U wilt na jaren van wonen in het buitenland weer naar Nederland terugkeren. Indien u minstens 25 jaar weg bent geweest, komt u misschien in aanmerking voor de 30%-regeling. Bent u niet langer dan 25 jaar in het buitenland, kunt u deze pagina beter raadplegen.
Met de 30%-regeling krijgt u vijf jaar lang 30% van uw inkomsten uit loon (box-1) belastingvrij. En, minstens zo belangrijk, u hoeft geen belasting te betalen over uw wereldwijd vermogen (box-3). Dit levert een groot voordeel op, zeker indien u vermogen bezit in het land van waaruit u naar Nederland terugkeert. Er zijn echter wel behoorlijk wat voorwaarden aan verbonden om in aanmerking te komen voor de 30% regeling.
Indien u ons tijdig inschakelt, kunnen wij nagaan of er mogelijkheden zijn om uw terugkeer zo te structureren dat u of uw (buitenlandse) partner in aanmerking komt voor de 30%-regeling. Bijvoorbeeld door het oprichten van een Nederlandse BV voor uw buitenlandse werkgever of uzelf. Het kan ook zijn dat wij u adviseren om uw terugkeer naar Nederland nog uit te stellen totdat u wel voldoet aan de voorwaarden. Indien er geen mogelijkheden zijn om gebruik te maken van de 30%-regeling zullen wij u in ieder geval adviseren hoe u uw terugkeer naar Nederland fiscaal zo gunstig mogelijk kunt structureren.
De 30%-regeling is een belastingmaatregel voor werknemers die gerekruteerd zijn vanuit het buitenland om in Nederland te komen werken voor een Nederlands bedrijf. U dient dus nog voordat u terugkeert een contract te tekenen. Indien u in het buitenland voor een werkgever werkt, zou deze ook in Nederland een BV op kunnen richten die u in dienst neemt of een Nederlandse payroll. Ook kunnen wij voor uzelf een BV oprichten. U gaat dan een dienstbetrekking aan bij deze BV. Indien uzelf niet aan de voorwaarden kunt voldoen, komt uw (buitenlandse) partner daar wellicht wel voor in aanmerking. Dan geldt de box-3 vrijstelling ook voor uw gezamenlijke box-3 vermogen.
Belangrijkste voorwaarden voor de 30%-regeling voor terugkerende Nederlanders:
U wordt vanuit het buitenland aangenomen door een Nederlandse werkgever:
Dit kan ook een Nederlandse vestiging zijn van de werkgever waarvoor u in het buitenland werkt of uw eigen BV. Belangrijk in dit geval is dat deze entiteiten worden opgericht voordat u zich weer in Nederland vestigt en ook dat u het arbeidscontract tekent voor de immigratie;
U bent 25 jaar weggeweest uit Nederland:
Let er ook op dat uw emigratie destijds uit Nederland pas officieel inging op het moment dat uw levenscentrum zich niet meer in Nederland bevindt. In de regel is dit waar uw partner en eventuele kinderen wonen. Indien zij destijds pas later geëmigreerd zijn, telt hun vertrekdatum ook voor u als emigratiedatum;
Voor deze 25 jaar telt het volgende verblijf in Nederland niet mee. U bent:
Jaarlijks niet meer dan 20 dagen in Nederland bent geweest in verband met werk;
maximaal 6 weken per jaar, of eenmalig maximaal 3 aaneengesloten maanden in Nederland geweest voor vakantie, familiebezoek of andere privéredenen.
Bent u langere periodes in Nederland geweest in deze 25 jaar, dan heeft u geen recht op de 30%-regeling. Lees hier de volledige beschrijving van de beschikking: geldigheid en toetsen voorwaarden.
Wilt u meer te weten komen over terugkeer naar Nederland? Hier leest u onder andere enkele en welke aangifte wij voor u kunnen invullen aan de hand van uw remigratie naar Nederland.
Voorbeeldsituaties 30%-regeling voor terugkerende Nederlanders
U woont met uw gezin meer dan 25 jaar in Canada. U overweegt terug te keren naar Nederland en vraagt zich af of u in aanmerking komt voor de 30% regeling. U bent regelmatig in Nederland geweest om zakelijke redenen en bezoek aan vrienden en familie. Meestal ging dit om een bezoek van maximaal een week. Uw partner is ook Nederlands, maar is destijds pas na een jaar bij u komen wonen.
Om in aanmerking te komen voor de 30% regeling, moet u inderdaad 25 jaar uit Nederland weg zijn geweest. Omdat uw partner pas een jaar later is vertrokken is het van belang hoe dit is verwerkt in de aangifte destijds. Graag zien wij uw bewijs van het uitschrijven bij de gemeente van zowel uzelf als uw partner evenals (indien mogelijk) een kopie van de laatste aangifte en aanslag in Nederland van u beiden. De 25 jaar periode gaat in na het eindigen van de binnenlandse belastingplicht van uzelf. Deze was mogelijk gekoppeld aan het vertrek van uw echtgenote. Uw verblijven in Nederland zijn inderdaad van belang. Echter indien u in de afgelopen 25 jaar om privéredenen jaarlijks niet meer dan 6 weken aaneengesloten in Nederland bent geweest of eenmalig 3 maanden en/of jaarlijks 20 dagen om zakelijke redenen dan tellen deze verblijven niet mee.
U woont momenteel 24 jaar in de Verenigde Staten. Het plan is om binnen een paar jaar weer in Nederland te gaan wonen. U zou verder kunnen werken voor uw huidige Amerikaanse werkgever of een andere, soortgelijke werkgever zonder vestiging in Nederland waarbij u remote zou werken vanuit Nederland. U vraagt zich af wanneer u in aanmerking zou kunnen komen voor de 30% regeling en of het nodig is om een dienstbetrekking te hebben.
Voor de 30% regeling zal er een Nederlands dienstverband moeten zijn zoals bijvoorbeeld een voortzetting van het dienstverband bij uw huidige werkgever. Een Nederlandse werkgever kan worden gecreëerd door een BV op te richten of middels een payroll bedrijf of doordat de Amerikaanse werkgever zich laat registreren als inhoudingsplichtige. Ook kunt u zelf een BV oprichten indien uw belangen groot genoeg zijn. Vanuit deze BV zou u remote kunnen werken voor uw huidige werkgever. Verder is uw recht op de 30% regeling afhankelijk van de hoogte van uw te verwachten bruto inkomen. Uw emigratiedatum kunt u berekenen door 25 jaar op te tellen bij uw vertrekdatum uit Nederland. U kunt via het bevolkingsregister of via mijnpensioenoverzicht.nl zien wat uw verblijfgeschiedenis in en vertrekdatum uit Nederland was. Tevens dient u in deze 25 jaar niet langer dan 6 weken aangesloten per jaar of eenmalig 3 maanden in Nederland te zijn geweest.
Sinds 20 jaar woont u in de US. U heeft daar uw Amerikaanse partner ontmoet en hebt samen 3 kinderen. U wilt binnenkort met uw gezin naar Nederland verhuizen. Een advocaat zal u helpen met het immigratieproces van uw partner nadat u zich heeft ingeschreven. (Uw kinderen hebben ook 2 nationaliteiten). U wilt echter fiscaal advies met betrekking tot uw verhuisdatum/datum van inschrijving omdat u graag de box 3 heffing zoveel mogelijk wilt vermijden. U heeft uw huis namelijk met behoorlijk wat winst kunnen verkopen, waardoor u redelijk wat liquide middelen heeft. U heeft gehoord dat met de 30% regeling ook uw deel van het vermogen vijf jaar buiten de box drie heffing zou vallen. U vraagt zich af of er een mogelijkheid is dat uw partner in aanmerking komt voor de 30% regeling. Op dit moment werkt u beiden nog in loondienst voor Amerikaanse werkgevers.
Het is inderdaad belangrijk dat de volgorde van een en ander in het oog wordt gehouden. De 30% regeling geeft de beste belastingverminderingsmogelijkheden en is uitsluitend mogelijk voor uw partner. De Amerikaanse werkgever zal dan echter Nederlandse loonbelasting in moeten gaan houden door zich te laten registreren als inhoudingsplichtige. Vaak is dit voor de werkgever geen optie indien de emigratie een privéreden heeft. Alternatief is voor de Amerikaanse werkgever te blijven werken via een payroll bedrijf; dit heeft als voordeel dat deze ook kan zorgen voor een verblijfsvergunning en werkvergunning middels de kennismigrantenregeling. Ook zou u een eigen BV op kunnen richten. Essentieel is dan dat deze BV dan opgericht wordt vóór immigratie en de reden van de immigratie moet dan zijn een aangeboden dienstverband door de BV aan uw partner. Hiernaast moet dan een verblijfsvergunning traject worden doorlopen (bijv. i.v.m. verblijf bij Nederlandse partner/kinderen). De toegekende 30%-regeling heeft dan tot gevolg dat uw gezamenlijk box-3 vermogen gedurende vijf jaar is vrijgesteld van NL belastingheffing. Dit betreft zowel uw buitenlands als uw binnenlands vermogen. (Uitzondering: voor NL onroerend goed blijft u altijd belast in Nederland, ook indien u niet zelf gebruik maakt van de eigen woning.)
U woont en werkt al 24 jaar in het buitenland, in verschillende landen. U wilt over een jaar terugkeren naar Nederland en zult zelf remote blijven werken voor een Amerikaans bedrijf. Uw vrouw zal haar baan opzeggen en waarschijnlijk voorlopig niet werken. U heeft wel gehoord over de 30% regeling, maar aangezien u in Nederland niet zal gaan werken voor een Nederlandse werkgever gaat u ervan uit dat u hier geen recht op heeft. U wilt dit toch noch verifiëren omdat u in het buitenland nog een aanzienlijk bedrag op de bank heeft staan. Ook vraagt u zich af of u als u wanneer u weer in Nederland woont een baan aangeboden krijgt van een Nederlandse werkgever nog recht heeft op de 30% regeling.
De 30% regeling is op zich wel een gemist kans als hier geen gebruik van wordt gemaakt. Aangezien u een Amerikaanse werkgever heeft en in Nederland zal werken is er de mogelijkheid dat uw werkgever een Nederlandse salarisadministratie gaat voeren. Dat is voordelig, want dan kan in principe voor dit dienstverband de 30% regeling worden toegepast met als voordeel een vrijstelling voor uw wereldwijde gezamenlijke vermogen. Indien u een baan bij een Nederlandse werkgever krijgt aangebonden als u al in Nederland woont, heeft u geen recht op de 30% regeling, aangezien u in dat geval niet voldoet aan de voorwaarde dat u gerekruteerd bent vanuit het buitenland.
Voor een Aziatisch bedrijf heeft u in verschillende landen gewerkt. In totaal woont en werkt u al zo’n 30 jaar in het buitenland. Binnenkort wilt u definitief terugkeren naar Nederland. U heeft nog geen concrete plannen wat betreft werk. U vraagt zich af wat de fiscale gevolgen zijn van uw remigratie naar Nederland en of u met uw planning nog ergens rekening mee kunt houden.
Bij een remigratie vestigt u zich weer in Nederland en wordt u hier belastingplichtig voor uw wereldwijde inkomen en vermogen. Het is van belang dit goed in beeld te brengen. Aangezien u meer dan 25 jaar niet in Nederland heeft gewoond, kunt u misschien gebruik maken van de 30% regeling. U bent dan vrijgesteld van belastingplicht over uw wereldwijd vermogen en u ontvangt daarnaast 30% van uw salaris belastingvrij gedurende 5 jaar. U heeft dan echter een Nederlandse werkgever nodig waarbij u een contract tekent voordat u zich weer in Nederland inschrijft. Een buitenlandse werkgever met een Nederlandse payroll voldoet ook.
Na 25 jaar in het buitenland gewoond wilt u volgende jaar terug naar NL komen. U heeft verschillende woningen in bezit in Costa Rica en heeft een eigen bedrijf daar. U wilt met deze onderneming doorgaan in NL. U vraagt zich af of u in NL belastbaar wordt voor uw bezittingen en welke mogelijkheden er zijn voor de 30% regeling.
Op deze wijze is er geen gevaar voor dubbele belasting. Voor de 30% regeling heeft u, of uw partner, een Nederlandse werkgever nodig en geldt er een minimum bruto maandinkomen. Wellicht zijn er ook mogelijkheden voor de 30% regeling gekoppeld aan uw onderneming, bijvoorbeeld het oprichten van een BV. Als de 30% regeling toegekend wordt dan kan er vrijstelling worden aangevraagd voor belasting over uw wereldwijd vermogen.
Herken je jezelf hierin? Jij bent op zoek naar een uitdagende parttime baan waar jouw talenten tot hun recht komen in een internationale omgeving. Je bent bezig met jouw fiscale studie en wil graag parttime werken om kennis in de praktijk op te doen. Jij wilt jezelf kunnen ontwikkelen en doorleren op meerdere internationale vlakken. Je schriftelijke en mondelinge vaardigheden in het Nederlands als Engels zijn uitstekend te noemen. Of misschien heb je je studie al afgerond, dat ben je natuurlijk ook van harte welkom voor een gesprek. Indien ja, dan denken we dat jij de perfecte match voor ons zou zijn!
Jouw fiscale opleiding ga je natuurlijk met vlag en wimpel afronden, maar al de kennis die je bij ons opdoet is mooi meegenomen. Je krijgt de vrijheid een heel brede rol te bekleden en jezelf in het gebied van internationaal belastingadvies te gaan ontwikkelen.
Vacature junior belastingadviseur bij JC Suurmond Als actieve junior belastingadviseur zul je aangiften voor de IB, VPB en OB gaan opstellen, bij voorkeur heb je hier al enige ervaring in. Het gaat dan om aangiften voor Engelstalige expats, migratie aangiften, jaarrekeningen opstellen. Verder houdt je je bezig met dossierbeheer en correspondentie met de klanten.
Jij wordt enthousiast van internationale belastingsituaties en grijpt werk met beide handen aan. Je zult al lerende de fiscale expert tussen ons worden en wellicht in de toekomst junior belastingadviseurs opleiden, mocht dat een ambitie van je zijn. Uiteraard begeleiden jouw collega’s je in het begin graag zodat je op die manier ook praktische kennis opdoet.
Vacature junior belastingadviseur : met wie ga je werken? Ons kantoor is meer dan 35 jaar geleden opgericht als gespecialiseerd internationaal belastingadvieskantoor. Wij zijn een hecht familiebedrijf en werken momenteel met 10 personen. Dit jaar zijn wij verhuisd naar ons prachtige, moderne nieuwe kantoor vlak aan het water (bij de nieuwe Waterweg) in Maassluis. Onze locatie is niet voor niets midden in het meest internationale gebied van Nederland. Denk hierbij aan de haven met in- en exportbedrijven, ministeries en ambassades van alle landen en hoofdkantoren van internationale bedrijven waar expats werken en studeren.
