Afhankelijk van uw vermogen kan het zo zijn dat het geboden rechtsherstel op basis van de nieuwe forfaitaire berekening alsnog tot een buitensporige last leidt omdat u bijvoorbeeld verliezen heeft geleden op uw beleggingen of er spelen ongerealiseerde vermogenswinsten en/of -dalingen. Er zijn voor dit soort situaties al de nodige uitspraken geweest van lagere rechters die allemaal het forfaitaire rechtsherstel onderuit halen en het werkelijke rendement volgen. Het is dus zeker de moeite waard om naar de mogelijkheden van bezwaar te kijken als uw werkelijk rendement lager is dan volgens het forfaitaire systeem.
Op 4 november werd bekend gemaakt dat er voor degene die geen bezwaar hebben gemaakt tegen de box 3-heffing over 2017 – 2020 een aanvullende procedure ingericht wordt, ‘massaal bezwaar plus’. Als uit de procedure ‘massaal bezwaar plus’ volgt dat niet-bezwaarmakers in aanmerking komen voor rechtsherstel, dan vindt dit rechtsherstel op dezelfde wijze plaats als bij bezwaarmakers. De inspecteur zal voor alle aanslagen 2017-2020 van niet-bezwaarmakers bepalen of deze verminderd moeten worden. Belastingplichtigen hoeven dan geen individueel verzoek meer te doen. De Belastingdienst wil hiermee voorkomen dat er weer grote aantallen bezwaarschriften worden ingediend. . Deze massaal bezwaar-procedure ziet specifiek op de niet-bezwaarmakers. In oktober zijn er in overleg met een representatieve vertegenwoordiging van fiscale intermediairs vier procedures geselecteerd. Deze vier zogenaamde proefpersonen zijn representatief voor de groep ‘niet-bezwaarmakers’ en elke zaak is net wat anders samengesteld.
Om ervoor te zorgen dat er zo snel mogelijk duidelijkheid is, zal de belastinginspecteur de rechter in eerste aanleg verzoeken om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Mocht de rechter dit verzoek niet honoreren is de staatssecretaris voornemens om rechtstreeks beroep in cassatie bij de Hoge Raad in te stellen (sprongcassatie) tegen de uitspraak van de rechtbank. Naar verwachting duurt een definitieve uitspraak in deze zaak een paar maanden tot een jaar. Tot die tijd zullen er geen definitieve aanslagen opgelegd worden waarin box 3-vermogen voorkomt.
Indien u wel bezwaar hebt gemaakt, maar u bent het toch niet eens met de uitkomst om andere redenen raden wij aan wel een ambtshalve verzoek in te dienen. Dit kan bijvoorbeeld de verdeling betreffen of de berekening van de heffing over buitenlands onroerend goed. Dit is nog mogelijk voor 5 jaar terug. Voor het jaar 2018 zal dit verzoek dan ook voor het einde van 2023 ingediend moeten worden om verjaring te voorkomen. Bij vragen hierover kunt u contact opnemen met ons kantoor.
Wat betreft box 3 zijn er in 2024 geen grote wijzigingen ten opzichte van 2023. Zoals in 2023 geldt ook in 2024 het systeem van de nieuwe forfaitaire spaarvariant. In dit systeem hebben de categorieën spaargeld, overig vermogen en schulden ieder een eigen percentage aan fictief rendement. In 2024 blijft het heffingsvrij vermogen gelijk aan 2023; dit blijft € 57.000,– (€ 114.000,– voor fiscaal partners). Op basis van de vermogensmix wordt een gemiddeld rendement berekend over het totaal vermogen. Het tarief over het fictief rendement in box 3 bedroeg in 2023 32%. Dit tarief wordt in 2024 verhoogt naar 36%.
Hieronder een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing volgens de nieuwe forfaitaire spaarvariant voor 2024.
Vermogensrendementsheffing 2024

*wordt bekend gemaakt na afloop van 2024
De vermogensrendementsheffing in 2023 was als volgt:
Vermogensrendementsheffing 2023

*wordt definitief vastgesteld na afloop van 2023
Er is jarenlang geprocedeerd over de fictieve manier van belasting heffen over het box 3-vermogen. Er werd immers uitgegaan van een fictief rendement dat vele malen hoger was dan op de spaarrekening ontvangen werd. De uitspraken voor eerdere jaren pakten allen negatief uit voor de belastingbetaler. Uiteindelijk bepaalde de Hoge Raad in december 2021 in het zogenaamde Kerstarrest echter dat de forfaitaire berekening van box 3 voor de jaren 2017 en 2018 onevenredig zwaar drukt en daarmee in strijd is met het mensenrechtenverdrag. Volgens de Hoge Raad moet rechtsherstel geboden worden aan belastingplichtigen die bezwaar gemaakt hebben.
De Belastingdienst heeft dit rechtsherstel vorig jaar uitgewerkt door belastingplichtigen alsnog te belasten op basis van de werkelijke samenstelling van hun vermogen en niet de fictieve verschillende vermogensgroepen. Er wordt nog steeds uitgegaan van een fictief rendement; het rendement voor spaargeld is sterk verlaagd naar 1%* of minder op basis van de werkelijke rentestanden. Voor overig vermogen geldt echter het hoogste percentage van rond de 6%. Voor schulden geldt een lager percentage rond de 3%*. Het heffingsvrij vermogen wordt berekend tegen een gewogen gemiddeld tarief. Er wordt hiermee in ieder geval beter aangesloten op de werkelijke vermogenssituatie. Aangezien het fictief rendement op overig vermogen juist op basis van het hoogste percentage berekend wordt, is de nieuwe berekening niet in alle situaties gunstiger, echter is vanaf 2023 is alleen de nieuwe forfaitaire spaarvariant van toepassing.
*Deze percentages worden na afloop van het kalenderjaar vastgesteld, derhalve zijn de exacte cijfers voor 2023 nog niet bekend
In 2024 wordt de grens voor de eerste schijf verhoogd, namelijk van € 73.032,– naar € 75.624,–. Hieronder volgt een schematische weergave van de Inkomstenbelasting in box 1 in 2023 en 2024:

Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt gelden in 2023 en 2024 de volgende tarieven:

*er gelden andere schijven voor belastingplichtigen geboren vóór 1 januari 1946
Het einde van het jaar nadert en Suurmond Belastingadviseurs doet mee met de eindejaar voorbereidingen!
Niet alleen hebben we een nieuwsbrief met handige eindejaarstips naar onze klanten toegestuurd, ook is ons team druk bezig kalenders te verpakken. Zoals onze klanten gewend zijn, sturen wij elk jaar handige bureau kalenders uit met mooie, sfeervolle afbeeldingen.
Natuurlijk mag de gebruikelijke kerstkaart daarbij niet ontbreken! Dit jaar is het een bijzondere kerstkaart: een kerstkaart met een verhaal erachter. Het is niet zomaar een dame met een gele rugzak…
Lees hier het verhaal achter de kerstkaart:
Story
As the holiday season approaches, a woman carrying a vibrant yellow backpack and a matching umbrella, walks confidently down a rain-soaked city street. The raindrops fall around her, creating a shimmering pathway through which she navigates.
Much like our journey through the fiscal year, this woman faced the challenges of the unpredictable weather with resolve. She symbolizes the strength and resilience we all share during the ups and downs of our financial paths.
At JC Suurmond Tax Consultants, we understand that the fiscal landscape can sometimes be as unpredictable as the weather. Just as this woman makes her way through the rain with her golden accessories, we are here to guide you through the financial challenges that come your way.
As you celebrate this holiday season, remember that we’re here to help you navigate the tax waters, rain or shine, and ensure that your financial future is as bright and promising as the golden umbrella in the rain.

Met deze nieuwsbrief willen wij u weer op de hoogte brengen van de laatste fiscale wijzigingen en besparingsmogelijkheden.
Wij hopen dat u uw voordeel kunt doen met deze nieuwsbrief. Neemt u voor meer informatie en persoonlijk advies contact op met ons kantoor.
Samenvatting belastingplannen en tips
Dit is de eerste begroting van het nieuwe kabinet-Rutte IV, waar zoals verwacht veel van de plannen in het regeerakkoord in verwerkt zijn. Daarnaast zijn er een aantal wijzigingen uit de Voorjaarsnota opgenomen naar aanleiding van budgettaire uitdagingen door onder meer de gevolgen van de oorlog in Oekraïne en het Kerstarrest voor box 3.
De box 1-heffing wordt iets verlaagd. Daar tegenover staan weer een aantal andere verhogingen van onder meer de overdrachtsbelasting en box 3-heffing voor tweede woningen. Ook de Vennootschapsbelasting voor het MKB wordt verhoogd, waarmee de eerdere verlagingen juist weer worden teruggedraaid. Er is dit jaar veel te doen geweest over de box 3-heffing naar aanleiding van het Kerstarrest van de Hoge Raad met forse gevolgen voor de wijze van heffen. U leest er hieronder meer over, zowel over de correcties over oude jaren als hoe de situatie vanaf nu eruit ziet.
Een greep uit de tips vóór het einde van dit jaar:
– Indien u nog wilt gebruik maken van de verhoogde schenkingsvrijstelling van € 100.000,– voor de eigen woning van uw kind, is dat mogelijk tot uiterlijk 31-12-2022.
– De nieuwe box 3-heffing is gebaseerd op verschillende vermogenscategorieën; eventueel zou u hierop in kunnen spelen door de samenstelling van uw vermogen nog voor 31 december aan te passen. Hierbij zou bijvoorbeeld gedacht kunnen worden aan het omzetten van slecht renderende beleggingen of leningen(vorderingen) die nu tegen het hoogste tarief belast worden naar laag belast spaargeld.
– Voor 2023 gaat het percentage van aftrekposten in de Inkomstenbelasting voor hogere inkomens weer 3% omlaag; indien het mogelijk is om aftrekbare uitgaven naar voren te halen, levert de aftrekpost dit jaar nog meer op.
