Box 1 – Inkomen uit werk en woning Zoals reeds vorig jaar werd aangekondigd wordt het huidige vier tariefstelsel terug gebracht tot een twee schijvenstelsel. In het vorige belastingplan werd aangegeven dat het tweeschijvenstelsel in 2021 werd ingevoerd. Echter wordt het tweeschijvenstelsel per 2020 versneld ingevoerd. Er komt een basistarief van 37,35% voor inkomens tot € 68.507,– en een toptarief van 49,5% voor inkomens boven de € 68.507,–. Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt gelden aangepaste tarieven en wordt het een drieschijvenstelsel.
Box 2 – Inkomen uit aanmerkelijk belang (bijvoorbeeld een B.V.) Het tarief voor box 2 wordt verhoogd naar 26,25% in 2020. Voor meer informatie verwijzen wij u door naar het hoofdstuk zakelijk in deze nieuwsbrief.
Box 3 – Voordeel uit sparen en beleggen Het heffingsvrij vermogen wordt in 2020 verhoogd van € 30.360,– per persoon naar € 30.846,– per persoon (€ 61.692,– voor fiscaal partners). Daarnaast worden wederom de schijven iets aangepast.
Het effectieve belastingtarief wordt in de eerste schijf verlaagd van 0,58% naar 0,54%, in de tweede schijf van 1,34% naar 1,27% en in de derde schijf van 1,68% naar 1,60 %. Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing in 2020. Tussen haakjes staan de percentages van 2019 vermeld.
2. Plan box 3-hervorming 2022
Daarnaast heeft het kabinet bekend gemaakt dat zij de box 3-heffing meer wil laten aansluiten bij het werkelijke rendement. Rond de zomer van 2020 wordt een nieuw wetsvoorstel verwacht. De verwachting is dat vanaf 2022 de werkelijke verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden als uitgangspunt gaat gelden voor de box 3-heffing. Het forfaitaire rendement hierover (bijv. 0,09% over spaargeld en 5,33% over beleggingen) wordt belast tegen een verhoogd tarief van 33%. Omdat er op dit moment een zeer lage spaarrente is, zal dit plan ervoor zorgen dat er effectief geen box 3-heffing meer zal worden geheven over circa € 440.000,– aan spaartegoeden per persoon (€ 880.000,– voor fiscaal partners). Deze nieuwe regeling zal voor personen met alleen spaargeld gunstiger uitvallen. Belastingplichtigen met veel overig vermogen (zoals aandelen, maar ook onroerend goed) worden juist zwaarder belast in dit nieuwe voorstel. Het ministerie van financiën heeft een overzicht gepubliceerd van het voorlopige voorstel.
Hieronder leggen we uit hoe de nieuwe regeling in zijn werk gaat: 1. Indien de bezittingen tezamen (zonder schulden) op 1 januari hoger zijn dan de drempel van € 30.846,– is er sprake van box 3-heffing. Indien de bezittingen onder deze drempel blijven is er geen sprake van box 3-heffing.
2. Indien er sprake is van box 3-heffing, moet het totale vermogen verdeeld worden in drie categorieën: spaargeld, beleggingen (alle overige bezittingen) en schulden. Aan de hand van de forfaitair vastgestelde rendementen per categorie wordt het inkomen uit deze bezittingen vastgesteld. In het voorlopige voorstel is dit forfaitaire rendement 0,09 % voor spaargeld, 5,33% voor beleggingen en 3,03% voor schulden.
3. Vervolgens worden het forfaitaire inkomen uit spaargeld en beleggingen bij elkaar opgeteld. Het forfaitaire rendement over de schulden moet hiervan af gehaald worden. Dit levert uiteindelijk het totale inkomen op.
4. Over dit totale inkomen wordt vervolgens nog een vrijstelling verleend, het zogenaamde heffingsvrije inkomen. Dit heffingsvrije inkomen is voorlopig vastgesteld op € 400,–. Het restant van het inkomen wordt vervolgens belast tegen 33%.
3. Wijziging heffingskortingen
De maximale algemene heffingskorting wordt in het jaar 2020 verhoogd en bouwt voor een inkomen van € 20.711,– en hoger stapsgewijs sneller af. In 2019 was de maximale algemene heffingskorting € 2.477,–. In 2020 wordt deze heffingskorting verhoogd naar € 2.711,– en in 2021 naar € 2.801,–. Ook de arbeidskorting wordt vanaf 2020 verhoogd. Dit gebeurt in drie stappen. Deze heffingskorting bedroeg in 2019 € 3.399,– en in 2020 € 3.819,–.
4. Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
Zoals reeds vorig jaar vermeld wordt het tarief waartegen een aantal aftrekposten mag worden afgetrokken geleidelijk afgebouwd. Belastingplichtigen waarbij het inkomen in de hoogste schijf valt zullen geleidelijk minder fiscaal voordeel hebben van deze aftrekposten. In 2020 mogen deze aftrekposten tegen maximaal 46% in aftrek worden gebracht. Dit percentage zal de komende jaren verder worden verlaagd tot het niveau van de eerste schijf, circa 37% in 2023. Het gaat hierbij om de volgende aftrekposten:
Alimentatie
Aftrek van scholingsuitgaven
Aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten
Aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten
Giftenaftrek
Ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek)
MKB winstvrijstelling
Terbeschikkingsstellingsvrijstelling
Door deze verlaging leveren de aftrekposten in 2019 meer op dan in 2020 en de volgende jaren. Indien u in 2019 met uw inkomen in de hoogste belastingschijf valt is het derhalve raadzaam om, indien mogelijk, aftrekposten zoals giften of zorgkosten naar voren te halen.
5. Wijzigingen eigen woning
Zoals reeds vorig jaar aangekondigd wordt het tarief waartegen de hypotheekrente mag worden afgetrokken ook verder verlaagd. Het percentage wordt verlaagd naar 46%. Dit percentage wordt de komende jaren verder verlaagd tot circa 37% in 2023.
U kunt uw hypotheekverstrekker vragen of het mogelijk is om de hypotheekrente vooruit te betalen om zo dit jaar nog een hogere aftrek van de hypotheekrente te krijgen. Banken mogen echter het vooruitbetalen van de hypotheekrente weigeren. Let hierbij op dat u alleen de rente die betrekking heeft op de periode tot en met 30 juni 2020 vooruit kan betalen. Als u meer vooruit betaalt, wordt de aftrek alsnog beperkt tot de rente die u tot eind 2019 verschuldigd was. Bovendien levert dit een box 3 besparing voor het belastingjaar 2020 op.
Het eigenwoningforfait voor woningen met een waarde tussen de € 75.000,– en € 1.080.000,– wordt in 2020 verlaagd naar 0,6%. Het eigenwoningforfait wordt verder verlaagd naar 0,45% in 2023. Voor woningen boven de € 1.080.000,– blijft het eigenwoningforfait 2,35%, voor zover de waarde hoger is dan € 1.080.000,–.
Het kabinet is van plan om de aftrekpost voor de scholingsuitgaven te wijzigen in een subsidieregeling. Deze subsidieregeling STAP-budget zal waarschijnlijk per 2021 worden ingevoerd. Er is nog geen besluit genomen over de definitieve ingangsdatum. Indien u overweegt om een studie te gaan volgen ‘met het oog op het verwerven van inkomen’, dan is het wellicht verstandig om dat in 2019 of 2020 te doen. Indien mogelijk adviseren wij de studiekosten niet in termijnen verspreid over 2 jaar te betalen, maar in één jaar zodat het recht op aftrek blijft bestaan.
7. Fiets van de zaak
Zoals al eerder aangekondigd wordt het vanaf 2020 aantrekkelijker gemaakt om een fiets van de zaak aan te schaffen. Het bijtellingspercentage van de fiets wordt vastgesteld op 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets. Met de huidige regeling moet er precies worden bijgehouden hoeveel kilometers er privé en hoeveel kilometers er zakelijk gereden worden. Met de invoering van de forfaitaire bijtelling is dit verleden tijd. Een fiets van de zaak kan naast een auto van de zaak ter beschikking worden gesteld.
