Eindejaarstips particulier

De eerder voorgestelde box 3-hervorming is dit jaar weer ingetrokken. Daarvoor in de plaats wordt volgend jaar het heffingsvrij vermogen verhoogd naar € 50.000,– per persoon; om het geheel budgetneutraal te houden, gaat het tarief wel iets omhoog. De overdrachtsbelasting wordt voor starters onder voorwaarden verlaagd van 2% naar 0%; op niet door belastingplichtige zelf bewoonde woningen en overig onroerend goed gaat de heffing juist omhoog van 2% of 6% naar 8%. Ondanks dat de maatregel vooral gepresenteerd is als verlaging, zal deze belasting per saldo hierdoor stijgen.

Index particuliere fiscale tips:

  • Nieuwe tarieven in de Inkomstenbelasting
  • Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
  • Verbetering toeslagen
  • Wijzigingen overdrachtsbelasting
  • Besparen in box 3 met een OFGR of BV
  • Contante giften niet meer aftrekbaar
  • Wijziging heffingskortingen
  • (Om)scholing is in 2021 toegankelijker
  • Eenmalige huurverlaging voor huurders met een laag inkomen en een hoge huur
  • Levenslooprekening
  • Maak gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen
  • Overige belastingtips

Nieuwe tarieven in de Inkomstenbelasting

Box 1 – Inkomen uit werk en woning

In 2020 is het tweeschijvenstelsel ingevoerd voor box 1-inkomen zoals loon of een uitkering. Voor 2021 bedraagt het tarief 37,10% voor inkomens tot € 68.507,– en 49,5% voor inkomens boven de € 68.507,–. Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt geldt een aangepast tarief van 19,20% voor het inkomen tot ongeveer € 35.000,– aangezien de premieheffing lager is.

Box 2 – Inkomen uit aanmerkelijk belang (bijvoorbeeld een B.V.)

Het tarief voor het inkomen uit aanmerkelijk belang was in 2020 26,25%. Vorig jaar was al bepaald dat dit tarief in 2021 verder zou gaan stijgen naar 26,9%. Voor meer informatie verwijzen wij u door naar het hoofdstuk zakelijk in deze nieuwsbrief.

Box 3 – Voordeel uit sparen en beleggen

In box 3 wordt het vermogen belast op basis van een fictief rendement. Het vorig jaar gepresenteerde plan voor hervorming van box 3 waarbij verschillende tarieven zouden gelden voor spaargeld, overige bezittingen en schulden, is weer ingetrokken door de Staatssecretaris. Er zouden met dit systeem weer andere complicaties ontstaan.

In plaats daarvan wordt wel het heffingsvrij vermogen in 2021 verhoogd van € 30.846,– per persoon naar € 50.000,– per persoon (€ 100.000,– voor fiscaal partners). Hierdoor zullen ten opzichte van 2020 bijna 1 miljoen spaarders geen box 3-belasting meer betalen. Ook dit jaar worden de schijven aangepast.

Schijf 1 loopt in 2021 van € 50.000,– tot € 100.000,– (dit was € 30.849,– tot € 103.643,–). Schijf 2 loopt in 2021 van € 100.000,– tot € 1.000.000,– (dit was € 103.643,– tot € 1.036.418,–). Schijf 3 loopt in 2021 vanaf € 1.000.000,– (dit was € 1.036.418,–).

Om de heffing toch budgetneutraal te houden, wordt het tarief over het fictief rendement in box 3 verhoogd van 30% naar 31%. Dit is de eerste keer sinds 2001 dat het belastingtarief in box 3 omhoog gaat.

Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing in 2021. Tussen haakjes staan de percentages van 2020 vermeld.


Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens

Zoals reeds vorig jaar vermeld wordt het hoogste tarief waartegen nagenoeg alle aftrekposten mag worden afgetrokken geleidelijk afgebouwd. Het kan dan ook voordelig zijn om aftrekbare kosten waar mogelijk naar voren te halen. Belastingplichtigen waarbij het inkomen in de hoogste schijf in box 1 valt zullen geleidelijk minder fiscaal voordeel hebben van deze aftrekposten. In 2021 mogen deze aftrekposten tegen maximaal 43% in aftrek worden gebracht ten opzichte van 46% in 2020.

Dit percentage zal de komende jaren verder worden verlaagd tot het niveau van de eerste schijf, circa 37% in 2023. Het gaat hierbij om de volgende aftrekposten:

  • Alimentatie
  • Aftrek van scholingsuitgaven
  • Aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten
  • Aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten
  • Giftenaftrek
  • Hypotheekrenteaftrek
  • Ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek)
  • MKB winstvrijstelling
  • Terbeschikkingsstellingsvrijstelling

Door deze verlaging leveren de aftrekposten in 2020 meer op dan in 2021 en de volgende jaren. Indien u in 2020 met uw inkomen in de hoogste belastingschijf valt is het derhalve raadzaam om, indien mogelijk, aftrekposten zoals giften of zorgkosten nog voor het eind van het jaar te betalen.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Verbetering toeslagen

Mede door de kindertoeslagaffaire werkt het kabinet aan de verbetering van het toeslagenstelsel. In het Belastingplan 2021 staan 3 stappen uitgewerkt hoe het kabinet dit wil gaan bereiken. Deze stappen zijn: het verbeteren van de rechtsbescherming, meer menselijke maat en wijziging van het begrip partnerschap.

Zo moeten belastingplichtigen eerder kunnen reageren op een voorgenomen besluit van de Belastingdienst, de Belastingdienst mag toeslagen alleen stopzetten als een burger voldoende kans heeft gekregen om eigen informatie aan te leveren en de Belastingdienst kan straks meer informatie opvragen bij andere partijen. Bedragen kleiner dan € 98,– hoeven vanaf 2021 niet meer terugbetaald te worden. En een eventuele partner wordt straks niet meer meegerekend voor het hele toeslagjaar, maar vanaf de eerste van de maand nadat het partnerschap is ingegaan. Zo worden situaties opgelost waarbij mensen een deel van hun toeslagen moesten terug betalen.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Wijzigingen overdrachtsbelasting

Vanaf het jaar 2021 wordt een startersvrijstelling in het leven geroepen. Kopers tussen de 18 en 35 jaar betalen voor een eigen woning eenmalig geen overdrachtsbelasting. Voorwaarde is dat de kopers zelf in deze woning gaan wonen, niet eerder gebruik hebben gemaakt van de vrijstelling en de woning niet duurder is dan € 400.000,– (wanneer de overdracht na 31 maart 2021 plaats vindt, tussen 1 januari en 31 maart 2021 geldt deze grens niet). De woning hoeft overigens niet de eerste koopwoning te zijn.

Indien één van de kopers 35 jaar of ouder is, dan betaalt deze persoon 2% overdrachtsbelasting over zijn/haar deel van de woning. Het moment van overdracht van de woning is bepalend en niet het moment van het tekenen van de koopovereenkomst.

Vanaf 1 januari 2021 wordt daarnaast de overdrachtsbelasting voor woningen die niet worden aangekocht als zijnde een eigen woning waarin de belastingplichtige zelf woont (bijvoorbeeld een woning die voor de verhuur of als vakantiewoning bestemd is of een woning aangekocht door een ouder voor zijn kind), verhoogd van 2% naar 8%. Ook voor overig onroerend goed, zoals zakelijke panden, gaat het tarief omhoog, namelijk van 6% naar 8%.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Besparen in box 3 met een OFGR of BV

Indien u een substantieel vermogen heeft en daarmee in de hogere box 3-schijven belasting betaalt, is het wellicht een optie om een OFGR of BV op te richten om daarmee box 3-heffing te besparen. Indien u het vermogen naar deze entiteit overbrengt, dan wordt dit vermogen belast in de Vennootschapsbelasting en aanmerkelijk belangheffing voor het werkelijke rendement van dit vermogen.

Het voordeel is dat dit vermogen dan niet meer in box 3 belast wordt tegen een (hoog) fictief rendement. Dit biedt vooral een voordeel voor laag renderend vermogen zoals spaarrekeningen. Wij adviseren om eerst de mogelijkheden door te spreken met een adviseur om te zien of dit in uw situatie voordeel oplevert.

U kunt ook besparen op box 3-heffing door het saldo voor de peildatum van 1 januari te verlagen, bijvoorbeeld door uitgaven, hypotheekaflossing, lijfrentestorting of betaling van de zorgverzekering naar voren te halen.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Contante giften niet meer aftrekbaar

Vanaf het jaar 2021 zijn giften die u contant betaalt aan een ANBI-instelling niet meer fiscaal aftrekbaar. Giften moeten altijd kunnen worden bewezen met onderbouwende stukken (zoals rekeningafschriften). Waar mogelijk verdient het dan ook de voorkeur giften per bank over te maken. Sommige charitatieve instellingen hebben hier al op ingespeeld door bijvoorbeeld de mogelijkheid te bieden van betalen per pin of overmaken via een betaalapp.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Wijziging heffingskortingen

Ook dit jaar zijn er weer wijzigingen in de heffingskortingen. De maximale algemene heffingskorting wordt in het jaar 2021 verhoogd van € 2.711,– naar € 2.837,–. Hierdoor neemt het besteedbaar inkomen van mensen met een inkomen tot € 68.507,– iets toe. Lagere inkomens hebben hier meer voordeel bij dan hogere inkomens.