Ons team bestaat uit gedreven, enthousiaste en leergierige collega’s en specialisten van jong en oud. Als familiekantoor bieden we een collegiale werksfeer met korte lijnen en benaderbare partners. Persoonlijke service en flexibiliteit naar de cliënt staan voorop. We zorgen voor een fijne werkomgeving en vinden het ook belangrijk om af en toe samen dingen te ondernemen als een personeelsuitje.
Is de bovenstaande vacature junior belastingadviseur jou helemaal op het lijf geschreven en wil jij kennismaken met ons team? Stuur je CV en motivatiebrief naar Sander Suurmond: sfs@jcsuurmond.nl. Je kunt Sander ook bellen (010-3033701) of mailen als je meer wilt weten over de vacature belastingadviseur.
Hierna volgen de belangrijkste voorstellen uit het ‘Belastingplan 2022’ die op 1 januari 2022 in werking treden, tenzij anders is vermeld:
Wettelijke grondslag voor de tijdelijke verhoging van de vrije ruimte in de werkkostenregeling in 2021;
Verhoging bijtelling privégebruik emissieloze personenauto’s van 12% naar 16% en verlaging van de catalogusprijs waarop dit percentage mag worden toegepast van maximaal € 40.000 naar maximaal € 35.000 in 2022 en naar € 30.000 vanaf 2023;
Introductie van een onbelaste thuiswerkvergoeding van € 2 per dag. Daarnaast blijft de onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,19 bestaan. Werkgever en werknemer kunnen vaste afspraken maken over het aantal dagen per week dat de werknemer thuiswerkt en naar het werk gaat, zodat de werkgever een vaste vergoeding kan geven.
Andere in het Belastingplan 2022 voorgestelde maatregelen zijn:
Verlaging eerste IB-tariefschijf van 37,1% in 2021 naar 37,07% in 2022. De tweede tariefschijf blijft 49,5%. Het beginpunt van de tweede tariefschijf komt te liggen bij een inkomen van € 69.398 (in 2021: € 68.507);
Verhoging steunpercentages in de MIA van 13,5%, 27% en 36% naar respectievelijk 27%, 36% en 45%;
wijzigingen in de overdrachtsbelasting (OVB) met betrekking tot de tariefdifferentiatie voor starters: aanpassing hoofdverblijfcriterium bij onvoorziene omstandigheden die zich voordoen vóór verkrijging, maar nadat de koop niet meer ontbonden kan worden. Daarnaast herformulering van de antimisbruikbepaling voor de woningwaardegrens bij de startersvrijstelling;
Codificatie vrijstelling voor TVL-subsidie en TVL-subsidie startende mkb’ers;
Verlaging maximumbedrag inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) met € 318;
Reparatie van onbedoeld effect van de IACK voor buitenlands belastingplichtigen door hen uit te zonderen van het fiscaal partnerbegrip;
Aanscherping CO2-schijfgrenzen en tarieven BPM voor 2022 tot 2025;
Beperking verrekening voorheffingen (dividendbelasting en kansspelbelasting) met maximaal een jaar verschuldigde vennootschapsbelasting. De niet-verrekende voorheffingen kunnen onbeperkt worden doorgeschoven naar latere jaren;
Introductie recht op huurtoeslag bij overschrijding huurgrens, mits vóór deze overschrijding ten aanzien van de woning op enig moment recht op huurtoeslag bestond;
Verlaging onder voorwaarden van het tarief voor walstroom tot € 0,0005 per geleverd kWh elektriciteit. Bij gebruik walstroom hoeven schepen bovendien geen opslag duurzame energie te betalen.
Hierna volgen de belangrijkste voorstellen uit het ‘Overige fiscale maatregelen 2022’(OFM) die op 1 januari 2022 in werking treden, tenzij anders is vermeld:
Aanpassingen eigenwoningregeling bij gezamenlijke koop en financiering van een eigen woning door fiscale partners;
Aanpassingen eigenwoningregeling bij overlijden van een van de partners: de eigenwoningreserve van de overledene en de eventuele aflossingsstand van de overledene gaan niet meer over op de langstlevende partner of andere belastingplichtige;
Vereenvoudiging van aanvraagsystematiek van de WBSO-regeling en verduidelijking dat alleen kosten en uitgaven die aangevraagd zijn en waarvoor S&O-afdrachtvermindering is toegekend, kunnen worden opgevoerd bij de mededeling.
De aanpassingen van de eigenwoningreling bij gezamenlijke koop en financiering van een eigen woning door fiscale partners betreffen de volgende situaties:
de overgang van de eigenwoningreserve (EWR) in huwelijkssituaties;
de inzet van de EWR bij gezamenlijke aankoop en financiering van de eigen woning;
de overgang van de aflossingsstand in huwelijkssituaties;
de inzet van een aflossingsstand bij gezamenlijke aankoop en financiering van de eigen woning;
de gevolgen van het oversluiten van een bestaande eigenwoningschuld bij fiscaal partnerschap.
Andere wijzigingen in het wetsvoorstel OFM 2022 zijn:
Vereenvoudiging éénloketsysteem in de btw-regels voor e-commerce: een negatieve btw-melding wordt daarbij aangemerkt als een verzoek om btw-teruggaaf, waardoor een afzonderlijk teruggaafverzoek niet meer nodig is. Deze maatregel treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 juli 2021;
Introductie van wettelijke verplichte maandelijkse gegevensuitlevering van kinderopvangorganisaties aan Belastingdienst Toeslagen.
In het ‘Wetsvoorstel aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten’ wordt het als loon verstrekken van aandelenoptierechten aan werknemers fiscaal aantrekkelijker gemaakt door de mogelijkheid te bieden om het heffingsmoment te verschuiven naar het moment waarop de uit de optierechten verkregen aandelen verhandelbaar zijn. Onder de huidige regeling moet de werkgever de loonheffingen over de aandelenoptierechten al inhouden en afdragen, zodra de werknemers de optierechten inruilen voor aandelen. Dit is vaak een probleem voor start-ups en scale-ups, omdat zij op dat moment vaak niet beschikken over voldoende middelen.
Op grond van de voorgestelde maatregel neemt de werkgever dan op het latere moment de waarde in het economisch verkeer van de aandelen in aanmerking als loon. Dan beschikt hij of zij wel over de benodigde middelen om de loonheffingen over de aandelenoptierechten te betalen. Zo moet het ook voor start-ups en scale-ups beter mogelijk worden om personeel aan te trekken en te behouden.
Let op, het latere heffingsmoment is geen must maar een keuzerecht. Komt de huidige regeling beter uit, dan mag de werkgever die toepassen.
Het wetsvoorstel ‘Verlaging tarief en maandelijks aanpassen verhuurderheffing’ regelt de al eerder toegezegde verlaging van de verhuurderheffing per 1 januari 2022 als compensatie voor het feit dat verhuurders en woningcorporaties geen huurverhoging mogen doorvoeren in 2021. Zo wordt hun investeringscapaciteit op peil gehouden. Daarnaast wordt een extra verlaging voorgesteld. Het nieuwe tarief van de verhuurderheffing is op 1 januari 2022 0,485% (in 2021: 0,526%). Daarnaast wordt voorgesteld om de heffingsverminderingen maandelijks in plaats van per kwartaal te verhogen, te verlagen of op nihil te stellen.
Naast de hiervoor genoemde wetsvoorstellen zijn op Prinsjesdag o.a. de volgende twee wetsvoorstellen ingediend bij de Tweede Kamer:
wetsvoorstel ‘Tegengaan mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel’: aanpassing van de regels van zakelijke verrekenprijzen tussen internationale concerns om fiscale mismatches te voorkomen. Kortgezegd komt dit wetsvoorstel erop neer dat alleen verlaging van fiscale winst wordt toegestaan als daartegenover een verhoging staat van de buitenlandse belastinggrondslag;
Met deze nieuwsbrief willen wij u weer op de hoogte brengen van de laatste fiscale wijzigingen en besparingsmogelijkheden.
Wij hopen dat u uw voordeel kunt doen met deze nieuwsbrief. Neemt u voor meer informatie en persoonlijk advies contact op met ons kantoor.
Samenvatting belastingplannen en tips
Dit is de eerste begroting van het nieuwe kabinet-Rutte IV, waar zoals verwacht veel van de plannen in het regeerakkoord in verwerkt zijn. Daarnaast zijn er een aantal wijzigingen uit de Voorjaarsnota opgenomen naar aanleiding van budgettaire uitdagingen door onder meer de gevolgen van de oorlog in Oekraïne en het Kerstarrest voor box 3.
De box 1-heffing wordt iets verlaagd. Daar tegenover staan weer een aantal andere verhogingen van onder meer de overdrachtsbelasting en box 3-heffing voor tweede woningen. Ook de Vennootschapsbelasting voor het MKB wordt verhoogd, waarmee de eerdere verlagingen juist weer worden teruggedraaid. Er is dit jaar veel te doen geweest over de box 3-heffing naar aanleiding van het Kerstarrest van de Hoge Raad met forse gevolgen voor de wijze van heffen. U leest er hieronder meer over, zowel over de correcties over oude jaren als hoe de situatie vanaf nu eruit ziet.
Een greep uit de tips vóór het einde van dit jaar:
– Indien u nog wilt gebruik maken van de verhoogde schenkingsvrijstelling van € 100.000,– voor de eigen woning van uw kind, is dat mogelijk tot uiterlijk 31-12-2022.
– De nieuwe box 3-heffing is gebaseerd op verschillende vermogenscategorieën; eventueel zou u hierop in kunnen spelen door de samenstelling van uw vermogen nog voor 31 december aan te passen. Hierbij zou bijvoorbeeld gedacht kunnen worden aan het omzetten van slecht renderende beleggingen of leningen(vorderingen) die nu tegen het hoogste tarief belast worden naar laag belast spaargeld.
– Voor 2023 gaat het percentage van aftrekposten in de Inkomstenbelasting voor hogere inkomens weer 3% omlaag; indien het mogelijk is om aftrekbare uitgaven naar voren te halen, levert de aftrekpost dit jaar nog meer op.
Particulier
Index particuliere fiscale tips:
Wijzigingen tarieven Box 1 – Inkomen uit werk en woning
Kerstarrest en rechtsherstel box 3-heffing
Massaal bezwaar plus procedure voor niet-bezwaarmakers
Berekening box 3 – heffing buitenlands onroerend goed
Wijzigingen 2023 Box 3 – Voordeel uit sparen en beleggen
Peildatumarbitrage bij schuiven tussen box 3-categorieën
Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
Overdrachtsbelasting: startersvrijstelling en wijziging tarief
Beperking Leegwaarderatio
Wijziging inkomensafhankelijke combinatiekorting
Laatste kans schenking jubelton
Vervanging aftrek scholingskosten
Overige belastingtips
Wijzigingen tarieven Box 1 – Inkomen uit werk en woning
In 2023 wordt het tarief in de eerste schijf verder verlaagd van 37,07% naar 36,93%. Ook dit jaar is de grens voor de eerste schijf verhoogd, namelijk van € 69.398,– naar € 73.071,–. Het tarief voor de tweede schijf blijft 49,5%. Hieronder volgt een schematische weergave van de Inkomstenbelasting in box 1 in 2022 en 2023.
Inkomstenbelasting – AOW niet bereikt
2022
Inkomstenbelasting – AOW niet bereikt
2023
Eerste schijf tot € 69.398
37,00%
Eerste schijf tot € 73.071
36,93%
Tweede schijf vanaf € 69.398
49,50%
Tweede schijf tot € 73.071
49,50%
Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt geldt nog steeds een drieschijvenstelsel. Schijf 1 gaat van 19,17% naar 19,03%. De tweede schijf gaat van 37,07% naar 36,93% en de derde schijf blijft 49,50%. Hieronder volgt een schematische weergave van de Inkomstenbelasting in box 1 in 2022 en 2023.
Inkomstenbelasting – AOW bereikt
2022
Inkomstenbelasting – AOW bereikt
2023
Eerste schijf tot € 35.472
19,17%
Eerste schijf tot € 37.149
19,03%
Tweede schijf vanaf € 35.472 tot € 69.398
37,07%
Tweede schijf vanaf € 37.149 tot € 73.071
36,93%
Derde schijf vanaf € 69.398
49,50%
Derde schijf vanaf € 73.071
49,50%
*er gelden andere schijven voor mensen geboren vóór 1 januari 1946
Kerstarrest en rechtsherstel box 3-heffing
Er is jarenlang geprocedeerd over de fictieve manier van belasting heffen over het box 3-vermogen. Er werd immers uitgegaan van een fictief rendement dat vele malen hoger was dan op de spaarrekening ontvangen werd. De uitspraken voor eerdere jaren pakten allen negatief uit voor de belastingbetaler. Uiteindelijk bepaalde de Hoge Raad in december 2021 in het zogenaamde Kerstarrest echter dat de forfaitaire berekening van box 3 voor de jaren 2017 en 2018 onevenredig zwaar drukt en daarmee in strijd is met het mensenrechtenverdrag. Volgens de Hoge Raad moet rechtsherstel geboden worden aan belastingplichtigen die bezwaar gemaakt hebben.
De Belastingdienst heeft dit rechtsherstel nu uiteindelijk uitgewerkt door belastingplichtigen alsnog te belasten op basis van de werkelijke samenstelling van hun vermogen en niet de fictieve verschillende vermogensgroepen. Er wordt nog steeds uitgegaan van een fictief rendement; het rendement voor spaargeld is sterk verlaagd naar 0,25% of minder op basis van de werkelijke rentestanden. Voor overig vermogen geldt echter het hoogste percentage van rond de 5,5%. Voor schulden geldt een lager percentage rond de 3%. Het heffingsvrij vermogen wordt berekend tegen een gewogen gemiddeld tarief. Er wordt hiermee in ieder geval beter aangesloten op de werkelijke vermogenssituatie. Aangezien het fictief rendement op overig vermogen juist op basis van het hoogste percentage berekend wordt, is de nieuwe berekening niet in alle situaties gunstiger. Voor 2022 is het nog mogelijk om voor het oude systeem te kiezen als de nieuwe berekening ongunstiger uitvalt. Vanaf 2023 is alleen de nieuwe forfaitaire spaarvariant van toepassing.
Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing volgens de oude schijvenvariant in 2022.
Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing volgens de nieuwe forfaitaire spaarvariant voor de jaren 2021 en 2022.