8. Inkeerregeling
Met de huidige inkeerregeling is het nog mogelijk om boetevrij in te keren binnen 2 jaar na het onjuist indienen van een aangifte Inkomstenbelasting. Een uitzondering hierop is box 3 inkomen dat in het buitenland is opgekomen. Met ingang vanaf 2020 is het ook niet meer mogelijk om boetevrij in te keren over inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en inkomen dat in het binnenland is opgekomen (box 3). Feitelijk is hiermee de inkeerregeling alleen nog van toepassing op box 1-inkomen. Heeft u buitenlands of binnenlands vermogen dat niet correct is aangegeven in de aangiften, dan adviseren wij u dit te melden bij de Belastingdienst. Indien u inkomen uit aanmerkelijk belang of box 3 inkomen dat in het binnenland is opgekomen heeft, dan adviseren wij u de melding nog in 2019 te doen. Wij zijn u hierbij graag van dienst.
9. Communicatie met de Belastingdienst – de blauwe envelop
Per 2020 zal de Belastingdienst u als belastingplichtige de keuze voorleggen of u uw post van de Belastingdienst in de brievenbus (blauwe envelop) of digitaal via de berichtenbox op MijnOverheid wilt ontvangen. Indien u geen keuze maakt, blijft de huidige situatie ongewijzigd en blijft u de correspondentie zowel per post als digitaal ontvangen. In geval van een correspondentie-adresregeling met ons kantoor adviseren wij u om niet de keuze voor alleen digitaal te maken zodat ons kantoor de papieren versie blijft ontvangen ter controle en afhandeling van uw belastingzaken.
10. Maak gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen
Heeft u dit jaar nog geen gebruik gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen? U heeft nog tot 31 december de tijd om deze schenkingen te verrichten. In 2019 geldt een algemene vrijstelling van € 2.174,–. Voor schenkingen aan kinderen is een vrijstelling van € 5.428,– van toepassing. Daarnaast zijn er nog een aantal eenmalige schenkingsvrijstellingen. Heeft u hierover vragen? Wij zijn graag bereid tot een nadere toelichting.
11. Bespaartips box 3
De peildatum voor het belaste box 3-vermogen is 1 januari. Om uw vermogen per 1 januari te verlagen volgen hierbij een aantal tips.
Indien u een eigen B.V. heeft kunt u overwegen om nog vóór het eind van het jaar een bedrag over te maken naar de B.V. door middel van een agiostorting. Het is wel belangrijk dat u aan de (simpele) formaliteiten voldoet. Heeft u nog geen B.V. dan is het wellicht mogelijk om hiervoor een B.V. of OFGR op te richten. Wij adviseren om eerst de mogelijkheden door te spreken met een adviseur om te zien of dit in uw situatie een voordeel oplevert.
Bent u van plan om binnenkort grote uitgaven te doen? Zoals bijvoorbeeld de aankoop van een auto, een verbouwing aan een woning of consumptieve goederen. Dan is het wellicht verstandig om de aankoop voor 1 januari te doen. Zo verlaagt u uw totale vermogen.
Het kan voordelig zijn om kleine schulden (tezamen lager dan de drempel van € 3.000,– per belastingplichtige) voor 1 januari af te lossen. Zo wordt het box 3 inkomen verlaagd en wordt bovendien verdere rente op deze leningen vermeden. Rente op persoonlijke consumptieve leningen is meestal hoog en deze rente is fiscaal niet aftrekbaar.
Stort geld in een lijfrente of bankspaarproduct. Geld dat gestort is een lijfrente is niet meer belast in box 3. Een storting is met name bij een pensioentekort het overwegen waard. Hier zijn wel voorwaarden aan verbonden.
U kunt overwegen om in te stappen in groene beleggingen. Beleggen in erkende groenfondsen levert belastingvoordeel op. Zo was in 2019 de vrijstelling voor groene beleggingen € 58.540,–.
Indien u dit jaar nog geen schenkingen heeft gedaan, kunt u overwegen deze alsnog voor 31 december te doen.
12. Overige belastingtips
Verwacht u dat u over het belastingjaar 2019 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. U betaalt belastingrente als de aanslag later dan 6 maanden na afloop van het kalenderjaar word opgelegd (1 juli 2020). De belastingrente is minimaal 4%. Om er zeker van te zijn dat de aanslag tijdig wordt opgelegd adviseren wij deze voor 1 april 2020 aan te vragen. De aanslag over het belastingjaar 2019 moet ineens betaald worden. Wij zijn u graag van dienst bij het aanvragen van een voorlopige aanslag.
Indien u verwacht nog een teruggave te ontvangen voor het jaar 2014, dient voor het eind van het jaar een aangifte Inkomstenbelasting over dit jaar ingediend te worden. In 2020 vervalt namelijk de 5 jaars-termijn voor het indienen van deze aangifte.
Bundelt u voor zover mogelijk aftrekbare kosten zoals ziektekosten en giften in één bepaald jaar. Zo wordt eerder een aftrekpost behaald en komt de drempel maar één keer in mindering op de uitgaven. Voor giften vervalt de drempel overigens helemaal indien u de gift aan een charitatieve instelling voor 5 jaar vastlegt.
Wacht niet tot 31 december met het overmaken van bedragen. De datum waarop u de bedragen overmaakt is niet altijd de datum waarop het bedrag door de bank wordt overgeboekt. Weliswaar zijn veel banken in 2019 overgestapt naar een systeem waarbij dit wel het geval is, maar dat geldt nog niet voor alle banken. Wij adviseren dan ook om de bedragen een aantal dagen voor de 31ste over te maken.
Zakelijk
1. Wijziging box 2 en vennootschapsbelasting
Het tarief voor de vennootschapsbelasting wordt in de komende jaren verlaagd. Het tarief over de eerste € 200.000,– winst daalt naar 16,5% procent in 2020. Per 1 januari 2021 zal dit tarief dalen naar 15%. Het tarief voor winsten boven de € 200.000,– blijft echter 25%. Dit terwijl vorig jaar is bepaald dat het toptarief zou dalen naar 22,5%. Per 1 januari 2021 zal het tarief voor winsten vanaf € 200.000,– wel dalen naar 21,7% (20,5% was beloofd).
Het tarief voor box 2 wordt aangepast zoals gepland. Dit betreft inkomsten uit aanmerkelijk belang, zoals dividenden en vermogenswinsten op aandelenbelangen boven de 5%. Het huidige tarief van 25% wordt in 2020 verhoogd naar 26,25%. In 2021 wordt het verder verhoogd naar 26,9%. Indien u als directeur-grootaandeelhouder overweegt om dividenden uit te keren, is dit het meest gunstig nog voor het einde van het jaar.
Door de verlaging van het Vennootschapsbelastingtarief uit te stellen en het box 2-tarief wel te verhogen, wordt de belastingdruk in de tweede schijf hoger. Al met al dalen de tarieven echter wel de komende jaren. In combinatie met verlaging van het tarief van de ondernemersfaciliteiten in de Inkomstenbelasting, zal het voor ondernemers met een eenmanszaak wellicht interessant kunnen zijn om naar de BV-optie te kijken.
2. Verlaging zelfstandigenaftrek
Vanaf 2020 wordt de zelfstandigenaftrek in negen jaar afgebouwd naar € 5.000,–. Dit betreft acht stappen van € 250,– en één stap van € 280,–. In 2020 zal de zelfstandigenaftrek worden verlaagd van € 7.280,– naar € 7.030,–.
3. Verlaging aftrekposten
De eerder genoemde verlaging van aftrekposten (zie particulieren) geld ook voor IB-ondernemers. IB-ondernemers waarbij het inkomen in de hoogste inkomensschijf valt zullen geleidelijk minder fiscaal voordeel hebben van deze aftrekposten. In 2020 mogen deze aftrekposten tegen maximaal 46% in aftrek worden gebracht. Dit percentage zal de komende jaren verder worden verlaagd tot circa 37% in 2023. Het gaat hierbij om de zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek, de MKB winstvrijstelling en de terbeschikkingsstellingsvrijstelling.
4. Nieuw BTW-identificatienummer voor IB-ondernemers
Het huidige BTW nummer voor IB-ondernemers bestaat deels uit hun Burgerservicenummer. Om de privacy te waarborgen heeft de Belastingdienst besloten deze nummers aan te passen. Deze nieuwe BTW-identificatienummers worden vanaf november uitgereikt. Bewaar deze goed! Vanaf 1 januari dient u dit nieuwe nummer te vermelden op uw facturen, briefpapier, website etc. Voor communicatie met de Belastingdienst, zoals de aangiften Omzetbelasting blijft het oude nummer nog van kracht.