De verhoging van de arbeidskorting die voor het jaar 2022 gepland stond, wordt nu toegepast vanaf het jaar 2021. De arbeidskorting gaat omhoog van € 3.819,– naar € 4.205,–. De inkomensafhankelijke combinatiekorting (voor werkende met kinderen onder de 12 jaar) wordt verlaagd met een bedrag van € 113,–. De ouderenkorting gaat omhoog van € 1.622,– naar maximaal € 1.703,– in 2021.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

(Om)scholing is in 2021 toegankelijker

Werknemers kunnen van hun werkgever een vergoeding krijgen voor de scholingskosten die zij maken. Deze vergoeding is dan vrijgesteld van loonheffing. Dit geldt vanaf 2021 ook voor ex-werknemers. Indien de werknemer uit dienst gaat en er nog scholingsbudget over is, dan mag de ex-werknemer dit na zijn dienstverband gebruiken voor (om)scholing. De bedoeling is hiermee de arbeidsmarktpositie van werknemers te verbeteren.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Eenmalige huurverlaging voor huurders met een laag inkomen en een hoge huur

Vanaf 1 januari 2021 kunnen huurders eenmalig om huurverlaging vragen bij hun woningcorporatie als hun huur te hoog is voor hun inkomen. Hierbij moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zo moet de maandelijkse huur meer bedragen dan € 619,01 voor een één- of tweepersoonshuishouden of € 663,40 voor een huishouden van drie personen of meer. Daarnaast geldt een maximum jaarinkomen van € 23.225,– bruto per jaar voor een éénpersoonshuishouden en € 31.550,– gezamenlijk bruto per jaar voor een meerpersoonshuishouden.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Levenslooprekening

Per 31 december 2021 eindigt het overgangsrecht om te sparen voor een levensloopuitkering. Indien de levensloop niet voor 1 januari 2022 als loon is uitgekeerd, wordt de waarde van de levensloop belast. Heeft u nog levenslooptegoed? Dan is het goed om te bepalen of u het tegoed in 2020 of 2021 wilt laten uitkeren.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Maak gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen

Heeft u dit jaar nog geen gebruik gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen? U heeft nog tot 31 december de tijd om deze schenkingen te verrichten. Let er hierbij op dat het geld uiterlijk op 31 december 2020 moet zijn bijgeschreven op de rekening van de ontvanger.  In 2020 geldt een algemene vrijstelling van € 2.208,–. Voor schenkingen aan kinderen is een vrijstelling van € 5.515,– van toepassing. Daarnaast zijn er nog een aantal eenmalige schenkingsvrijstellingen. Heeft u hierover vragen? Wij zijn graag bereid tot een nadere toelichting.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Overige belastingtips

  • Verwacht u dat u over het belastingjaar 2020 of 2021 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. U betaalt belastingrente als de aanslag later dan 6 maanden na afloop van het kalenderjaar word opgelegd (1 juli 2021). De belastingrente is minimaal 4%. Om er zeker van te zijn dat de aanslag tijdig wordt opgelegd adviseren wij deze voor 1 april 2021 aan te vragen. De aanslag over het belastingjaar 2020 moet ineens betaald worden. De aanslag over het belastingjaar 2021 mag u in termijnen betalen. Heeft u hierover vragen? Wij zijn u graag van dienst bij het aanvragen van een voorlopige aanslag.
  • Indien u verwacht nog een teruggave te ontvangen voor het jaar 2015, dient voor 31 december 2020 een aangifte Inkomstenbelasting over dit jaar ingediend te worden. In 2021 vervalt namelijk de 5 jaars-termijn voor het indienen van deze aangifte.
  • Bundelt u voor zover mogelijk aftrekbare kosten zoals ziektekosten en giften in één bepaald jaar. Zo wordt eerder een aftrekpost behaald en komt de drempel maar één keer in mindering op de uitgaven. Voor giften vervalt de drempel overigens helemaal indien u de gift aan een charitatieve instelling voor 5 jaar vastlegt. Daarnaast geldt voor giften aan een culturele instelling een verhoging van 25% (tot maximaal € 1.250,– extra).
  • Wacht niet tot 31 december met het overmaken van bedragen. De datum waarop u de bedragen overmaakt is niet altijd de datum waarop het bedrag door de bank wordt overgeboekt. Weliswaar zijn veel banken vorig jaar overgestapt naar een systeem waarbij dit wel het geval is, maar dat geldt nog niet voor alle banken. Wij adviseren dan ook om de bedragen een aantal dagen voor de 31ste over te maken.
  • Indien u niet aan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap voldoet, maar wel samenwoont en u wilt voor 2020 wel als fiscaal partners worden behandeld om zo optimaal van de voordelen van het fiscaal partnerschap te profiteren, dan heeft u nog t/m 31 december om dit te regelen. U kunt hiervoor een samenlevingscontract bij de notaris afsluiten.
  • Heeft u in 2018 een schenking gekregen en toen gebruik gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling van de woning? Dan heeft u nog tot en met het einde van dit jaar de tijd om dit geld te besteden aan uw eigen woning (aanschaf, verbouwing of aflossing van de hypotheek). Doet u dit niet? Dan zal er alsnog schenkbelasting moeten worden betaald over het bedrag dat niet aan de eigen woning is besteed.
  • Heeft u in 2020 zonnepanelen laten plaatsen en de BTW nog niet teruggevraagd? U heeft uiterlijk tot en met 30 juni 2021 de tijd om de BTW terug te vragen.


Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Nieuwsbrief eindejaarstips zakelijk

Op zakelijk gebied, gaat de geplande verlaging van de hoogste schijf in de Vennootschapsbelasting niet door. Om dit enigszins te compenseren komt er een investeringskorting (BIK) voor het MKB. Eén en ander is bedoeld om de investeringen in deze crisistijd op peil te houden. Verder zijn er maatregelen gepland om gunstige belastingstructuren voor multinationals tegen te gaan; voor wat betreft de verliesverrekening kunnen echter alle bedrijven, ook die zonder internationale belangen, hiervan de effecten merken.

De uitgebreide steunmaatregelen aan het bedrijfsleven in het kader van de coronacrisis worden grotendeels tot 1 juli 2021 doorgezet. Er zal afgewacht moeten worden wat een volgend kabinet na de verkiezingen in maart volgend jaar voor nieuwe plannen zal presenteren.

Index zakelijke fiscale tips:

  • Wijziging box 2 en vennootschapsbelasting
  • Investeringskorting
  • Aanpassing verliesverrekening en internationale transacties
  • Verlaging zelfstandigenaftrek
  • Aanpassing vrije ruimte
  • Bijtelling elektrische auto
  • Betalingskorting vennootschapsbelasting
  • Verhoging van het tarief van de innovatie box
  • Corona-maatregelen
  • Overige belastingtips

Wijziging box 2 en vennootschapsbelasting

Zoals reeds vorig jaar is aangekondigd wordt het tarief voor de vennootschapsbelasting de komende jaren verlaagd. Daarnaast worden ook de schijven aangepast. Het tarief voor de vennootschapsbelasting was 16,5% over de eerste € 200.000,– winst en voor winsten boven de
€ 200.000,– was dit in 2020 25%. In 2021 wordt het tarief 15% over de eerste € 245.000,–. Het tarief voor winsten boven de € 245.000,– blijft 25%.

In 2022 zullen de schijven wederom aangepast worden en zal de eerste schijf verhoogd worden naar € 395.000,–. Vorig jaar was beloofd dat het hoge vpb-tarief van 25% ook verder verlaagd zou gaan worden. Dit gaat echter niet door. De opbrengst hiervan zal de overheid gebruiken voor de financiering van de coronamaatregelen en een regeling die ondernemers stimuleert om te investeren.

Het tarief voor box 2 wordt aangepast zoals gepland. Dit betreft inkomsten uit aanmerkelijk belang, zoals dividenden en vermogenswinsten op aandelenbelangen boven de 5%. Het huidige tarief van 26,25% wordt in 2021 verhoogd naar 26,9%. Indien u als directeur-grootaandeelhouder overweegt om dividenden uit te keren, is dit het meest gunstig nog voor het einde van het jaar zodat u profiteert van het lagere tarief.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Investeringskorting

Er wordt een nieuwe investeringskorting in het leven geroepen; de BIK (Baangerelateerde Investeringskorting). Deze regeling moet ervoor zorgen dat ondernemers ook in tijden van crisis blijven investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen. Bedrijven kunnen de investeringskorting verrekenen met de af te dragen loonbelasting.

De regeling geldt voor nieuwe investeringen die gedaan worden vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022. Er is een ondergrens van € 1.500,– per bedrijfsmiddel en € 20.000,– per aanvraag van toepassing. Er mogen maximaal 4 aanvragen per jaar gedaan worden. De investeringen moeten in 2021 of 2022 volledig betaald zijn en binnen 6 maanden na volledige betaling in gebruik genomen zijn. Bij grote investeringen in een jaar is de korting tot € 5.000.000,– 3,9%, daarboven geldt een korting van 1,8%.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Aanpassing verliesverrekening en internationale transacties

Het kabinet wil multinationals eerlijker gaan belasten. Op dit moment kan het voorkomen dat bedrijven die in Nederland winst maken, hier in Nederland geen belasting over hoeven af te dragen doordat zij verliezen of bepaalde aftrekposten kunnen verrekenen. Het kabinet gaat dit probleem door middel van twee maatregelen aanpakken die overigens ook voor andere ondernemingen dan multinationals van toepassing kunnen zijn.

De eerste maatregel is het beperken van verliezen. Momenteel kunnen bedrijven verliezen verrekenen met winsten uit het voorgaande jaar of de zes opvolgende jaren. Er is geen maximum aan het te verrekenen bedrag. Vanaf 2022 kan tot € 1.000.000,– van de winst worden verrekend met verliezen. Daarboven kan slechts worden verrekend met 50% van de winst die de € 1.000.000,–  te boven gaat. Daarnaast komt de tijdslimiet van 6 jaar te vervallen; verliezen kunnen onbeperkt in de tijd worden verrekend. Helaas geldt de beperking voor alle Nederlandse ondernemingen, ongeacht of deze verliezen uit het buitenland afkomstig zijn. Voor kleine ondernemingen kan de langere mogelijkheid van verliesverrekening overigens juist wel een voordeel vormen.

De tweede maatregel is dat informeel-kapitaalstructuren worden aangepakt. In de huidige situatie kan het voorkomen dat bij een internationale transactie een bedrijf in Nederland wel de kosten kan aftrekken, maar in het andere land geen belasting betaalt over de corresponderende opbrengst. Per 2022 mogen er geen kosten van de winst in Nederland meer in aftrek worden gebracht als bij de andere partij geen of een lager bedrag dan de zakelijke prijs in de fiscale grondslag wordt betrokken.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Verlaging zelfstandigenaftrek

Zoals reeds vorig jaar aangekondigd werd vanaf 2020 de zelfstandigenaftrek afgebouwd. Het plan was om deze in negen jaar te verlagen naar € 5.000,–. Nu wordt de zelfstandigenaftrek verder verlaagd naar € 3.240,– in 2036. In 2020 was de maximale zelfstandigenaftrek € 7.030,–. In 2021 is de maximale zelfstandigenaftrek € 6.670,–.