Massaal bezwaar plus procedure voor niet-bezwaarmakers
Op 4 november werd bekend gemaakt dat er voor niet-bezwaarmakers een aanvullende procedure ingericht wordt, ‘massaal bezwaar plus’. Als uit de procedure ‘massaal bezwaar plus’ volgt dat niet-bezwaarmakers in aanmerking komen voor rechtsherstel, dan vindt dit rechtsherstel op dezelfde wijze plaats als bij bezwaarmakers. Het herstel zal dan dus ook gebaseerd zijn op het Beleidsbesluit rechtsherstel box 3. De inspecteur zal voor alle aanslagen 2017-2020 van niet-bezwaarmakers bepalen of deze verminderd moeten worden. Bent u het als niet-bezwaarmaker niet eens met het geboden rechtsherstel, dan kunt u binnen de gestelde termijn verzoeken om ambtshalve vermindering. Bij een afwijzing van dit verzoek staat daartegen vervolgens bezwaar en beroep open.
Staatsecretaris van Financiën Van Rij vestigt overigens wel opnieuw de aandacht op de uitspraak van de Hoge Raad van 20 mei 2022, waarin wordt geoordeeld dat voor niet-bezwaarmakers geen recht bestaat op rechtsherstel, zoals bedoeld in het Kerstarrest. Diverse belangenorganisaties zien echter reden om opnieuw te procederen, omdat zij daarvoor nieuwe rechtsvragen en gronden hebben die niet aan de orde zijn geweest in de uitspraak van 20 mei 2022. Die rechtsvragen worden momenteel in overleg met het ministerie van Financiën geformuleerd. Ook worden de zaken geselecteerd die in de procedure ‘massaal bezwaar plus’ zullen worden voorgelegd aan de belastingrechter. Een uitspraak op de procedure ‘massaal bezwaar plus’ wordt op z’n vroegst in 2023 verwacht. Als de rechter oordeelt dat rechtsherstel ook aan niet-bezwaarmakers moet worden geboden, dan zal de inspecteur eerst een collectieve uitspraak en collectieve beslissing doen op de bezwaren en ambtshalve verminderingsverzoeken die onder de procedure vallen. Vervolgens zal de inspecteur voor alle niet-bezwaarmakers over de jaren 2017 – 2020 bepalen of de aanslag verminderd moet worden. Ongeacht het feit of er een verzoek om ambtshalve vermindering is ingediend. Tegen de collectieve uitspraak of beslissing staan geen rechtsmiddelen open. Wel kunnen de niet-bezwaarmakers binnen een vergelijkbare termijn als de bezwaarmakers, om ambtshalve vermindering verzoeken. Van belang hierbij is – met name voor de aanslag 2017 – dat de 5-jaartermijn hiervoor niet meer relevant is, mocht die inmiddels zijn verstreken. Bij vragen hierover kunt u contact opnemen met ons kantoor.
Berekening box 3 – heffing buitenlands onroerend goed
Overigens zijn er de nodige onduidelijkheden inzake de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting over buitenlands onroerend goed. Ons inziens is de aftrek op een ongunstige manier berekend, uitgaande van het gemiddelde tarief in plaats van het hoge tarief dat toegepast wordt voor onroerend goed. De Belastingdienst is inmiddels zelf begonnen de eerdere verminderingen te corrigeren. Daarnaast is ook de keuze tussen het oude of het nieuwe systeem niet éénduidig bij situaties waarbij een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting speelt. Wij raden aan deze gevallen extra goed te controleren en zo nodig bezwaar te maken.
Wijzigingen 2023 Box 3 – Voordeel uit sparen en beleggen
Wat betreft box 3 zijn er in 2023 de nodige wijzigingen. Vanaf 2023 geldt het nieuwe systeem van de forfaitaire spaarvariant. In dit systeem hebben de categorieën spaargeld, overig vermogen en schulden ieder een eigen percentage aan fictief rendement. In 2023 wordt het heffingsvrij vermogen verhoogd naar circa € 57.000,– (€ 114.000,– voor fiscaal partners). Op basis van de vermogensmix wordt een gemiddeld rendement berekend over het totaal vermogen. Het tarief over het fictief rendement in box 3 bedraagt in 2022 31%. Dit tarief zal jaarlijks stapsgewijs worden verhoogd met 1% tot 33% in 2024 en bedraagt in 2023 zodoende 32%.
Het is de bedoeling om in 2026 een systeem in te voeren op basis van het werkelijke rendement en een vermogensaanwasbelasting. Dit komt voort uit de uitspraak van de Hoge Raad over het fictieve rendement; in de praktijk zitten echter aan ieder systeem veel haken en ogen. Over de nieuwe vermogensaanwasbelasting is dan ook nog veel onduidelijk en het is de vraag of de invoering in 2026 daadwerkelijk plaatsvindt.
Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing volgens de nieuwe forfaitaire spaarvariant voor 2023.
Peildatumarbitrage bij schuiven tussen box 3-categorieën
In het nieuwe systeem van box 3-heffing wordt spaargeld gunstiger belast dan overig vermogen. Om te voorkomen dat belastingplichtigen rond de peildatum voor box 3 gaan schuiven met hun bezittingen tussen de verschillende vermogenscategorieën is er in de Overbruggingswet box 3 een bepaling voor peildatumarbitrage opgenomen. Deze bepaling heeft betrekking op een periode van drie maanden rond 1 januari. Als een transactie binnen deze bepaling valt, wordt deze transactie voor het berekenen van de box 3-heffing op 1 januari genegeerd. Door deze bepaling leidt het tijdelijke omzetten van vermogensbestanddelen derhalve niet tot een lagere belastingheffing. Als het omzetten, van bijvoorbeeld beleggingen naar spaargeld, meer dan drie maanden geleden is op het tijdstip dat deze omzetting weer wordt teruggedraaid valt dit niet onder de peildatumarbitrage-beperking. Als de handeling niet om fiscale redenen is dan valt dit eveneens niet onder de peildatumarbitrage; hiervoor kan de fiscus bewijsstukken opvragen om dit vast te stellen. Heeft u vragen over deze regeling? Neem dan contact met ons op.
Schuiven tussen vermogenscategorieën rond de peildatum van 1 januari is derhalve in principe alleen succesvol als de verschuiving gedurende drie maanden in stand blijft. Uiteraard dient ook rekening gehouden te worden met kosten van het overboeken van effecten en ander vermogen.
De eerste peildatum van het nieuwe systeem is 1-1-2023.
Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
Zoals reeds in 2020 en 2021 vermeld wordt het hoogste tarief waartegen nagenoeg alle aftrekposten mogen worden afgetrokken in stappen afgebouwd tot het lage tarief. Belastingplichtigen waarbij het inkomen in de hoogste schijf in box 1 valt, hebben derhalve minder fiscaal voordeel van deze aftrekposten. In 2023 mogen deze aftrekposten tegen maximaal het lage tarief van 36,93% in aftrek worden gebracht, ten opzichte van 40% in 2022. Het kan dan ook voordelig zijn om aftrekbare kosten waar mogelijk naar voren te halen.
Het gaat hierbij om de volgende aftrekposten:
Alimentatie
Aftrek van scholingsuitgaven
Aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten
Aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten
Giftenaftrek
Hypotheekrenteaftrek
Ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek)
MKB winstvrijstelling
Terbeschikkingsstellingsvrijstelling
Door deze verlaging leveren de aftrekposten in 2022 meer op dan in 2023 en de volgende jaren. Indien u in 2022 met uw inkomen in de hoogste belastingschijf valt is het derhalve raadzaam om, indien mogelijk, aftrekposten zoals giften of zorgkosten nog voor het eind van het jaar te betalen.
Overdrachtsbelasting: startersvrijstelling en wijziging tarief
Vanaf het jaar 2021 is de startersvrijstelling in het leven geroepen. Kopers tussen de 18 en 35 jaar betalen (onder bepaalde voorwaarden) voor een eigen woning eenmalig geen overdrachtsbelasting. Starters kunnen in 2023 een duurder huis vrij van overdrachtsbelasting kopen dan in 2022. Ze moeten er dan wel zelf gaan wonen. Per 2023 wordt de woningwaardegrens namelijk verhoogd van € 400.000 naar € 440.000. Door even te wachten kunnen starters potentieel duizenden euro’s aan overdrachtsbelasting besparen. Kopers vanaf 35 jaar die de woning zelf gaan bewonen betalen 2% overdrachtsbelasting. Kopers die de woning niet zelf gaan bewonen betaalden 8% overdrachtsbelasting. Vanaf 1 januari 2023 bedraagt het tarief 10,4%.
Beperking Leegwaarderatio
Vanaf 2023 wordt de leegwaarderatio flink ingeperkt, mits het Belastingplan 2023 door de Eerste Kamer aangenomen wordt. Hiermee kon in voorgaande jaren op basis van de ontvangen huur voor een box 3-woning de waarde van de betreffende woning vermindert worden en tevens werd zo de box 3-heffing beperkt. Vanaf 2023 geldt deze leegwaarderatio enkel nog voor huurcontracten van minstens 2 jaar waar huurbescherming voor is. Tevens worden de percentages van de leegwaarderatio aanzienlijk verhoogd. Waar tot 2022 de waarde kon verminderd worden tot 45% van de WOZ-waarde is dit vanaf 2023 maximaal nog 73%. Tevens mag de leegwaarderatio niet meer toegepast worden bij verhuur aan gelieerde partijen zoals uw zoon of dochter. In deze situatie moet de woning tegen de volledige WOZ-waarde vermeld.
Aangezien schulden op tweede woningen tegen een lager tarief berekend worden, komt de box 3-heffing voor particuliere verhuurders van tweede woningen fors ongunstiger uit vanaf 2023. Daarnaast is de aankoop van een tweede woning duurder in verband met de verhoging van de overdrachtsbelasting.
Wijziging inkomensafhankelijke combinatiekorting
De inkomensafhankelijke combinatiekorting kan worden toegepast bij mensen met kinderen onder de 12 jaar. De voorwaarden is dat beide partners werken. De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt in 2023 verhoogd tot € 2.694,–. Vanaf 1 januari 2025 wordt de inkomensafhankelijke combinatiekorting afgeschaft. Voor kinderen die voor deze datum geboren zijn is er wel nog twaalf jaar recht op deze heffingskorting. Overigens wordt er toch nog gesproken over een overgangsregeling, waarvan de uitkomst op dit moment niet bekend is.
Laatste kans schenking jubelton
U kunt in 2022 nog voor het laatst de zogenaamde jubelton van € 106.671,– belastingvrij aan uw kind schenken. Voorwaarde is wel dat uw kind dit bedrag binnen 3 kalenderjaren besteedt aan een eigen woning en dat uw kind tussen de 18 en 40 jaar is op de datum van de schenking. Vanaf 2023 bedraagt deze vrijstelling nog slechts € 37.231,–.
Heeft u dit jaar nog geen gebruik gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen? U heeft nog tot 31 december de tijd om deze schenkingen te verrichten. Let er hierbij op dat het geld uiterlijk op 31 december 2022 moet zijn bijgeschreven op de rekening van de ontvanger. In 2022 geldt een algemene vrijstelling van € 2.274,–. Voor schenkingen aan kinderen is een vrijstelling van € 5.677,– van toepassing. Daarnaast zijn er nog een aantal eenmalige schenkingsvrijstellingen (voor bijvoorbeeld een studie of de aanschaf van een eigen woning).
Vervanging aftrek scholingskosten
Vanaf het belastingjaar 2022 zijn studiekosten niet meer aftrekbaar in de Inkomstenbelasting. De fiscale aftrekpost is vervangen door de subsidieregeling STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Vanaf 1 maart 2022 kunnen werkenden en werkzoekenden bij het UWV een STAP-budget aanvragen. Het budget is € 1.000,– per persoon per jaar. Als de aanvraag goedgekeurd is, wordt het bedrag betaald aan de opleider. Alleen studiekosten die tot en met het jaar 2021 betaald zijn, kunnen nog in de aangifte Inkomstenbelasting in aftrek worden gebracht.
Overige belastingtips
Verwacht u dat u over het belastingjaar 2022 of 2023 een hoger bedrag aan belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, om belastingrente te besparen. U betaalt belastingrente als de aanslag over een bepaald jaar later dan 6 maanden na afloop van het betreffende kalenderjaar wordt opgelegd. De belastingrente is minimaal 4%. Om er zeker van te zijn dat een voorlopige aanslag tijdig wordt opgelegd adviseren wij deze voor 1 april 2023 aan te vragen. De aanslag over het belastingjaar 2022 moet ineens betaald worden. De aanslag over het belastingjaar 2023 mag u in termijnen betalen. Heeft u hierover vragen? Wij zijn u graag van dienst bij het aanvragen van een voorlopige aanslag.
Indien u verwacht nog een teruggave te ontvangen voor het jaar 2017, dient voor 31 december 2022 een aangifte Inkomstenbelasting over dit jaar ingediend te worden. In 2023 verloopt namelijk de 5 jaarstermijn voor het indienen van deze aangifte.
Bundelt u voor zover mogelijk aftrekbare kosten zoals ziektekosten en giften in één bepaald jaar. Zo wordt eerder een aftrekpost behaald en komt de drempel maar één keer in mindering op de uitgaven. Voor giften vervalt de drempel overigens helemaal indien u de gift aan een charitatieve instelling voor 5 jaar vastlegt.
Zakelijk
De verlenging van de eerste schijf in de Vennootschapsbelasting naar € 395.000,– in 2022 wordt in 2023 weer ongedaan gemaakt en beperkt tot € 200.000,–. Daarnaast gaat het tarief in de eerste schijf omhoog van 15% naar 19%. Het tarief in de tweede schijf voor winsten boven € 200.000,– bedraagt 25,8%. Daarnaast wordt het box 2-tarief vanaf 2024 gesplitst in twee schijven. Verder wordt de vrije ruimte voor vergoedingen aan werknemers in 2023 verhoogd.
Index zakelijke fiscale tips:
Wijziging vennootschapsbelasting
Wijzigingen box 2-tarief
Verlaging zelfstandigenaftrek
Onbelaste vergoedingen werknemers
Aanpassing vrije ruimte
Afschaffing doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon
Beperking lenen dga van eigen BV
Verliesverrekening vennootschapsbelasting
Wetsvoorstellen voorkoming belastingontwijking internationale ondernemingen
UBO-register tijdelijk niet meer publiek toegankelijk
Overige belastingtips
Wijzigingen Vennootschapsbelasting
Het tarief in de vennootschapsbelasting wordt dit jaar verhoogd. Daarnaast worden ook de schijven aangepast. Het tarief voor de vennootschapsbelasting was 15% over de eerste € 395.000,– winst en voor winsten boven de € 395.000,– was dit in 2022 25,8%. In 2023 wordt het tarief 19% over de eerste € 200.000,–. Het tarief voor winsten boven de € 200.000,– blijft in 2023 25,8%.