5. Wijziging kleine ondernemersregeling
Zoals reeds vorig jaar vermeld gaat vanaf 1 januari 2020 de nieuwe kleine ondernemersregeling voor de BTW van start. Indien u als ondernemer verwacht op jaarbasis een omzet van minder dan € 20.000,– te behalen, dan kunt u kiezen voor een vrijstelling van de BTW. Dit heeft als voordeel dat er minder administratieve verplichtingen zijn. Zo hoeft er niet ieder kwartaal een BTW-aangifte te worden gedaan. U hoeft namelijk geen BTW meer aan uw klanten te rekenen (en vervolgens aan de Belastingdienst af te dragen). Het nadeel is dat u geen btw kan terug vragen over uw zakelijke inkopen. Bij facturatie aan particulieren en vrijgestelde organisaties zal de regeling eerder een voordeel opleveren dan wanneer u aan ondernemers factureert. De KOR gaat u aan voor een periode van tenminste 3 jaar. Wanneer u in een jaar een omzet hoger dan € 20.000,– heeft vervalt de vrijstelling. Vanaf dat moment dient u weer BTW aan uw klanten te berekenen en moet u weer aangiften doen. Het is derhalve verstandig om goed bij te houden hoe hoog uw omzet is. Om vanaf 1 januari gebruik te kunnen maken van deze nieuwe regeling, moest u zich uiterlijk 20 november aanmelden. Indien u zich na 20 november aanmeldt, gaat de regeling in vanaf het volgende aangiftetijdvak (voor de BTW). Indien u vragen heeft over de voor- en nadelen van deze regeling dan zijn wij beschikbaar.
6. Verhoging vrije ruimte
De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt in 2020 verhoogd van 1,2% naar 1,7% over de eerste € 400.000,– van de loonsom. Voor de loonsom boven € 400.000,– blijft het percentage 1,2%. Daarnaast is een vergoeding van de VOG (Verklaring omtrent goed gedrag) als gerichte vrijstelling ingevoerd. De vergoeding voor de VOG gaat derhalve niet ten laste van de vrije ruimte. In het kader van de werkkostenregeling mag het bedrag van de vrije ruimte zonder bewijsstukken onbelast worden vergoed aan één of meerdere werknemers; er is wel een gebruikelijkheidstoets.
7. Bijtelling elektrische auto
De bijtelling voor elektrische auto’s gaat veranderen. In 2019 is de bijtelling 4% over de eerste € 50.000,– en 22% over het meerdere. In 2020 wordt de bijtelling verhoogd naar 8% over de eerste € 45.000,– en 22% over het meerdere. Stapsgewijs wordt de bijtelling verhoogd naar het algemene tarief van 22% in 2026. Wanneer u een elektrische auto aanschaft kunt u gedurende 60 maanden na datum eerste toelating het dan geldende bijtellingspercentage hanteren. Indien u van plan bent om een elektrische auto aan te schaffen is het raadzaam dit zo snel mogelijk te doen.
Om de aanschaf van emissie-loze voertuigen te blijven stimuleren, wordt het nultarief voor de motorrijtuigenbelasting en de BPM verlengd tot 1 januari 2025.
8. Betalingskorting vennootschapsbelasting
Op dit moment verleent de Belastingdienst een betalingskorting als een voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting die in termijnen betaald mag worden ineens wordt voldaan. Vanaf 2021 wordt deze betalingskorting afgeschaft.
9. Beperking lenen bij eigen bv
Eerder is aangekondigd dat het door de DGA lenen van zijn eigen B.V. wordt beperkt. Dit plan is geen onderdeel van het Belastingplan 2020, maar een wetsvoorstel dat wordt verwacht in het najaar 2019. Met ingang van 2022 worden leningen of rekening-courant bedragen boven een bedrag van € 500.000,– belast tegen het dan geldende tarief in box 2. Onder voorwaarden geldt er een uitzondering voor eigenwoningleningen. In het geval van hoge leningen of rekening-courantschulden is het van belang om alvast hierop in te spelen en met aflossingen te beginnen, dan wel geld te reserveren voor de belastingafrekening. Indien u overweegt om dividenden uit te keren, kunt u dit het beste nog doen in 2019 aangezien het tarief in 2020 stijgt met 1,25%.
10. Overige belastingtips
Heeft u veel spaargeld en een eigen B.V.? U kunt overwegen om dit spaargeld door middel van een agiostorting voor het einde van het jaar in de B.V. te storten. Indien de storting voor het einde van het jaar wordt gedaan, hoeft u over dat bedrag in 2020 geen box 3-heffing meer te betalen. Het is wel belangrijk dat u op de hoogte bent van de voorwaarden en gevolgen.
Heeft u een eenmanszaak of vof? Indien u het werkkapitaal in de onderneming op peil houdt, kunt u wellicht box 3-heffing besparen. Indien u bijvoorbeeld met een grote privé-opname wacht tot na 1 januari, behoeft u over dat bedrag geen box 3-heffing te betalen. Het is wel van belang dat het saldo op de ondernemersrekening niet zo hoog is dat de bedragen als overtollig voor de bedrijfsvoering gezien gaan worden. Wanneer u van plan bent om in de toekomst grote uitgaven voor de onderneming te doen en derhalve hier nu al geld voor wilt reserveren, is dit wel een reden om meer vermogen in de onderneming aan te houden dan gebruikelijk.
Indien u voldoende investeringen heeft gedaan om in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek, maar nog niet alle investeringen heeft betaald adviseren wij u deze betalingen nog voor het einde van het jaar te verrichten zodat u voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek in aanmerking komt. U komt in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wanneer het totaal aan investeringen hoger is dan € 2.300,–.
Verwacht u dat u over het belastingjaar 2019 of 2020 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. De belastingrente is voor IB-ondernemers momenteel 4%. Voor de vennootschapsbelasting bedraagt dit percentage zelfs 8%!
Hebben uw kinderen die dit jaar meegewerkt hebben in de zaak nog geen vergoeding ontvangen? Betaal dan een vergoeding uit voor het einde van het jaar. Voor u als ondernemer is deze vergoeding volledig aftrekbaar. Bij uw kinderen is de vergoeding onbelast als deze (tezamen met eventuele ander inkomen uit (bij)banen) niet meer dan € 7.098,– bedraagt. U moet als ondernemer wel inkomensafhankelijk bijdrage ZVW afdragen.
Ook aan de meewerkende partner kan een vergoeding verstrekt worden. Een beloning van minimaal € 5.000,– is voor u als ondernemer aftrekbaar. Voor uw partner valt deze vergoeding in box 1. Het tarief is afhankelijk van het totale box 1 inkomen van uw partner.
Zoals eerder vermeld veranderen de belastingtarieven voor ondernemers. Een en ander biedt interessante planningsmogelijkheden voor bijvoorbeeld de keuze tussen het uitkeren van loon of dividend. Wij kijken graag met u mee naar de mogelijkheden.
U wilt natuurlijk uw belastingzaken goed op orde hebben. U zit niet te wachten op een hoge aanslag of een correctie achteraf, maar wilt weten waar u aan toe bent.
Daarom is het belangrijk dat uw M formulier goed wordt ingevuld. Het uitbesteden van de M aangifte aan een expert op het gebied van internationaal belastingadvies is dan ook vaak het geld waard. Deze drie overwegingen kunnen helpen bij uw keuze:
1. Bespaar uzelf tijd en frustratie
Het M formulier kan door uzelf alleen schriftelijk ingevuld worden. Een belastingadviseur is bevoegd om het digitaal in te dienen. (Update: vanaf 1 juni 2021 kunt u het M-formulier zelf ook digitaal invullen). Het zelf invullen van het M formulier is echt een behoorlijk ingewikkelde klus, zoals uit veel ervaringen blijkt:
“Ondanks de toelichting die erbij zit, blijf ik met veel vragen zitten.”
“Het invullen van het M formulier ziet er behoorlijk overweldigend uit.”
“Ik doe altijd mijn belastingzaken zelf, maar dit M formulier is wat te ingewikkeld voor mij.”
2. Voorkom kostbare fouten
Het invullen van een M-biljet vraagt zorgvuldigheid. Indien een fout wordt gemaakt, kan dit vervelende gevolgen hebben. Bijvoorbeeld als de aanslag hierdoor te hoog uitvalt, moet u bezwaar maken binnen 6 weken na de definitieve aanslag of na deze termijn vragen om ambtshalve vermindering. Pakt de aanslag te laag uit, dan kan het zijn dat u geruime tijd later (tot 3 jaar) volgens de definitieve aanslag een bedrag bij moet betalen, terwijl u daar niet op gerekend hebt. Hier volgt een voorbeeld van mogelijke gevolgen:
Een expat heeft na zijn emigratie het M-biljet ingediend zo goed als dat lukte. De belastingdienst reageerde hierop met een voorlopige substantiële teruggave en bevestigde deze later met een definitieve nihil aanslag.
