dan wel een ‘schuld’ bij uw BV maar ontvangt onbelast rente die bovendien voor uw BV aftrekbaar is. Uw banksaldo in box 3 neemt dan wel toe, maar uw schuld ook, dus per saldo wordt er (bijna) niets belast.
  6. OFGR oprichten: indien het om een aanzienlijk vermogen gaat, is het oprichten van een Fonds voor Gemene Rekening (OFGR) ook een optie om negatieve spaarrente en hoge box-3 heffing te voorkomen. Hierbij wordt namelijk uitgegaan van het daadwerkelijke rendement in plaats van de box-3 heffing waarbij men een vaak ongunstig fictief rendement rekent.
  7. Mocht u reeds voornemens zijn om een schenking te doen aan uw kind(eren), dan is de negatieve spaarrente mogelijk een duwtje in de rug. U zou dan mogelijk gebruik kunnen maken van de belastingvrije schenking voor een koopwoning.
  8. Een zogenaamde ‘Inventieve constructie’ in het buitenland om uw vermogen te verhullen: deze methode is regelrechte belastingontduiking en mogelijk strafbaar. De fiscus is hier zeer alert op en heeft een speciaal programma ‘Verhuld vermogen’ waarmee in 2020 190 miljoen aan alsnog opgelegde belastingen, boetes en rente werd binnengehaald. Laat u dus niet verleiden door malafide adviseurs die u willen overhalen tot een dergelijke illegale constructie.

Bezit u box 3 vermogen boven € 100.000? Wij kijken graag met u naar fiscale mogelijkheden om te voorkomen dat u negatieve rente betaalt over een spaarrekening.

Heeft u recent of in het verleden vermogen niet aangegeven bij de fiscus? Bent u in zee gegaan met een adviseur die voor u (zoals hierboven beschreven) een inventieve constructie heeft opgezet? U wilt schoon schip maken? Wij begeleiden u vanuit onze jarenlange ervaring graag.

In onze praktijk zien wij het regelmatig. Mensen die jarenlang regelmatig in het buitenland verbleven voor (seizoens)werk, bijvoorbeeld in de recreatieve sector, of daar een huisje hebben dat ze ook verhuren. Het geld dat ze daarmee verdienden, hebben ze in het betreffende land op een spaarrekening gezet, ieder jaar een beetje.

Buitenlandse rekening in aangifte

Uiteindelijk staat daar dan toch een behoorlijk bedrag op. Het idee is vaak om dit later te gebruiken als appeltje voor de dorst in Nederland of om op te kunnen nemen als men naar dit land gaat emigreren of langere tijd daar verblijft. In veel gevallen komt het gewoon echt niet in hen op om dit verdiende en gespaarde geld of de buitenlandse woning aan te geven bij de Nederlandse belastingdienst. Groot is de verrassing (lees: teleurstelling) dan ook indien opeens de buitenlandse rekening vermeld staat in de vooraf ingevulde aangifte. Door de steeds intensievere informatie-uitwisseling tussen steeds meer landen, komen deze gegevens beschikbaar voor de Nederlandse belastingdienst.

Voorbeeld

Een voorbeeld is dat van een dame die jarenlang excursies verzorgde in het buitenland. Het geld dat ze daar verdiende, zette zij op een lokale rekening. Zij was reeds met de werkzaamheden gestopt, toen deze rekening recent alsnog opdook in de vooraf ingevulde aangifte. In haar geval geldt dit als box 1 inkomen, omdat het met arbeid is verdiend. Ze geeft aan dat in het betreffende land al inkomstenbelasting is ingehouden, maar er is nauwelijks iets beschikbaar aan salarisstroken etc. waardoor niet te bewijzen valt dat zij daar reeds inkomstenbelasting betaald heeft. Dit betekent dat zij zowel box 3 als box 1 belasting met rente zal moeten betalen, alsmede een boete. Helaas zal er dan niet veel overblijven van het gespaarde geld. In haar geval is het extra schrijnend dat zij in het in het land waar zij excursies verzorgde regelmatig geld schonk aan een weesjongen die zij had leren kennen. De fiscus ziet dit als schenking en er zal dus ook  achteraf schenkbelasting moeten worden betaald tegen het hoogste tarief aangezien het niet om eigen familie gaat.

Indien een buitenlandse rekening vermeld staat, valt er maar 1 ding te doen; actief meewerken en zo snel mogelijk openheid van zaken geven. Alhoewel het dan niet echt meer om inkeren gaat (de fiscus is immers reeds op de hoogte van de rekening), wordt medewerking gezien als een reden voor een lagere boete.

Wij adviseren u graag indien u in een dergelijke situatie zit.