Vennootschapsbelasting
2022
Eerste schijf tot € 395.000
15%
Tweede schijf vanaf € 395.000
25,8%
Vennootschapsbelasting
2023
Eerste schijf tot € 200.000
19%
Tweede schijf vanaf € 200.000
25,8%
Wijzigingen box 2-tarief
Het tarief in box 2 blijft voor 2023 ongewijzigd op 26,9%. Er wordt ingaande 2024 een schijventarief met twee schijven ingevoerd in box 2. Dit betreft inkomsten uit aanmerkelijk belang, zoals dividenden en vermogenswinsten op aandelenbelangen boven de 5%. Het tarief bedraagt in 2024 24,5% voor de eerste € 67.000,– en 31% voor het bedrag daarboven. Aangezien dit per partner geldt, kan bij fiscaal partnerschap in totaal € 134.000,– tegen het lage tarief belast worden. Hieronder volgt een schematische weergave van het nieuwe schijventarief.
Inkomstenbelasting box 2
2022 en 2023
Inkomstenbelasting box 2
2024
Vast tarief
26,90%
Eerste schijf tot € 67.000
24,5%
Tweede schijf vanaf € 67.000
31%
Verlaging zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2020 afgebouwd. Vanaf 2023 wordt dit versneld gedaan. Het plan is om de zelfstandigenaftrek stapsgewijs te verlagen met € 1.280 per jaar, naar € 900,– in 2027. In 2022 was de maximale zelfstandigenaftrek € 6.310,–. In 2023 is de maximale zelfstandigenaftrek € 5.030,–.
Inperking 30%-regeling
De 30%-regeling voor ingekomen werknemers wordt per 1 januari 2024 beperkt tot de WNT-norm(ook bekend als de Balkenende-norm). In 2022 bedraagt deze norm € 216.000 op jaarbasis en in 2023 € 223.000. Er geldt een overgangsregeling voor ingekomen werknemers bij wie de 30%-regeling over het laatste loontijdvak(december) van 2022 is toegepast. De aftopping van de 30%-regeling geld voor hen pas vanaf 1 januari 2026, in plaats van 1 januari 2024. Als u dus van plan was om begin volgend jaar een ingekomen werknemer in dienst te nemen met een salaris boven de WNT-norm, dan heeft de werknemer er in sommige gevallen een aanzienlijk voordeel van als de dienstbetrekking al per 1 december 2022 ingaat. Wij adviseren u graag over de mogelijkheden.
Onbelaste vergoedingen werknemers
Doordat er sinds de coronacrisis veel mensen vanuit thuis werken (en dit de werknemer indirect geld kost; meer energieverbruik, verbruik koffie etc.) is er een onbelaste thuiswerkvergoeding geïntroduceerd. Hierdoor kunnen werkgevers per gewerkte dag of gewerkt dagdeel maximaal € 2,– vergoeden. Per 2023 wordt dit bedrag gecorrigeerd voor inflatie en komt daarmee naar verwachting op € 2,13. De onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,19 wordt verhoogd naar € 0,21. De vergoedingen kunnen niet tegelijkertijd betaald worden; per dag kan of gekozen worden voor uitbetaling van de thuiswerkvergoeding of uitbetaling van de reiskostenvergoeding.
Voor het inrichten van een thuiswerkplek mag een werkgever een onbelaste vergoeding geven. De kosten voor bijvoorbeeld een bureaustoel of computerscherm kan de werkgever via andere gerichte vrijstellingen van de werkkostenregeling vergoeden.
Aanpassing vrije ruimte
In 2022 was het percentage van de vrije ruimte 1,7% over de eerste € 400.000,– van de loonsom en 1,18% daarboven. Wilt u hier nog gebruik van maken? Dan heeft u nog tot en met 31 december 2022 de tijd om bepaalde kosten belastingvrij te vergoeden aan de werknemer. Ook kan een bonus uitbetaald worden onder de vrije ruimte mits dit gebruikelijk is; een bedrag tot € 2.400,– wordt in ieder geval als gebruikelijk gezien. Er geldt voor 2023 een tijdelijke verruiming naar 3% over de eerste € 400.000,– van de loonsom. Dit wordt per 2024 weer verlaagd naar 1,92% van de loonsom tot € 400.000,–
Afschaffing doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon
Voor directeur-grootaandeelhouders (>5% aandelenbelang in een BV) geldt de gebruikelijk loonregeling. In 2022 mocht het salaris in principe 25% lager vastgesteld worden dan hetgeen gebruikelijk was voor werknemers die geen dga zijn, ook wel de doelmatigheidsmarge genoemd. Met ingang van 2023 wordt de doelmatigheidsmarge afgeschaft en moet het salaris dus minimaal gelijk zijn aan dat van iemand met het meest vergelijkbare dienstverband. Dat kan voor 2023 dus een aanzienlijke loonsverhoging en extra af te dragen loonheffing tot gevolg hebben voor dga’s.
Beperking lenen dga van eigen BV
De mogelijkheid om te lenen van de eigen BV wordt met ingang van 2023 beperkt, in verband met de inwerkingtreding van de wet excessief lenen bij eigen vennootschap. Als een dga méér dan € 700.000 leent van de eigen BV, wordt het meerdere in box 2 belast (éénmalig). Het eerste peilmoment is 31 december 2023. Eigenwoningschulden tellen niet mee voor de grens van € 700.000, als daarvoor een notariële hypotheekakte is gemaakt (een hypotheekakte is niet nodig voor per 31 december 2022 bestaande eigenwoningschulden). In het geval van hoge leningen of rekening-courantschulden is het van belang om alvast hierop in te spelen en met aflossingen te beginnen, dan wel geld te reserveren voor de belastingafrekening. Er gelden ook specifieke regels bij partnersituaties. Is uw schuld aan de BV hoger dan € 700.000,– of was u dat van plan? Neem contact op met ons kantoor om de mogelijkheden en gevolgen te bespreken.
Verliesverrekening vennootschapsbelasting
Momenteel kunnen bedrijven verliezen verrekenen met winsten uit het voorgaande jaar of de zes opvolgende jaren. Er is geen maximum aan het te verrekenen bedrag. Vanaf 2022 kan tot
€ 1.000.000,– van de winst worden verrekend met verliezen. Daarboven kan slechts worden verrekend met 50% van de winst die de € 1.000.000,– te boven gaat. Tegenover deze beperking komt de tijdslimiet van 6 jaar te vervallen; verliezen kunnen onbeperkt in de tijd worden verrekend. Voor kleine ondernemingen kunnen de regels dan ook gunstiger uitvallen.
Wetsvoorstellen voorkoming belastingontwijking internationale ondernemingen
Naast de hiervoor genoemde wetsvoorstellen over het Belastingplan zijn o.a. de volgende twee wetsvoorstellen ingediend bij de Tweede Kamer om mismatches en belastingontwijking bij internationale structuren tegen te gaan:
– wetsvoorstel ‘Tegengaan mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel’: aanpassing van de regels van zakelijke verrekenprijzen tussen internationale concerns om fiscale mismatches te voorkomen. Kortgezegd komt dit wetsvoorstel erop neer dat alleen verlaging van fiscale winst wordt toegestaan als daartegenover een verhoging staat van de buitenlandse belastinggrondslag;
– wetsvoorstel ‘Implementatie belastingplichtmaatregel uit de tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking’: de belastingplicht voor omgekeerde hybride lichamen. Kortgezegd komt dit voorstel erop neer dat het land van vestiging onder bepaalde omstandigheden de kwalificatie volgt van het land waar de participanten zijn gevestigd.
UBO-register tijdelijk niet meer publiek toegankelijk
Onlangs heeft het EU Hof van Justitie bepaald dat dat de bepaling in de Europese antiwitwasrichtlijn, die regelt dat lidstaten moeten zorgen dat een ieder van het algemeen publiek toegang moet krijgen tot UBO-informatie, onvoldoende onderbouwd is en daarmee ongeldig is. Het publiekelijke toegankelijk maken van de informatie van UBO’s vormt volgens het Hof een ernstige inmenging in het recht op privacy. De verplichting dat het UBO-register voor iedereen toegankelijk moet zijn staat dan ook op losse schroeven. In reactie daarop heeft de regering besloten dat in afwachting van de verdere besluitvorming tijdelijk geen informatie uit het UBO-register meer verstrekt wordt door de Kamer van Koophandel.
Het bovenstaande heeft geen gevolgen voor de plicht voor juridische entiteiten om UBO’s te registreren. Sinds 27 september 2020 is het voor (veel) ondernemers verplicht om een UBO in te schrijven in het UBO-register. UBO staat voor Ultimate Beneficial Owner. Dit zijn personen die meer dan 25% van de aandelen bezitten of het economische belang hebben of het feitelijk zeggenschap van de onderneming hebben.
Overige belastingtips
Op dit moment verleent de Belastingdienst een betalingskorting als een voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting die in termijnen betaald mag worden ineens wordt voldaan. Dit wordt echter afgeschaft per 1 januari 2023.
Verwacht u dat u over het belastingjaar 2023 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. De belastingrente is voor IB-ondernemers momenteel 4% en voor BV’s 8%.
Indien u voldoende investeringen heeft gedaan om in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek, maar nog niet alle investeringen heeft betaald adviseren wij u deze betalingen nog voor het einde van het jaar te verrichten zodat u voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek in aanmerking komt. U komt in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wanneer het totaal aan investeringen hoger is dan € 2.400,–.
Heeft uw partner dit jaar meegewerkt in de zaak maar nog geen vergoeding ontvangen? Betaal dan een vergoeding uit voor het einde van het jaar. Voor uw partner valt deze vergoeding in box 1. Het tarief is afhankelijk van het totale box 1 inkomen van uw partner.
Per 1 januari 2025 wordt de BPM-vrijstelling voor bestelauto’s afgeschaft. De vrijstelling blijft echter van toepassing voor bestelauto’s die voor die datum aangeschaft zijn. Dus als u sowieso al van plan was een bestelauto aan te schaffen voor uw bedrijf dan is voordelig als dit voor 1 januari 2025 plaatsvindt. Overigens blijft de BPM-vrijstelling wel van toepassing op emissieloze bestelauto’s.
Er zijn aanvullende maatregelen bekend gemaakt met betrekking tot het terugbetalen van coronabelastingschulden. Wij verzoeken u contact op te nemen voor nadere toelichting.
Deze wijzigingen uit het ‘Belastingplan 2020‘ gaan in op 1 januari 2020, tenzij anders vermeld:
Snellere invoering tweeschijvenstelsel In plaats van per 1 januari 2021 gaat al per 1 januari 2020 het tweeschijvenstelsel in. Er komen twee IB-tariefschijven van 37,35% en 49,5% (toptarief);
Verhoging algemene heffingskorting In het voorstel wordt de algemene heffingskorting in twee stappen verhoogd: met € 78 in 2020 en met € 2 in 2021. Deze verhoging komt bovenop de beleidsmatige verhoging die al in het basispad zat;
Verhoging arbeidskorting De arbeidskorting wordt volgens het voorstel met ingang van 2020 in drie stappen verhoogd ten opzichte van het basispad;
Afbouw zelfstandigenaftrek In 2020 wil het kabinet beginnen met een verlaging van de zelfstandigenaftrek van € 7.280 naar uiteindelijk zo’n € 5.000. Het voorstel is om dit in 8 stappen van € 250 per jaar en 1 stap van € 280 te doen, zodat in 2028 de aftrek € 5.000 bedraagt;
Meer vrije ruimte De vrije ruimte wordt per 1 januari 2020 verhoogd van 1,2% naar 1,7% van de totale loonsom over de eerste € 400.000. Voor de resterende loonsom (boven de € 400.000) blijft de vrije ruimte 1,2%. Hierdoor kunnen werkgevers vanaf 2020 € 2.000 meer onbelast verstrekken aan hun werknemers.
Geen verlaging vennootschapsbelasting voor winst boven 200.000 euro De vennootschapsbelasting over winsten boven 200.000 euro wordt volgend jaar nog niet verlaagd naar 22,5%, zoals eerder was voorgenomen. Het vennootschapsbelastingtarief blijft 25%. Ook daalt het tarief vanaf 2021 minder snel: naar 21,7 % in plaats van 20,7%. Voor winsten lager dan 200.000 euro daalt het tarief volgend jaar wel van 19% naar 16,5 %.
Andere voorgestelde maatregelen in het Belastingplan 2020 zijn onder meer:
Gerichte vrijstelling voor vergoedingen voor de kosten van Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG);
De grondslag voor de berekening van de korting op producten uit het eigen bedrijf wordt de waarde in het economisch verkeer van die producten;
Aangifte en afdracht over eindheffingsbestanddelen moet uiterlijk bij de loonaangifte van het tweede loontijdvak plaatsvinden (nu nog uiterlijk het eerste loontijdvak);
Gedeeltelijke terugdraaiing van beëindiging overgangsrecht saldolijfrenten;
Invoering jaarlijkse indexatie van de vrijwilligersregeling;
Verlaagd btw-tarief voor digitale uitgaven.
De volgende wijzigingen uit de ‘Overige fiscale maatregelen 2020‘ treden in werking per 1 januari 2020, tenzij anders vermeld:
Overige:
Openbaar maken van vergrijpboeten die zijn opgelegd aan medeplegers die beroeps- of bedrijfsmatig bijstand verleenden;
Wijziging tonnageregeling;
Keuzeregeling om berichten van de Belastingdienst per post of elektronisch te ontvangen;
Wijziging belastingrente voor de vennootschapsbelasting en de erfbelasting;
Aanpassing van de inkeerregeling: boetevrij inkeren wordt uitgesloten voor ab-inkomen en er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen binnenlands en buitenlands inkomen.
Geachte relatie,
De aangifte Inkomstenbelasting over 2019 kan inmiddels alweer ingediend worden. In deze nieuwsbrief leest u met name over de mogelijkheden in de aangifte 2019 en enkele actuele thema’s op belastinggebied.
Indien u uw gegevens over 2019 aanlevert of reeds heeft aangeleverd, dan verzorgen wij weer graag uw aangifte. Omdat wij in deze periode veel stukken voor het opstellen van de aangifte Inkomstenbelasting binnen krijgen, kunnen wij niet al deze aangiften verzorgen voor 1 mei. Derhalve vragen wij voor onze cliënten automatisch uitstel aan voor het indienen van de aangifte. Wij zullen de aangiften zoveel mogelijk op volgorde van binnenkomst behandelen. Mocht u een specifieke reden hebben waardoor de aangifte snel gedaan moet worden (bijvoorbeeld voor de aanvraag van de financiering van een woning) dan vragen wij u dit ons kenbaar te maken. Wij zullen hier rekening mee houden bij het inplannen van de aangifte.