De ondernemer zal voor de verlaging van de zelfstandigenaftrek worden gecompenseerd door de verhoging van de arbeidskorting en de verlaging van het basistarief van de inkomstenbelasting naar 37,10%. Op termijn zullen zelfstandigen meer belasting betalen door de verdere daling van de zelfstandigenaftrek.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Aanpassing vrije ruimte

De vrije ruimte is in verband met de coronasteunmaatregelen tijdelijk verhoogd van 1,7% naar 3% over de eerste € 400.000,– van de loonsom. Dit is echter een tijdelijke maatregel die alleen voor het belastingjaar 2020 geldt. Wilt u hier nog gebruik van maken? Dan heeft u nog tot en met 31 december 2020 de tijd om bepaalde kosten belastingvrij te vergoeden aan de werknemer. Ook kan een bonus uitbetaald worden onder de vrije ruimte mits dit gebruikelijk is (mede afhankelijk van de hoogte van de bonus). In 2021 blijft de vrije ruimte 1,7% over de eerste € 400.000,– van de loonsom. Over het meerdere geldt een verlaging van het percentage naar 1,18%. Dit was 1,2% in 2020.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Bijtelling elektrische auto

Zoals reeds vorig jaar aangekondigd wordt de bijtelling voor het privégebruik van elektrische auto’s verder verhoogd. In 2021 wordt de bijtelling verhoogd naar 12% over de eerste € 40.000,– (dit was 8% over de eerste € 45.000,–) en 22% over het meerdere. In 2022 wordt de bijtelling over de eerste € 40.000,– verhoogd naar 16% en 17% in 2025.
Een uitzondering op deze regeling zijn de zonnecelauto’s.
De maximale cataloguswaarde geldt niet voor deze auto’s.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Betalingskorting vennootschapsbelasting

Op dit moment verleent de Belastingdienst een betalingskorting als een voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting die in termijnen betaald mag worden ineens wordt voldaan. Vanaf 2021 wordt deze betalingskorting afgeschaft. Volgens de regering is dit om misbruik tegen te gaan.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Verhoging van het tarief van de innovatie box

Wanneer een bedrijf winst maakt met bepaalde vernieuwende activiteiten, hoeven zij over deze winst minder vennootschapsbelasting te betalen door toepassing van de innovatie box. Het effectieve tarief van deze innovatie box stijgt van 7% naar 9%.

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Corona-maatregelen

Het kabinet heeft dit jaar veel corona-maatregelen in het leven geroepen. Een aantal van deze maatregelen zijn verlengd of zijn wettelijk vastgelegd. De belangrijkste maatregelen uit het derde steunpakket zoals de NOW, TVL en Tozo zijn verlengd tot 1 juli 2021. De NOW (Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid) voorziet in een tegemoetkoming in de loonkosten bij een omzetverlies van minimaal 20% om zoveel mogelijk werkgelegenheid te behouden.

De Tegemoetkoming Vaste Lasten, oftewel TVL, helpt MKB-bedrijven bij het betalen van een deel van hun vaste lasten. De tegemoetkoming van minimaal € 750,– en maximaal € 90.000,– is voor bedrijven die meer dan 30% van hun omzet hebben verloren als gevolg van de coronacrisis. De Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) is een tegemoetkoming in het levensonderhoud voor zelfstandigen. De inkomsten worden hiermee aangevuld tot het sociaal minimum. De regelingen hebben verschillende deadlines en dienen bij verschillende instanties aangevraagd te worden. U vindt hierover meer informatie op de website van de Rijksoverheid of KvK.nl.

Verder heeft de Belastingdienst ook mogelijkheid geboden voor uitstel van betaling. Het bijzondere uitstel van betaling eindigt uiterlijk op 1 januari 2021. Bij de eerstvolgende aangifte zal de belasting weer binnen de gewone termijn betaald moeten worden. Voor de uitstaande belastingschuld geldt een maximale termijn van afbetaling van 3 jaar.

Een overzicht van de diverse maatregelen vindt u hieronder (bron rijksoverheid.nl). Voor meer informatie verwijzen wij u naar:

Terug naar begin van de nieuwsbrief.

Overige belastingtips

  • Heeft u veel spaargeld en een eigen B.V.? U kunt overwegen om dit spaargeld door middel van een agiostorting voor het einde van het jaar in de B.V. te storten. Indien de storting voor het einde van het jaar wordt gedaan, hoeft u over dat bedrag in 2021 geen box 3-heffing meer te betalen. Het is wel belangrijk dat u op de hoogte bent van de voorwaarden en gevolgen.
  • Heeft u een eenmanszaak of vof? Indien u het werkkapitaal in de onderneming op peil houdt, kunt u wellicht box 3-heffing besparen. Indien u bijvoorbeeld met een grote privé-opname wacht tot na 1 januari, behoeft u over dat bedrag geen box 3-heffing te betalen. Het is wel van belang dat het saldo op de ondernemersrekening niet zo hoog is dat de bedragen als overtollig voor de bedrijfsvoering gezien gaan worden. Wanneer u van plan bent om in de toekomst grote uitgaven voor de onderneming te doen en derhalve hier nu al geld voor wilt reserveren, is dit wel een reden om meer vermogen in de onderneming aan te houden dan gebruikelijk.
  • Verwacht u dat u over het belastingjaar 2020 of 2021 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. De belastingrente is voor IB-ondernemers momenteel 4%. Voor de vennootschapsbelasting bedraagt dit percentage normaliter 8%, maar dit is verlaagd naar 4% in verband met de Corona crisis. Deze maatregel is verlengd tot 31 december 2021 (zie het hoofdstuk corona-maatregelen).
  • Komt u erachter dat u enkele posten vergeten bent mee te nemen in uw BTW aangifte? Doe dan een suppletie aangifte. Dit kan u doen voor dit jaar of voor de afgelopen 5 jaar. Gaat het om te ontvangen of af te dragen BTW van € 1.000,– of minder, dan mag dit worden meegenomen in de eerstvolgende BTW aangifte. U hoeft hier dan geen aparte suppletie aangifte voor in te dienen.
  • Rijdt u in een auto van de zaak en gebruikt u deze auto privé? Dan moet er in de laatste BTW aangifte (in te dienen in januari 2021) een correctie worden toegepast voor het privégebruik. Dat mag op basis van het werkelijk gebruik of op basis van een forfait. Heeft u hier vragen over? Wij zijn u graag van dienst.
  • Gebruikt u als DGA computers, laptops, tablets of mobiele telefoons voor uw werkzaamheden? Deze kunnen belastingvrij worden verstrekt.
  • Zoals reeds aangegeven worden de tarieven van de inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting en het belastingtarief in box 2 aangepast. Dit biedt interessante planningsmogelijkheden voor bijvoorbeeld de keuze tussen het uitkeren van loon of dividend. Wij kijken graag met u mee naar de mogelijkheden.

Algemeen

1. Nieuwe tarieven in de Inkomstenbelasting

Box 1 – Inkomen uit werk en woning
Zoals reeds vorig jaar werd aangekondigd wordt het huidige vier tariefstelsel terug gebracht tot een twee schijvenstelsel. In het vorige belastingplan werd aangegeven dat het tweeschijvenstelsel in 2021 werd ingevoerd. Echter wordt het tweeschijvenstelsel per 2020 versneld ingevoerd. Er komt een basistarief van 37,35% voor inkomens tot € 68.507,– en een toptarief van 49,5% voor inkomens boven de € 68.507,–. Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt gelden aangepaste tarieven en wordt het een drieschijvenstelsel.

Box 2 – Inkomen uit aanmerkelijk belang (bijvoorbeeld een B.V.)
Het tarief voor box 2 wordt verhoogd naar 26,25% in 2020. Voor meer informatie verwijzen wij u door naar het hoofdstuk zakelijk in deze nieuwsbrief.

Box 3 – Voordeel uit sparen en beleggen
Het heffingsvrij vermogen wordt in 2020 verhoogd van € 30.360,– per persoon naar € 30.846,– per persoon (€ 61.692,– voor fiscaal partners). Daarnaast worden wederom de schijven iets aangepast.

Het effectieve belastingtarief wordt in de eerste schijf verlaagd van 0,58% naar 0,54%, in de tweede schijf van 1,34% naar 1,27% en in de derde schijf van 1,68% naar 1,60 %. Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing in 2020. Tussen haakjes staan de percentages van 2019 vermeld.


2. Plan box 3-hervorming 2022

Daarnaast heeft het kabinet bekend gemaakt dat zij de box 3-heffing meer wil laten aansluiten bij het werkelijke rendement. Rond de zomer van 2020 wordt een nieuw wetsvoorstel verwacht. De verwachting is dat vanaf 2022 de werkelijke verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden als uitgangspunt gaat gelden voor de box 3-heffing. Het forfaitaire rendement hierover (bijv. 0,09% over spaargeld en 5,33% over beleggingen) wordt belast tegen een verhoogd tarief van 33%. Omdat er op dit moment een zeer lage spaarrente is, zal dit plan ervoor zorgen dat er effectief geen box 3-heffing meer zal worden geheven over circa € 440.000,– aan spaartegoeden per persoon (€ 880.000,– voor fiscaal partners). Deze nieuwe regeling zal voor personen met alleen spaargeld gunstiger uitvallen. Belastingplichtigen met veel overig vermogen (zoals aandelen, maar ook onroerend goed) worden juist zwaarder belast in dit nieuwe voorstel.
Het ministerie van financiën heeft een overzicht gepubliceerd van het voorlopige voorstel.

Hervorming box 3 infographic

Hieronder leggen we uit hoe de nieuwe regeling in zijn werk gaat:
1. Indien de bezittingen tezamen (zonder schulden) op 1 januari hoger zijn dan de drempel van
€ 30.846,– is er sprake van box 3-heffing. Indien de bezittingen onder deze drempel blijven is er geen sprake van box 3-heffing.