Een jaar later komt de belastingdienst hierop terug en wil alsnog zo’n € 10.000 retour hebben met rente omdat de aangifte fout is ingevuld en omdat belastingplichtige dat wel had moeten weten. De fiscus nam het standpunt in dat er sprake was van een kenbare fout.
Belastingplichtige was echter te goeder trouw en de belastingdienst had fouten gemaakt. Het gevolg is een lange discussie die nog loopt. Ondanks een definitieve aanslag zijn de belastingaangelegenheden van de geëmigreerde belastingplichtige drie jaar later nog steeds niet geregeld en is er sprake van een oplopende schuld aan de belastingdienst.
Uitbesteden van de M aangifte aan een ervaren belastingadviseur had deze fout kunnen voorkomen.
3. Kwaliteit is belangrijker dan prijs
Ten derde nog deze belangrijke tip. Als u op zoek gaat naar een adviseur om uw M formulier in te laten vullen, kijkt u misschien eerst naar de prijs. Wij adviseren u echter te letten op de kwaliteit. Om een M formulier correct en fiscaal zo gunstig mogelijk in te vullen, moet er goed naar uw gehele fiscale situatie worden gekeken. Een snel ingevulde M aangifte tegen een lage prijs kan u uiteindelijk juist geld kosten. Zelfs een mooie teruggave die snel bereikt is kan mogelijk jaren later weer worden teruggevorderd. Of misschien bent u blij met een teruggave van € 2.000, terwijl u eigenlijk recht heeft op een teruggave van € 6.000. Ook kan het voorkomen dat ineens sprake is van een zeer forse aanslag, bijvoorbeeld € 20.000, terwijl eigenlijk niets verschuldigd is. Dergelijke situaties worden veroorzaakt door incorrecte invulling door iemand die niet voldoende kundig is ter zake. Wij komen dit vaak tegen in de praktijk.
Mail ons een beschrijving van uw persoonlijke situatie en wij geven aan wat we voor u kunnen doen met daarbij een schatting van de kosten.
PARTICULIEREN
Nieuwe tarieven in de Inkomstenbelasting
Zoals reeds vorig jaar werd aangekondigd wordt het huidige vier tariefstelsel terug gebracht tot een twee schijven stelsel. In 2019 worden de percentages van de vier schijven aangepast van 36,55%, 40,85%, 40,85% en 51,95% naar 36,65%, 38,10%, 38,10% en 51,75%. Hierbij wordt de eerste schijf iets verhoogd, de overige drie schijven dalen. De tarieven worden stapsgewijs verlaagd waardoor er vanaf 2021 nog maar twee schijven over zijn van 37,05% voor inkomens tot € 68.507,– en 49,50% voor alle inkomens hierboven. Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt gelden aangepaste tarieven en wordt het een drie schijven stelsel. Ook de tarieven voor het box 2-inkomen wordt aangepast. Voor meer informatie verwijzen wij u door naar het hoofdstuk zakelijk in deze nieuwsbrief.
Box 3 wijzigingen in 2019
In het belastingplan 2019 is een kleine wijziging doorgevoerd met betrekking tot het heffingsvrij vermogen. Dit wordt verhoogd van € 30.000,– per persoon naar € 30.360,– per persoon (€ 60.720,– voor fiscaal partners). Daarnaast worden de schijven in box 3 aangepast. In 2018 was het gemiddeld percentage van de grondslag sparen en beleggen tot € 70.800,– een bedrag van 2,017 %. Bij een grondslag tussen € 70.801,– en € 978.000,– was dit percentage gemiddeld 4,326% en voor vermogens boven de € 978.000,– was dit 5,38%. In 2019 wordt de eerste schijf tot € 71.650,– belast tegen gemiddeld 1,94%. Voor een grondslag tussen de € 71.651,– en € 989.736,– wordt dit gemiddelde percentage 4,45% en voor vermogens vanaf € 989.736,– wordt dit percentage vastgesteld op 5,60%. Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing in 2019.
Wijziging heffingskortingen
De algemene heffingskorting wordt in de jaren 2019-2021 stapsgewijs verhoogd voor mensen met een inkomen tot € 50.000,–. Daarnaast gaat de arbeidskorting in de jaren 2019-2021 omhoog. Door een verhoging van de arbeidskorting gaat werken meer lonen voor mensen met een inkomen tussen de € 20.000,– en € 60.000,–.
Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
Het tarief waartegen een aantal aftrekposten mag worden afgetrokken wordt geleidelijk afgebouwd. Dit betekent dat mensen die vallen in de hoogste inkomensschijf geleidelijk minder fiscaal voordeel hebben van deze aftrekposten. De posten waar deze maatregel voor geldt zijn onder andere de zelfstandigenaftrek, de MKB-winstvrijstelling, de aftrek van giften en de aftrek van partneralimentatie. In 2018 is de hoogte van de aftrekpost voor mensen met een inkomen boven de € 68.507,– 51,95%. In 2019 daalt dit percentage naar 51,75%. Dit percentage wordt de komende jaren verder verlaagd tot 37,05% in 2023.
Wijzigingen eigen woning
Het tarief waartegen de hypotheekrente mag worden afgetrokken wordt verder verlaagd. Deze maatregel was in 2014 al ingevoerd, maar de afbouw wordt nu versneld. In 2018 is de hoogte van de aftrekpost voor mensen met een inkomen boven de € 68.507,– 49,50% voor de hypotheekrente. In 2019 wordt dit bedrag verlaagd naar 49%. Dit percentage wordt de komende jaren verder verlaagd tot 37,05% in 2023. Mensen met een inkomen lager dan € 68.507,– ondervinden geen fiscaal nadeel door deze maatregel. Het eigenwoningforfait voor woningen met een waarde tussen de € 75.000,– en € 1.060.000,– wordt verlaagd van 0.7% naar 0,45% in 2023. Dit ter compensatie van de verlaging van de hypotheekrenteaftrek.
Wijziging 30% regeling
In het belastingplan 2019 is het voorstel opgenomen om per 1 januari 2019 de 30% regeling van 8 naar 5 jaar te verkorten. Deze verkorting geldt niet alleen voor werknemers die vanaf 2019 naar Nederland komen, maar ook voor bestaande gevallen. Er is overgangsrecht ingesteld voor mensen die door de nieuwe regeling in 2019 of 2020 de 30% regeling zouden kwijtraken. Zij mogen nu toch nog gebruik maken van de regeling tot eind 2020. De 30% regeling is er voor expats met specifieke schaarse deskundigheid die vanuit het buitenland naar Nederland zijn aangetrokken om te werken en houdt in dat 30% van hun salaris belastingvrij mag worden uitgekeerd. Dit ter compensatie van de extra kosten voor huisvesting en reiskosten die de buitenlandse werknemers moeten maken.
Monumentenaftrek wordt afgeschaft
Er bestonden al langer plannen om de monumentenaftrek af te schaffen. Deze plannen worden nu alsnog doorgevoerd en de monumentenaftrek wordt afgeschaft per 1 januari 2019. Deze regeling wordt vervangen door een subsidieregeling. Deze subsidieregeling moet nog nader uitgewerkt worden. Onderhoudskosten die in 2018 zijn gemaakt kunnen nog wel worden opgevoerd in de belastingaangifte 2018 die vanaf 1 maart 2019 kan worden ingediend. Mocht u nog plannen hebben om onderhoud aan uw monument te verrichten dan adviseren wij dit nog voor het einde van het jaar te doen. Aangezien het moment van betaling doorslaggevend is, is het van belang dat de betaling nog dit jaar plaatsvindt. Dit zou ook bij wijze van vooruitbetaling mogen.
Verhoging lage BTW-tarief
Per 1 januari 2019 gaat het lage Btw-tarief omhoog van 6% naar 9%. Dit betekent dat de dagelijkse boodschappen voor iedereen duurder worden. Het lage Btw-tarief geldt ook voor bijvoorbeeld water, bloemen, de kapper en een bezoek aan musea en attracties. Daarnaast geld het ook voor isoleer-, schilder- en stukadoorswerkzaamheden voor een woning ouder dan 2 jaar. Mocht u van plan zijn om bijvoorbeeld uw huis te laten schilderen of een andere dienst- of product aan te schaffen waarop het lage Btw-tarief van toepassing is, dan adviseren wij u deze kosten in 2018 te betalen.