Particulier
Index particuliere fiscale tips:
- Wijzigingen tarieven Box 1 – Inkomen uit werk en woning
- Kerstarrest en rechtsherstel box 3-heffing
- Massaal bezwaar plus procedure voor niet-bezwaarmakers
- Berekening box 3 – heffing buitenlands onroerend goed
- Wijzigingen 2023 Box 3 – Voordeel uit sparen en beleggen
- Peildatumarbitrage bij schuiven tussen box 3-categorieën
- Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
- Overdrachtsbelasting: startersvrijstelling en wijziging tarief
- Beperking Leegwaarderatio
- Wijziging inkomensafhankelijke combinatiekorting
- Laatste kans schenking jubelton
- Vervanging aftrek scholingskosten
- Overige belastingtips
Wijzigingen tarieven Box 1 – Inkomen uit werk en woning
In 2023 wordt het tarief in de eerste schijf verder verlaagd van 37,07% naar 36,93%. Ook dit jaar is de grens voor de eerste schijf verhoogd, namelijk van € 69.398,– naar € 73.071,–. Het tarief voor de tweede schijf blijft 49,5%. Hieronder volgt een schematische weergave van de Inkomstenbelasting in box 1 in 2022 en 2023.
| Inkomstenbelasting – AOW niet bereikt | 2022 | Inkomstenbelasting – AOW niet bereikt | 2023 |
| Eerste schijf tot € 69.398 | 37,00% | Eerste schijf tot € 73.071 | 36,93% |
| Tweede schijf vanaf € 69.398 | 49,50% | Tweede schijf tot € 73.071 | 49,50% |
Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt geldt nog steeds een drieschijvenstelsel. Schijf 1 gaat van 19,17% naar 19,03%. De tweede schijf gaat van 37,07% naar 36,93% en de derde schijf blijft 49,50%. Hieronder volgt een schematische weergave van de Inkomstenbelasting in box 1 in 2022 en 2023.
| Inkomstenbelasting – AOW bereikt | 2022 | Inkomstenbelasting – AOW bereikt | 2023 |
| Eerste schijf tot € 35.472 | 19,17% | Eerste schijf tot € 37.149 | 19,03% |
| Tweede schijf vanaf € 35.472 tot € 69.398 | 37,07% | Tweede schijf vanaf € 37.149 tot € 73.071 | 36,93% |
| Derde schijf vanaf € 69.398 | 49,50% | Derde schijf vanaf € 73.071 | 49,50% |
| *er gelden andere schijven voor mensen geboren vóór 1 januari 1946 |
Kerstarrest en rechtsherstel box 3-heffing
Er is jarenlang geprocedeerd over de fictieve manier van belasting heffen over het box 3-vermogen. Er werd immers uitgegaan van een fictief rendement dat vele malen hoger was dan op de spaarrekening ontvangen werd. De uitspraken voor eerdere jaren pakten allen negatief uit voor de belastingbetaler. Uiteindelijk bepaalde de Hoge Raad in december 2021 in het zogenaamde Kerstarrest echter dat de forfaitaire berekening van box 3 voor de jaren 2017 en 2018 onevenredig zwaar drukt en daarmee in strijd is met het mensenrechtenverdrag. Volgens de Hoge Raad moet rechtsherstel geboden worden aan belastingplichtigen die bezwaar gemaakt hebben.
De Belastingdienst heeft dit rechtsherstel nu uiteindelijk uitgewerkt door belastingplichtigen alsnog te belasten op basis van de werkelijke samenstelling van hun vermogen en niet de fictieve verschillende vermogensgroepen. Er wordt nog steeds uitgegaan van een fictief rendement; het rendement voor spaargeld is sterk verlaagd naar 0,25% of minder op basis van de werkelijke rentestanden. Voor overig vermogen geldt echter het hoogste percentage van rond de 5,5%. Voor schulden geldt een lager percentage rond de 3%. Het heffingsvrij vermogen wordt berekend tegen een gewogen gemiddeld tarief. Er wordt hiermee in ieder geval beter aangesloten op de werkelijke vermogenssituatie. Aangezien het fictief rendement op overig vermogen juist op basis van het hoogste percentage berekend wordt, is de nieuwe berekening niet in alle situaties gunstiger. Voor 2022 is het nog mogelijk om voor het oude systeem te kiezen als de nieuwe berekening ongunstiger uitvalt. Vanaf 2023 is alleen de nieuwe forfaitaire spaarvariant van toepassing.
Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing volgens de oude schijvenvariant in 2022.

Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing volgens de nieuwe forfaitaire spaarvariant voor de jaren 2021 en 2022.


Massaal bezwaar plus procedure voor niet-bezwaarmakers
Op 4 november werd bekend gemaakt dat er voor niet-bezwaarmakers een aanvullende procedure ingericht wordt, ‘massaal bezwaar plus’. Als uit de procedure ‘massaal bezwaar plus’ volgt dat niet-bezwaarmakers in aanmerking komen voor rechtsherstel, dan vindt dit rechtsherstel op dezelfde wijze plaats als bij bezwaarmakers. Het herstel zal dan dus ook gebaseerd zijn op het Beleidsbesluit rechtsherstel box 3. De inspecteur zal voor alle aanslagen 2017-2020 van niet-bezwaarmakers bepalen of deze verminderd moeten worden. Bent u het als niet-bezwaarmaker niet eens met het geboden rechtsherstel, dan kunt u binnen de gestelde termijn verzoeken om ambtshalve vermindering. Bij een afwijzing van dit verzoek staat daartegen vervolgens bezwaar en beroep open.
Staatsecretaris van Financiën Van Rij vestigt overigens wel opnieuw de aandacht op de uitspraak van de Hoge Raad van 20 mei 2022, waarin wordt geoordeeld dat voor niet-bezwaarmakers geen recht bestaat op rechtsherstel, zoals bedoeld in het Kerstarrest. Diverse belangenorganisaties zien echter reden om opnieuw te procederen, omdat zij daarvoor nieuwe rechtsvragen en gronden hebben die niet aan de orde zijn geweest in de uitspraak van 20 mei 2022. Die rechtsvragen worden momenteel in overleg met het ministerie van Financiën geformuleerd. Ook worden de zaken geselecteerd die in de procedure ‘massaal bezwaar plus’ zullen worden voorgelegd aan de belastingrechter. Een uitspraak op de procedure ‘massaal bezwaar plus’ wordt op z’n vroegst in 2023 verwacht. Als de rechter oordeelt dat rechtsherstel ook aan niet-bezwaarmakers moet worden geboden, dan zal de inspecteur eerst een collectieve uitspraak en collectieve beslissing doen op de bezwaren en ambtshalve verminderingsverzoeken die onder de procedure vallen. Vervolgens zal de inspecteur voor alle niet-bezwaarmakers over de jaren 2017 – 2020 bepalen of de aanslag verminderd moet worden. Ongeacht het feit of er een verzoek om ambtshalve vermindering is ingediend. Tegen de collectieve uitspraak of beslissing staan geen rechtsmiddelen open. Wel kunnen de niet-bezwaarmakers binnen een vergelijkbare termijn als de bezwaarmakers, om ambtshalve vermindering verzoeken. Van belang hierbij is – met name voor de aanslag 2017 – dat de 5-jaartermijn hiervoor niet meer relevant is, mocht die inmiddels zijn verstreken. Bij vragen hierover kunt u contact opnemen met ons kantoor.
Berekening box 3 – heffing buitenlands onroerend goed
Overigens zijn er de nodige onduidelijkheden inzake de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting over buitenlands onroerend goed. Ons inziens is de aftrek op een ongunstige manier berekend, uitgaande van het gemiddelde tarief in plaats van het hoge tarief dat toegepast wordt voor onroerend goed. De Belastingdienst is inmiddels zelf begonnen de eerdere verminderingen te corrigeren. Daarnaast is ook de keuze tussen het oude of het nieuwe systeem niet éénduidig bij situaties waarbij een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting speelt. Wij raden aan deze gevallen extra goed te controleren en zo nodig bezwaar te maken.
Wijzigingen 2023 Box 3 – Voordeel uit sparen en beleggen
Wat betreft box 3 zijn er in 2023 de nodige wijzigingen. Vanaf 2023 geldt het nieuwe systeem van de forfaitaire spaarvariant. In dit systeem hebben de categorieën spaargeld, overig vermogen en schulden ieder een eigen percentage aan fictief rendement. In 2023 wordt het heffingsvrij vermogen verhoogd naar circa € 57.000,– (€ 114.000,– voor fiscaal partners). Op basis van de vermogensmix wordt een gemiddeld rendement berekend over het totaal vermogen. Het tarief over het fictief rendement in box 3 bedraagt in 2022 31%. Dit tarief zal jaarlijks stapsgewijs worden verhoogd met 1% tot 33% in 2024 en bedraagt in 2023 zodoende 32%.
Het is de bedoeling om in 2026 een systeem in te voeren op basis van het werkelijke rendement en een vermogensaanwasbelasting. Dit komt voort uit de uitspraak van de Hoge Raad over het fictieve rendement; in de praktijk zitten echter aan ieder systeem veel haken en ogen. Over de nieuwe vermogensaanwasbelasting is dan ook nog veel onduidelijk en het is de vraag of de invoering in 2026 daadwerkelijk plaatsvindt.
Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing volgens de nieuwe forfaitaire spaarvariant voor 2023.

Peildatumarbitrage bij schuiven tussen box 3-categorieën
In het nieuwe systeem van box 3-heffing wordt spaargeld gunstiger belast dan overig vermogen. Om te voorkomen dat belastingplichtigen rond de peildatum voor box 3 gaan schuiven met hun bezittingen tussen de verschillende vermogenscategorieën is er in de Overbruggingswet box 3 een bepaling voor peildatumarbitrage opgenomen. Deze bepaling heeft betrekking op een periode van drie maanden rond 1 januari. Als een transactie binnen deze bepaling valt, wordt deze transactie voor het berekenen van de box 3-heffing op 1 januari genegeerd. Door deze bepaling leidt het tijdelijke omzetten van vermogensbestanddelen derhalve niet tot een lagere belastingheffing. Als het omzetten, van bijvoorbeeld beleggingen naar spaargeld, meer dan drie maanden geleden is op het tijdstip dat deze omzetting weer wordt teruggedraaid valt dit niet onder de peildatumarbitrage-beperking. Als de handeling niet om fiscale redenen is dan valt dit eveneens niet onder de peildatumarbitrage; hiervoor kan de fiscus bewijsstukken opvragen om dit vast te stellen. Heeft u vragen over deze regeling? Neem dan contact met ons op.