Vergeet u niet om ook informatie mee te zenden over mogelijk aftrekbare uitgaven en andere relevante wijzigingen in uw situatie. Dit helpt ons om uw aangifte zoveel mogelijk te optimaliseren. Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet
en hoogachting,
J.C. Suurmond & zn. Belastingadviseurs
Aftrekposten 2019
In de aangifte inkomstenbelasting 2019 bestaan de volgende aftrekposten om uw belastbaar inkomen te verlagen:
hypotheekrente van uw eigen woning
premies lijfrente
niet-vergoede ziektekosten (o.m. geneeskundige hulp, voorgeschreven medicijnen en reiskosten van ziekenbezoek)
onderhoudsverplichtingen aan ex-echtgenoot o.m. in de vorm van alimentatie
giften aan erkende charitatieve instellingen (zie de ANBI-lijst)
studiekosten en andere scholingsuitgaven
reiskosten voor regelmatig woon-werkverkeer per openbaar vervoer
weekenduitgaven voor gehandicapten
Behoudens uitzonderingen is het nog mogelijk om t/m juni 2020 een lijfrente af te storten die nog in mindering komt op het inkomen in 2019. Dit kan interessant zijn indien de jaarruimte nog niet gebruikt is voor pensioenpremies in combinatie met een inkomen in de hoogste tariefschijf.
De aftrek studiekosten komt waarschijnlijk in 2021 te vervallen; nog in 2020 betaalde bedragen zijn hoe dan ook aftrekbaar.
Let u er wel op dat er voor een aantal aftrekposten een drempel of andere aanvullende voorwaarden bestaan, waardoor uw uitgaven mogelijk toch niet tot aftrek leiden. Denkt u voor een aftrekpost in aanmerking te komen, maar heeft u hier nog vragen over, neem dan gerust contact met ons op.
Aftrekpost monumentenkosten
De aftrekpost onderhoudskosten rijksmonumenten is in 2019 afgeschaft. Hiervoor in de plaats is een subsidieregeling gekomen. De subsidieaanvraag dient voor 1 mei ingediend te worden, zonder uitstelmogelijkheid. Voor projecten waarvoor u al in 2018 verplichtingen bent aangegaan die pas in 2019 betaald zijn, geldt een overgangsregeling. Indien deze kosten voor de oude fiscale regeling voor aftrek in aanmerking zouden komen, kwalificeren deze ook voor de subsidieaanvraag. Om een subsidie te claimen dient u er derhalve vroeg bij te zijn.
Belastingrente
Volgens de belastingrenteregels, zal de Belastingdienst vanaf 1 juli 2020 rente berekenen over een te betalen bedrag voor de aangifte 2019. Deze rente bedraagt momenteel 4% voor de Inkomstenbelasting en 8%(!) voor de Vennootschapsbelasting. Verwacht u een hoge aanslag en wilt u de rente hierover vermijden, neem dan contact op voor het aanvragen van een voorlopige aanslag. In geval van een teruggave vergoedt de Belastingdienst nog maar beperkt rente.
Geen aangifte doen?
Het komt voor dat belastingplichtigen van de Belastingdienst te horen krijgen dat er geen aangifte gedaan hoefde te worden, terwijl het in de gegeven situatie wel verplicht was of juist gunstig was. Bijvoorbeeld voor een buitenlands belastingplichtige met Nederlands onroerend goed, of iemand met persoonsgebonden aftrekposten.
Dit jaar heeft de Belastingdienst aangegeven dat sommige gegevens in de vooringevulde aangifte onjuist kunnen zijn, onder meer met betrekking tot lijfrentepremies. De meeste aftrekposten worden hierin ook niet meegenomen. Of u nu een bericht ontvangen heeft of niet, het is altijd verstandig om goed te kijken naar uw fiscale situatie, en of u nog besparingsmogelijkheden heeft.
Berichten die u via de digitale Berichtenbox ontvangt, worden overigens ook nog per post verstuurd.
Schenkingsaangifte
Indien u schenkingen doet aan uw kinderen of andere personen boven de vrijstelling, dan is hier Schenkbelasting over verschuldigd. In 2019 bedroeg de jaarlijkse schenkvrijstelling voor schenkingen aan kinderen € 5.428 (2020: € 5.515) en aan overige verkrijgers € 2.173 (2020 € 2.208). Indien u een schenking heeft gedaan hoger dan de jaarlijkse vrijstelling, dient u hiervoor aangifte te doen.
Verder bestaan er hogere éénmalige vrijstellingen voor kinderen ten behoeve van een dure studie of eigen woning. Vanaf 2017 bestaat er onder bepaalde voorwaarden weer de mogelijkheid om een schenking van € 100.000,– te doen belastingvrij. Voor 2020 is de schenkingsvrijstelling voor een schenking van ouders aan kinderen voor het kopen van een huis € 103.643. Om de vrijstelling te claimen is het ook nodig om een aangifte Schenkbelasting te doen. In principe moet een aangifte Schenkbelasting al voor 1 maart ingediend worden. Mocht dit nog niet gedaan zijn of heeft u hierover nog vragen, dan helpen wij u graag verder.
Heeft u nog een vraag? Neemt u dan contact met ons op.
Met deze nieuwsbrief willen wij u weer op de hoogte brengen van de laatste fiscale wijzigingen en besparingsmogelijkheden. Wij hopen dat u uw voordeel kunt doen met deze nieuwsbrief. Neemt u voor meer informatie en persoonlijk advies contact op met ons kantoor.
Samenvatting
Het Belastingplan 2022 is inmiddels door de Tweede Kamer aangenomen, evenals de Overige fiscale maatregelen 2022 en vier van de zes overige wetsvoorstellen. De Eerste Kamer stemt hierover op 14 december.
Zoals verwacht komt het demissionaire kabinet niet met opzienbarende plannen voor 2022. Het betreffen grotendeels al eerder geplande wijzigingen en kleinere wijzigingen. De meer opvallende wijzigingen zijn bijvoorbeeld de afschaffing van de aftrekpost voor scholingsuitgaven en het regelen van een thuiswerkvergoeding. Verder wordt de eerste schijf in de Vennootschapsbelasting verlengd van € 245.000,– naar € 395.000,–. Voor 2023 gaat het percentage van aftrekposten in de Inkomstenbelasting weer 3% omlaag; indien het mogelijk is om aftrekbare uitgaven naar voren te halen, levert de aftrekpost dit jaar nog meer op.
Particulier
Index particuliere fiscale tips
Nieuwe tarieven in de Inkomstenbelasting
Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
Vervanging aftrek scholingskosten
Wijzigingen eigenwoningregeling
Overdrachtsbelasting
Huurtoeslag
Wijziging inkomensafhankelijke combinatiekorting voor buitenlandse arbeiders
Besparen in box 3 met een OFGR of BV
Maak gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen
Voorlopige aanslag
Overige belastingtips
Nieuwe tarieven in de Inkomstenbelasting
Er zijn geen substantiële wijzigingen in de tarieven in de Inkomstenbelasting, slechts kleine afwijkingen en inflatiecorrecties.
Box 1 – Inkomen uit werk en woning
In 2022 wordt het tarief in de eerste schijf verlaagd van 37,10% naar 37,07%. Ook dit jaar is de grens voor de eerste schijf verhoogd, namelijk van € 68.507,- naar € 69.398,-. Het tarief voor de tweede schijf blijft 49,50%. Het basistarief wordt na 2022 stapsgewijs verder verlaagd tot 37,03% in 2024. Hieronder volgt een schematische weergave van de Inkomstenbelasting in box 1 in 2021 en 2022.
Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt geldt nog steeds een drieschijvenstelsel. Schijf 1 gaat van 19,20% naar 19,17%. De tweede schijf gaat van 37,10% naar 37,07% en de derde schijf blijft 49,50%. Hieronder volgt een schematische weergave van de Inkomstenbelasting in box 1 in 2021 en 2022.
Box 2 – Inkomen uit aanmerkelijk belang (bijvoorbeeld een B.V.) Het tarief voor het inkomen uit aanmerkelijk belang blijft 26,9%.
Box 3 – Voordeel uit sparen en beleggen
Er is nog geen zicht op belastingheffing over het vermogen in box 3 tegen een werkelijk rendement.
In 2022 wordt het heffingsvrij vermogen verhoogd van € 50.000,- per persoon naar € 50.650,- per persoon (€ 101.300,- voor fiscaal partners).
In 2021 is het tarief over het fictief rendement in box 3 verhoogd naar 31%. In 2022 zal dit tarief niet worden aangepast.
Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing in 2021 en 2022.
Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
Zoals reeds in 2020 en 2021 vermeld wordt het hoogste tarief waartegen nagenoeg alle aftrekposten mogen worden afgetrokken geleidelijk afgebouwd. Het kan dan ook voordelig zijn om aftrekbare kosten waar mogelijk naar voren te halen. Belastingplichtigen waarbij het inkomen in de hoogste schijf in box 1 valt zullen geleidelijk minder fiscaal voordeel hebben van deze aftrekposten. In 2022 mogen deze aftrekposten tegen maximaal 40% in aftrek worden gebracht ten opzichte van 43% in 2021.
Dit percentage zal verder worden verlaagd tot het niveau van de eerste schijf, 37,03% in 2024. Het gaat hierbij om de volgende aftrekposten:
Alimentatie
Aftrek van scholingsuitgaven (alleen nog in 2021, zie apart hoofdstuk)
Aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten
Aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten
Giftenaftrek
Hypotheekrenteaftrek
Ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek)
MKB winstvrijstelling
Terbeschikkingsstellingsvrijstelling
Door deze verlaging leveren de aftrekposten in 2021 meer op dan in 2022 en de volgende jaren. Indien u in 2021 met uw inkomen in de hoogste belastingschijf valt is het derhalve raadzaam om, indien mogelijk, aftrekposten zoals giften of zorgkosten nog voor het eind van het jaar te betalen.
Vanaf het belastingjaar 2022 zijn studiekosten niet meer aftrekbaar in de Inkomstenbelasting. De fiscale aftrekpost wordt vervangen door de subsidieregeling STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Dit budget zal gaan gelden voor personen met een band tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Vanaf 1 maart 2022 kunnen werkenden en werkzoekenden bij het UWV een STAP-budget aanvragen. Dit kan per persoon 1 keer per jaar. Het budget is € 1.000,- per persoon per jaar. Als de aanvraag goedgekeurd is, wordt het bedrag betaald aan de opleider. Alleen studiekosten die in het jaar 2021 betaald zijn, kunnen nog in de aangifte Inkomstenbelasting 2021 in aftrek worden gebracht.
Vanaf het jaar 2022 zal de eigenwoningregeling op 3 onderdelen worden aangepast. De regeling wordt aangepast omdat er onbedoelde aftrekbeperkingen optraden bij huwelijk en partnerschap, waardoor er soms minder hypotheekrente kon worden afgetrokken. Dit kwam bijvoorbeeld voor bij mensen die samen met een partner een woning kochten, maar zelf al eerder een koopwoning hadden (en met overwaarde hadden verkocht). Of bij mensen die een koopwoning hebben en waarvan één van de partners komt te overlijden. Het wordt aangepast op de onderdelen: eigenwoningreserve, aflossingsstand en de eigenwoningschuld. Mocht dit op u van toepassing zijn, dan zijn wij graag bereid tot het geven van een nadere toelichting.
Overdrachtsbelasting: ook rekening houden met onvoorziene omstandigheden vóór overdracht bij de notaris
Vanaf het jaar 2021 is de startersvrijstelling in het leven geroepen. Kopers tussen de 18 en 35 jaar betalen (onder bepaalde voorwaarden) voor een eigen woning eenmalig geen overdrachtsbelasting. Kopers vanaf 35 jaar die de woning zelf gaan bewonen betalen 2% overdrachtsbelasting. Kopers die de woning niet zelf gaan bewonen betalen 8% overdrachtsbelasting. Er was al geregeld dat kopers bij onvoorziene omstandigheden na overdracht bij de notaris wel de 2% overdrachtsbelasting konden betalen en niet de 8%, maar er was nog niets geregeld voor de periode tussen de aankoop en overdracht bij de notaris. Vanaf 1 januari 2022 wordt hier nu ook rekening mee gehouden. Scheiden de kopers bijvoorbeeld vóór de overdracht bij de notaris, maar na het ondertekenen van het koopcontract. En gaan zij daardoor niet zelf in de woning wonen? Dan betalen zij maar 2% overdrachtsbelasting en geen 8%.
Het kabinet wil dat huurders in meer situaties huurtoeslag krijgen of behouden. Op twee punten worden de voorwaarden versoepeld. Vanaf 1 januari 2022 is de aanvraag van een verblijfsvergunning voor kinderen tot 18 jaar geen voorwaarde meer voor recht op huurtoeslag. Daarnaast wordt vanaf 1 januari het recht op huurtoeslag bij huurgrensoverschrijding hersteld. Huurders komen opnieuw in aanmerking voor huurtoeslag als hun inkomen of vermogen weer daalt en als er wel ooit recht op huurtoeslag heeft bestaan op de betreffende woning.
Wijziging inkomensafhankelijke combinatiekorting voor buitenlandse arbeiders
De inkomensafhankelijke combinatiekorting kan worden toegepast bij mensen met kinderen onder de 12 jaar. De voorwaarden is dat beide partners werken. Voor mensen die in Nederland werken maar in het buitenland wonen, telt een partner die in het buitenland woont niet mee als fiscaal partner in Nederland. Hierdoor was er in het verleden onbedoeld recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Vanaf 2022 wordt de partner in het buitenland nu ook meegenomen om na te gaan of er recht is op deze heffingskorting. De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt verlaagd van maximaal € 2.815,- naar € 2.534,-.
Indien u een substantieel vermogen heeft en daarmee in de hogere box 3-schijven belasting betaalt, is het wellicht een optie om een OFGR of BV op te richten om daarmee box 3-heffing te besparen. Indien u het vermogen naar deze entiteit overbrengt, dan wordt dit vermogen belast in de Vennootschapsbelasting en aanmerkelijk belangheffing voor het werkelijke rendement van dit vermogen.
Het voordeel is dat dit vermogen dan niet meer in box 3 belast wordt tegen een (hoog) fictief rendement. Dit biedt vooral een voordeel voor laag renderend vermogen zoals spaarrekeningen. Wij adviseren om eerst de mogelijkheden door te spreken met een adviseur om te zien of dit in uw situatie voordeel oplevert.
U kunt ook besparen op box 3-heffing door het saldo voor de peildatum van 1 januari te verlagen, bijvoorbeeld door uitgaven, hypotheekaflossing, lijfrentestorting of betaling van de zorgverzekering naar voren te halen.