Verhoging vrijwilligersvergoeding
Per 1 januari 2019 gaat de vrijwilligersvergoeding omhoog van € 150,– per maand naar maximaal € 170,– per maand. Op jaarbasis wordt de vergoeding verhoogd van € 1.500,– naar € 1.700,–. Het kabinet verhoogt deze vergoeding in verband met het grote maatschappelijke belang van vrijwilligerswerk. Over deze vergoeding hoeft de ontvanger geen belasting en premies volksverzekeringen te betalen.
Fiets van de zaak
Het kabinet wil stimuleren dat mensen vaker met de fiets naar het werk gaan omdat dit beter is voor het milieu. Derhalve wordt het aantrekkelijker gemaakt om een fiets van de zaak aan te schaffen. Deze maatregel gaat in vanaf 2020. Het bijtellingspercentage van de fiets wordt vastgesteld op 7% van de waarde van de adviesprijs van de fiets. Met de huidige regeling moet er precies worden bijgehouden hoeveel kilometers er privé en hoeveel kilometers er zakelijk gereden worden. Met de invoering van de forfaitaire bijtelling is dit verleden tijd.
Wijziging energiebelasting
Per 1 januari 2019 gaat de belasting op aardgas in de eerste schijf omhoog met 3 cent per M3. De belasting op elektriciteit wordt in de eerste schijf verlaagd met 0,72 cent per kWh. Hiermee wordt dat wat vervuilender is zwaarder belast. Het kabinet hoopt dat het hierdoor aantrekkelijker wordt gemaakt om over te gaan op elektrische verwarmingsopties.
Inkeerregeling
Dit jaar hebben minder mensen gebruik gemaakt van de inkeerregeling dan in voorgaande jaren. In verband met de berichtgeving is er een beeld ontstaan dat de inkeerregeling is afgeschaft. Dit is echter niet juist. Er kan nu en ook in 2019 nog steeds gebruik gemaakt worden van de inkeerregeling met diverse straf verminderende faciliteiten. Slechts het boete vrij inkeren over de laatste 2 jaar vanaf 2018 is komen te vervallen. Heeft u buitenlands of binnenlands vermogen dat niet correct is aangegeven in de aangiften, dan adviseren wij u dit te melden bij de Belastingdienst. Wij zijn u hierbij graag van dienst.
Maak gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen
Heeft u dit jaar nog geen gebruik gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen? U heeft nog tot 31 december de tijd om deze schenkingen te verrichten. In 2018 geldt een algemene vrijstelling van € 2.147,–. Voor schenkingen aan kinderen is een vrijstelling van € 5.363,– van toepassing. Indien u de schenkingen doet voor het einde van het jaar, verlaagt dit tevens uw vermogen in box 3 voor de peildatum van 1-1-2019.
Besparing box 3 – OFGR
Vanaf 2017 is de box 3-heffing ongunstiger geworden voor hogere vermogens vanaf € 250.000,–. Dat is een reden voor vermogende particulieren om te kijken naar andere manieren om hun vermogen onder te brengen. Een alternatief kan zijn het zogenaamde sparen in de BV of een open fonds voor gemene rekening (OFGR). In tegenstelling tot de fictieve belastingheffing in box 3 worden deze entiteiten belast op basis van het werkelijke rendement. Met de huidige lage rentestanden en rendementen worden deze in de meeste gevallen gunstiger belast. Wij kunnen voor u een berekening maken om de opties te vergelijken en de potentiële besparing inzichtelijk te maken. Uiteraard zijn wij ook beschikbaar voor begeleiding bij het oprichten van een BV of OFGR en de jaarlijkse aangifteverplichtingen hiervan.
Overige belastingtips
Doe geplande uitgaven nog voor het einde van het jaar ter verlaging van de box 3 grondslag. Hierbij kunt u denken aan het betalen van nog openstaande belastingaanslagen, het betalen van de gehele zorgpremie van 2019 en/of het aanschaffen van consumptieve goederen. Indien u gebruik wilt maken van goederen of diensten die onder het 6% Btw-tarief vallen is het ook verstandig om dit voor het einde van het jaar te doen.
Indien gewenst kan de hypotheekrente (in overleg met de hypotheekverstrekker) mogelijk vooruit betaald worden. Dit is voordelig als u onder het topinkomen valt. In 2018 geldt namelijk nog een hoger aftrekpercentage voor de hypotheekrente dan in 2019. Tevens verlaagt dit de box 3 grondslag.
Indien u verwacht nog een teruggave te ontvangen voor het jaar 2013, dient voor het eind van het jaar een aangifte Inkomstenbelasting over dit jaar ingediend te worden. In 2019 vervalt namelijk de 5 jaars-termijn voor het indienen van deze aangifte.
Het kan voordelig zijn om kleine schulden (tezamen lager dan de drempel van € 3.000,–) voor 1 januari af te lossen. Zo wordt het box 3 inkomen verlaagd en wordt bovendien verdere rente op deze leningen vermeden. Rente op persoonlijke leningen is meestal hoog en deze rente is fiscaal niet aftrekbaar.
Bundelt u voor zover mogelijk aftrekbare kosten zoals ziektekosten en giften in één bepaald jaar. Zo wordt eerder een aftrekpost behaald en komt de drempel maar één keer in mindering op de uitgaven. Voor giften vervalt de drempel overigens indien u de gift aan een charitatieve instelling voor 5 jaar vastlegt.
ZAKELIJK
Wijziging vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting ondernemers
Het tarief voor de vennootschapsbelasting wordt stapsgewijs verlaagd van de huidige 20% in 2018 naar 15% in 2021 voor winsten tot een bedrag van € 200.000,–. Voor winsten vanaf € 200.000,– wordt de belasting verlaagd van 25% in 2018 naar 20,50% in 2021. In 2019 daalt de eerste schijf met 1% naar 19%. Voor de tweede schijf is nog geen verlaging van toepassing in het jaar 2019.
Ook de tarieven voor het box 2-inkomen wordt aangepast. Dit betreft inkomsten uit aanmerkelijk belang, zoals dividenden en vermogenswinsten op aandelenbelangen boven de 5%. Het huidige tarief van 25% wordt verhoogd naar 26,9% in 2021. In 2019 blijft het tarief nog 25%. Deze maatregel dient in samenhang bezien te worden met de verlaging van de vennootschapsbelastingtarieven.
Ondernemers met een onderneming in de vorm van een eenmanszaak of vof profiteren van de lagere Inkomstenbelastingtarieven. Voor deze IB-ondernemers in de hogere tariefschijf wordt de verlaging van de Inkomstenbelastingtarieven echter grotendeels teniet gedaan door het verlagen van het aftrekpercentage van de ondernemersfaciliteiten.
De Vennootschapsbelasting voor bedrijven is na het vervallen van het plan van afschaffing van de dividendbelasting verder verlaagd. De box 2-heffing over uitgekeerde dividenden wordt iets verhoogd, maar per saldo wordt de heffing voor directeur-grootaandeelhouders met een BV een stuk gunstiger. Het zal dan nu ook eerder gunstiger worden in een BV te ondernemen dan in een eenmanszaak.
Verhoging 6% BTW tarief
Het lage Btw-tarief van 6% wordt verhoogd naar 9%. Deze invoering gaat in op 1 januari 2019. Ondernemers die producten of diensten verkopen die onder dit lage Btw-tarief vallen zullen tijdig maatregelen moeten treffen. Zo moet de administratie aangepast worden. Bij het maken van de offertes voor goederen en diensten die in 2019 worden geleverd moet rekening worden gehouden met het tarief van 9%. Het kan zijn dat een product of dienst pas in 2019 wordt geleverd, maar de factuur al in 2018 is betaald. Indien dit het geval is geldt het lage Btw-tarief van 6%. Er hoeft geen correctie in de administratie plaats te vinden.
Aanpassing verliesverrekening VPB
Vanaf 1 januari 2019 wordt de verliesverrekening aangepast. Voorheen konden verliezen in de vennootschapsbelasting 9 jaar voorwaarts worden verrekend. Dit wordt vanaf 2019 beperkt naar 6 jaar. Dit geldt echter alleen voor verliezen gemaakt vanaf het jaar 2019. Verliezen die zijn gemaakt vóór 2019 kunnen volgens de oude regeling nog wel 9 jaar voorwaarts worden verrekend. Het is jammer dat het kabinet hiermee een verdere inbreuk maakt op het totaalwinst-principe. Waarbij alle resultaten gemaakt in een onderneming belast zijn. Naar het voorkomt komt deze maatregel vooral voort uit budgettaire overwegingen.