2. Indien er sprake is van box 3-heffing, moet het totale vermogen verdeeld worden in drie categorieën: spaargeld, beleggingen (alle overige bezittingen) en schulden. Aan de hand van de forfaitair vastgestelde rendementen per categorie wordt het inkomen uit deze bezittingen vastgesteld. In het voorlopige voorstel is dit forfaitaire rendement 0,09 % voor spaargeld, 5,33% voor beleggingen en 3,03% voor schulden.

3. Vervolgens worden het forfaitaire inkomen uit spaargeld en beleggingen bij elkaar opgeteld. Het forfaitaire rendement over de schulden moet hiervan af gehaald worden. Dit levert uiteindelijk het totale inkomen op.

4. Over dit totale inkomen wordt vervolgens nog een vrijstelling verleend, het zogenaamde heffingsvrije inkomen. Dit heffingsvrije inkomen is voorlopig vastgesteld op € 400,–. Het restant van het inkomen wordt vervolgens belast tegen 33%.


3. Wijziging heffingskortingen

De maximale algemene heffingskorting wordt in het jaar 2020 verhoogd en bouwt voor een inkomen van € 20.711,– en hoger stapsgewijs sneller af. In 2019 was de maximale algemene heffingskorting
€ 2.477,–. In 2020 wordt deze heffingskorting verhoogd naar € 2.711,– en in 2021 naar € 2.801,–.
Ook de arbeidskorting wordt vanaf 2020 verhoogd. Dit gebeurt in drie stappen. Deze heffingskorting bedroeg in 2019 € 3.399,– en in 2020 € 3.819,–.


4. Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens

Zoals reeds vorig jaar vermeld wordt het tarief waartegen een aantal aftrekposten mag worden afgetrokken geleidelijk afgebouwd. Belastingplichtigen waarbij het inkomen in de hoogste schijf valt zullen geleidelijk minder fiscaal voordeel hebben van deze aftrekposten. In 2020 mogen deze aftrekposten tegen maximaal 46% in aftrek worden gebracht. Dit percentage zal de komende jaren verder worden verlaagd tot het niveau van de eerste schijf, circa 37% in 2023. Het gaat hierbij om de volgende aftrekposten:

  • Alimentatie
  • Aftrek van scholingsuitgaven
  • Aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten
  • Aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten
  • Giftenaftrek
  • Ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek)
  • MKB winstvrijstelling
  • Terbeschikkingsstellingsvrijstelling

Door deze verlaging leveren de aftrekposten in 2019 meer op dan in 2020 en de volgende jaren. Indien u in 2019 met uw inkomen in de hoogste belastingschijf valt is het derhalve raadzaam om, indien mogelijk, aftrekposten zoals giften of zorgkosten naar voren te halen.


5. Wijzigingen eigen woning

Zoals reeds vorig jaar aangekondigd wordt het tarief waartegen de hypotheekrente mag worden afgetrokken ook verder verlaagd. Het percentage wordt verlaagd naar 46%. Dit percentage wordt de komende jaren verder verlaagd tot circa 37% in 2023.

U kunt uw hypotheekverstrekker vragen of het mogelijk is om de hypotheekrente vooruit te betalen om zo dit jaar nog een hogere aftrek van de hypotheekrente te krijgen. Banken mogen echter het vooruitbetalen van de hypotheekrente weigeren. Let hierbij op dat u alleen de rente die betrekking heeft op de periode tot en met 30 juni 2020 vooruit kan betalen. Als u meer vooruit betaalt, wordt de aftrek alsnog beperkt tot de rente die u tot eind 2019 verschuldigd was. Bovendien levert dit een box 3 besparing voor het belastingjaar 2020 op.

Het eigenwoningforfait voor woningen met een waarde tussen de € 75.000,– en € 1.080.000,– wordt in 2020 verlaagd naar 0,6%. Het eigenwoningforfait wordt verder verlaagd naar 0,45% in 2023. Voor woningen boven de € 1.080.000,– blijft het eigenwoningforfait 2,35%, voor zover de waarde hoger is dan € 1.080.000,–.


6. Uitstel afschaffing fiscale aftrekpost scholingskosten

Het kabinet is van plan om de aftrekpost voor de scholingsuitgaven te wijzigen in een subsidieregeling. Deze subsidieregeling STAP-budget zal waarschijnlijk per 2021 worden ingevoerd. Er is nog geen besluit genomen over de definitieve ingangsdatum. Indien u overweegt om een studie te gaan volgen ‘met het oog op het verwerven van inkomen’, dan is het wellicht verstandig om dat in 2019 of 2020 te doen. Indien mogelijk adviseren wij de studiekosten niet in termijnen verspreid over 2 jaar te betalen, maar in één jaar zodat het recht op aftrek blijft bestaan.


7. Fiets van de zaak

Zoals al eerder aangekondigd wordt het vanaf 2020 aantrekkelijker gemaakt om een fiets van de zaak aan te schaffen. Het bijtellingspercentage van de fiets wordt vastgesteld op 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets. Met de huidige regeling moet er precies worden bijgehouden hoeveel kilometers er privé en hoeveel kilometers er zakelijk gereden worden. Met de invoering van de forfaitaire bijtelling is dit verleden tijd. Een fiets van de zaak kan naast een auto van de zaak ter beschikking worden gesteld.


8. Inkeerregeling

Met de huidige inkeerregeling is het nog mogelijk om boetevrij in te keren binnen 2 jaar na het onjuist indienen van een aangifte Inkomstenbelasting. Een uitzondering hierop is box 3 inkomen dat in het buitenland is opgekomen. Met ingang vanaf 2020 is het ook niet meer mogelijk om boetevrij in te keren over inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en inkomen dat in het binnenland is opgekomen (box 3). Feitelijk is hiermee de inkeerregeling alleen nog van toepassing op box 1-inkomen. Heeft u buitenlands of binnenlands vermogen dat niet correct is aangegeven in de aangiften, dan adviseren wij u dit te melden bij de Belastingdienst. Indien u inkomen uit aanmerkelijk belang of box 3 inkomen dat in het binnenland is opgekomen heeft, dan adviseren wij u de melding nog in 2019 te doen. Wij zijn u hierbij graag van dienst.


9. Communicatie met de Belastingdienst – de blauwe envelop

Per 2020 zal de Belastingdienst u als belastingplichtige de keuze voorleggen of u uw post van de Belastingdienst in de brievenbus (blauwe envelop) of digitaal via de berichtenbox op MijnOverheid wilt ontvangen. Indien u geen keuze maakt, blijft de huidige situatie ongewijzigd en blijft u de correspondentie zowel per post als digitaal ontvangen. In geval van een correspondentie-adresregeling met ons kantoor adviseren wij u om niet de keuze voor alleen digitaal te maken zodat ons kantoor de papieren versie blijft ontvangen ter controle en afhandeling van uw belastingzaken.


10. Maak gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen

Heeft u dit jaar nog geen gebruik gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen? U heeft nog tot 31 december de tijd om deze schenkingen te verrichten. In 2019 geldt een algemene vrijstelling van € 2.174,–. Voor schenkingen aan kinderen is een vrijstelling van € 5.428,– van toepassing. Daarnaast zijn er nog een aantal eenmalige schenkingsvrijstellingen. Heeft u hierover vragen? Wij zijn graag bereid tot een nadere toelichting.


11. Bespaartips box 3

    • De peildatum voor het belaste box 3-vermogen is 1 januari. Om uw vermogen per 1 januari te verlagen volgen hierbij een aantal tips.
    • Indien u een eigen B.V. heeft kunt u overwegen om nog vóór het eind van het jaar een bedrag over te maken naar de B.V. door middel van een agiostorting. Het is wel belangrijk dat u aan de (simpele) formaliteiten voldoet. Heeft u nog geen B.V. dan is het wellicht mogelijk om hiervoor een B.V. of OFGR op te richten. Wij adviseren om eerst de mogelijkheden door te spreken met een adviseur om te zien of dit in uw situatie een voordeel oplevert.
    • Bent u van plan om binnenkort grote uitgaven te doen? Zoals bijvoorbeeld de aankoop van een auto, een verbouwing aan een woning of consumptieve goederen. Dan is het wellicht verstandig om de aankoop voor 1 januari te doen. Zo verlaagt u uw totale vermogen.
    • Het kan voordelig zijn om kleine schulden (tezamen lager dan de drempel van
      € 3.000,– per belastingplichtige) voor 1 januari af te lossen. Zo wordt het box 3 inkomen verlaagd en wordt bovendien verdere rente op deze leningen vermeden. Rente op persoonlijke consumptieve leningen is meestal hoog en deze rente is fiscaal niet aftrekbaar.
    • Stort geld in een lijfrente of bankspaarproduct. Geld dat gestort is een lijfrente is niet meer belast in box 3. Een storting is met name bij een pensioentekort het overwegen waard. Hier zijn wel voorwaarden aan verbonden.
    • U kunt overwegen om in te stappen in groene beleggingen. Beleggen in erkende groenfondsen levert belastingvoordeel op. Zo was in 2019 de vrijstelling voor groene beleggingen € 58.540,–.
    • Indien u dit jaar nog geen schenkingen heeft gedaan, kunt u overwegen deze alsnog voor 31 december te doen.

12. Overige belastingtips

  • Verwacht u dat u over het belastingjaar 2019 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. U betaalt belastingrente als de aanslag later dan 6 maanden na afloop van het kalenderjaar word opgelegd (1 juli 2020). De belastingrente is minimaal 4%. Om er zeker van te zijn dat de aanslag tijdig wordt opgelegd adviseren wij deze voor 1 april 2020 aan te vragen. De aanslag over het belastingjaar 2019 moet ineens betaald worden. Wij zijn u graag van dienst bij het aanvragen van een voorlopige aanslag.
  • Indien u verwacht nog een teruggave te ontvangen voor het jaar 2014, dient voor het eind van het jaar een aangifte Inkomstenbelasting over dit jaar ingediend te worden. In 2020 vervalt namelijk de 5 jaars-termijn voor het indienen van deze aangifte.
  • Bundelt u voor zover mogelijk aftrekbare kosten zoals ziektekosten en giften in één bepaald jaar. Zo wordt eerder een aftrekpost behaald en komt de drempel maar één keer in mindering op de uitgaven. Voor giften vervalt de drempel overigens helemaal indien u de gift aan een charitatieve instelling voor 5 jaar vastlegt.
  • Wacht niet tot 31 december met het overmaken van bedragen. De datum waarop u de bedragen overmaakt is niet altijd de datum waarop het bedrag door de bank wordt overgeboekt. Weliswaar zijn veel banken in 2019 overgestapt naar een systeem waarbij dit wel het geval is, maar dat geldt nog niet voor alle banken. Wij adviseren dan ook om de bedragen een aantal dagen voor de 31ste over te maken.