Maak gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen
Heeft u dit jaar nog geen gebruik gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen? U heeft nog tot 31 december de tijd om deze schenkingen te verrichten. Let er hierbij op dat het geld uiterlijk op 31 december 2021 moet zijn bijgeschreven op de rekening van de ontvanger. In 2021 zijn de jaarlijkse belastingvrije bedragen door de Coronacrisis tijdelijk met € 1.000,- verhoogd. Er geldt een algemene vrijstelling van € 3.244,-. Voor schenkingen aan kinderen is een vrijstelling van € 6.604,– van toepassing. Daarnaast zijn er nog een aantal eenmalige schenkingsvrijstellingen (voor bijvoorbeeld een studie of de aanschaf van een eigen woning). Als u vragen heeft met betrekking tot deze vrijstellingen zijn wij u graag van dienst. Ten slotte zijn in het recente, nieuwe regeerakkoord wijzigingen opgenomen met betrekking tot de zogeheten jubelton. Klik hier voor verdere informatie over dit onderwerp.
Voorlopige aanslag – aan te raden indien u meerdere pensioenen ontvangt
Indien u van meerdere pensioeninstanties een pensioen ontvangt, dient u vaak een additioneel bedrag aan Inkomstenbelasting te betalen wanneer u een aangifte doet. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat uw totale inkomen door de diverse pensioenen in een hogere schijf valt. De pensioeninstanties zijn niet op de hoogte van uw totale inkomen en houden alleen belasting in over het bedrag dat zij aan u uitkeren. Hierdoor kan het zijn dat er te weinig loonbelasting is ingehouden op de pensioenen en dat u moet bijbetalen. Om belastingrente te beperken en om het bedrag aan Inkomstenbelasting gespreid te kunnen betalen, kunt u een voorlopige aanslag aanvragen. Denkt u dat deze situatie op u van toepassing is? Of gaat u binnenkort met pensioen? Neem dan contact op met ons kantoor. Wij kijken graag voor u of het verstandig is om een voorlopige aanslag aan te vragen bij de Belastingdienst.
De peildatum voor het belaste box 3-vermogen is 1 januari. Om uw vermogen per 1 januari te verlagen volgen hierbij een aantal tips.
Bent u van plan om binnenkort grote uitgaven te doen? Zoals bijvoorbeeld de aankoop van een auto, een verbouwing aan een woning of consumptieve goederen. Dan is het wellicht verstandig om de aankoop voor 1 januari te doen. Zo verlaagd u uw totale vermogen.
U kunt met uw spaargeld een deel van de hypotheek op de eigen woning (box 1) aflossen. Hiermee bespaart u naast vermogensbelasting vaak ook wat hypotheekrente. Vraag uw hypotheekverstrekker naar de voorwaarden om zo boeterente te voorkomen/beperken. Ontvangt u een voorlopige teruggave in verband met de hypotheekrente? Vergeet deze dan niet te laten aanpassen aan de nieuwe situatie.
Indien mogelijk kunt u uw zorgverzekeraar vragen of het mogelijk is om de zorgpremie ineens te voldoen (voor 1 januari) in plaats van in termijnen te betalen. Vaak krijgt u ook nog een kleine korting voor het ineens betalen van de premie.
Het kan voordelig zijn om kleine schulden (tezamen lager dan de drempel van € 3.200,- per belastingplichtige) voor 1 januari af te lossen. Zo wordt het box 3 inkomen verlaagd en wordt bovendien verdere rente op deze leningen vermeden. Rente op persoonlijke leningen is meestal hoog en deze rente is fiscaal niet aftrekbaar.
Stort geld in een lijfrente. Geld dat gestort is een lijfrente is niet meer belast in box 3. Een storting is met name bij een pensioentekort het overwegen waard. Hier zijn wel voorwaarden aan verbonden.
Indien u dit jaar nog geen schenkingen heeft gedaan, kunt u overwegen deze alsnog voor 31 december te doen.
Verwacht u dat u over het belastingjaar 2021 of 2022 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. U betaalt belastingrente als de aanslag later dan 6 maanden na afloop van het kalenderjaar word opgelegd (1 juli 2022). De belastingrente is minimaal 4%. Om er zeker van te zijn dat de aanslag tijdig wordt opgelegd adviseren wij deze voor 1 april 2022 aan te vragen. De aanslag over het belastingjaar 2021 moet ineens betaald worden. De aanslag over het belastingjaar 2022 mag u in termijnen betalen. Heeft u hierover vragen? Wij zijn u graag van dienst bij het aanvragen van een voorlopige aanslag.
Indien u verwacht nog een teruggave te ontvangen voor het jaar 2016, dient voor 31 december 2021 een aangifte Inkomstenbelasting over dit jaar ingediend te worden. In 2022 vervalt namelijk de 5 jaars-termijn voor het indienen van deze aangifte.
Bundelt u voor zover mogelijk aftrekbare kosten zoals ziektekosten en giften in één bepaald jaar. Zo wordt eerder een aftrekpost behaald en komt de drempel maar één keer in mindering op de uitgaven. Voor giften vervalt de drempel overigens helemaal indien u de gift aan een charitatieve instelling voor 5 jaar vastlegt.
Indien uw vermogen op de bank hoger is dan € 100.000,- kunt u te maken krijgen met negatieve rente. Om dit te voorkomen, kunt u uw geld verdelen over meerdere banken. Vraag wel naar de voorwaarden bij de diverse banken. Het kan zijn dat er al negatieve rente wordt berekend bij een bedrag lager van € 100.000,-.
De eerste schijf in de Vennootschapsbelasting verlengd van € 245.000,- naar € 395.000,-. Vorig jaar zijn de plannen voor een investeringskorting voor het MKB (de BIK-regeling) uiteindelijk toch niet doorgegaan. Dit plan was ter vervanging van het niet doorgaan van de verlaging van de Vennootschapsbelasting. Eén en ander zal waarschijnlijk ook te maken hebben met de grote uitgaven die de overheid heeft gehad om het bedrijfsleven te ondersteunen tijdens de coronacrisis. Het is te hopen dat de verlaging van de Vennootschapsbelasting voor het MKB uiteindelijk toch nog door kan gaan. Voor volgend jaar is er echter in de tweede schijf juist een verhoging gepland van 25% naar 25,8%. De verlenging van de eerste schijf levert voor het MKB juist wel voordeel op. Hierdoor wordt ondernemen in een BV ook voor winsten tot bijna € 400.000 interessanter.
Index zakelijke fiscale tips
Wijziging box 2 en vennootschapsbelasting
Verhogen steunpercentages in de Milieu-investeringsaftrek (MIA)
Verlaging zelfstandigenaftrek
Introductie van onbelaste thuiswerkvergoeding
Aanpassing vrije ruimte
Aandelenopties worden als beloning aantrekkelijker
Gebruikelijk loon bij startups voor de DGA
Betalingskorting vennootschapsbelasting
Bijtelling elektrische auto
Bovenmatige schulden aanmerkelijk belang houder bij de eigen B.V.
Verliesverrekening vennootschapsbelasting
Vereenvoudiging éénloketsysteem in de btw-regels voor e-commerce
Wetsvoorstellen voorkoming belastingontwijking internationale ondernemingen
Inschrijven UBO register
Overige belastingtips
Coronamaatregelen – uitstel van betaling vervallen
Wijziging box 2 en vennootschapsbelasting
Het tarief in box 2 wordt dit jaar niet gewijzigd. Dit betreft inkomsten uit aanmerkelijk belang, zoals dividenden en vermogenswinsten op aandelenbelangen boven de 5%. Het tarief blijft 26,9%.
Het tarief in de vennootschapsbelasting wordt dit jaar verhoogd. Daarnaast worden ook de schijven aangepast. Het tarief voor de vennootschapsbelasting was 15% over de eerste € 245.000,- winst en voor winsten boven de € 245.000,- was dit in 2021 25%. In 2022 wordt het tarief 15% over de eerste € 395.000,-. Het tarief voor winsten boven de € 395.000,- wordt verhoogd naar 25,8%.
Verhogen steunpercentages in de Milieu-investeringsaftrek (MIA)
Het kabinet wil vergroenen en maakt daarom milieuvriendelijke investeringen aantrekkelijker voor bedrijven. Met de milieu-investeringsaftrek (MIA) mogen bedrijven een percentage van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Per 1 januari 2022 worden de steunpercentages in de Milieu-investeringaftrek verhoogd. De steunpercentages waren 13,5%, 27% en 36%. Het voorstel is om deze percentages naar respectievelijk 27%, 36% en 45% te verhogen.
De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2020 afgebouwd. Het plan is om de zelfstandigenaftrek te verlagen naar € 3.240,- in 2036. In 2021 was de maximale zelfstandigenaftrek € 6.670,-. In 2022 is de maximale zelfstandigenaftrek € 6.310,-.
Doordat er sinds de coronacrisis veel mensen vanuit thuis werken (en dit de werknemer indirect geld kost; meer energieverbruik, verbruik koffie etc.) heeft het kabinet besloten om een onbelaste thuiswerkvergoeding te introduceren. Hierdoor kunnen werkgevers per gewerkte dag of gewerkt dagdeel maximaal € 2,- vergoeden. De onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,19 per km blijft bestaan. Ondanks de stijgende prijzen van benzine en diesel, wordt de reiskostenvergoeding niet verhoogd, maar blijft deze vergoeding € 0,19 per kilometer. De vergoedingen kunnen niet tegelijkertijd betaald worden; per dag kan of gekozen worden voor uitbetaling van de thuiswerkvergoeding of uitbetaling van de reiskostenvergoeding.
Voor het inrichten van een thuiswerkplek mag een werkgever al een onbelaste vergoeding geven. De kosten voor bijvoorbeeld een bureaustoel of computerscherm kan de werkgever via andere gerichte vrijstellingen van de werkkostenregeling vergoeden.
De vrije ruimte was in 2020, in verband met de coronasteunmaatregelen tijdelijk verhoogd van 1,7% naar 3% over de eerste € 400.000,- van de loonsom. Echter is door middel van een kamerbrief toegezegd dat deze regeling ook voor het belastingjaar 2021 zal gelden. Wilt u hier nog gebruik van maken? Dan heeft u nog tot en met 31 december 2021 de tijd om bepaalde kosten belastingvrij te vergoeden aan de werknemer. Ook kan een bonus uitbetaald worden onder de vrije ruimte mits dit gebruikelijk is (mede afhankelijk van de hoogte van de bonus). In 2022 wordt het percentage weer verlaagd naar 1,7% over de eerste € 400.000,- van de loonsom.
Aandelenopties worden als beloning aantrekkelijker
Werkgevers kunnen hun medewerkers aandelenopties als loon aanbieden in plaats van het uitbetalen van salaris. Dit komt vooral voor bij bedrijven die net gestart zijn (startups), omdat zij nog niet genoeg geld hebben om een passend salaris te kunnen betalen. Bij aandelenoptierechten krijgt de werknemer het recht om in een vooraf bepaalde periode een vooraf bepaald aantal aandelen te kopen tegen een vooraf vastgestelde prijs. Momenteel wordt belasting geheven als de werknemer de opties omzet in aandelen. Het nadeel hiervan is dat de werknemer direct belasting moet betalen, terwijl zij de aandelen nog niet altijd mogen verkopen. Het voorstel van het kabinet is dat werknemers nu mogen kiezen wanneer zij belasting betalen. Vanaf 1 januari 2022 kan de werknemer nu kiezen: of belasting betalen op het moment waarop de aandelen verhandelbaar zijn (en er dus geld beschikbaar is) of belasting betalen op het moment dat de opties worden omgezet in aandelen (zoals het nu al is in 2021). Dit wetsvoorstel is voor behandeling aangehouden.
De tijdelijke regeling voor het gebruikelijk loon voor start-ups is verlengd tot 1 januari 2023. Het gebruikelijk loon van de directeur-grootaandeelhouder mag de eerste 3 jaar worden vastgesteld op het wettelijk minimumloon. Zo kan het bedrijf loonkosten besparen, zodat het bedrijf kan groeien. Deze regeling zou eerst per 2022 komen te vervallen, als uit onderzoek bleek dat de regeling niet effectief is. Het onderzoek is echter nog steeds niet afgerond waardoor de regeling verlengd kan worden.
Op dit moment verleent de Belastingdienst een betalingskorting als een voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting die in termijnen betaald mag worden ineens wordt voldaan. Eerder was aangegeven dat de betalingskorting vanaf 2022 werd afgeschaft. Dit is echter uitgesteld naar 1 januari 2023. In 2022 kan er dus nog gebruik gemaakt worden van de korting. In de praktijk levert dit echter weinig voordeel op. De korting is namelijk gekoppeld aan de hoogte van de invorderingsrente, en deze is vanwege de coronacrisis tijdelijk verlaagd naar 0,01%. De invorderingsrente wordt langzaam weer verhoogd (zie onderwerp ‘corona maatregelen’).
Zoals reeds vorig jaar aangekondigd wordt de bijtelling voor het privégebruik van elektrische auto’s verder verhoogd. In 2022 wordt de bijtelling verhoogd naar 16% over de eerste € 35.000,- (dit was 12% over de eerste € 40.000,-) en 22% over het meerdere. Vanaf 2023 is het voorstel om de eerste schijf in te korten tot € 30.000,-.
Bovenmatige schulden aanmerkelijk belang houder bij de eigen B.V.
Eerder is aangekondigd dat het door de DGA lenen van zijn eigen B.V. wordt beperkt. Dit plan zou eerst met ingang vanaf 2022 worden ingevoerd. Dit is echter uitgesteld naar het jaar 2023. Daarnaast heeft de staatssecretaris de Tweede Kamer gevraagd de behandeling aan te houden in verband met een bredere discussie over de fiscale behandeling van vermogen die in de formatie voor een nieuw kabinet gevoerd wordt. Verwacht kan worden dat een nieuwe regering met een verdere uitwerking komt.
Met dit plan zouden met ingang van 2023 worden leningen of rekening-courant bedragen boven een bedrag van € 500.000,- belast tegen het dan geldende tarief in box 2 (tarief 2022: 26,9%). Onder voorwaarden geldt er een uitzondering voor eigenwoningleningen. Deze regeling geld niet alleen voor de DGA zelf, maar ook voor hun partner, bloed- en aanverwanten en de partners van die bloed- en aanverwanten. In het geval van hoge leningen of rekening-courantschulden is het van belang om alvast hierop in te spelen en met aflossingen te beginnen, dan wel geld te reserveren voor de belastingafrekening.
Momenteel kunnen bedrijven verliezen verrekenen met winsten uit het voorgaande jaar of de zes opvolgende jaren. Er is geen maximum aan het te verrekenen bedrag. Vanaf 2022 kan tot € 1.000.000,- van de winst worden verrekend met verliezen. Daarboven kan slechts worden verrekend met 50% van de winst die de € 1.000.000,– te boven gaat. Daarnaast komt de tijdslimiet van 6 jaar te vervallen; verliezen kunnen onbeperkt in de tijd worden verrekend. Helaas geldt de beperking voor alle Nederlandse ondernemingen, ongeacht of deze verliezen uit het buitenland afkomstig zijn. Voor kleine ondernemingen kan de langere mogelijkheid van verliesverrekening overigens juist wel een voordeel vormen.