Beperking afschrijving gebouwen
Vanaf 1 januari 2019 wordt de afschrijving op gebouwen in eigen gebruik in de vennootschapsbelasting beperkt. Voorheen mocht er worden afgeschreven tot 50% van de WOZ-waarde. Dit wordt vanaf 2019 een afschrijving tot 100% van de WOZ-waarde. Indien een gebouw al voor 1 januari 2019 in gebruik is genomen, maar er op dit gebouw nog niet 3 jaar is afgeschreven dan mag alsnog deze 3 jaar volgens de oude regels worden afgeschreven.
Wijziging kleine ondernemersregeling
Vanaf 1 januari 2020 wordt de kleine ondernemersregeling gemoderniseerd. Indien een ondernemer verwacht op jaarbasis minder omzet te maken dan € 20.000,–, dan kan hij kiezen voor een vrijstelling van de BTW. Dit heeft als voordeel dat er minder administratieve verplichtingen zijn. Zo hoeft er niet ieder kwartaal een BTW aangifte te worden gedaan, omdat er geen BTW bij de klant in rekening wordt gebracht. Een nadeel is dat betaalde BTW niet teruggevraagd kan worden.
Beperking lenen bij eigen bv
Het kabinet wil het door de DGA lenen van zijn eigen B.V. gaan beperken. Met ingang van 2022 worden leningen boven een bedrag van € 500.000,– belast tegen het tarief in box 2. Dit geldt niet voor leningen die zijn aangegaan ten behoeve van de eigen woning. Tevens is besloten om dit niet alleen voor bestaande eigenwoningschulden te laten gelden, maar ook voor nieuwe eigenwoningschulden. Dit betreft slechts een voornemen dat in de komende jaren verder uitgewerkt zal moeten worden. Het is echter wel van belang dat DGA’s met een hoge rekening-courantschuld zich nu alvast hierop voorbereiden òf door aflossing òf opbouw van reserves om de 25% box 2-heffing te kunnen betalen.
Dividendbelasting niet afgeschaft
Het plan om de dividendbelasting af te schaffen is uiteindelijk toch niet doorgegaan. In plaats hiervan heeft het kabinet aanpassingen gedaan aan het aangekondigde belastingplan. Het vrijgekomen budget is geheel gebruikt om de plannen voor het bedrijfsleven aan te passen. Zo is er overgangsrecht ingesteld voor de 30% regeling, is de vennootschapsbelasting verder verlaagd, de voorgenomen maatregel om excessief lenen bij de eigen bv tegen te gaan is verzacht en er is overgangsrecht gekomen bij de beperkte afschrijving op gebouwen in eigen bedrijf. Tot slot komt er meer geld beschikbaar voor innovatie.
Overige belastingtips
Indien u voldoende investeringen heeft gedaan om in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek, maar nog niet alle investeringen heeft betaald adviseren wij u deze betalingen nog voor het einde van het jaar te verrichten zodat u voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek in aanmerking komt. U komt in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wanneer het totaal aan investeringen hoger is dan € 2.300,–.
Het wordt in 2019 minder voordelig om een elektrische auto beschikbaar te stellen aan werknemers. Nu geldt een bijtelling van 4% voor privégebruik van de auto voor uw werknemer bij een CO2-uitstoot van nihil. Vanaf 1 januari 2019 geldt het lage bijtellingspercentage alleen maar voor zover de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 50.000,–. Voor het bedrag daarboven wordt de bijtelling verhoogd naar 22%. Als de auto echter in 2018 nog wordt aangeschaft en in gebruik genomen, valt deze onder overgangsrecht en mag u nog 5 jaar de oude bijtelling hanteren.
Tien aandachtspunten Belastingdienst aangifte 2018
De Belastingdienst zet in twee handreikingen de 10 belangrijkste aandachtspunten op een rij voor de aangifte inkomstenbelasting 2018.
Het gaat om de volgende onderwerpen:
1. Restant persoonsgebonden aftrek (PGA) 2. Eigen woning en echtscheiding 3. Eigen woning: hypotheekverhoging 4. Starters op de woningmarkt 5. Studiekosten 6. Resultaat overige werkzaamheden (ROW) 7. Afkoop lijfrente 8. Onjuiste verdeling – fiscaal partnerschap 9. Ervenrekening 10. Cryptovaluta
Als één of meerdere van deze onderwerpen bij u van toepassing is, dan is het belangrijk dat hier extra aandacht aan besteed wordt. De controle van de Belastingdienst zal zich focussen op deze punten.
Mogelijke aftrekposten 2018
In de aangifte inkomstenbelasting 2018 bestaan de volgende aftrekposten om uw belastbaar inkomen te verlagen:
hypotheekrente van uw eigen woning
premies lijfrente
niet-vergoede ziektekosten (o.m. geneeskundige hulp, voorgeschreven medicijnen en reiskosten van ziekenbezoek)
onderhoudsverplichtingen aan ex-echtgenoot o.m. in de vorm van alimentatie
giften aan erkende charitatieve instellingen (zie de ANBI-lijst)
studiekosten en andere scholingsuitgaven
onderhoud- en restauratiekosten van een rijksmonumentenpand (laatste maal)
reiskosten voor regelmatig woon-werkverkeer per openbaar vervoer
weekenduitgaven voor gehandicapten
Let u er wel op dat er voor een aantal aftrekposten een drempel of andere aanvullende voorwaarden bestaan, waardoor uw uitgaven mogelijk toch niet tot aftrek leiden. Denkt u voor een aftrekpost in aanmerking te komen, maar heeft u hier nog vragen over, neem dan gerust contact met ons op.
Voor kosten van onderhoud van een rijksmonument is 2018 het laatste jaar dat aftrek mogelijk is; alle kosten die nog in 2018 betaald zijn, kunnen opgenomen worden.
Belastingrente
Met de belastingrenteregels, zal de Belastingdienst vanaf 1 juli 2018 rente berekenen over een te betalen bedrag voor de aangifte 2018. Deze rente bedraagt momenteel 4% voor de Inkomstenbelasting en 8%(!) voor de Vennootschapsbelasting. Verwacht u een hoge aanslag en wilt u de rente hierover vermijden, neem dan contact op voor het aanvragen van een voorlopige aanslag. In geval van een teruggave vergoedt de Belastingdienst nog maar beperkt rente.
Vooraf ingevulde aangifte zorgvuldig checken
Dit jaar heeft de Belastingdienst aangegeven dat sommige gegevens in de vooraf ingevulde aangifte onjuist kunnen zijn, onder meer met betrekking tot hypotheekrenteaftrek. De meeste aftrekposten worden hierin ook niet meegenomen. Daarnaast blijken hypotheekjaaroverzichten van banken niet altijd correct te zijn.
Er zijn overigens ook diverse situaties waarbij de Belastingdienst geen uitnodiging tot het doen van aangifte verstuurd, terwijl de aangifte wel verplicht is. Dit komt bijvoorbeeld voor als er een onderneming aanwezig is, of onroerend goed.
Of u nu een bericht ontvangen heeft of niet, het is altijd verstandig om goed te kijken naar uw fiscale situatie, en of u nog besparingsmogelijkheden heeft.
Schenkingsaangifte
Indien u schenkingen doet aan uw kinderen of andere personen boven de vrijstelling, dan is hier Schenkbelasting over verschuldigd. In 2017 bedroeg de jaarlijkse schenkvrijstelling voor schenkingen aan kinderen € 5.320 (2018: € 5.363) en aan overige verkrijgers € 2.129 (2018 € 2.147). Indien u een schenking heeft gedaan hoger dan de jaarlijkse vrijstelling, dient u hiervoor aangifte te doen.
Verder bestaan er hogere éénmalige vrijstellingen voor kinderen ten behoeve van een dure studie of eigen woning. Vanaf 2017 bestaat er onder bepaalde voorwaarden weer de mogelijkheid om een schenking van € 100.000,– te doen belastingvrij. Om de vrijstelling te claimen is het ook nodig om een aangifte Schenkbelasting te doen. In principe moet een aangifte Schenkbelasting al voor 1 maart ingediend worden. Mocht dit nog niet gedaan zijn of heeft u hierover nog vragen, dan helpen wij u graag verder.
Deze week maakte de regering het belastingplan 2019 bekend op Prinsjesdag.