Schuiven tussen vermogenscategorieën rond de peildatum van 1 januari is derhalve in principe alleen succesvol als de verschuiving gedurende drie maanden in stand blijft. Uiteraard dient ook rekening gehouden te worden met kosten van het overboeken van effecten en ander vermogen.
De eerste peildatum van het nieuwe systeem is 1-1-2023.
Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
Zoals reeds in 2020 en 2021 vermeld wordt het hoogste tarief waartegen nagenoeg alle aftrekposten mogen worden afgetrokken in stappen afgebouwd tot het lage tarief. Belastingplichtigen waarbij het inkomen in de hoogste schijf in box 1 valt, hebben derhalve minder fiscaal voordeel van deze aftrekposten. In 2023 mogen deze aftrekposten tegen maximaal het lage tarief van 36,93% in aftrek worden gebracht, ten opzichte van 40% in 2022. Het kan dan ook voordelig zijn om aftrekbare kosten waar mogelijk naar voren te halen.
Het gaat hierbij om de volgende aftrekposten:
- Alimentatie
- Aftrek van scholingsuitgaven
- Aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten
- Aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten
- Giftenaftrek
- Hypotheekrenteaftrek
- Ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek)
- MKB winstvrijstelling
- Terbeschikkingsstellingsvrijstelling
Door deze verlaging leveren de aftrekposten in 2022 meer op dan in 2023 en de volgende jaren. Indien u in 2022 met uw inkomen in de hoogste belastingschijf valt is het derhalve raadzaam om, indien mogelijk, aftrekposten zoals giften of zorgkosten nog voor het eind van het jaar te betalen.
Overdrachtsbelasting: startersvrijstelling en wijziging tarief
Vanaf het jaar 2021 is de startersvrijstelling in het leven geroepen. Kopers tussen de 18 en 35 jaar betalen (onder bepaalde voorwaarden) voor een eigen woning eenmalig geen overdrachtsbelasting. Starters kunnen in 2023 een duurder huis vrij van overdrachtsbelasting kopen dan in 2022. Ze moeten er dan wel zelf gaan wonen. Per 2023 wordt de woningwaardegrens namelijk verhoogd van € 400.000 naar € 440.000. Door even te wachten kunnen starters potentieel duizenden euro’s aan overdrachtsbelasting besparen. Kopers vanaf 35 jaar die de woning zelf gaan bewonen betalen 2% overdrachtsbelasting. Kopers die de woning niet zelf gaan bewonen betaalden 8% overdrachtsbelasting. Vanaf 1 januari 2023 bedraagt het tarief 10,4%.
Beperking Leegwaarderatio
Vanaf 2023 wordt de leegwaarderatio flink ingeperkt, mits het Belastingplan 2023 door de Eerste Kamer aangenomen wordt. Hiermee kon in voorgaande jaren op basis van de ontvangen huur voor een box 3-woning de waarde van de betreffende woning vermindert worden en tevens werd zo de box 3-heffing beperkt. Vanaf 2023 geldt deze leegwaarderatio enkel nog voor huurcontracten van minstens 2 jaar waar huurbescherming voor is. Tevens worden de percentages van de leegwaarderatio aanzienlijk verhoogd. Waar tot 2022 de waarde kon verminderd worden tot 45% van de WOZ-waarde is dit vanaf 2023 maximaal nog 73%. Tevens mag de leegwaarderatio niet meer toegepast worden bij verhuur aan gelieerde partijen zoals uw zoon of dochter. In deze situatie moet de woning tegen de volledige WOZ-waarde vermeld.
Aangezien schulden op tweede woningen tegen een lager tarief berekend worden, komt de box 3-heffing voor particuliere verhuurders van tweede woningen fors ongunstiger uit vanaf 2023. Daarnaast is de aankoop van een tweede woning duurder in verband met de verhoging van de overdrachtsbelasting.
Wijziging inkomensafhankelijke combinatiekorting
De inkomensafhankelijke combinatiekorting kan worden toegepast bij mensen met kinderen onder de 12 jaar. De voorwaarden is dat beide partners werken. De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt in 2023 verhoogd tot € 2.694,–. Vanaf 1 januari 2025 wordt de inkomensafhankelijke combinatiekorting afgeschaft. Voor kinderen die voor deze datum geboren zijn is er wel nog twaalf jaar recht op deze heffingskorting. Overigens wordt er toch nog gesproken over een overgangsregeling, waarvan de uitkomst op dit moment niet bekend is.
Laatste kans schenking jubelton
U kunt in 2022 nog voor het laatst de zogenaamde jubelton van € 106.671,– belastingvrij aan uw kind schenken. Voorwaarde is wel dat uw kind dit bedrag binnen 3 kalenderjaren besteedt aan een eigen woning en dat uw kind tussen de 18 en 40 jaar is op de datum van de schenking. Vanaf 2023 bedraagt deze vrijstelling nog slechts € 37.231,–.
Heeft u dit jaar nog geen gebruik gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen? U heeft nog tot 31 december de tijd om deze schenkingen te verrichten. Let er hierbij op dat het geld uiterlijk op 31 december 2022 moet zijn bijgeschreven op de rekening van de ontvanger. In 2022 geldt een algemene vrijstelling van € 2.274,–. Voor schenkingen aan kinderen is een vrijstelling van € 5.677,– van toepassing. Daarnaast zijn er nog een aantal eenmalige schenkingsvrijstellingen (voor bijvoorbeeld een studie of de aanschaf van een eigen woning).
Vervanging aftrek scholingskosten
Vanaf het belastingjaar 2022 zijn studiekosten niet meer aftrekbaar in de Inkomstenbelasting. De fiscale aftrekpost is vervangen door de subsidieregeling STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Vanaf 1 maart 2022 kunnen werkenden en werkzoekenden bij het UWV een STAP-budget aanvragen. Het budget is € 1.000,– per persoon per jaar. Als de aanvraag goedgekeurd is, wordt het bedrag betaald aan de opleider. Alleen studiekosten die tot en met het jaar 2021 betaald zijn, kunnen nog in de aangifte Inkomstenbelasting in aftrek worden gebracht.
Overige belastingtips
- Verwacht u dat u over het belastingjaar 2022 of 2023 een hoger bedrag aan belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, om belastingrente te besparen. U betaalt belastingrente als de aanslag over een bepaald jaar later dan 6 maanden na afloop van het betreffende kalenderjaar wordt opgelegd. De belastingrente is minimaal 4%. Om er zeker van te zijn dat een voorlopige aanslag tijdig wordt opgelegd adviseren wij deze voor 1 april 2023 aan te vragen. De aanslag over het belastingjaar 2022 moet ineens betaald worden. De aanslag over het belastingjaar 2023 mag u in termijnen betalen. Heeft u hierover vragen? Wij zijn u graag van dienst bij het aanvragen van een voorlopige aanslag.
- Indien u verwacht nog een teruggave te ontvangen voor het jaar 2017, dient voor 31 december 2022 een aangifte Inkomstenbelasting over dit jaar ingediend te worden. In 2023 verloopt namelijk de 5 jaarstermijn voor het indienen van deze aangifte.
- Bundelt u voor zover mogelijk aftrekbare kosten zoals ziektekosten en giften in één bepaald jaar. Zo wordt eerder een aftrekpost behaald en komt de drempel maar één keer in mindering op de uitgaven. Voor giften vervalt de drempel overigens helemaal indien u de gift aan een charitatieve instelling voor 5 jaar vastlegt.
Zakelijk
De verlenging van de eerste schijf in de Vennootschapsbelasting naar € 395.000,– in 2022 wordt in 2023 weer ongedaan gemaakt en beperkt tot € 200.000,–. Daarnaast gaat het tarief in de eerste schijf omhoog van 15% naar 19%. Het tarief in de tweede schijf voor winsten boven € 200.000,– bedraagt 25,8%. Daarnaast wordt het box 2-tarief vanaf 2024 gesplitst in twee schijven. Verder wordt de vrije ruimte voor vergoedingen aan werknemers in 2023 verhoogd.
Index zakelijke fiscale tips:
- Wijziging vennootschapsbelasting
- Wijzigingen box 2-tarief
- Verlaging zelfstandigenaftrek
- Onbelaste vergoedingen werknemers
- Aanpassing vrije ruimte
- Afschaffing doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon
- Beperking lenen dga van eigen BV
- Verliesverrekening vennootschapsbelasting
- Wetsvoorstellen voorkoming belastingontwijking internationale ondernemingen
- UBO-register tijdelijk niet meer publiek toegankelijk
- Overige belastingtips
Wijzigingen Vennootschapsbelasting
Het tarief in de vennootschapsbelasting wordt dit jaar verhoogd. Daarnaast worden ook de schijven aangepast. Het tarief voor de vennootschapsbelasting was 15% over de eerste € 395.000,– winst en voor winsten boven de € 395.000,– was dit in 2022 25,8%. In 2023 wordt het tarief 19% over de eerste € 200.000,–. Het tarief voor winsten boven de € 200.000,– blijft in 2023 25,8%.
| Vennootschapsbelasting | 2022 | ||||
| Eerste schijf tot € 395.000 | 15% | ||||
| Tweede schijf vanaf € 395.000 | 25,8% | ||||
| Vennootschapsbelasting | 2023 | ||||
| Eerste schijf tot € 200.000 | 19% | ||||
| Tweede schijf vanaf € 200.000 | 25,8% |
Wijzigingen box 2-tarief
Het tarief in box 2 blijft voor 2023 ongewijzigd op 26,9%. Er wordt ingaande 2024 een schijventarief met twee schijven ingevoerd in box 2. Dit betreft inkomsten uit aanmerkelijk belang, zoals dividenden en vermogenswinsten op aandelenbelangen boven de 5%. Het tarief bedraagt in 2024 24,5% voor de eerste € 67.000,– en 31% voor het bedrag daarboven. Aangezien dit per partner geldt, kan bij fiscaal partnerschap in totaal € 134.000,– tegen het lage tarief belast worden. Hieronder volgt een schematische weergave van het nieuwe schijventarief.
| Inkomstenbelasting box 2 | 2022 en 2023 | Inkomstenbelasting box 2 | 2024 |
| Vast tarief | 26,90% | Eerste schijf tot € 67.000 | 24,5% |
| Tweede schijf vanaf € 67.000 | 31% |
Verlaging zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2020 afgebouwd. Vanaf 2023 wordt dit versneld gedaan. Het plan is om de zelfstandigenaftrek stapsgewijs te verlagen met € 1.280 per jaar, naar € 900,– in 2027. In 2022 was de maximale zelfstandigenaftrek € 6.310,–. In 2023 is de maximale zelfstandigenaftrek € 5.030,–.