Zakelijke belastingtips

Zakelijk

1. Wijziging box 2 en vennootschapsbelasting

Het tarief voor de vennootschapsbelasting wordt in de komende jaren verlaagd. Het tarief over de eerste € 200.000,– winst daalt naar 16,5% procent in 2020. Per 1 januari 2021 zal dit tarief dalen naar 15%. Het tarief voor winsten boven de € 200.000,– blijft echter 25%. Dit terwijl vorig jaar is bepaald dat het toptarief zou dalen naar 22,5%. Per 1 januari 2021 zal het tarief voor winsten vanaf
€ 200.000,– wel dalen naar 21,7% (20,5% was beloofd).

Het tarief voor box 2 wordt aangepast zoals gepland. Dit betreft inkomsten uit aanmerkelijk belang, zoals dividenden en vermogenswinsten op aandelenbelangen boven de 5%. Het huidige tarief van 25% wordt in 2020 verhoogd naar 26,25%. In 2021 wordt het verder verhoogd naar 26,9%. Indien u als directeur-grootaandeelhouder overweegt om dividenden uit te keren, is dit het meest gunstig nog voor het einde van het jaar.

Door de verlaging van het Vennootschapsbelastingtarief uit te stellen en het box 2-tarief wel te verhogen, wordt de belastingdruk in de tweede schijf hoger. Al met al dalen de tarieven echter wel de komende jaren. In combinatie met verlaging van het tarief van de ondernemersfaciliteiten in de Inkomstenbelasting, zal het voor ondernemers met een eenmanszaak wellicht interessant kunnen zijn om naar de BV-optie te kijken.

Vpb en ib 2020

2. Verlaging zelfstandigenaftrek

Vanaf 2020 wordt de zelfstandigenaftrek in negen jaar afgebouwd naar € 5.000,–. Dit betreft acht stappen van € 250,– en één stap van € 280,–. In 2020 zal de zelfstandigenaftrek worden verlaagd van € 7.280,– naar € 7.030,–.


3. Verlaging aftrekposten

De eerder genoemde verlaging van aftrekposten (zie particulieren) geld ook voor IB-ondernemers. IB-ondernemers waarbij het inkomen in de hoogste inkomensschijf valt zullen geleidelijk minder fiscaal voordeel hebben van deze aftrekposten. In 2020 mogen deze aftrekposten tegen maximaal 46% in aftrek worden gebracht. Dit percentage zal de komende jaren verder worden verlaagd tot circa 37% in 2023. Het gaat hierbij om de zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek, de MKB winstvrijstelling en de terbeschikkingsstellingsvrijstelling.


4. Nieuw BTW-identificatienummer voor IB-ondernemers

Het huidige BTW nummer voor IB-ondernemers bestaat deels uit hun Burgerservicenummer. Om de privacy te waarborgen heeft de Belastingdienst besloten deze nummers aan te passen. Deze nieuwe BTW-identificatienummers worden vanaf november uitgereikt. Bewaar deze goed! Vanaf 1 januari dient u dit nieuwe nummer te vermelden op uw facturen, briefpapier, website etc. Voor communicatie met de Belastingdienst, zoals de aangiften Omzetbelasting blijft het oude nummer nog van kracht.


5. Wijziging kleine ondernemersregeling

Zoals reeds vorig jaar vermeld gaat vanaf 1 januari 2020 de nieuwe kleine ondernemersregeling voor de BTW van start. Indien u als ondernemer verwacht op jaarbasis een omzet van minder dan
€ 20.000,– te behalen, dan kunt u kiezen voor een vrijstelling van de BTW. Dit heeft als voordeel dat er minder administratieve verplichtingen zijn. Zo hoeft er niet ieder kwartaal een BTW-aangifte te worden gedaan. U hoeft namelijk geen BTW meer aan uw klanten te rekenen (en vervolgens aan de Belastingdienst af te dragen). Het nadeel is dat u geen btw kan terug vragen over uw zakelijke inkopen. Bij facturatie aan particulieren en vrijgestelde organisaties zal de regeling eerder een voordeel opleveren dan wanneer u aan ondernemers factureert. De KOR gaat u aan voor een periode van tenminste 3 jaar. Wanneer u in een jaar een omzet hoger dan € 20.000,– heeft vervalt de vrijstelling. Vanaf dat moment dient u weer BTW aan uw klanten te berekenen en moet u weer aangiften doen. Het is derhalve verstandig om goed bij te houden hoe hoog uw omzet is. Om vanaf 1 januari gebruik te kunnen maken van deze nieuwe regeling, moest u zich uiterlijk 20 november aanmelden. Indien u zich na 20 november aanmeldt, gaat de regeling in vanaf het volgende aangiftetijdvak (voor de BTW). Indien u vragen heeft over de voor- en nadelen van deze regeling dan zijn wij beschikbaar.


6. Verhoging vrije ruimte

De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt in 2020 verhoogd van 1,2% naar 1,7% over de eerste € 400.000,– van de loonsom. Voor de loonsom boven € 400.000,– blijft het percentage 1,2%. Daarnaast is een vergoeding van de VOG (Verklaring omtrent goed gedrag) als gerichte vrijstelling ingevoerd. De vergoeding voor de VOG gaat derhalve niet ten laste van de vrije ruimte. In het kader van de werkkostenregeling mag het bedrag van de vrije ruimte zonder bewijsstukken onbelast worden vergoed aan één of meerdere werknemers; er is wel een gebruikelijkheidstoets.


7. Bijtelling elektrische auto

De bijtelling voor elektrische auto’s gaat veranderen. In 2019 is de bijtelling 4% over de eerste € 50.000,– en 22% over het meerdere. In 2020 wordt de bijtelling verhoogd naar 8% over de eerste € 45.000,– en 22% over het meerdere. Stapsgewijs wordt de bijtelling verhoogd naar het algemene tarief van 22% in 2026. Wanneer u een elektrische auto aanschaft kunt u gedurende 60 maanden na datum eerste toelating het dan geldende bijtellingspercentage hanteren. Indien u van plan bent om een elektrische auto aan te schaffen is het raadzaam dit zo snel mogelijk te doen.

Om de aanschaf van emissie-loze voertuigen te blijven stimuleren, wordt het nultarief voor de motorrijtuigenbelasting en de BPM verlengd tot 1 januari 2025.


8. Betalingskorting vennootschapsbelasting

Op dit moment verleent de Belastingdienst een betalingskorting als een voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting die in termijnen betaald mag worden ineens wordt voldaan. Vanaf 2021 wordt deze betalingskorting afgeschaft.


9. Beperking lenen bij eigen bv

Eerder is aangekondigd dat het door de DGA lenen van zijn eigen B.V. wordt beperkt. Dit plan is geen onderdeel van het Belastingplan 2020, maar een wetsvoorstel dat wordt verwacht in het najaar 2019. Met ingang van 2022 worden leningen of rekening-courant bedragen boven een bedrag van
€ 500.000,– belast tegen het dan geldende tarief in box 2. Onder voorwaarden geldt er een uitzondering voor eigenwoningleningen. In het geval van hoge leningen of rekening-courantschulden is het van belang om alvast hierop in te spelen en met aflossingen te beginnen, dan wel geld te reserveren voor de belastingafrekening. Indien u overweegt om dividenden uit te keren, kunt u dit het beste nog doen in 2019 aangezien het tarief in 2020 stijgt met 1,25%.


10. Overige belastingtips

  • Heeft u veel spaargeld en een eigen B.V.? U kunt overwegen om dit spaargeld door middel van een agiostorting voor het einde van het jaar in de B.V. te storten. Indien de storting voor het einde van het jaar wordt gedaan, hoeft u over dat bedrag in 2020 geen box 3-heffing meer te betalen. Het is wel belangrijk dat u op de hoogte bent van de voorwaarden en gevolgen.
  • Heeft u een eenmanszaak of vof? Indien u het werkkapitaal in de onderneming op peil houdt, kunt u wellicht box 3-heffing besparen. Indien u bijvoorbeeld met een grote privé-opname wacht tot na 1 januari, behoeft u over dat bedrag geen box 3-heffing te betalen. Het is wel van belang dat het saldo op de ondernemersrekening niet zo hoog is dat de bedragen als overtollig voor de bedrijfsvoering gezien gaan worden. Wanneer u van plan bent om in de toekomst grote uitgaven voor de onderneming te doen en derhalve hier nu al geld voor wilt reserveren, is dit wel een reden om meer vermogen in de onderneming aan te houden dan gebruikelijk.
  • Indien u voldoende investeringen heeft gedaan om in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek, maar nog niet alle investeringen heeft betaald adviseren wij u deze betalingen nog voor het einde van het jaar te verrichten zodat u voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek in aanmerking komt. U komt in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wanneer het totaal aan investeringen hoger is dan € 2.300,–.
  • Verwacht u dat u over het belastingjaar 2019 of 2020 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. De belastingrente is voor IB-ondernemers momenteel 4%. Voor de vennootschapsbelasting bedraagt dit percentage zelfs 8%!
  • Hebben uw kinderen die dit jaar meegewerkt hebben in de zaak nog geen vergoeding ontvangen? Betaal dan een vergoeding uit voor het einde van het jaar. Voor u als ondernemer is deze vergoeding volledig aftrekbaar. Bij uw kinderen is de vergoeding onbelast als deze (tezamen met eventuele ander inkomen uit (bij)banen) niet meer dan
    € 7.098,– bedraagt. U moet als ondernemer wel inkomensafhankelijk bijdrage ZVW afdragen.
  • Ook aan de meewerkende partner kan een vergoeding verstrekt worden. Een beloning van minimaal € 5.000,– is voor u als ondernemer aftrekbaar. Voor uw partner valt deze vergoeding in box 1. Het tarief is afhankelijk van het totale box 1 inkomen van uw partner.
  • Zoals eerder vermeld veranderen de belastingtarieven voor ondernemers. Een en ander biedt interessante planningsmogelijkheden voor bijvoorbeeld de keuze tussen het uitkeren van loon of dividend. Wij kijken graag met u mee naar de mogelijkheden.