Een gedeelte van de voorstellen zal in 2019 al ingaan, maar er zijn ook maatregelen die pas ingevoerd zullen worden over een paar jaar of verspreid over jaren volledig effectief zullen worden. Alle voorstellen moeten nog goedgekeurd worden door de Eerste en Tweede Kamer.
Inkomsten belasting
Inkomstenbelastingverlaging en invoering van twee belastingschijven: Het huidige inkomstenbelasting stelsel kent vier belastingschijven: 36,55% (inkomen maximaal € 20.142); 40,85% (inkomen maximaal € 34.404); 40,85% (inkomen maximaal € 68.507); 51,95% (inkomen boven € 68.507). In 2019 worden eerste de 4 belastingschijven verlaagd tot: 36,65%; 38,10%, 38,10% and 51,75%. Vanaf 2021 zal het belastingsysteem nog maar twee schijven hebben waarvan de eerste 37,05% voor inkomens tot € 68.507 en 49,50% voor alle inkomens hierboven.
De arbeidskorting zal sneller oplopen. Het maximum wordt verhoogd. De inkomensafhankelijke combinatiekorting zal gelijkmatiger opgebouwd worden. Bovenstaande maatregelen zouden moeten leiden tot een hoger netto inkomen voor inkomens tussen de € 20.000 en € 60.000.
De algemene heffingskorting maximum gaat omhoog met € 358 totaal, verspreid over 3 jaar. Dit zou ten gunste moeten komen voor mensen met een inkomen tot € 50.000.
Vanaf 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek verminderd met 3% per jaar totdat tarief in de eerste schijf, 37,05% is bereikt.
Ook verminderd met 3% per jaar (tot de 37,05% is bereikt) worden de volgende grondslagverminderende posten. (Dit is alleen relevant voor belastingplichtigen met inkomen in de hoogste schijf.):
de ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek);
de MKB-winstvrijstelling (alleen indien de winst positief is na aftrek van de ondernemersaftrek)
de terbeschikkingstellingsvrijstelling (alleen indien positief);
de persoonsgebonden aftrek (dit geldt nu voor onder andere uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, specifieke zorgkosten en scholing, monumentenpanden, de weekenduitgaven voor gehandicapten, aftrekbare giften)
Loonbelasting
De 30% ruling wordt met ingang van 1 januari 2019 verkort van 8 naar 5 jaar, ook voor expats die reeds gebruik maken van de regeling. De termijnverkorting geldt ook voor de keuzeregeling voor partiële buitenlandse belastingplicht.
De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding wordt verhoogd van € 150 per maand of € 1.500 per jaar naar respectievelijk € 170 en € 1.700.
Omzetbelasting
Het lage BTW tarief wordt verhoogd van 6% naar 9%.
Het toepassingsbereik van de btw-sportvrijstelling wordt verruimd.
Zoals bekend is er sinds de laatste verkiezingen nog geen nieuwe regering gevormd. De Belastingplannen 2018 die gisteren op Prinsjesdag zijn gepresenteerd, komen dan ook van het demissionaire kabinet. De verwachtingen over de inhoud van deze plannen waren op voorhand daarom niet erg hooggespannen. Dat blijkt terecht te zijn. Hoewel de plannen over het algemeen niet erg ingrijpend zijn, hebben we onderstaand toch de meest belanghebbende zaken voor u puntsgewijs op een rij gezet.
Voorstellen uit het Belastingplan 2018
De volgende wijzigingen uit het Belastingplan 2018 gaan in op 1 januari 2018:
Verhoging van de tarieven in de tweede en derde schijf met 0,05%;
Verhoging van de inkomensgrens naar de vierde belastingschijf van € 67.072 naar € 68.507 en verlaging van het tarief in deze hoogste schijf van 52% naar 51,95%;
Aanscherping definitie geneesmiddelen: onder het 6%-tarief vallen alleen producten waarvoor een (parallel)handelsvergunning is afgegeven op grond van de Geneesmiddelenwet, of als die daarvan uitdrukkelijk zijn vrijgesteld;
Aanpassing tariefbepalingen btw zeeschepen;
Tijdelijke verhoging van de kansspelbelasting van 29% naar 30,1%.
Bij import of ombouw van bestelauto’s mag voor de BPM in sommige situaties uitgegaan worden van de werkelijke waarde in plaats van de forfaitaire afschrijvingstabel.
Voorstellen Overige fiscale maatregelen 2018 De volgende wijzigingen uit de Overige fiscale maatregelen 2018 treden in werking per 1 januari 2018, tenzij anders vermeld:
Vervallen tijdklemmen BEW, KEW, SEW en kapitaalverzekeringen in box 3 krijgen wettelijke grondslag;
Één gezamenlijke mededeling voor alle in het kalenderjaar afgegeven S&O-verklaringen;
Aanpassing Vennootschapsbelasting; liquidatieverliesregeling alsmede berekening voorkomingswinst bij interne gebruiksvergoedingen binnen de fiscale eenheid.
Gevolgen huwelijkse voorwaarden / notarieel samenlevingscontract voor de schenk- en erfbelasting na inwerkingtreding beperkte gemeenschap van goederen;
Een jaar langer multiplier voor aftrek culturele giften;
Expliciete opname in de wet van de aanslagtermijnen voor de schenkbelasting;
Aanpassing partnerbegrip: pleegkind geen toeslagpartner meer.
Vanaf 2019 wordt in de loonheffing voor buitenlandse belastingplichtigen een lagere of helemaal geen heffingskorting toegepast om latere terugbetaling te voorkomen.
Wij zullen enige onderwerpen uit het bovenstaande wat verder toelichten.
Wijzigingen Erf- en Schenkbelasting huwelijksgemeenschap Per 1 januari 2018 wordt nieuw huwelijksvermogensrecht van toepassing; men trouwt dan standaard in beperkte gemeenschap van goederen. Tegelijk wordt hiermee de fiscale gevolgen van wijzigen van huwelijkse voorwaarden aangepast. Bij trouwen met beperkte of algehele huwelijksgemeenschap met gelijke aandelen behoeft geen schenkbelasting betaald te worden over vermogen wat daarbij overgedragen wordt, tenzij sprake is van misbruik (zg. ééndagshuwelijken). Er is uitsluitend schenkbelasting verschuldigd indien het aandeel van de minstvermogende in het totale vermogen hoger wordt dan 50% of het aandeel van de meestvermogende in het totale vermogen toeneemt. Een soortgelijke bepaling wordt voorgesteld voor de erfbelasting. Het voorstel geldt eveneens voor ongehuwd samenwonenden die een notarieel samenlevingscontract hebben. In de praktijk zal dit vooral gevolgen hebben voor estate planning met behulp van huwelijkse voorwaarden.
Inkeerregeling Per 1 januari 2018 wordt de inkeerregeling afgeschaft. De motivatie van de staatssecretaris hiervoor is dat er meer gegevensuitwisseling plaatsvind tussen landen en daarmee de ‘pakkans’ toeneemt. Er is dan geen prikkel als de inkeerregeling meer nodig. Uiteraard is op deze gedachtegang het nodige af te dingen; indien vrijwillig melden geen voordeel meer biedt, zullen immers meer belastingplichtigen gaan afwachten tot de Belastingdienst bij hen aanklopt. Overigens zal vrijwillig melden altijd nog een boeteverminderende omstandigheid vormen. Klik hier voor meer informatie.
Wetsvoorstel Afschaffing van de btw-landbouwregeling Een landbouwer, veehouder, tuinbouwer of bosbouwer maakt nu vaak gebruik van de landbouwregeling. Vorig jaar bij de Belastingplannen van 2017 is aangekondigd dat deze regeling vervalt per 1 januari 2018. Dat gaat nu daadwerkelijk gebeuren. De afschaffing van de landbouwregeling heeft grote gevolgen. De landbouwers, veehouders, tuinbouwers of bosbouwers worden vanaf 1 januari 2018 btw verschuldigd over hun leveringen en diensten. Dat zal meestal 6% zijn. De keerzijde is dat zij recht krijgen op btw-aftrek en dat zij de betaalde btw alsnog kunnen claimen. Hiervoor is een overgangsregeling getroffen.
Indien u uw gegevens aanlevert over 2017 dan verzorgen wij weer graag uw aangifte. Voor onze cliënten vragen wij automatisch uitstel aan voor zover nodig.
Vergeet u niet om ook informatie mee te zenden over mogelijk aftrekbare uitgaven en andere relevante wijzigingen in uw situatie. Dit helpt ons om uw aangifte zoveel mogelijk te optimaliseren. Wij zien uw contact met belangstelling tegemoet.