Inperking 30%-regeling
De 30%-regeling voor ingekomen werknemers wordt per 1 januari 2024 beperkt tot de WNT-norm(ook bekend als de Balkenende-norm). In 2022 bedraagt deze norm € 216.000 op jaarbasis en in 2023 € 223.000. Er geldt een overgangsregeling voor ingekomen werknemers bij wie de 30%-regeling over het laatste loontijdvak(december) van 2022 is toegepast. De aftopping van de 30%-regeling geld voor hen pas vanaf 1 januari 2026, in plaats van 1 januari 2024. Als u dus van plan was om begin volgend jaar een ingekomen werknemer in dienst te nemen met een salaris boven de WNT-norm, dan heeft de werknemer er in sommige gevallen een aanzienlijk voordeel van als de dienstbetrekking al per 1 december 2022 ingaat. Wij adviseren u graag over de mogelijkheden.
Onbelaste vergoedingen werknemers
Doordat er sinds de coronacrisis veel mensen vanuit thuis werken (en dit de werknemer indirect geld kost; meer energieverbruik, verbruik koffie etc.) is er een onbelaste thuiswerkvergoeding geïntroduceerd. Hierdoor kunnen werkgevers per gewerkte dag of gewerkt dagdeel maximaal € 2,– vergoeden. Per 2023 wordt dit bedrag gecorrigeerd voor inflatie en komt daarmee naar verwachting op € 2,13. De onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,19 wordt verhoogd naar € 0,21. De vergoedingen kunnen niet tegelijkertijd betaald worden; per dag kan of gekozen worden voor uitbetaling van de thuiswerkvergoeding of uitbetaling van de reiskostenvergoeding.
Voor het inrichten van een thuiswerkplek mag een werkgever een onbelaste vergoeding geven. De kosten voor bijvoorbeeld een bureaustoel of computerscherm kan de werkgever via andere gerichte vrijstellingen van de werkkostenregeling vergoeden.
Aanpassing vrije ruimte
In 2022 was het percentage van de vrije ruimte 1,7% over de eerste € 400.000,– van de loonsom en 1,18% daarboven. Wilt u hier nog gebruik van maken? Dan heeft u nog tot en met 31 december 2022 de tijd om bepaalde kosten belastingvrij te vergoeden aan de werknemer. Ook kan een bonus uitbetaald worden onder de vrije ruimte mits dit gebruikelijk is; een bedrag tot € 2.400,– wordt in ieder geval als gebruikelijk gezien. Er geldt voor 2023 een tijdelijke verruiming naar 3% over de eerste € 400.000,– van de loonsom. Dit wordt per 2024 weer verlaagd naar 1,92% van de loonsom tot € 400.000,–
Afschaffing doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon
Voor directeur-grootaandeelhouders (>5% aandelenbelang in een BV) geldt de gebruikelijk loonregeling. In 2022 mocht het salaris in principe 25% lager vastgesteld worden dan hetgeen gebruikelijk was voor werknemers die geen dga zijn, ook wel de doelmatigheidsmarge genoemd. Met ingang van 2023 wordt de doelmatigheidsmarge afgeschaft en moet het salaris dus minimaal gelijk zijn aan dat van iemand met het meest vergelijkbare dienstverband. Dat kan voor 2023 dus een aanzienlijke loonsverhoging en extra af te dragen loonheffing tot gevolg hebben voor dga’s.
Beperking lenen dga van eigen BV
De mogelijkheid om te lenen van de eigen BV wordt met ingang van 2023 beperkt, in verband met de inwerkingtreding van de wet excessief lenen bij eigen vennootschap. Als een dga méér dan € 700.000 leent van de eigen BV, wordt het meerdere in box 2 belast (éénmalig). Het eerste peilmoment is 31 december 2023. Eigenwoningschulden tellen niet mee voor de grens van € 700.000, als daarvoor een notariële hypotheekakte is gemaakt (een hypotheekakte is niet nodig voor per 31 december 2022 bestaande eigenwoningschulden). In het geval van hoge leningen of rekening-courantschulden is het van belang om alvast hierop in te spelen en met aflossingen te beginnen, dan wel geld te reserveren voor de belastingafrekening. Er gelden ook specifieke regels bij partnersituaties. Is uw schuld aan de BV hoger dan € 700.000,– of was u dat van plan? Neem contact op met ons kantoor om de mogelijkheden en gevolgen te bespreken.
Verliesverrekening vennootschapsbelasting
Momenteel kunnen bedrijven verliezen verrekenen met winsten uit het voorgaande jaar of de zes opvolgende jaren. Er is geen maximum aan het te verrekenen bedrag. Vanaf 2022 kan tot
€ 1.000.000,– van de winst worden verrekend met verliezen. Daarboven kan slechts worden verrekend met 50% van de winst die de € 1.000.000,– te boven gaat. Tegenover deze beperking komt de tijdslimiet van 6 jaar te vervallen; verliezen kunnen onbeperkt in de tijd worden verrekend. Voor kleine ondernemingen kunnen de regels dan ook gunstiger uitvallen.
Wetsvoorstellen voorkoming belastingontwijking internationale ondernemingen
Naast de hiervoor genoemde wetsvoorstellen over het Belastingplan zijn o.a. de volgende twee wetsvoorstellen ingediend bij de Tweede Kamer om mismatches en belastingontwijking bij internationale structuren tegen te gaan:
– wetsvoorstel ‘Tegengaan mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel’: aanpassing van de regels van zakelijke verrekenprijzen tussen internationale concerns om fiscale mismatches te voorkomen. Kortgezegd komt dit wetsvoorstel erop neer dat alleen verlaging van fiscale winst wordt toegestaan als daartegenover een verhoging staat van de buitenlandse belastinggrondslag;
– wetsvoorstel ‘Implementatie belastingplichtmaatregel uit de tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking’: de belastingplicht voor omgekeerde hybride lichamen. Kortgezegd komt dit voorstel erop neer dat het land van vestiging onder bepaalde omstandigheden de kwalificatie volgt van het land waar de participanten zijn gevestigd.
UBO-register tijdelijk niet meer publiek toegankelijk
Onlangs heeft het EU Hof van Justitie bepaald dat dat de bepaling in de Europese antiwitwasrichtlijn, die regelt dat lidstaten moeten zorgen dat een ieder van het algemeen publiek toegang moet krijgen tot UBO-informatie, onvoldoende onderbouwd is en daarmee ongeldig is. Het publiekelijke toegankelijk maken van de informatie van UBO’s vormt volgens het Hof een ernstige inmenging in het recht op privacy. De verplichting dat het UBO-register voor iedereen toegankelijk moet zijn staat dan ook op losse schroeven. In reactie daarop heeft de regering besloten dat in afwachting van de verdere besluitvorming tijdelijk geen informatie uit het UBO-register meer verstrekt wordt door de Kamer van Koophandel.
Het bovenstaande heeft geen gevolgen voor de plicht voor juridische entiteiten om UBO’s te registreren. Sinds 27 september 2020 is het voor (veel) ondernemers verplicht om een UBO in te schrijven in het UBO-register. UBO staat voor Ultimate Beneficial Owner. Dit zijn personen die meer dan 25% van de aandelen bezitten of het economische belang hebben of het feitelijk zeggenschap van de onderneming hebben.
Overige belastingtips
- Op dit moment verleent de Belastingdienst een betalingskorting als een voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting die in termijnen betaald mag worden ineens wordt voldaan. Dit wordt echter afgeschaft per 1 januari 2023.
- Verwacht u dat u over het belastingjaar 2023 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. De belastingrente is voor IB-ondernemers momenteel 4% en voor BV’s 8%.
- Indien u voldoende investeringen heeft gedaan om in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek, maar nog niet alle investeringen heeft betaald adviseren wij u deze betalingen nog voor het einde van het jaar te verrichten zodat u voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek in aanmerking komt. U komt in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wanneer het totaal aan investeringen hoger is dan € 2.400,–.
- Heeft uw partner dit jaar meegewerkt in de zaak maar nog geen vergoeding ontvangen? Betaal dan een vergoeding uit voor het einde van het jaar. Voor uw partner valt deze vergoeding in box 1. Het tarief is afhankelijk van het totale box 1 inkomen van uw partner.
- Per 1 januari 2025 wordt de BPM-vrijstelling voor bestelauto’s afgeschaft. De vrijstelling blijft echter van toepassing voor bestelauto’s die voor die datum aangeschaft zijn. Dus als u sowieso al van plan was een bestelauto aan te schaffen voor uw bedrijf dan is voordelig als dit voor 1 januari 2025 plaatsvindt. Overigens blijft de BPM-vrijstelling wel van toepassing op emissieloze bestelauto’s.
Er zijn aanvullende maatregelen bekend gemaakt met betrekking tot het terugbetalen van coronabelastingschulden. Wij verzoeken u contact op te nemen voor nadere toelichting.
Download hier onze meest recente Nieuwsbrief over de Aangifte Inkomstenbelasting 2021.
Geachte relatie,
De aangifte Inkomstenbelasting over 2019 kan inmiddels alweer ingediend worden. In deze nieuwsbrief leest u met name over de mogelijkheden in de aangifte 2019 en enkele actuele thema’s op belastinggebied.