PARTICULIEREN

Nieuwe tarieven in de Inkomstenbelasting

Zoals reeds vorig jaar werd aangekondigd wordt het huidige vier tariefstelsel terug gebracht tot een twee schijven stelsel. In 2019 worden de percentages van de vier schijven aangepast van 36,55%, 40,85%, 40,85% en 51,95% naar 36,65%, 38,10%, 38,10% en 51,75%. Hierbij wordt de eerste schijf iets verhoogd, de overige drie schijven dalen. De tarieven worden stapsgewijs verlaagd waardoor er vanaf 2021 nog maar twee schijven over zijn van 37,05% voor inkomens tot € 68.507,– en 49,50% voor alle inkomens hierboven. Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt gelden aangepaste tarieven en wordt het een drie schijven stelsel.
Ook de tarieven voor het box 2-inkomen wordt aangepast. Voor meer informatie verwijzen wij u door naar het hoofdstuk zakelijk in deze nieuwsbrief.

Box 3 wijzigingen in 2019

In het belastingplan 2019 is een kleine wijziging doorgevoerd met betrekking tot het heffingsvrij vermogen. Dit wordt verhoogd van € 30.000,– per persoon naar € 30.360,– per persoon (€ 60.720,– voor fiscaal partners). Daarnaast worden de schijven in box 3 aangepast. In 2018 was het gemiddeld percentage van de grondslag sparen en beleggen tot € 70.800,– een bedrag van 2,017 %. Bij een grondslag tussen € 70.801,– en € 978.000,– was dit percentage gemiddeld 4,326% en voor vermogens boven de € 978.000,– was dit 5,38%. In 2019 wordt de eerste schijf tot € 71.650,– belast tegen gemiddeld 1,94%. Voor een grondslag tussen de € 71.651,– en € 989.736,– wordt dit gemiddelde percentage 4,45% en voor vermogens vanaf € 989.736,– wordt dit percentage vastgesteld op 5,60%. Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing in 2019.

Wijziging heffingskortingen

De algemene heffingskorting wordt in de jaren 2019-2021 stapsgewijs verhoogd voor mensen met een inkomen tot € 50.000,–. Daarnaast gaat de arbeidskorting in de jaren 2019-2021 omhoog. Door een verhoging van de arbeidskorting gaat werken meer lonen voor mensen met een inkomen tussen de € 20.000,– en € 60.000,–.

Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens

Het tarief waartegen een aantal aftrekposten mag worden afgetrokken wordt geleidelijk afgebouwd. Dit betekent dat mensen die vallen in de hoogste inkomensschijf geleidelijk minder fiscaal voordeel hebben van deze aftrekposten. De posten waar deze maatregel voor geldt zijn onder andere de zelfstandigenaftrek, de MKB-winstvrijstelling, de aftrek van giften en de aftrek van partneralimentatie. In 2018 is de hoogte van de aftrekpost voor mensen met een inkomen boven de € 68.507,– 51,95%. In 2019 daalt dit percentage naar 51,75%. Dit percentage wordt de komende jaren verder verlaagd tot 37,05% in 2023.

Wijzigingen eigen woning

Het tarief waartegen de hypotheekrente mag worden afgetrokken wordt verder verlaagd. Deze maatregel was in 2014 al ingevoerd, maar de afbouw wordt nu versneld. In 2018 is de hoogte van de aftrekpost voor mensen met een inkomen boven de € 68.507,– 49,50% voor de hypotheekrente. In 2019 wordt dit bedrag verlaagd naar 49%. Dit percentage wordt de komende jaren verder verlaagd tot 37,05% in 2023. Mensen met een inkomen lager dan € 68.507,– ondervinden geen fiscaal nadeel door deze maatregel.
Het eigenwoningforfait voor woningen met een waarde tussen de € 75.000,– en € 1.060.000,– wordt verlaagd van 0.7% naar 0,45% in 2023. Dit ter compensatie van de verlaging van de hypotheekrenteaftrek.

Wijziging 30% regeling

In het belastingplan 2019 is het voorstel opgenomen om per 1 januari 2019 de 30% regeling van 8 naar 5 jaar te verkorten. Deze verkorting geldt niet alleen voor werknemers die vanaf 2019 naar Nederland komen, maar ook voor bestaande gevallen. Er is overgangsrecht ingesteld voor mensen die door de nieuwe regeling in 2019 of 2020 de 30% regeling zouden kwijtraken. Zij mogen nu toch nog gebruik maken van de regeling tot eind 2020.
De 30% regeling is er voor expats met specifieke schaarse deskundigheid die vanuit het buitenland naar Nederland zijn aangetrokken om te werken en houdt in dat 30% van hun salaris belastingvrij mag worden uitgekeerd. Dit ter compensatie van de extra kosten voor huisvesting en reiskosten die de buitenlandse werknemers moeten maken.

Monumentenaftrek wordt afgeschaft

Er bestonden al langer plannen om de monumentenaftrek af te schaffen. Deze plannen worden nu alsnog doorgevoerd en de monumentenaftrek wordt afgeschaft per 1 januari 2019. Deze regeling wordt vervangen door een subsidieregeling. Deze subsidieregeling moet nog nader uitgewerkt worden. Onderhoudskosten die in 2018 zijn gemaakt kunnen nog wel worden opgevoerd in de belastingaangifte 2018 die vanaf 1 maart 2019 kan worden ingediend. Mocht u nog plannen hebben om onderhoud aan uw monument te verrichten dan adviseren wij dit nog voor het einde van het jaar te doen. Aangezien het moment van betaling doorslaggevend is, is het van belang dat de betaling nog dit jaar plaatsvindt. Dit zou ook bij wijze van vooruitbetaling mogen.

Verhoging lage BTW-tarief

Per 1 januari 2019 gaat het lage Btw-tarief omhoog van 6% naar 9%. Dit betekent dat de dagelijkse boodschappen voor iedereen duurder worden. Het lage Btw-tarief geldt ook voor bijvoorbeeld water, bloemen, de kapper en een bezoek aan musea en attracties. Daarnaast geld het ook voor isoleer-, schilder- en stukadoorswerkzaamheden voor een woning ouder dan 2 jaar. Mocht u van plan zijn om bijvoorbeeld uw huis te laten schilderen of een andere dienst- of product aan te schaffen waarop het lage Btw-tarief van toepassing is, dan adviseren wij u deze kosten in 2018 te betalen.

Verhoging vrijwilligersvergoeding

Per 1 januari 2019 gaat de vrijwilligersvergoeding omhoog van € 150,– per maand naar maximaal € 170,– per maand. Op jaarbasis wordt de vergoeding verhoogd van € 1.500,– naar € 1.700,–. Het kabinet verhoogt deze vergoeding in verband met het grote maatschappelijke belang van vrijwilligerswerk. Over deze vergoeding hoeft de ontvanger geen belasting en premies volksverzekeringen te betalen.

Fiets van de zaak

Het kabinet wil stimuleren dat mensen vaker met de fiets naar het werk gaan omdat dit beter is voor het milieu. Derhalve wordt het aantrekkelijker gemaakt om een fiets van de zaak aan te schaffen. Deze maatregel gaat in vanaf 2020. Het bijtellingspercentage van de fiets wordt vastgesteld op 7% van de waarde van de adviesprijs van de fiets. Met de huidige regeling moet er precies worden bijgehouden hoeveel kilometers er privé en hoeveel kilometers er zakelijk gereden worden. Met de invoering van de forfaitaire bijtelling is dit verleden tijd.

Wijziging energiebelasting

Per 1 januari 2019 gaat de belasting op aardgas in de eerste schijf omhoog met 3 cent per M3. De belasting op elektriciteit wordt in de eerste schijf verlaagd met 0,72 cent per kWh. Hiermee wordt dat wat vervuilender is zwaarder belast. Het kabinet hoopt dat het hierdoor aantrekkelijker wordt gemaakt om over te gaan op elektrische verwarmingsopties.

Inkeerregeling

Dit jaar hebben minder mensen gebruik gemaakt van de inkeerregeling dan in voorgaande jaren. In verband met de berichtgeving is er een beeld ontstaan dat de inkeerregeling is afgeschaft. Dit is echter niet juist. Er kan nu en ook in 2019 nog steeds gebruik gemaakt worden van de inkeerregeling met diverse straf verminderende faciliteiten. Slechts het boete vrij inkeren over de laatste 2 jaar vanaf 2018 is komen te vervallen. Heeft u buitenlands of binnenlands vermogen dat niet correct is aangegeven in de aangiften, dan adviseren wij u dit te melden bij de Belastingdienst. Wij zijn u hierbij graag van dienst.

Maak gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen

Heeft u dit jaar nog geen gebruik gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen? U heeft nog tot 31 december de tijd om deze schenkingen te verrichten. In 2018 geldt een algemene vrijstelling van € 2.147,–. Voor schenkingen aan kinderen is een vrijstelling van € 5.363,– van toepassing. Indien u de schenkingen doet voor het einde van het jaar, verlaagt dit tevens uw vermogen in box 3 voor de peildatum van 1-1-2019.

Besparing box 3 – OFGR

Vanaf 2017 is de box 3-heffing ongunstiger geworden voor hogere vermogens vanaf € 250.000,–. Dat is een reden voor vermogende particulieren om te kijken naar andere manieren om hun vermogen onder te brengen. Een alternatief kan zijn het zogenaamde sparen in de BV of een open fonds voor gemene rekening (OFGR).
In tegenstelling tot de fictieve belastingheffing in box 3 worden deze entiteiten belast op basis van het werkelijke rendement. Met de huidige lage rentestanden en rendementen worden deze in de meeste gevallen gunstiger belast.
Wij kunnen voor u een berekening maken om de opties te vergelijken en de potentiële besparing inzichtelijk te maken. Uiteraard zijn wij ook beschikbaar voor begeleiding bij het oprichten van een BV of OFGR en de jaarlijkse aangifteverplichtingen hiervan.