Zit u in een inkeertraject of is dit afgerond? Gaat u het overgebleven (witte) buitenlands vermogen overmaken naar uw Nederlandse rekening? Geef dan tijdig bij de bank aan dat u gebruik maakt of heeft gemaakt van de inkeerregeling en dat het om het resterende bedrag gaat dat dus netjes aangegeven is bij de Belastingdienst. Het is ook verstandig om pas na afhandeling van het inkeertraject het geld over te maken.

Toegenomen controle particuliere klanten door banken

Van een aantal van onze cliënten hebben wij de laatste tijd vernomen dat hun Nederlandse bank het hen moeilijk maakt als zij het geld dat vrijkomt na of tijdens het inkeertraject naar hun Nederlandse rekening overmaken. Mogelijke aanleiding is de toenemende druk op banken om hun particuliere klanten te controleren op witwaspraktijken. Zo kreeg ING vorig jaar en ABN dit jaar een flinke boete omdat zij onvoldoende deden om witwassen tegen te gaan.

Voorkom dat uw transactie wordt gemeld als verdacht

Indien nu dus vanaf een buitenlandse bank ineens een grote som geld op de Nederlandse rekening wordt gestort, kan dit worden aangemerkt als verdacht. De banken zijn niet op de hoogte van het feit dat u als de eigenaar van het vermogen het inkeertraject heeft doorlopen. Het kan zijn dat zij uw transactie willen aanmelden bij het MOT (Meldpunt Ongebruikelijke Transacties). U kunt onnodige problemen en vertraging voorkomen door bij de bank te melden dat het om aangegeven vermogen gaat dat u stort nadat u gebruik heeft gemaakt van de inkeerregeling.

Ook een notaris kan onterecht aan de bel trekken 

Ook notarissen zien zich genoodzaakt om aan de bel te trekken indien zij betrokken worden bij een zaak waarin buitenlands vermogen een rol speelt. Bijvoorbeeld in een zaak waarin buitenlands vermogen geërfd is of indien u als gemachtigde moet optreden namens de eigenaar van het buitenlands vermogen indien deze zelf niet meer in staat is om te handelen. Een notaris moet dan verklaren dat iemand anders gemachtigd is. Ook wordt in sommige gevallen door de buitenlandse bank zelfs weer gevraagd om een apostille, een verklaring omtrent de bevoegdheid van de notaris ofwel legalisatie van zijn/haar handtekening. Ook de notaris is niet automatisch op de hoogte van het feit dat u in een inkeertraject zit en kan vragen gaan stellen over het buitenlands vermogen en een melding hiervan willen doen bij het MOT. Ook dit kan onnodige vertraging of een moeizamer verlopend inkeertraject opleveren. Niet iets waar u op zit te wachten.

Wij staan u graag bij indien u zulk soort vragen op u af krijgt. Neemt u gerust contact op om uw situatie te bespreken.

De Telegraaf meldt vandaag dat inmiddels bekend is dat er 3000 van de 4400 Nederlandse klanten bij de Luxemburgse bank Banque et Caisse d’Epargne de l’Etat (BCEE), waarvan de Belastingdienst in het najaar van 2016 de gegevens kreeg, zijn geïdentificeerd.

Boete mogelijk

2100 van deze 3000 bleken hun vermogen op de rekening niet te hebben aangegeven bij de fiscus. Deze mensen krijgen deze maand een brief van de Belastingdienst, waarvan een derde deel reeds verstuurd is. In deze brief wordt gevraagd om toelichting en openheid van zaken. Niet in alle gevallen zal het gaan om zwart vermogen, maar indien dit wel het geval is zal een boete of zelfs straf gelden.

Inkeer niet mogelijk

Volgens de Telegraaf stelt een zegsman van de fiscus dat zwartspaarders niet meer ontkomen aan een straf. Zij kunnen niet meer inkeren. Maar het volop meewerken kan wel meespelen in de beoordeling van de inspecteur. Dat wil zeggen leiden tot eventuele strafvermindering.

Mocht u reeds een brief hebben gekregen of verwachten deze te krijgen dan is het zaak dat u zo snel en volledig mogelijk openheid van zaken geeft. Wij kunnen u hierbij helpen en hebben ruime ervaring in het op de juiste wijze presenteren van alle gegevens aan de fiscus. Onze ervaring is dat de coulante houding van de Belastingdienst ten opzichte van zwartspaarders echt steeds minder wordt en dat er steeds meer druk wordt uitgeoefend om zo snel mogelijkheid met alle bankgegevens te komen.

Wilt u meer weten over uw mogelijkheden of hulp? Neem nu contact op.

JC Suurmond