Indien u uw gegevens over 2019 aanlevert of reeds heeft aangeleverd, dan verzorgen wij weer graag uw aangifte. Omdat wij in deze periode veel stukken voor het opstellen van de aangifte Inkomstenbelasting binnen krijgen, kunnen wij niet al deze aangiften verzorgen voor 1 mei. Derhalve vragen wij voor onze cliënten automatisch uitstel aan voor het indienen van de aangifte. Wij zullen de aangiften zoveel mogelijk op volgorde van binnenkomst behandelen. Mocht u een specifieke reden hebben waardoor de aangifte snel gedaan moet worden (bijvoorbeeld voor de aanvraag van de financiering van een woning) dan vragen wij u dit ons kenbaar te maken. Wij zullen hier rekening mee houden bij het inplannen van de aangifte.
Vergeet u niet om ook informatie mee te zenden over mogelijk aftrekbare uitgaven en andere relevante wijzigingen in uw situatie. Dit helpt ons om uw aangifte zoveel mogelijk te optimaliseren. Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet
en hoogachting,
J.C. Suurmond & zn. Belastingadviseurs
Aftrekposten 2019
In de aangifte inkomstenbelasting 2019 bestaan de volgende aftrekposten om uw belastbaar inkomen te verlagen:
- hypotheekrente van uw eigen woning
- premies lijfrente
- niet-vergoede ziektekosten (o.m. geneeskundige hulp, voorgeschreven medicijnen en reiskosten van ziekenbezoek)
- onderhoudsverplichtingen aan ex-echtgenoot o.m. in de vorm van alimentatie
- giften aan erkende charitatieve instellingen (zie de ANBI-lijst)
- studiekosten en andere scholingsuitgaven
- reiskosten voor regelmatig woon-werkverkeer per openbaar vervoer
- weekenduitgaven voor gehandicapten
Behoudens uitzonderingen is het nog mogelijk om t/m juni 2020 een lijfrente af te storten die nog in mindering komt op het inkomen in 2019. Dit kan interessant zijn indien de jaarruimte nog niet gebruikt is voor pensioenpremies in combinatie met een inkomen in de hoogste tariefschijf.
De aftrek studiekosten komt waarschijnlijk in 2021 te vervallen; nog in 2020 betaalde bedragen zijn hoe dan ook aftrekbaar.
Let u er wel op dat er voor een aantal aftrekposten een drempel of andere aanvullende voorwaarden bestaan, waardoor uw uitgaven mogelijk toch niet tot aftrek leiden. Denkt u voor een aftrekpost in aanmerking te komen, maar heeft u hier nog vragen over, neem dan gerust contact met ons op.
Aftrekpost monumentenkosten
De aftrekpost onderhoudskosten rijksmonumenten is in 2019 afgeschaft. Hiervoor in de plaats is een subsidieregeling gekomen. De subsidieaanvraag dient voor 1 mei ingediend te worden, zonder uitstelmogelijkheid. Voor projecten waarvoor u al in 2018 verplichtingen bent aangegaan die pas in 2019 betaald zijn, geldt een overgangsregeling. Indien deze kosten voor de oude fiscale regeling voor aftrek in aanmerking zouden komen, kwalificeren deze ook voor de subsidieaanvraag. Om een subsidie te claimen dient u er derhalve vroeg bij te zijn.
Belastingrente
Volgens de belastingrenteregels, zal de Belastingdienst vanaf 1 juli 2020 rente berekenen over een te betalen bedrag voor de aangifte 2019. Deze rente bedraagt momenteel 4% voor de Inkomstenbelasting en 8%(!) voor de Vennootschapsbelasting. Verwacht u een hoge aanslag en wilt u de rente hierover vermijden, neem dan contact op voor het aanvragen van een voorlopige aanslag. In geval van een teruggave vergoedt de Belastingdienst nog maar beperkt rente.
Geen aangifte doen?
Het komt voor dat belastingplichtigen van de Belastingdienst te horen krijgen dat er geen aangifte gedaan hoefde te worden, terwijl het in de gegeven situatie wel verplicht was of juist gunstig was. Bijvoorbeeld voor een buitenlands belastingplichtige met Nederlands onroerend goed, of iemand met persoonsgebonden aftrekposten.
Dit jaar heeft de Belastingdienst aangegeven dat sommige gegevens in de vooringevulde aangifte onjuist kunnen zijn, onder meer met betrekking tot lijfrentepremies. De meeste aftrekposten worden hierin ook niet meegenomen. Of u nu een bericht ontvangen heeft of niet, het is altijd verstandig om goed te kijken naar uw fiscale situatie, en of u nog besparingsmogelijkheden heeft.
Berichten die u via de digitale Berichtenbox ontvangt, worden overigens ook nog per post verstuurd.
Schenkingsaangifte
Indien u schenkingen doet aan uw kinderen of andere personen boven de vrijstelling, dan is hier Schenkbelasting over verschuldigd. In 2019 bedroeg de jaarlijkse schenkvrijstelling voor schenkingen aan kinderen € 5.428 (2020: € 5.515) en aan overige verkrijgers € 2.173 (2020 € 2.208). Indien u een schenking heeft gedaan hoger dan de jaarlijkse vrijstelling, dient u hiervoor aangifte te doen.
Verder bestaan er hogere éénmalige vrijstellingen voor kinderen ten behoeve van een dure studie of eigen woning. Vanaf 2017 bestaat er onder bepaalde voorwaarden weer de mogelijkheid om een schenking van € 100.000,– te doen belastingvrij. Voor 2020 is de schenkingsvrijstelling voor een schenking van ouders aan kinderen voor het kopen van een huis € 103.643. Om de vrijstelling te claimen is het ook nodig om een aangifte Schenkbelasting te doen. In principe moet een aangifte Schenkbelasting al voor 1 maart ingediend worden. Mocht dit nog niet gedaan zijn of heeft u hierover nog vragen, dan helpen wij u graag verder.
Heeft u nog een vraag? Neemt u dan contact met ons op.
Met deze nieuwsbrief willen wij u weer op de hoogte brengen van de laatste fiscale wijzigingen en besparingsmogelijkheden. Wij hopen dat u uw voordeel kunt doen met deze nieuwsbrief. Neemt u voor meer informatie en persoonlijk advies contact op met ons kantoor.
Samenvatting
Het Belastingplan 2022 is inmiddels door de Tweede Kamer aangenomen, evenals de Overige fiscale maatregelen 2022 en vier van de zes overige wetsvoorstellen. De Eerste Kamer stemt hierover op 14 december.
Zoals verwacht komt het demissionaire kabinet niet met opzienbarende plannen voor 2022. Het betreffen grotendeels al eerder geplande wijzigingen en kleinere wijzigingen. De meer opvallende wijzigingen zijn bijvoorbeeld de afschaffing van de aftrekpost voor scholingsuitgaven en het regelen van een thuiswerkvergoeding. Verder wordt de eerste schijf in de Vennootschapsbelasting verlengd van € 245.000,– naar € 395.000,–. Voor 2023 gaat het percentage van aftrekposten in de Inkomstenbelasting weer 3% omlaag; indien het mogelijk is om aftrekbare uitgaven naar voren te halen, levert de aftrekpost dit jaar nog meer op.
Particulier
Index particuliere fiscale tips
- Nieuwe tarieven in de Inkomstenbelasting
- Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
- Vervanging aftrek scholingskosten
- Wijzigingen eigenwoningregeling
- Overdrachtsbelasting
- Huurtoeslag
- Wijziging inkomensafhankelijke combinatiekorting voor buitenlandse arbeiders
- Besparen in box 3 met een OFGR of BV
- Maak gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen
- Voorlopige aanslag
- Overige belastingtips
Nieuwe tarieven in de Inkomstenbelasting
Er zijn geen substantiële wijzigingen in de tarieven in de Inkomstenbelasting, slechts kleine afwijkingen en inflatiecorrecties.
Box 1 – Inkomen uit werk en woning
In 2022 wordt het tarief in de eerste schijf verlaagd van 37,10% naar 37,07%. Ook dit jaar is de grens voor de eerste schijf verhoogd, namelijk van € 68.507,- naar € 69.398,-. Het tarief voor de tweede schijf blijft 49,50%. Het basistarief wordt na 2022 stapsgewijs verder verlaagd tot 37,03% in 2024. Hieronder volgt een schematische weergave van de Inkomstenbelasting in box 1 in 2021 en 2022.


Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt geldt nog steeds een drieschijvenstelsel. Schijf 1 gaat van 19,20% naar 19,17%. De tweede schijf gaat van 37,10% naar 37,07% en de derde schijf blijft 49,50%. Hieronder volgt een schematische weergave van de Inkomstenbelasting in box 1 in 2021 en 2022.
Box 2 – Inkomen uit aanmerkelijk belang (bijvoorbeeld een B.V.)
Het tarief voor het inkomen uit aanmerkelijk belang blijft 26,9%.
Box 3 – Voordeel uit sparen en beleggen
Er is nog geen zicht op belastingheffing over het vermogen in box 3 tegen een werkelijk rendement.
In 2022 wordt het heffingsvrij vermogen verhoogd van € 50.000,- per persoon naar € 50.650,- per persoon (€ 101.300,- voor fiscaal partners).
In 2021 is het tarief over het fictief rendement in box 3 verhoogd naar 31%. In 2022 zal dit tarief niet worden aangepast.
Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing in 2021 en 2022.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
Zoals reeds in 2020 en 2021 vermeld wordt het hoogste tarief waartegen nagenoeg alle aftrekposten mogen worden afgetrokken geleidelijk afgebouwd. Het kan dan ook voordelig zijn om aftrekbare kosten waar mogelijk naar voren te halen. Belastingplichtigen waarbij het inkomen in de hoogste schijf in box 1 valt zullen geleidelijk minder fiscaal voordeel hebben van deze aftrekposten. In 2022 mogen deze aftrekposten tegen maximaal 40% in aftrek worden gebracht ten opzichte van 43% in 2021.