Overige belastingtips

  • Doe geplande uitgaven nog voor het einde van het jaar ter verlaging van de box 3 grondslag. Hierbij kunt u denken aan het betalen van nog openstaande belastingaanslagen, het betalen van de gehele zorgpremie van 2019 en/of het aanschaffen van consumptieve goederen. Indien u gebruik wilt maken van goederen of diensten die onder het 6% Btw-tarief vallen is het ook verstandig om dit voor het einde van het jaar te doen.
  • Indien gewenst kan de hypotheekrente (in overleg met de hypotheekverstrekker) mogelijk vooruit betaald worden. Dit is voordelig als u onder het topinkomen valt. In 2018 geldt namelijk nog een hoger aftrekpercentage voor de hypotheekrente dan in 2019. Tevens verlaagt dit de box 3 grondslag.
  • Indien u verwacht nog een teruggave te ontvangen voor het jaar 2013, dient voor het eind van het jaar een aangifte Inkomstenbelasting over dit jaar ingediend te worden. In 2019 vervalt namelijk de 5 jaars-termijn voor het indienen van deze aangifte.
  • Het kan voordelig zijn om kleine schulden (tezamen lager dan de drempel van € 3.000,–) voor 1 januari af te lossen. Zo wordt het box 3 inkomen verlaagd en wordt bovendien verdere rente op deze leningen vermeden. Rente op persoonlijke leningen is meestal hoog en deze rente is fiscaal niet aftrekbaar.
  • Bundelt u voor zover mogelijk aftrekbare kosten zoals ziektekosten en giften in één bepaald jaar. Zo wordt eerder een aftrekpost behaald en komt de drempel maar één keer in mindering op de uitgaven. Voor giften vervalt de drempel overigens indien u de gift aan een charitatieve instelling voor 5 jaar vastlegt.

ZAKELIJK

Wijziging vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting ondernemers

Het tarief voor de vennootschapsbelasting wordt stapsgewijs verlaagd van de huidige 20% in 2018 naar 15% in 2021 voor winsten tot een bedrag van € 200.000,–. Voor winsten vanaf € 200.000,– wordt de belasting verlaagd van 25% in 2018 naar 20,50% in 2021. In 2019 daalt de eerste schijf met 1% naar 19%. Voor de tweede schijf is nog geen verlaging van toepassing in het jaar 2019.

Ook de tarieven voor het box 2-inkomen wordt aangepast. Dit betreft inkomsten uit aanmerkelijk belang, zoals dividenden en vermogenswinsten op aandelenbelangen boven de 5%. Het huidige tarief van 25% wordt verhoogd naar 26,9% in 2021. In 2019 blijft het tarief nog 25%. Deze maatregel dient in samenhang bezien te worden met de verlaging van de vennootschapsbelastingtarieven.

Ondernemers met een onderneming in de vorm van een eenmanszaak of vof profiteren van de lagere Inkomstenbelastingtarieven. Voor deze IB-ondernemers in de hogere tariefschijf wordt de verlaging van de Inkomstenbelastingtarieven echter grotendeels teniet gedaan door het verlagen van het aftrekpercentage van de ondernemersfaciliteiten.

De Vennootschapsbelasting voor bedrijven is na het vervallen van het plan van afschaffing van de dividendbelasting verder verlaagd. De box 2-heffing over uitgekeerde dividenden wordt iets verhoogd, maar per saldo wordt de heffing voor directeur-grootaandeelhouders met een BV een stuk gunstiger. Het zal dan nu ook eerder gunstiger worden in een BV te ondernemen dan in een eenmanszaak.

Verhoging 6% BTW tarief

Het lage Btw-tarief van 6% wordt verhoogd naar 9%. Deze invoering gaat in op 1 januari 2019. Ondernemers die producten of diensten verkopen die onder dit lage Btw-tarief vallen zullen tijdig maatregelen moeten treffen. Zo moet de administratie aangepast worden. Bij het maken van de offertes voor goederen en diensten die in 2019 worden geleverd moet rekening worden gehouden met het tarief van 9%. Het kan zijn dat een product of dienst pas in 2019 wordt geleverd, maar de factuur al in 2018 is betaald. Indien dit het geval is geldt het lage Btw-tarief van 6%. Er hoeft geen correctie in de administratie plaats te vinden.

Aanpassing verliesverrekening VPB

Vanaf 1 januari 2019 wordt de verliesverrekening aangepast. Voorheen konden verliezen in de vennootschapsbelasting 9 jaar voorwaarts worden verrekend. Dit wordt vanaf 2019 beperkt naar 6 jaar. Dit geldt echter alleen voor verliezen gemaakt vanaf het jaar 2019. Verliezen die zijn gemaakt vóór 2019 kunnen volgens de oude regeling nog wel 9 jaar voorwaarts worden verrekend. Het is jammer dat het kabinet hiermee een verdere inbreuk maakt op het totaalwinst-principe. Waarbij alle resultaten gemaakt in een onderneming belast zijn. Naar het voorkomt komt deze maatregel vooral voort uit budgettaire overwegingen.

Beperking afschrijving gebouwen

Vanaf 1 januari 2019 wordt de afschrijving op gebouwen in eigen gebruik in de vennootschapsbelasting beperkt. Voorheen mocht er worden afgeschreven tot 50% van de WOZ-waarde. Dit wordt vanaf 2019 een afschrijving tot 100% van de WOZ-waarde. Indien een gebouw al voor 1 januari 2019 in gebruik is genomen, maar er op dit gebouw nog niet 3 jaar is afgeschreven dan mag alsnog deze 3 jaar volgens de oude regels worden afgeschreven.

Wijziging kleine ondernemersregeling

Vanaf 1 januari 2020 wordt de kleine ondernemersregeling gemoderniseerd. Indien een ondernemer verwacht op jaarbasis minder omzet te maken dan € 20.000,–, dan kan hij kiezen voor een vrijstelling van de BTW. Dit heeft als voordeel dat er minder administratieve verplichtingen zijn. Zo hoeft er niet ieder kwartaal een BTW aangifte te worden gedaan, omdat er geen BTW bij de klant in rekening wordt gebracht. Een nadeel is dat betaalde BTW niet teruggevraagd kan worden.

Beperking lenen bij eigen bv

Het kabinet wil het door de DGA lenen van zijn eigen B.V. gaan beperken. Met ingang van 2022 worden leningen boven een bedrag van € 500.000,– belast tegen het tarief in box 2. Dit geldt niet voor leningen die zijn aangegaan ten behoeve van de eigen woning. Tevens is besloten om dit niet alleen voor bestaande eigenwoningschulden te laten gelden, maar ook voor nieuwe eigenwoningschulden. Dit betreft slechts een voornemen dat in de komende jaren verder uitgewerkt zal moeten worden. Het is echter wel van belang dat DGA’s met een hoge rekening-courantschuld zich nu alvast hierop voorbereiden òf door aflossing òf opbouw van reserves om de 25% box 2-heffing te kunnen betalen.

Dividendbelasting niet afgeschaft

Het plan om de dividendbelasting af te schaffen is uiteindelijk toch niet doorgegaan. In plaats hiervan heeft het kabinet aanpassingen gedaan aan het aangekondigde belastingplan. Het vrijgekomen budget is geheel gebruikt om de plannen voor het bedrijfsleven aan te passen. Zo is er overgangsrecht ingesteld voor de 30% regeling, is de vennootschapsbelasting verder verlaagd, de voorgenomen maatregel om excessief lenen bij de eigen bv tegen te gaan is verzacht en er is overgangsrecht gekomen bij de beperkte afschrijving op gebouwen in eigen bedrijf. Tot slot komt er meer geld beschikbaar voor innovatie.

Overige belastingtips

  • Indien u voldoende investeringen heeft gedaan om in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek, maar nog niet alle investeringen heeft betaald adviseren wij u deze betalingen nog voor het einde van het jaar te verrichten zodat u voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek in aanmerking komt. U komt in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wanneer het totaal aan investeringen hoger is dan € 2.300,–.
  • Het wordt in 2019 minder voordelig om een elektrische auto beschikbaar te stellen aan werknemers. Nu geldt een bijtelling van 4% voor privégebruik van de auto voor uw werknemer bij een CO2-uitstoot van nihil. Vanaf 1 januari 2019 geldt het lage bijtellingspercentage alleen maar voor zover de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 50.000,–. Voor het bedrag daarboven wordt de bijtelling verhoogd naar 22%. Als de auto echter in 2018 nog wordt aangeschaft en in gebruik genomen, valt deze onder overgangsrecht en mag u nog 5 jaar de oude bijtelling hanteren.

Tien aandachtspunten Belastingdienst aangifte 2018

De Belastingdienst zet in twee handreikingen de 10 belangrijkste aandachtspunten op een rij voor de aangifte inkomstenbelasting 2018.

Het gaat om de volgende onderwerpen:

1. Restant persoonsgebonden aftrek (PGA)
2. Eigen woning en echtscheiding
3. Eigen woning: hypotheekverhoging
4. Starters op de woningmarkt
5. Studiekosten
6. Resultaat overige werkzaamheden (ROW)
7. Afkoop lijfrente
8. Onjuiste verdeling – fiscaal partnerschap
9. Ervenrekening
10. Cryptovaluta

Als één of meerdere van deze onderwerpen bij u van toepassing is, dan is het belangrijk dat hier extra aandacht aan besteed wordt. De controle van de Belastingdienst zal zich focussen op deze punten.