Ook dit jaar hebben wij voor u nuttige belastingtips en updates voor het komende jaar op een rij gezet in de vorm van de Eindejaarstips 2017.
Wanneer u in Nederland woont en in de Verenigde Arabische Emiraten werkt, moet uw wereldwijde inkomen en vermogen in de Nederlandse aangifte worden opgegeven. Vervolgens moet aan de hand van het belastingverdrag bepaald worden of voor (een deel van) uw inkomen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting gevraagd kan worden.
Twee voorbeeldsituaties
Mark is net begonnen met werken in Dubai. Hij blijft in NL ingeschreven, maar is meer dan 183 dagen per jaar in Dubai voor een daar gevestigde werkgever.
Zijn inkomen is dan in Dubai belast voor zover hij daar werkt. Dagen welke hij in een ander land werkt, zijn belast in Nederland.
Ronald gaat minimaal voor 1 jaar werken in Dubai voor zijn werkgever. Hij komt in dienst van de Dubai tak van het bedrijf die hem ook het salaris en een woonvergoeding zal uitbetalen. Hij heeft in Nederland een eigen huis met hypotheek. Zijn vrouw blijft daar wonen. Zelf wil hij steeds 3 weken in Dubai verblijven en 1 week vanuit Nederland werken.
Ronald kan dan ook voor de in Dubai gewerkte dagen verzoeken om aftrek ter voorkoming van “dubbele” belasting op grond van het verdrag met de VAE. Tevens kan vrijstelling premieheffing bij de SVB te worden aangevraagd. Deze vrijstellingen werken goed uit indien er in het geheel geen Nederlandse of ander inkomen is en indien niet in een ander land behalve de VAE wordt gewerkt.
Zijn zogenoemde levenscentrum blijft in Nederland omdat zijn echtgenote hier blijft wonen. De buitenlandse inkomsten dienen dan ook in de aangifte te worden vermeld. De hypotheekrente aftrek kan aan zijn echtgenote worden toebedeeld. Als de buitenlandse periode niet lang duurt kan de hypotheekrente aftrek ook worden omgezet in een niet gebruikte aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Deze kan worden benut op het moment dat er weer Nederlands inkomen is in de toekomst.
Bovenstaande informatie geldt uiteraard ook indien u in een ander land gaat werken en in Nederland blijft wonen. Het is wel belangrijk om na te gaan wat het belastingverdrag is met het betreffende land.
Ook is het van belang om de aangifte inkomstenbelasting direct goed (zo voordelig mogelijk) in te dienen zodat de inspecteur de situatie correct kan beoordelen. Hier wil het nog wel eens fout gaan met complexiteiten bij de aanslagregeling. Wij helpen u graag bij de aangifte.
Op 20 september, Prinsjesdag 2016, zijn de belastingwijzigingen voor 2017 gepresenteerd, in enkele verschillende wetsvoorstellen. Naast een aantal verwachte en kleinere wijzigingen zijn er ook enkele opvallende en grotere wijzigingen zoals de afschaffing van de aftrekposten monumentenkosten en scholingsuitgaven, wijzigingen vrijgestelde beleggingsinstelling en het afschaffen van pensioen in eigen beheer. Overigens zal ook weer afgewacht moeten worden in hoeverre de voorstellen goedgekeurd zullen worden door de Eerste en Tweede Kamer.
Hieronder volgt een opsomming van de maatregelen uit de verschillende wetsvoorstellen ingaande 2017:
Voorstellen uit het Belastingplan 2017:
Inkomstenbelasting: het tarief in de derde schijf gaat van 40,4% naar 40,8% en deze schijf wordt verlengd van € 66.421 naar € 67.072;
de start van de afbouw arbeidskorting begint al bij € 32.444 (in 2016: € 34.015);
de ouderenkorting wordt verhoogd van € 1.187 naar € 1.292;
beperking toerekeningsstop APV en andere invulling voorkoming dubbele belasting;
invoering teruggaafregeling dividendbelasting voor niet-ingezetenen;
invoering heffingsvrij vermogen in box 3 voor (niet-kwalificerende) buitenlands belastingplichtigen;
vennootschapsbelasting: verlenging eerste tariefschijf (20%) naar € 250.000 in 2018, € 300.000 in 2020 en € 350.000 in 2021;
wijzigingen in enkele specifieke renteaftrekbeperkingen in de Vpb;
beperking toepassingsbereik innovatiebox;
innovatieve start-up mag het gebruikelijk loon de eerste drie jaar op het minimumloon stellen;
beleggen in de vrijgestelde beleggingsinstelling wordt minder aantrekkelijk door de volgende maatregelen:
Verplicht afrekenen in box 2 over ab-claim als een lichaam waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft de vbi-status verkrijgt;
Tegengaan flits-vbi: bij onderbrenging van box-3-vermogen in een vbi waarin de belastingplichtige een aanmerkelijk belang heeft, wordt dit vermogen in box 2 belast, maar blijft ook belast in box 3 als dit vermogen binnen 18 maanden weer terugkomt in box 3;
Het verlengen van tariefschijven van de Vennootschapsbelasting is uiteraard positief voor ondernemingen. Deze maatregel zal samenhangen met de tariefsverlagingen in andere Europese landen en het aantrekkelijk houden van het Nederlandse vestigingsklimaat.
De wijzigingen voor buitenlands belastingplichtigen zijn een wettelijke uitwerking van eerdere rechterlijke uitspraken. Ook buitenlands belastingplichtigen hebben hiermee recht op toepassing van het heffingsvrij vermogen en teruggaaf dividendbelasting.
De maatregelen voor de vrijgestelde beleggingsinstellingen treffen vooral belastingplichtigen die vanuit een BV een VBI ingaan en daarvoor zullen moeten afrekenen. Het blijft nog steeds mogelijk om een VBI te gebruiken voor vermogen in zowel box 2 als box 3.
Voorstellen uit wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2017
schulden die deel uitmaken van een algemeenheid en waarop een vruchtgebruik rust worden voortaan – net als de bezittingen – geheel aangegeven bij de vruchtgebruiker;
omzetting goedkeuring renteaftrek voor vruchtgebruiker krachtens erfrecht;
codificatie van goedkeuringen voor het buiten toepassing laten van de termijnen van 15 en 20 jaar voor de vrijstelling bij een uitkering uit een KEW, SEW, BEW of een box-3 kapitaalverzekering van vóór 1 januari 2001;
reparatie bedrijfsopvolgingsregeling bij indirect aandelenbelang van minder dan 5%.
Voorstellen Fiscale vereenvoudigingwet 2017
vereenvoudiging teruggaafregeling btw op oninbare vorderingen;
introductie inhoudingsvrijstelling dividendbelasting voor vrijgestelde vpb-lichamen;
verenigingen of stichtingen met beperkte ondernemingsactiviteiten kunnen hun verzoek om belastingplicht Vpb nog bij de aangifte indienen (nu binnen 6 maanden);
afschaffing fictieve dienstbetrekking voor commissarissen;
afschaffing jaarloonuitvraag;
uitbreiding verlegging inhoudingsplicht voor concernonderdelen.
De vereenvoudiging van de teruggaafregeling BTW op oninbare vorderingen houdt in dat hier niet langer een speciaal verzoek gedaan moet worden waarbij aangetoond moet worden dat inderdaad geen betaling meer verwacht kan worden. Na afloop van een jaar na de betalingstermijn kan de BTW door middel van verwerking in de gewone BTW-aangifte teruggevraagd moeten worden.
Wetsvoorstel uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen Per 2017 is fiscaal gefaciliteerd opbouwen van pensioen in de eigen BV niet meer mogelijk. Het opgebouwde pensioen mag tegen de fiscale waarde worden afgekocht of omgezet in een Oudedagsverplichting. Mocht daar niet voor gekozen worden, dan blijft het pensioen premievrij staan en wordt het te zijner tijd regulier uitgekeerd.
Voorstellen Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing Deze twee maatregelen in de inkomstenbelasting staan in een apart wetsvoorstel. Ten eerste wordt vanaf 1 januari 2018 aftrek scholingsuitgaven vervangen door (niet-fiscale) scholingsvouchers. Ten tweede wordt vanaf 2017 de aftrek voor onderhoudskosten aan monumentenpanden vervangen door subsidies.
Beheer cookie toestemming
Wij gebruiken technologieën zoals cookies om informatie over uw apparaat op te slaan en/of te raadplegen. We doen dit met als doel om de beste ervaring te bieden en om gepersonaliseerde advertenties te tonen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als u geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.