Dit percentage zal verder worden verlaagd tot het niveau van de eerste schijf, 37,03% in 2024. Het gaat hierbij om de volgende aftrekposten:
- Alimentatie
- Aftrek van scholingsuitgaven (alleen nog in 2021, zie apart hoofdstuk)
- Aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten
- Aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten
- Giftenaftrek
- Hypotheekrenteaftrek
- Ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek)
- MKB winstvrijstelling
- Terbeschikkingsstellingsvrijstelling
Door deze verlaging leveren de aftrekposten in 2021 meer op dan in 2022 en de volgende jaren. Indien u in 2021 met uw inkomen in de hoogste belastingschijf valt is het derhalve raadzaam om, indien mogelijk, aftrekposten zoals giften of zorgkosten nog voor het eind van het jaar te betalen.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Vervanging aftrek scholingskosten
Vanaf het belastingjaar 2022 zijn studiekosten niet meer aftrekbaar in de Inkomstenbelasting. De fiscale aftrekpost wordt vervangen door de subsidieregeling STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Dit budget zal gaan gelden voor personen met een band tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Vanaf 1 maart 2022 kunnen werkenden en werkzoekenden bij het UWV een STAP-budget aanvragen. Dit kan per persoon 1 keer per jaar. Het budget is € 1.000,- per persoon per jaar. Als de aanvraag goedgekeurd is, wordt het bedrag betaald aan de opleider. Alleen studiekosten die in het jaar 2021 betaald zijn, kunnen nog in de aangifte Inkomstenbelasting 2021 in aftrek worden gebracht.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Wijzigingen eigenwoningregeling
Vanaf het jaar 2022 zal de eigenwoningregeling op 3 onderdelen worden aangepast. De regeling wordt aangepast omdat er onbedoelde aftrekbeperkingen optraden bij huwelijk en partnerschap, waardoor er soms minder hypotheekrente kon worden afgetrokken. Dit kwam bijvoorbeeld voor bij mensen die samen met een partner een woning kochten, maar zelf al eerder een koopwoning hadden (en met overwaarde hadden verkocht). Of bij mensen die een koopwoning hebben en waarvan één van de partners komt te overlijden. Het wordt aangepast op de onderdelen: eigenwoningreserve, aflossingsstand en de eigenwoningschuld. Mocht dit op u van toepassing zijn, dan zijn wij graag bereid tot het geven van een nadere toelichting.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Overdrachtsbelasting: ook rekening houden met onvoorziene omstandigheden vóór overdracht bij de notaris
Vanaf het jaar 2021 is de startersvrijstelling in het leven geroepen. Kopers tussen de 18 en 35 jaar betalen (onder bepaalde voorwaarden) voor een eigen woning eenmalig geen overdrachtsbelasting. Kopers vanaf 35 jaar die de woning zelf gaan bewonen betalen 2% overdrachtsbelasting. Kopers die de woning niet zelf gaan bewonen betalen 8% overdrachtsbelasting. Er was al geregeld dat kopers bij onvoorziene omstandigheden na overdracht bij de notaris wel de 2% overdrachtsbelasting konden betalen en niet de 8%, maar er was nog niets geregeld voor de periode tussen de aankoop en overdracht bij de notaris. Vanaf 1 januari 2022 wordt hier nu ook rekening mee gehouden. Scheiden de kopers bijvoorbeeld vóór de overdracht bij de notaris, maar na het ondertekenen van het koopcontract. En gaan zij daardoor niet zelf in de woning wonen? Dan betalen zij maar 2% overdrachtsbelasting en geen 8%.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Huurtoeslag
Het kabinet wil dat huurders in meer situaties huurtoeslag krijgen of behouden. Op twee punten worden de voorwaarden versoepeld. Vanaf 1 januari 2022 is de aanvraag van een verblijfsvergunning voor kinderen tot 18 jaar geen voorwaarde meer voor recht op huurtoeslag. Daarnaast wordt vanaf 1 januari het recht op huurtoeslag bij huurgrensoverschrijding hersteld. Huurders komen opnieuw in aanmerking voor huurtoeslag als hun inkomen of vermogen weer daalt en als er wel ooit recht op huurtoeslag heeft bestaan op de betreffende woning.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Wijziging inkomensafhankelijke combinatiekorting voor buitenlandse arbeiders
De inkomensafhankelijke combinatiekorting kan worden toegepast bij mensen met kinderen onder de 12 jaar. De voorwaarden is dat beide partners werken. Voor mensen die in Nederland werken maar in het buitenland wonen, telt een partner die in het buitenland woont niet mee als fiscaal partner in Nederland. Hierdoor was er in het verleden onbedoeld recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Vanaf 2022 wordt de partner in het buitenland nu ook meegenomen om na te gaan of er recht is op deze heffingskorting. De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt verlaagd van maximaal € 2.815,- naar € 2.534,-.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Besparen in box 3 met een OFGR of BV
Indien u een substantieel vermogen heeft en daarmee in de hogere box 3-schijven belasting betaalt, is het wellicht een optie om een OFGR of BV op te richten om daarmee box 3-heffing te besparen. Indien u het vermogen naar deze entiteit overbrengt, dan wordt dit vermogen belast in de Vennootschapsbelasting en aanmerkelijk belangheffing voor het werkelijke rendement van dit vermogen.
Het voordeel is dat dit vermogen dan niet meer in box 3 belast wordt tegen een (hoog) fictief rendement. Dit biedt vooral een voordeel voor laag renderend vermogen zoals spaarrekeningen. Wij adviseren om eerst de mogelijkheden door te spreken met een adviseur om te zien of dit in uw situatie voordeel oplevert.
U kunt ook besparen op box 3-heffing door het saldo voor de peildatum van 1 januari te verlagen, bijvoorbeeld door uitgaven, hypotheekaflossing, lijfrentestorting of betaling van de zorgverzekering naar voren te halen.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Maak gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen
Heeft u dit jaar nog geen gebruik gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen? U heeft nog tot 31 december de tijd om deze schenkingen te verrichten. Let er hierbij op dat het geld uiterlijk op 31 december 2021 moet zijn bijgeschreven op de rekening van de ontvanger. In 2021 zijn de jaarlijkse belastingvrije bedragen door de Coronacrisis tijdelijk met € 1.000,- verhoogd. Er geldt een algemene vrijstelling van € 3.244,-. Voor schenkingen aan kinderen is een vrijstelling van € 6.604,– van toepassing. Daarnaast zijn er nog een aantal eenmalige schenkingsvrijstellingen (voor bijvoorbeeld een studie of de aanschaf van een eigen woning). Als u vragen heeft met betrekking tot deze vrijstellingen zijn wij u graag van dienst. Ten slotte zijn in het recente, nieuwe regeerakkoord wijzigingen opgenomen met betrekking tot de zogeheten jubelton. Klik hier voor verdere informatie over dit onderwerp.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Voorlopige aanslag – aan te raden indien u meerdere pensioenen ontvangt
Indien u van meerdere pensioeninstanties een pensioen ontvangt, dient u vaak een additioneel bedrag aan Inkomstenbelasting te betalen wanneer u een aangifte doet. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat uw totale inkomen door de diverse pensioenen in een hogere schijf valt. De pensioeninstanties zijn niet op de hoogte van uw totale inkomen en houden alleen belasting in over het bedrag dat zij aan u uitkeren. Hierdoor kan het zijn dat er te weinig loonbelasting is ingehouden op de pensioenen en dat u moet bijbetalen. Om belastingrente te beperken en om het bedrag aan Inkomstenbelasting gespreid te kunnen betalen, kunt u een voorlopige aanslag aanvragen. Denkt u dat deze situatie op u van toepassing is? Of gaat u binnenkort met pensioen? Neem dan contact op met ons kantoor. Wij kijken graag voor u of het verstandig is om een voorlopige aanslag aan te vragen bij de Belastingdienst.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Besparing box 3
De peildatum voor het belaste box 3-vermogen is 1 januari. Om uw vermogen per 1 januari te verlagen volgen hierbij een aantal tips.
- Bent u van plan om binnenkort grote uitgaven te doen? Zoals bijvoorbeeld de aankoop van een auto, een verbouwing aan een woning of consumptieve goederen. Dan is het wellicht verstandig om de aankoop voor 1 januari te doen. Zo verlaagd u uw totale vermogen.
- U kunt met uw spaargeld een deel van de hypotheek op de eigen woning (box 1) aflossen. Hiermee bespaart u naast vermogensbelasting vaak ook wat hypotheekrente. Vraag uw hypotheekverstrekker naar de voorwaarden om zo boeterente te voorkomen/beperken. Ontvangt u een voorlopige teruggave in verband met de hypotheekrente? Vergeet deze dan niet te laten aanpassen aan de nieuwe situatie.
- Indien mogelijk kunt u uw zorgverzekeraar vragen of het mogelijk is om de zorgpremie ineens te voldoen (voor 1 januari) in plaats van in termijnen te betalen. Vaak krijgt u ook nog een kleine korting voor het ineens betalen van de premie.
- Het kan voordelig zijn om kleine schulden (tezamen lager dan de drempel van € 3.200,- per belastingplichtige) voor 1 januari af te lossen. Zo wordt het box 3 inkomen verlaagd en wordt bovendien verdere rente op deze leningen vermeden. Rente op persoonlijke leningen is meestal hoog en deze rente is fiscaal niet aftrekbaar.
- Stort geld in een lijfrente. Geld dat gestort is een lijfrente is niet meer belast in box 3. Een storting is met name bij een pensioentekort het overwegen waard. Hier zijn wel voorwaarden aan verbonden.
- Indien u dit jaar nog geen schenkingen heeft gedaan, kunt u overwegen deze alsnog voor 31 december te doen.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Overige belastingtips
- Verwacht u dat u over het belastingjaar 2021 of 2022 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. U betaalt belastingrente als de aanslag later dan 6 maanden na afloop van het kalenderjaar word opgelegd (1 juli 2022). De belastingrente is minimaal 4%. Om er zeker van te zijn dat de aanslag tijdig wordt opgelegd adviseren wij deze voor 1 april 2022 aan te vragen. De aanslag over het belastingjaar 2021 moet ineens betaald worden. De aanslag over het belastingjaar 2022 mag u in termijnen betalen. Heeft u hierover vragen? Wij zijn u graag van dienst bij het aanvragen van een voorlopige aanslag.