Mogelijke aftrekposten 2018

In de aangifte inkomstenbelasting 2018 bestaan de volgende aftrekposten om uw belastbaar inkomen te verlagen:

  • hypotheekrente van uw eigen woning
  • premies lijfrente
  • niet-vergoede ziektekosten (o.m. geneeskundige hulp, voorgeschreven medicijnen en reiskosten van ziekenbezoek)
  • onderhoudsverplichtingen aan ex-echtgenoot o.m. in de vorm van alimentatie
  • giften aan erkende charitatieve instellingen (zie de ANBI-lijst)
  • studiekosten en andere scholingsuitgaven
  • onderhoud- en restauratiekosten van een rijksmonumentenpand (laatste maal)
  • reiskosten voor regelmatig woon-werkverkeer per openbaar vervoer
  • weekenduitgaven voor gehandicapten

Let u er wel op dat er voor een aantal aftrekposten een drempel of andere aanvullende voorwaarden bestaan, waardoor uw uitgaven mogelijk toch niet tot aftrek leiden. Denkt u voor een aftrekpost in aanmerking te komen, maar heeft u hier nog vragen over, neem dan gerust contact met ons op.

Voor kosten van onderhoud van een rijksmonument is 2018 het laatste jaar dat aftrek mogelijk is; alle kosten die nog in 2018 betaald zijn, kunnen opgenomen worden.

Belastingrente

Met de belastingrenteregels, zal de Belastingdienst vanaf 1 juli 2018 rente berekenen over een te betalen bedrag voor de aangifte 2018. Deze rente bedraagt momenteel 4% voor de Inkomstenbelasting en 8%(!) voor de Vennootschapsbelasting. Verwacht u een hoge aanslag en wilt u de rente hierover vermijden, neem dan contact op voor het aanvragen van een voorlopige aanslag. In geval van een teruggave vergoedt de Belastingdienst nog maar beperkt rente.

Vooraf ingevulde aangifte zorgvuldig checken

Dit jaar heeft de Belastingdienst aangegeven dat sommige gegevens in de vooraf ingevulde aangifte onjuist kunnen zijn, onder meer met betrekking tot hypotheekrenteaftrek. De meeste aftrekposten worden hierin ook niet meegenomen. Daarnaast blijken hypotheekjaaroverzichten van banken niet altijd correct te zijn.

Er zijn overigens ook diverse situaties waarbij de Belastingdienst geen uitnodiging tot het doen van aangifte verstuurd, terwijl de aangifte wel verplicht is. Dit komt bijvoorbeeld voor als er een onderneming aanwezig is, of onroerend goed.

Of u nu een bericht ontvangen heeft of niet, het is altijd verstandig om goed te kijken naar uw fiscale situatie, en of u nog besparingsmogelijkheden heeft.

Schenkingsaangifte

Indien u schenkingen doet aan uw kinderen of andere personen boven de vrijstelling, dan is hier Schenkbelasting over verschuldigd. In 2017 bedroeg de jaarlijkse schenkvrijstelling voor schenkingen aan kinderen € 5.320 (2018: € 5.363) en aan overige verkrijgers € 2.129 (2018 € 2.147). Indien u een schenking heeft gedaan hoger dan de jaarlijkse vrijstelling, dient u hiervoor aangifte te doen.

Verder bestaan er hogere éénmalige vrijstellingen voor kinderen ten behoeve van een dure studie of eigen woning. Vanaf 2017 bestaat er onder bepaalde voorwaarden weer de mogelijkheid om een schenking van € 100.000,– te doen belastingvrij. Om de vrijstelling te claimen is het ook nodig om een aangifte Schenkbelasting te doen. In principe moet een aangifte Schenkbelasting al voor 1 maart ingediend worden. Mocht dit nog niet gedaan zijn of heeft u hierover nog vragen, dan helpen wij u graag verder.

Lees hier welke mogelijkheden voor de aangifte Inkomstenbelasting 2017 u heeft en welke actuele thema’s er op belastinggebied zijn.

Indien u uw gegevens aanlevert over 2017 dan verzorgen wij weer graag uw aangifte. Voor onze cliënten vragen wij automatisch uitstel aan voor zover nodig.

Vergeet u niet om ook informatie mee te zenden over mogelijk aftrekbare uitgaven en andere relevante wijzigingen in uw situatie. Dit helpt ons om uw aangifte zoveel mogelijk te optimaliseren. Wij zien uw contact met belangstelling tegemoet.

Ook dit jaar hebben wij voor u nuttige belastingtips en updates voor het komende jaar op een rij gezet in de vorm van de Eindejaarstips 2017.

Indien u vragen heeft, kunt u contact opnemen.

Geen aangifte doen

 Ook dit jaar hebben wij van cliënten berichten ontvangen dat de Belastingdienst vermeldde dat er geen aangifte gedaan hoefde te worden, terwijl het in de gegeven situatie wel verplicht was of juist gunstig was. Bijvoorbeeld voor een buitenlands belastingplichtige met Nederlands onroerend goed, of iemand met persoonsgebonden aftrekposten.

Ook komen er nog steeds fouten voor in de verwerking van de vooringevulde aangiften. De meeste aftrekposten worden hierin ook niet meegenomen. Of u nu een bericht ontvangen heeft of niet, het is altijd verstandig om goed te kijken naar uw fiscale situatie, en of u nog besparingsmogelijkheden heeft.

Berichten die u via de digitale Berichtenbox ontvangt, worden overigens ook nog per post verstuurd.

Aftrekposten 2016

In de aangifte inkomstenbelasting 2016 bestaan de volgende aftrekposten om uw belastbaar inkomen te verlagen:

  • hypotheekrente van uw eigen woning
  • premies lijfrente
  • niet-vergoede ziektekosten (o.m. geneeskundige hulp, voorgeschreven medicijnen en reiskosten van ziekenbezoek)
  • onderhoudsverplichtingen aan ex-echtgenoot o.m. in de vorm van alimentatie
  • giften aan erkende charitatieve instellingen (zie de ANBI-lijst)
  • studiekosten
  • onderhoud- en restauratiekosten van een rijksmonumentenpand
  • reiskosten voor regelmatig woon-werkverkeer per openbaar vervoer
  • weekenduitgaven voor gehandicapten

Let u er wel op dat er voor een aantal aftrekposten een drempel of andere aanvullende voorwaarden bestaan, waardoor uw uitgaven mogelijk toch niet tot aftrek leiden. Denkt u voor een aftrekpost in aanmerking te komen, maar heeft u hier nog vragen over, neem dan gerust contact met ons op.

Ondernemersfaciliteiten

 Voor ondernemers is het voor toepassing van de zelfstandigen- en startersaftrek en speur- en ontwikkelingswerk nog altijd van belang dat aan het urencriterium voldaan wordt (1.225 uur). In geval van een deeltijdbaan erbij, dient meer tijd aan uw onderneming besteed te zijn. Mocht er twijfel over deze punten kunnen bestaan, houdt dan uw uren gerelateerd aan uw onderneming bij.

De investeringsaftrekken en willekeurige afschrijving zijn ook zonder urencriterium mogelijk. Voor energie- en milieu-investeringsaftrek, alsmede RDA (research en development) dient overigens meestal een aanvraag voor toepassing gedaan te worden vóórdat de uitgave gedaan wordt. Voor meer informatie over drempels, maxima en voorwaarden, verzoeken wij u om contact met ons op te nemen.

Belastingrente

Met de belastingrenteregels, zal de Belastingdienst vanaf 1 juli 2017 rente berekenen over een te betalen bedrag voor de aangifte 2016. Deze rente bedraagt momenteel 4% voor de Inkomstenbelasting en 8%(!) voor de Vennootschapsbelasting. Verwacht u een hoge aanslag en wilt u de rente hierover vermijden, neem dan contact op voor het aanvragen van een voorlopige aanslag. In geval van een teruggave vergoedt de Belastingdienst nog maar beperkt rente.

Tweede woning fiscaal gunstig verhuren

Als u een tweede woning bezit betaalt u hierover jaarlijks box 3-heffing. Indien de woning langere tijd leeg staat, is verhuur fiscaal een interessante optie. Afhankelijk van de hoogte van de huur kan de woning dan 15% tot zelfs 55% lager gewaardeerd worden voor de box 3-heffing. De werkelijk ontvangen huur is overigens sowieso niet belast.

Verhuur aan bijvoorbeeld een studerend kind of ander familielid is waarschijnlijk flexibeler en minder risicovol dan aan derden in verband met huurrechten. In het geval binnen familieverhoudingen een lagere en daarmee onzakelijke huurprijs is overeengekomen, geldt altijd nog een waardevermindering van 38%. Een andere mogelijkheid is om wel een normale huurprijs te vragen en separaat een bedrag tot de schenkvrijstelling terug te schenken. 

Zoals u van ons gewend bent, hebben wij ook dit jaar weer een aantal fiscale eindejaarstips 2016 opgesteld. Het belastingplan voor 2017 is inmiddels aangenomen door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer zal op 20 december a.s. hierover stemmen.

De belastingplannen zijn op een aantal punten nog gewijzigd. Het meest in het oog loopt dat het wetsvoorstel over afschaffing van de aftrekposten rijksmonumenten en scholing is ingetrokken. Deze ongenuanceerde maatregelen konden rekenen op de nodige kritiek, vooral aangezien er nog geen goede vervanging was uitgewerkt. Wij hebben gepoogd ons steentje bij te dragen aan het bezwaar maken. Voorlopig zijn deze belangrijke aftrekposten daarmee ongemoeid gelaten; uiteraard zal afgewacht moeten worden wat een volgend kabinet zal doen hiermee.

Wij hopen dat u weer uw voordeel kunt doen met de diverse fiscale tips. Voor meer informatie voorzien wij u graag van een persoonlijk advies of korte toelichting. Wij helpen u graag verder.

Tot 1 mei 2016 kunt u uw aangifte Inkomstenbelasting 2015 doen.

U kunt ook uitstel aanvragen. Wij kunnen dit ook voor u doen; als belastingadviseur hebben wij ruimere uitstelmogelijkheden.

In deze nieuwsbrief leest u over besparingsmogelijkheden die u heeft bij de belastingaangifte en over enkele belastingzaken die dit jaar actueel zijn.

Indien u nog vragen heeft, kunt u contact met ons opnemen.

Op onze website staan de Eindejaarstips december 2015 waarmee u in 2016 uw fiscaal voordeel kunt behalen.

JC Suurmond