- Indien u verwacht nog een teruggave te ontvangen voor het jaar 2016, dient voor 31 december 2021 een aangifte Inkomstenbelasting over dit jaar ingediend te worden. In 2022 vervalt namelijk de 5 jaars-termijn voor het indienen van deze aangifte.
- Bundelt u voor zover mogelijk aftrekbare kosten zoals ziektekosten en giften in één bepaald jaar. Zo wordt eerder een aftrekpost behaald en komt de drempel maar één keer in mindering op de uitgaven. Voor giften vervalt de drempel overigens helemaal indien u de gift aan een charitatieve instelling voor 5 jaar vastlegt.
- Indien uw vermogen op de bank hoger is dan € 100.000,- kunt u te maken krijgen met negatieve rente. Om dit te voorkomen, kunt u uw geld verdelen over meerdere banken. Vraag wel naar de voorwaarden bij de diverse banken. Het kan zijn dat er al negatieve rente wordt berekend bij een bedrag lager van € 100.000,-.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Zakelijk
De eerste schijf in de Vennootschapsbelasting verlengd van € 245.000,- naar € 395.000,-. Vorig jaar zijn de plannen voor een investeringskorting voor het MKB (de BIK-regeling) uiteindelijk toch niet doorgegaan. Dit plan was ter vervanging van het niet doorgaan van de verlaging van de Vennootschapsbelasting. Eén en ander zal waarschijnlijk ook te maken hebben met de grote uitgaven die de overheid heeft gehad om het bedrijfsleven te ondersteunen tijdens de coronacrisis. Het is te hopen dat de verlaging van de Vennootschapsbelasting voor het MKB uiteindelijk toch nog door kan gaan. Voor volgend jaar is er echter in de tweede schijf juist een verhoging gepland van 25% naar 25,8%. De verlenging van de eerste schijf levert voor het MKB juist wel voordeel op. Hierdoor wordt ondernemen in een BV ook voor winsten tot bijna € 400.000 interessanter.
Index zakelijke fiscale tips
- Wijziging box 2 en vennootschapsbelasting
- Verhogen steunpercentages in de Milieu-investeringsaftrek (MIA)
- Verlaging zelfstandigenaftrek
- Introductie van onbelaste thuiswerkvergoeding
- Aanpassing vrije ruimte
- Aandelenopties worden als beloning aantrekkelijker
- Gebruikelijk loon bij startups voor de DGA
- Betalingskorting vennootschapsbelasting
- Bijtelling elektrische auto
- Bovenmatige schulden aanmerkelijk belang houder bij de eigen B.V.
- Verliesverrekening vennootschapsbelasting
- Vereenvoudiging éénloketsysteem in de btw-regels voor e-commerce
- Wetsvoorstellen voorkoming belastingontwijking internationale ondernemingen
- Inschrijven UBO register
- Overige belastingtips
- Coronamaatregelen – uitstel van betaling vervallen
Wijziging box 2 en vennootschapsbelasting
Het tarief in box 2 wordt dit jaar niet gewijzigd. Dit betreft inkomsten uit aanmerkelijk belang, zoals dividenden en vermogenswinsten op aandelenbelangen boven de 5%. Het tarief blijft 26,9%.

Het tarief in de vennootschapsbelasting wordt dit jaar verhoogd. Daarnaast worden ook de schijven aangepast. Het tarief voor de vennootschapsbelasting was 15% over de eerste € 245.000,- winst en voor winsten boven de € 245.000,- was dit in 2021 25%. In 2022 wordt het tarief 15% over de eerste € 395.000,-. Het tarief voor winsten boven de € 395.000,- wordt verhoogd naar 25,8%.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Verhogen steunpercentages in de Milieu-investeringsaftrek (MIA)
Het kabinet wil vergroenen en maakt daarom milieuvriendelijke investeringen aantrekkelijker voor bedrijven. Met de milieu-investeringsaftrek (MIA) mogen bedrijven een percentage van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Per 1 januari 2022 worden de steunpercentages in de Milieu-investeringaftrek verhoogd. De steunpercentages waren 13,5%, 27% en 36%. Het voorstel is om deze percentages naar respectievelijk 27%, 36% en 45% te verhogen.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Verlaging zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2020 afgebouwd. Het plan is om de zelfstandigenaftrek te verlagen naar € 3.240,- in 2036. In 2021 was de maximale zelfstandigenaftrek € 6.670,-. In 2022 is de maximale zelfstandigenaftrek € 6.310,-.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Introductie van onbelaste thuiswerkvergoeding
Doordat er sinds de coronacrisis veel mensen vanuit thuis werken (en dit de werknemer indirect geld kost; meer energieverbruik, verbruik koffie etc.) heeft het kabinet besloten om een onbelaste thuiswerkvergoeding te introduceren. Hierdoor kunnen werkgevers per gewerkte dag of gewerkt dagdeel maximaal € 2,- vergoeden. De onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,19 per km blijft bestaan. Ondanks de stijgende prijzen van benzine en diesel, wordt de reiskostenvergoeding niet verhoogd, maar blijft deze vergoeding € 0,19 per kilometer. De vergoedingen kunnen niet tegelijkertijd betaald worden; per dag kan of gekozen worden voor uitbetaling van de thuiswerkvergoeding of uitbetaling van de reiskostenvergoeding.
Voor het inrichten van een thuiswerkplek mag een werkgever al een onbelaste vergoeding geven. De kosten voor bijvoorbeeld een bureaustoel of computerscherm kan de werkgever via andere gerichte vrijstellingen van de werkkostenregeling vergoeden.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Aanpassing vrije ruimte
De vrije ruimte was in 2020, in verband met de coronasteunmaatregelen tijdelijk verhoogd van 1,7% naar 3% over de eerste € 400.000,- van de loonsom. Echter is door middel van een kamerbrief toegezegd dat deze regeling ook voor het belastingjaar 2021 zal gelden. Wilt u hier nog gebruik van maken? Dan heeft u nog tot en met 31 december 2021 de tijd om bepaalde kosten belastingvrij te vergoeden aan de werknemer. Ook kan een bonus uitbetaald worden onder de vrije ruimte mits dit gebruikelijk is (mede afhankelijk van de hoogte van de bonus). In 2022 wordt het percentage weer verlaagd naar 1,7% over de eerste € 400.000,- van de loonsom.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Aandelenopties worden als beloning aantrekkelijker
Werkgevers kunnen hun medewerkers aandelenopties als loon aanbieden in plaats van het uitbetalen van salaris. Dit komt vooral voor bij bedrijven die net gestart zijn (startups), omdat zij nog niet genoeg geld hebben om een passend salaris te kunnen betalen. Bij aandelenoptierechten krijgt de werknemer het recht om in een vooraf bepaalde periode een vooraf bepaald aantal aandelen te kopen tegen een vooraf vastgestelde prijs. Momenteel wordt belasting geheven als de werknemer de opties omzet in aandelen. Het nadeel hiervan is dat de werknemer direct belasting moet betalen, terwijl zij de aandelen nog niet altijd mogen verkopen. Het voorstel van het kabinet is dat werknemers nu mogen kiezen wanneer zij belasting betalen. Vanaf 1 januari 2022 kan de werknemer nu kiezen: of belasting betalen op het moment waarop de aandelen verhandelbaar zijn (en er dus geld beschikbaar is) of belasting betalen op het moment dat de opties worden omgezet in aandelen (zoals het nu al is in 2021). Dit wetsvoorstel is voor behandeling aangehouden.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Gebruikelijk loon bij startups voor de DGA
De tijdelijke regeling voor het gebruikelijk loon voor start-ups is verlengd tot 1 januari 2023. Het gebruikelijk loon van de directeur-grootaandeelhouder mag de eerste 3 jaar worden vastgesteld op het wettelijk minimumloon. Zo kan het bedrijf loonkosten besparen, zodat het bedrijf kan groeien. Deze regeling zou eerst per 2022 komen te vervallen, als uit onderzoek bleek dat de regeling niet effectief is. Het onderzoek is echter nog steeds niet afgerond waardoor de regeling verlengd kan worden.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Betalingskorting vennootschapsbelasting
Op dit moment verleent de Belastingdienst een betalingskorting als een voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting die in termijnen betaald mag worden ineens wordt voldaan. Eerder was aangegeven dat de betalingskorting vanaf 2022 werd afgeschaft. Dit is echter uitgesteld naar 1 januari 2023. In 2022 kan er dus nog gebruik gemaakt worden van de korting. In de praktijk levert dit echter weinig voordeel op. De korting is namelijk gekoppeld aan de hoogte van de invorderingsrente, en deze is vanwege de coronacrisis tijdelijk verlaagd naar 0,01%. De invorderingsrente wordt langzaam weer verhoogd (zie onderwerp ‘corona maatregelen’).
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Bijtelling elektrische auto
Zoals reeds vorig jaar aangekondigd wordt de bijtelling voor het privégebruik van elektrische auto’s verder verhoogd. In 2022 wordt de bijtelling verhoogd naar 16% over de eerste € 35.000,- (dit was 12% over de eerste € 40.000,-) en 22% over het meerdere. Vanaf 2023 is het voorstel om de eerste schijf in te korten tot € 30.000,-.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Bovenmatige schulden aanmerkelijk belang houder bij de eigen B.V.
Eerder is aangekondigd dat het door de DGA lenen van zijn eigen B.V. wordt beperkt. Dit plan zou eerst met ingang vanaf 2022 worden ingevoerd. Dit is echter uitgesteld naar het jaar 2023. Daarnaast heeft de staatssecretaris de Tweede Kamer gevraagd de behandeling aan te houden in verband met een bredere discussie over de fiscale behandeling van vermogen die in de formatie voor een nieuw kabinet gevoerd wordt. Verwacht kan worden dat een nieuwe regering met een verdere uitwerking komt.
Met dit plan zouden met ingang van 2023 worden leningen of rekening-courant bedragen boven een bedrag van € 500.000,- belast tegen het dan geldende tarief in box 2 (tarief 2022: 26,9%). Onder voorwaarden geldt er een uitzondering voor eigenwoningleningen. Deze regeling geld niet alleen voor de DGA zelf, maar ook voor hun partner, bloed- en aanverwanten en de partners van die bloed- en aanverwanten. In het geval van hoge leningen of rekening-courantschulden is het van belang om alvast hierop in te spelen en met aflossingen te beginnen, dan wel geld te reserveren voor de belastingafrekening.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Verliesverrekening vennootschapsbelasting
Momenteel kunnen bedrijven verliezen verrekenen met winsten uit het voorgaande jaar of de zes opvolgende jaren. Er is geen maximum aan het te verrekenen bedrag. Vanaf 2022 kan tot
€ 1.000.000,- van de winst worden verrekend met verliezen. Daarboven kan slechts worden verrekend met 50% van de winst die de € 1.000.000,– te boven gaat. Daarnaast komt de tijdslimiet van 6 jaar te vervallen; verliezen kunnen onbeperkt in de tijd worden verrekend. Helaas geldt de beperking voor alle Nederlandse ondernemingen, ongeacht of deze verliezen uit het buitenland afkomstig zijn. Voor kleine ondernemingen kan de langere mogelijkheid van verliesverrekening overigens juist wel een voordeel vormen.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Vereenvoudiging één loketsysteem in de btw-regels voor e-commerce
Vanaf 1 juli 2021 gelden nieuwe BTW-regels voor e-commerce. Dit betreft Nederlandse ondernemingen die naar consumenten verkopen in andere EU-landen. Met een lager drempelbedrag voor afstandsverkopen en vereenvoudigde btw-aangifte via éénloketsysteem zodat er niet in elk EU-land afzonderlijk btw moet worden afdragen. De regels gelden wanneer de Nederlandse webshop een jaaromzet van € 10.000,- of meer behaalt met verkopen aan consumenten in EU-landen buiten Nederland (daaronder mag Nederlandse btw in rekening gebracht worden).
De drempelbedragen voor intra-EU afstandsverkopen per afzonderlijk EU-land zijn vervallen. Er geldt nu 1 gezamenlijk drempelbedrag van € 10.000,- op jaarbasis. De ondernemer moet jaarlijks zelf het drempelbedrag in de gaten houden. Zodra de grens van € 10.000,- wordt bereikt, moet vanaf dat moment het lokale btw-tarief van het land waar de particuliere klant woont toegepast worden. In het opvolgende jaar blijft de ondernemer met lokale btw van het EU-land factureren. In het jaar daarop controleert de ondernemer op de eerste dag van het nieuwe jaar de omzet van het voorgaande jaar. Zat de ondernemer in dat jaar met de omzet onder de drempel van € 10.000,- dan mag er weer Nederlandse btw berekend worden. De ondernemer mag ook met het lokale btw-tarief van de EU-klanten blijven factureren. De buitenlandse btw-aangifte kan of per EU-land afzonderlijk worden gedaan of via het éénloketsysteem. Dit is een nieuw systeem om eenvoudig BTW aangifte te doen in één aangifte voor meerdere EU-landen.
Met terugwerkende kracht tot 1 juli 2021 wordt een negatieve btw-melding aangemerkt als een verzoek om btw-teruggaaf, waardoor een afzonderlijk verzoek om teruggaaf van de Nederlandse btw niet meer nodig is.
Ook zijn de regels veranderd voor invoer van producten van buiten de EU die in Nederland direct aan consumenten geleverd worden, het zg. dropshipping. Door het vervallen van de vrijstelling zal hier in principe gewoon Nederlandse BTW over betaald moeten worden. Ook hiervoor is een regeling waarmee de invoer-BTW veréénvoudigd aangegeven kan worden. Indien u verdere vragen heeft over deze regelingen kunt u contact met ons opnemen.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Wetsvoorstellen voorkoming belastingontwijking internationale ondernemingen
Naast de hiervoor genoemde wetsvoorstellen over het Belastingplan 2022 zijn o.a. de volgende twee wetsvoorstellen ingediend bij de Tweede Kamer om mismatches en belastingontwijking bij internationale structuren tegen te gaan:
- wetsvoorstel ‘Tegengaan mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel’: aanpassing van de regels van zakelijke verrekenprijzen tussen internationale concerns om fiscale mismatches te voorkomen. Kortgezegd komt dit wetsvoorstel erop neer dat alleen verlaging van fiscale winst wordt toegestaan als daartegenover een verhoging staat van de buitenlandse belastinggrondslag;
- wetsvoorstel ‘Implementatie belastingplichtmaatregel uit de tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking’: de belastingplicht voor omgekeerde hybride lichamen. Kortgezegd komt dit voorstel erop neer dat het land van vestiging onder bepaalde omstandigheden de kwalificatie volgt van het land waar de participanten zijn gevestigd.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Inschrijven UBO register
Sinds 27 september 2020 is het voor (veel) ondernemers verplicht om een UBO in te schrijven in het UBO register. Het register is in het leven geroepen om te voorkomen dat er met financiële constructies illegale handelingen zoals witwassen en het financieren van terrorisme worden uitgevoerd. UBO staat voor Ultimate Beneficial Owner. Dit zijn personen die meer dan 25% van de aandelen bezitten of het economische belang hebben of het feitelijk zeggenschap van de onderneming hebben.
De volgende ondernemingen moeten een UBO inschrijven in het UBO register:
- niet-beursgenoteerde besloten en naamloze vennootschappen
- stichtingen
- verenigingen: met volledige rechtsbevoegdheid/ met beperkte rechtsbevoegdheid maar met onderneming
- onderlinge waarborgmaatschappijen
- coöperaties
- personenvennootschappen: maatschappen, vennootschappen onder firma en commanditaire vennootschappen
- rederijen
- Europese naamloze vennootschappen (SE)
- Europese coöperatieve vennootschappen (SCE)
- Europese economische samenwerkingsverbanden die volgens hun statuten hun zetel in Nederland hebben (EESV)
- Kerkgenootschappen
Als de onderneming vóór 27 september 2020 stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, moet deze vóór 27 maart 2022 zijn ingeschreven in het UBO register. Indien de onderneming ná 27 september 2020 is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, moet de UBO binnen één week na oprichting worden ingeschreven. Indien er wijzigingen plaats vinden in de UBO gegevens, moet dit ook uiterlijk één week nadat de wijziging van kracht is gegaan worden gewijzigd in het register.Bij de Kamer van Koophandel kan de UBO worden ingeschreven middels een online UBO-opgave. Indien u hier hulp bij nodig heeft of vragen over heeft, zijn wij u graag van dienst.Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Overige belastingtips
- Heeft u veel spaargeld en een eigen B.V.? U kunt overwegen om dit spaargeld door middel van een agiostorting voor het einde van het jaar in de B.V. te storten. Indien de storting voor het einde van het jaar wordt gedaan, hoeft u over dat bedrag in 2022 geen box 3-heffing meer te betalen. Het is wel belangrijk dat u op de hoogte bent van de voorwaarden en gevolgen.
- Verwacht u dat u over het belastingjaar 2022 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. De belastingrente is voor IB-ondernemers momenteel 4%. Voor de vennootschapsbelasting bedraagt dit percentage normaliter 8%, maar dit is verlaagd naar 4% in verband met de Corona crisis. Vanaf 1 januari 2022 wordt dit percentage (waarschijnlijk) weer teruggezet naar 8%.
- Komt u erachter dat u enkele posten vergeten bent mee te nemen in uw BTW aangifte? Doe dan een suppletie aangifte. Dit kan u doen voor dit jaar of voor de afgelopen 5 jaar. Gaat het om te ontvangen of af te dragen BTW van € 1.000,- of minder, dan mag dit worden meegenomen in de eerstvolgende BTW aangifte. U hoeft hier dan geen aparte suppletie aangifte voor in te dienen.
- Rijdt u in een auto van de zaak en gebruikt u deze auto privé? Dan moet er in de laatste BTW aangifte (in te dienen in januari 2022) een correctie worden toegepast voor het privégebruik. Dat mag op basis van het werkelijk gebruik of op basis van een forfait. Heeft u hier vragen over? Wij zijn u graag van dienst.
- Indien u voldoende investeringen heeft gedaan om in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek, maar nog niet alle investeringen heeft betaald adviseren wij u deze betalingen nog voor het einde van het jaar te verrichten zodat u voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek in aanmerking komt. U komt in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wanneer het totaal aan investeringen hoger is dan € 2.400,-.
- Heeft uw partner dit jaar meegewerkt in de zaak maar nog geen vergoeding ontvangen? Betaal dan een vergoeding uit voor het einde van het jaar. Een beloning van minimaal € 5.000,- is voor u als ondernemer aftrekbaar. Voor uw partner valt deze vergoeding in box 1. Het tarief is afhankelijk van het totale box 1 inkomen van uw partner.
Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Coronamaatregelen – uitstel van betaling vervallen
Per 1 oktober 2021 is het bijzonder uitstel van betaling vervallen. Alle ondernemers moeten vanaf 1 oktober 2021 weer belasting betalen zoals voor de coronamaatregelen. De tot die tijd opgebouwde belastingschulden kunt u in maximaal 60 maandelijkse termijnen aflossen.
Tijdens de coronamaatregelen rekende de Belastingdienst geen betaalverzuimboete voor het niet (op tijd) betalen van de aangiftebelasting. Deze tegemoetkoming is ook per 1 oktober 2021 komen te vervallen.
Om te stimuleren geleidelijk de belastingschuld terug te betalen, verlengt het kabinet de verlaagde invorderingsrente van 0,01% tot en met 31 december 2021. Het normale rentetarief is 4%. Vanaf 1 januari 2022 gaat de invorderingsrente stapsgewijs omhoog: 1% vanaf 1 januari 2022, 2% vanaf 1 juli 2022, 3% vanaf 1 januari 2023 en 4% vanaf 1 januari 2024.