Vereenvoudiging één loketsysteem in de btw-regels voor e-commerce
Vanaf 1 juli 2021 gelden nieuwe BTW-regels voor e-commerce. Dit betreft Nederlandse ondernemingen die naar consumenten verkopen in andere EU-landen. Met een lager drempelbedrag voor afstandsverkopen en vereenvoudigde btw-aangifte via éénloketsysteem zodat er niet in elk EU-land afzonderlijk btw moet worden afdragen. De regels gelden wanneer de Nederlandse webshop een jaaromzet van € 10.000,- of meer behaalt met verkopen aan consumenten in EU-landen buiten Nederland (daaronder mag Nederlandse btw in rekening gebracht worden).
De drempelbedragen voor intra-EU afstandsverkopen per afzonderlijk EU-land zijn vervallen. Er geldt nu 1 gezamenlijk drempelbedrag van € 10.000,- op jaarbasis. De ondernemer moet jaarlijks zelf het drempelbedrag in de gaten houden. Zodra de grens van € 10.000,- wordt bereikt, moet vanaf dat moment het lokale btw-tarief van het land waar de particuliere klant woont toegepast worden. In het opvolgende jaar blijft de ondernemer met lokale btw van het EU-land factureren. In het jaar daarop controleert de ondernemer op de eerste dag van het nieuwe jaar de omzet van het voorgaande jaar. Zat de ondernemer in dat jaar met de omzet onder de drempel van € 10.000,- dan mag er weer Nederlandse btw berekend worden. De ondernemer mag ook met het lokale btw-tarief van de EU-klanten blijven factureren. De buitenlandse btw-aangifte kan of per EU-land afzonderlijk worden gedaan of via het éénloketsysteem. Dit is een nieuw systeem om eenvoudig BTW aangifte te doen in één aangifte voor meerdere EU-landen.
Met terugwerkende kracht tot 1 juli 2021 wordt een negatieve btw-melding aangemerkt als een verzoek om btw-teruggaaf, waardoor een afzonderlijk verzoek om teruggaaf van de Nederlandse btw niet meer nodig is.
Ook zijn de regels veranderd voor invoer van producten van buiten de EU die in Nederland direct aan consumenten geleverd worden, het zg. dropshipping. Door het vervallen van de vrijstelling zal hier in principe gewoon Nederlandse BTW over betaald moeten worden. Ook hiervoor is een regeling waarmee de invoer-BTW veréénvoudigd aangegeven kan worden. Indien u verdere vragen heeft over deze regelingen kunt u contact met ons opnemen.
Wetsvoorstellen voorkoming belastingontwijking internationale ondernemingen
Naast de hiervoor genoemde wetsvoorstellen over het Belastingplan 2022 zijn o.a. de volgende twee wetsvoorstellen ingediend bij de Tweede Kamer om mismatches en belastingontwijking bij internationale structuren tegen te gaan:
wetsvoorstel ‘Tegengaan mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel’: aanpassing van de regels van zakelijke verrekenprijzen tussen internationale concerns om fiscale mismatches te voorkomen. Kortgezegd komt dit wetsvoorstel erop neer dat alleen verlaging van fiscale winst wordt toegestaan als daartegenover een verhoging staat van de buitenlandse belastinggrondslag;
wetsvoorstel ‘Implementatie belastingplichtmaatregel uit de tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking’: de belastingplicht voor omgekeerde hybride lichamen. Kortgezegd komt dit voorstel erop neer dat het land van vestiging onder bepaalde omstandigheden de kwalificatie volgt van het land waar de participanten zijn gevestigd.
Sinds 27 september 2020 is het voor (veel) ondernemers verplicht om een UBO in te schrijven in het UBO register. Het register is in het leven geroepen om te voorkomen dat er met financiële constructies illegale handelingen zoals witwassen en het financieren van terrorisme worden uitgevoerd. UBO staat voor Ultimate Beneficial Owner. Dit zijn personen die meer dan 25% van de aandelen bezitten of het economische belang hebben of het feitelijk zeggenschap van de onderneming hebben.
De volgende ondernemingen moeten een UBO inschrijven in het UBO register:
niet-beursgenoteerde besloten en naamloze vennootschappen
stichtingen
verenigingen: met volledige rechtsbevoegdheid/ met beperkte rechtsbevoegdheid maar met onderneming
onderlinge waarborgmaatschappijen
coöperaties
personenvennootschappen: maatschappen, vennootschappen onder firma en commanditaire vennootschappen
rederijen
Europese naamloze vennootschappen (SE)
Europese coöperatieve vennootschappen (SCE)
Europese economische samenwerkingsverbanden die volgens hun statuten hun zetel in Nederland hebben (EESV)
Kerkgenootschappen
Als de onderneming vóór 27 september 2020 stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, moet deze vóór 27 maart 2022 zijn ingeschreven in het UBO register. Indien de onderneming ná 27 september 2020 is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, moet de UBO binnen één week na oprichting worden ingeschreven. Indien er wijzigingen plaats vinden in de UBO gegevens, moet dit ook uiterlijk één week nadat de wijziging van kracht is gegaan worden gewijzigd in het register.Bij de Kamer van Koophandel kan de UBO worden ingeschreven middels een online UBO-opgave. Indien u hier hulp bij nodig heeft of vragen over heeft, zijn wij u graag van dienst.Terug naar begin van de nieuwsbrief.
Overige belastingtips
Heeft u veel spaargeld en een eigen B.V.? U kunt overwegen om dit spaargeld door middel van een agiostorting voor het einde van het jaar in de B.V. te storten. Indien de storting voor het einde van het jaar wordt gedaan, hoeft u over dat bedrag in 2022 geen box 3-heffing meer te betalen. Het is wel belangrijk dat u op de hoogte bent van de voorwaarden en gevolgen.
Verwacht u dat u over het belastingjaar 2022 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. De belastingrente is voor IB-ondernemers momenteel 4%. Voor de vennootschapsbelasting bedraagt dit percentage normaliter 8%, maar dit is verlaagd naar 4% in verband met de Corona crisis. Vanaf 1 januari 2022 wordt dit percentage (waarschijnlijk) weer teruggezet naar 8%.
Komt u erachter dat u enkele posten vergeten bent mee te nemen in uw BTW aangifte? Doe dan een suppletie aangifte. Dit kan u doen voor dit jaar of voor de afgelopen 5 jaar. Gaat het om te ontvangen of af te dragen BTW van € 1.000,- of minder, dan mag dit worden meegenomen in de eerstvolgende BTW aangifte. U hoeft hier dan geen aparte suppletie aangifte voor in te dienen.
Rijdt u in een auto van de zaak en gebruikt u deze auto privé? Dan moet er in de laatste BTW aangifte (in te dienen in januari 2022) een correctie worden toegepast voor het privégebruik. Dat mag op basis van het werkelijk gebruik of op basis van een forfait. Heeft u hier vragen over? Wij zijn u graag van dienst.
Indien u voldoende investeringen heeft gedaan om in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek, maar nog niet alle investeringen heeft betaald adviseren wij u deze betalingen nog voor het einde van het jaar te verrichten zodat u voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek in aanmerking komt. U komt in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wanneer het totaal aan investeringen hoger is dan € 2.400,-.
Heeft uw partner dit jaar meegewerkt in de zaak maar nog geen vergoeding ontvangen? Betaal dan een vergoeding uit voor het einde van het jaar. Een beloning van minimaal € 5.000,- is voor u als ondernemer aftrekbaar. Voor uw partner valt deze vergoeding in box 1. Het tarief is afhankelijk van het totale box 1 inkomen van uw partner.
Coronamaatregelen – uitstel van betaling vervallen
Per 1 oktober 2021 is het bijzonder uitstel van betaling vervallen. Alle ondernemers moeten vanaf 1 oktober 2021 weer belasting betalen zoals voor de coronamaatregelen. De tot die tijd opgebouwde belastingschulden kunt u in maximaal 60 maandelijkse termijnen aflossen.
Tijdens de coronamaatregelen rekende de Belastingdienst geen betaalverzuimboete voor het niet (op tijd) betalen van de aangiftebelasting. Deze tegemoetkoming is ook per 1 oktober 2021 komen te vervallen.
Om te stimuleren geleidelijk de belastingschuld terug te betalen, verlengt het kabinet de verlaagde invorderingsrente van 0,01% tot en met 31 december 2021. Het normale rentetarief is 4%. Vanaf 1 januari 2022 gaat de invorderingsrente stapsgewijs omhoog: 1% vanaf 1 januari 2022, 2% vanaf 1 juli 2022, 3% vanaf 1 januari 2023 en 4% vanaf 1 januari 2024.
In onze praktijk zien wij het regelmatig. Mensen die jarenlang regelmatig in het buitenland verbleven voor (seizoens)werk, bijvoorbeeld in de recreatieve sector, of daar een huisje hebben dat ze ook verhuren. Het geld dat ze daarmee verdienden, hebben ze in het betreffende land op een spaarrekening gezet, ieder jaar een beetje.
Buitenlandse rekening in aangifte
Uiteindelijk staat daar dan toch een behoorlijk bedrag op. Het idee is vaak om dit later te gebruiken als appeltje voor de dorst in Nederland of om op te kunnen nemen als men naar dit land gaat emigreren of langere tijd daar verblijft. In veel gevallen komt het gewoon echt niet in hen op om dit verdiende en gespaarde geld of de buitenlandse woning aan te geven bij de Nederlandse belastingdienst. Groot is de verrassing (lees: teleurstelling) dan ook indien opeens de buitenlandse rekening vermeld staat in de vooraf ingevulde aangifte. Door de steeds intensievere informatie-uitwisseling tussen steeds meer landen, komen deze gegevens beschikbaar voor de Nederlandse belastingdienst.
Voorbeeld
Een voorbeeld is dat van een dame die jarenlang excursies verzorgde in het buitenland. Het geld dat ze daar verdiende, zette zij op een lokale rekening. Zij was reeds met de werkzaamheden gestopt, toen deze rekening recent alsnog opdook in de vooraf ingevulde aangifte. In haar geval geldt dit als box 1 inkomen, omdat het met arbeid is verdiend. Ze geeft aan dat in het betreffende land al inkomstenbelasting is ingehouden, maar er is nauwelijks iets beschikbaar aan salarisstroken etc. waardoor niet te bewijzen valt dat zij daar reeds inkomstenbelasting betaald heeft. Dit betekent dat zij zowel box 3 als box 1 belasting met rente zal moeten betalen, alsmede een boete. Helaas zal er dan niet veel overblijven van het gespaarde geld. In haar geval is het extra schrijnend dat zij in het in het land waar zij excursies verzorgde regelmatig geld schonk aan een weesjongen die zij had leren kennen. De fiscus ziet dit als schenking en er zal dus ook achteraf schenkbelasting moeten worden betaald tegen het hoogste tarief aangezien het niet om eigen familie gaat.
Indien een buitenlandse rekening vermeld staat, valt er maar 1 ding te doen; actief meewerken en zo snel mogelijk openheid van zaken geven. Alhoewel het dan niet echt meer om inkeren gaat (de fiscus is immers reeds op de hoogte van de rekening), wordt medewerking gezien als een reden voor een lagere boete.
Wij adviseren u graag indien u in een dergelijke situatie zit.
Eindejaarstips particulier
De eerder voorgestelde box 3-hervorming is dit jaar weer ingetrokken. Daarvoor in de plaats wordt volgend jaar het heffingsvrij vermogen verhoogd naar € 50.000,– per persoon; om het geheel budgetneutraal te houden, gaat het tarief wel iets omhoog. De overdrachtsbelasting wordt voor starters onder voorwaarden verlaagd van 2% naar 0%; op niet door belastingplichtige zelf bewoonde woningen en overig onroerend goed gaat de heffing juist omhoog van 2% of 6% naar 8%. Ondanks dat de maatregel vooral gepresenteerd is als verlaging, zal deze belasting per saldo hierdoor stijgen.
Index particuliere fiscale tips:
Nieuwe tarieven in de Inkomstenbelasting
Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
Verbetering toeslagen
Wijzigingen overdrachtsbelasting
Besparen in box 3 met een OFGR of BV
Contante giften niet meer aftrekbaar
Wijziging heffingskortingen
(Om)scholing is in 2021 toegankelijker
Eenmalige huurverlaging voor huurders met een laag inkomen en een hoge huur
Levenslooprekening
Maak gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen
Overige belastingtips
Nieuwe tarieven in de Inkomstenbelasting
Box 1 – Inkomen uit werk en woning
In 2020 is het tweeschijvenstelsel ingevoerd voor box 1-inkomen zoals loon of een uitkering. Voor 2021 bedraagt het tarief 37,10% voor inkomens tot € 68.507,– en 49,5% voor inkomens boven de € 68.507,–. Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt geldt een aangepast tarief van 19,20% voor het inkomen tot ongeveer € 35.000,– aangezien de premieheffing lager is.
Box 2 – Inkomen uit aanmerkelijk belang (bijvoorbeeld een B.V.)
Het tarief voor het inkomen uit aanmerkelijk belang was in 2020 26,25%. Vorig jaar was al bepaald dat dit tarief in 2021 verder zou gaan stijgen naar 26,9%. Voor meer informatie verwijzen wij u door naar het hoofdstuk zakelijk in deze nieuwsbrief.
Box 3 – Voordeel uit sparen en beleggen
In box 3 wordt het vermogen belast op basis van een fictief rendement. Het vorig jaar gepresenteerde plan voor hervorming van box 3 waarbij verschillende tarieven zouden gelden voor spaargeld, overige bezittingen en schulden, is weer ingetrokken door de Staatssecretaris. Er zouden met dit systeem weer andere complicaties ontstaan.
In plaats daarvan wordt wel het heffingsvrij vermogen in 2021 verhoogd van € 30.846,– per persoon naar € 50.000,– per persoon (€ 100.000,– voor fiscaal partners). Hierdoor zullen ten opzichte van 2020 bijna 1 miljoen spaarders geen box 3-belasting meer betalen. Ook dit jaar worden de schijven aangepast.
Schijf 1 loopt in 2021 van € 50.000,– tot € 100.000,– (dit was € 30.849,– tot € 103.643,–). Schijf 2 loopt in 2021 van € 100.000,– tot € 1.000.000,– (dit was € 103.643,– tot € 1.036.418,–). Schijf 3 loopt in 2021 vanaf € 1.000.000,– (dit was € 1.036.418,–).
Om de heffing toch budgetneutraal te houden, wordt het tarief over het fictief rendement in box 3 verhoogd van 30% naar 31%. Dit is de eerste keer sinds 2001 dat het belastingtarief in box 3 omhoog gaat.
Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing in 2021. Tussen haakjes staan de percentages van 2020 vermeld.
Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
Zoals reeds vorig jaar vermeld wordt het hoogste tarief waartegen nagenoeg alle aftrekposten mag worden afgetrokken geleidelijk afgebouwd. Het kan dan ook voordelig zijn om aftrekbare kosten waar mogelijk naar voren te halen. Belastingplichtigen waarbij het inkomen in de hoogste schijf in box 1 valt zullen geleidelijk minder fiscaal voordeel hebben van deze aftrekposten. In 2021 mogen deze aftrekposten tegen maximaal 43% in aftrek worden gebracht ten opzichte van 46% in 2020.
Dit percentage zal de komende jaren verder worden verlaagd tot het niveau van de eerste schijf, circa 37% in 2023. Het gaat hierbij om de volgende aftrekposten:
Alimentatie
Aftrek van scholingsuitgaven
Aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten
Aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten
Giftenaftrek
Hypotheekrenteaftrek
Ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek)
MKB winstvrijstelling
Terbeschikkingsstellingsvrijstelling
Door deze verlaging leveren de aftrekposten in 2020 meer op dan in 2021 en de volgende jaren. Indien u in 2020 met uw inkomen in de hoogste belastingschijf valt is het derhalve raadzaam om, indien mogelijk, aftrekposten zoals giften of zorgkosten nog voor het eind van het jaar te betalen.
Mede door de kindertoeslagaffaire werkt het kabinet aan de verbetering van het toeslagenstelsel. In het Belastingplan 2021 staan 3 stappen uitgewerkt hoe het kabinet dit wil gaan bereiken. Deze stappen zijn: het verbeteren van de rechtsbescherming, meer menselijke maat en wijziging van het begrip partnerschap.
Zo moeten belastingplichtigen eerder kunnen reageren op een voorgenomen besluit van de Belastingdienst, de Belastingdienst mag toeslagen alleen stopzetten als een burger voldoende kans heeft gekregen om eigen informatie aan te leveren en de Belastingdienst kan straks meer informatie opvragen bij andere partijen. Bedragen kleiner dan € 98,– hoeven vanaf 2021 niet meer terugbetaald te worden. En een eventuele partner wordt straks niet meer meegerekend voor het hele toeslagjaar, maar vanaf de eerste van de maand nadat het partnerschap is ingegaan. Zo worden situaties opgelost waarbij mensen een deel van hun toeslagen moesten terug betalen.
Vanaf het jaar 2021 wordt een startersvrijstelling in het leven geroepen. Kopers tussen de 18 en 35 jaar betalen voor een eigen woning eenmalig geen overdrachtsbelasting. Voorwaarde is dat de kopers zelf in deze woning gaan wonen, niet eerder gebruik hebben gemaakt van de vrijstelling en de woning niet duurder is dan € 400.000,– (wanneer de overdracht na 31 maart 2021 plaats vindt, tussen 1 januari en 31 maart 2021 geldt deze grens niet). De woning hoeft overigens niet de eerste koopwoning te zijn.
Indien één van de kopers 35 jaar of ouder is, dan betaalt deze persoon 2% overdrachtsbelasting over zijn/haar deel van de woning. Het moment van overdracht van de woning is bepalend en niet het moment van het tekenen van de koopovereenkomst.
Vanaf 1 januari 2021 wordt daarnaast de overdrachtsbelasting voor woningen die niet worden aangekocht als zijnde een eigen woning waarin de belastingplichtige zelf woont (bijvoorbeeld een woning die voor de verhuur of als vakantiewoning bestemd is of een woning aangekocht door een ouder voor zijn kind), verhoogd van 2% naar 8%. Ook voor overig onroerend goed, zoals zakelijke panden, gaat het tarief omhoog, namelijk van 6% naar 8%.
Indien u een substantieel vermogen heeft en daarmee in de hogere box 3-schijven belasting betaalt, is het wellicht een optie om een OFGR of BV op te richten om daarmee box 3-heffing te besparen. Indien u het vermogen naar deze entiteit overbrengt, dan wordt dit vermogen belast in de Vennootschapsbelasting en aanmerkelijk belangheffing voor het werkelijke rendement van dit vermogen.
Het voordeel is dat dit vermogen dan niet meer in box 3 belast wordt tegen een (hoog) fictief rendement. Dit biedt vooral een voordeel voor laag renderend vermogen zoals spaarrekeningen. Wij adviseren om eerst de mogelijkheden door te spreken met een adviseur om te zien of dit in uw situatie voordeel oplevert.
U kunt ook besparen op box 3-heffing door het saldo voor de peildatum van 1 januari te verlagen, bijvoorbeeld door uitgaven, hypotheekaflossing, lijfrentestorting of betaling van de zorgverzekering naar voren te halen.
Vanaf het jaar 2021 zijn giften die u contant betaalt aan een ANBI-instelling niet meer fiscaal aftrekbaar. Giften moeten altijd kunnen worden bewezen met onderbouwende stukken (zoals rekeningafschriften). Waar mogelijk verdient het dan ook de voorkeur giften per bank over te maken. Sommige charitatieve instellingen hebben hier al op ingespeeld door bijvoorbeeld de mogelijkheid te bieden van betalen per pin of overmaken via een betaalapp.
Ook dit jaar zijn er weer wijzigingen in de heffingskortingen. De maximale algemene heffingskorting wordt in het jaar 2021 verhoogd van € 2.711,– naar € 2.837,–. Hierdoor neemt het besteedbaar inkomen van mensen met een inkomen tot € 68.507,– iets toe. Lagere inkomens hebben hier meer voordeel bij dan hogere inkomens.
De verhoging van de arbeidskorting die voor het jaar 2022 gepland stond, wordt nu toegepast vanaf het jaar 2021. De arbeidskorting gaat omhoog van € 3.819,– naar € 4.205,–. De inkomensafhankelijke combinatiekorting (voor werkende met kinderen onder de 12 jaar) wordt verlaagd met een bedrag van € 113,–. De ouderenkorting gaat omhoog van € 1.622,– naar maximaal € 1.703,– in 2021.
Werknemers kunnen van hun werkgever een vergoeding krijgen voor de scholingskosten die zij maken. Deze vergoeding is dan vrijgesteld van loonheffing. Dit geldt vanaf 2021 ook voor ex-werknemers. Indien de werknemer uit dienst gaat en er nog scholingsbudget over is, dan mag de ex-werknemer dit na zijn dienstverband gebruiken voor (om)scholing. De bedoeling is hiermee de arbeidsmarktpositie van werknemers te verbeteren.
Eenmalige huurverlaging voor huurders met een laag inkomen en een hoge huur
Vanaf 1 januari 2021 kunnen huurders eenmalig om huurverlaging vragen bij hun woningcorporatie als hun huur te hoog is voor hun inkomen. Hierbij moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Zo moet de maandelijkse huur meer bedragen dan € 619,01 voor een één- of tweepersoonshuishouden of € 663,40 voor een huishouden van drie personen of meer. Daarnaast geldt een maximum jaarinkomen van € 23.225,– bruto per jaar voor een éénpersoonshuishouden en € 31.550,– gezamenlijk bruto per jaar voor een meerpersoonshuishouden.
Per 31 december 2021 eindigt het overgangsrecht om te sparen voor een levensloopuitkering. Indien de levensloop niet voor 1 januari 2022 als loon is uitgekeerd, wordt de waarde van de levensloop belast. Heeft u nog levenslooptegoed? Dan is het goed om te bepalen of u het tegoed in 2020 of 2021 wilt laten uitkeren.
Maak gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen
Heeft u dit jaar nog geen gebruik gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen? U heeft nog tot 31 december de tijd om deze schenkingen te verrichten. Let er hierbij op dat het geld uiterlijk op 31 december 2020 moet zijn bijgeschreven op de rekening van de ontvanger. In 2020 geldt een algemene vrijstelling van € 2.208,–. Voor schenkingen aan kinderen is een vrijstelling van € 5.515,– van toepassing. Daarnaast zijn er nog een aantal eenmalige schenkingsvrijstellingen. Heeft u hierover vragen? Wij zijn graag bereid tot een nadere toelichting.
Verwacht u dat u over het belastingjaar 2020 of 2021 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. U betaalt belastingrente als de aanslag later dan 6 maanden na afloop van het kalenderjaar word opgelegd (1 juli 2021). De belastingrente is minimaal 4%. Om er zeker van te zijn dat de aanslag tijdig wordt opgelegd adviseren wij deze voor 1 april 2021 aan te vragen. De aanslag over het belastingjaar 2020 moet ineens betaald worden. De aanslag over het belastingjaar 2021 mag u in termijnen betalen. Heeft u hierover vragen? Wij zijn u graag van dienst bij het aanvragen van een voorlopige aanslag.
Indien u verwacht nog een teruggave te ontvangen voor het jaar 2015, dient voor 31 december 2020 een aangifte Inkomstenbelasting over dit jaar ingediend te worden. In 2021 vervalt namelijk de 5 jaars-termijn voor het indienen van deze aangifte.
Bundelt u voor zover mogelijk aftrekbare kosten zoals ziektekosten en giften in één bepaald jaar. Zo wordt eerder een aftrekpost behaald en komt de drempel maar één keer in mindering op de uitgaven. Voor giften vervalt de drempel overigens helemaal indien u de gift aan een charitatieve instelling voor 5 jaar vastlegt. Daarnaast geldt voor giften aan een culturele instelling een verhoging van 25% (tot maximaal € 1.250,– extra).
Wacht niet tot 31 december met het overmaken van bedragen. De datum waarop u de bedragen overmaakt is niet altijd de datum waarop het bedrag door de bank wordt overgeboekt. Weliswaar zijn veel banken vorig jaar overgestapt naar een systeem waarbij dit wel het geval is, maar dat geldt nog niet voor alle banken. Wij adviseren dan ook om de bedragen een aantal dagen voor de 31ste over te maken.
Indien u niet aan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap voldoet, maar wel samenwoont en u wilt voor 2020 wel als fiscaal partners worden behandeld om zo optimaal van de voordelen van het fiscaal partnerschap te profiteren, dan heeft u nog t/m 31 december om dit te regelen. U kunt hiervoor een samenlevingscontract bij de notaris afsluiten.
Heeft u in 2018 een schenking gekregen en toen gebruik gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling van de woning? Dan heeft u nog tot en met het einde van dit jaar de tijd om dit geld te besteden aan uw eigen woning (aanschaf, verbouwing of aflossing van de hypotheek). Doet u dit niet? Dan zal er alsnog schenkbelasting moeten worden betaald over het bedrag dat niet aan de eigen woning is besteed.
Heeft u in 2020 zonnepanelen laten plaatsen en de BTW nog niet teruggevraagd? U heeft uiterlijk tot en met 30 juni 2021 de tijd om de BTW terug te vragen.
Op zakelijk gebied, gaat de geplande verlaging van de hoogste schijf in de Vennootschapsbelasting niet door. Om dit enigszins te compenseren komt er een investeringskorting (BIK) voor het MKB. Eén en ander is bedoeld om de investeringen in deze crisistijd op peil te houden. Verder zijn er maatregelen gepland om gunstige belastingstructuren voor multinationals tegen te gaan; voor wat betreft de verliesverrekening kunnen echter alle bedrijven, ook die zonder internationale belangen, hiervan de effecten merken.
De uitgebreide steunmaatregelen aan het bedrijfsleven in het kader van de coronacrisis worden grotendeels tot 1 juli 2021 doorgezet. Er zal afgewacht moeten worden wat een volgend kabinet na de verkiezingen in maart volgend jaar voor nieuwe plannen zal presenteren.
Index zakelijke fiscale tips:
Wijziging box 2 en vennootschapsbelasting
Investeringskorting
Aanpassing verliesverrekening en internationale transacties
Verlaging zelfstandigenaftrek
Aanpassing vrije ruimte
Bijtelling elektrische auto
Betalingskorting vennootschapsbelasting
Verhoging van het tarief van de innovatie box
Corona-maatregelen
Overige belastingtips
Wijziging box 2 en vennootschapsbelasting
Zoals reeds vorig jaar is aangekondigd wordt het tarief voor de vennootschapsbelasting de komende jaren verlaagd. Daarnaast worden ook de schijven aangepast. Het tarief voor de vennootschapsbelasting was 16,5% over de eerste € 200.000,– winst en voor winsten boven de € 200.000,– was dit in 2020 25%. In 2021 wordt het tarief 15% over de eerste € 245.000,–. Het tarief voor winsten boven de € 245.000,– blijft 25%.
In 2022 zullen de schijven wederom aangepast worden en zal de eerste schijf verhoogd worden naar € 395.000,–. Vorig jaar was beloofd dat het hoge vpb-tarief van 25% ook verder verlaagd zou gaan worden. Dit gaat echter niet door. De opbrengst hiervan zal de overheid gebruiken voor de financiering van de coronamaatregelen en een regeling die ondernemers stimuleert om te investeren.
Het tarief voor box 2 wordt aangepast zoals gepland. Dit betreft inkomsten uit aanmerkelijk belang, zoals dividenden en vermogenswinsten op aandelenbelangen boven de 5%. Het huidige tarief van 26,25% wordt in 2021 verhoogd naar 26,9%. Indien u als directeur-grootaandeelhouder overweegt om dividenden uit te keren, is dit het meest gunstig nog voor het einde van het jaar zodat u profiteert van het lagere tarief.
Er wordt een nieuwe investeringskorting in het leven geroepen; de BIK (Baangerelateerde Investeringskorting). Deze regeling moet ervoor zorgen dat ondernemers ook in tijden van crisis blijven investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen. Bedrijven kunnen de investeringskorting verrekenen met de af te dragen loonbelasting.
De regeling geldt voor nieuwe investeringen die gedaan worden vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022. Er is een ondergrens van € 1.500,– per bedrijfsmiddel en € 20.000,– per aanvraag van toepassing. Er mogen maximaal 4 aanvragen per jaar gedaan worden. De investeringen moeten in 2021 of 2022 volledig betaald zijn en binnen 6 maanden na volledige betaling in gebruik genomen zijn. Bij grote investeringen in een jaar is de korting tot € 5.000.000,– 3,9%, daarboven geldt een korting van 1,8%.
Aanpassing verliesverrekening en internationale transacties
Het kabinet wil multinationals eerlijker gaan belasten. Op dit moment kan het voorkomen dat bedrijven die in Nederland winst maken, hier in Nederland geen belasting over hoeven af te dragen doordat zij verliezen of bepaalde aftrekposten kunnen verrekenen. Het kabinet gaat dit probleem door middel van twee maatregelen aanpakken die overigens ook voor andere ondernemingen dan multinationals van toepassing kunnen zijn.
De eerste maatregel is het beperken van verliezen. Momenteel kunnen bedrijven verliezen verrekenen met winsten uit het voorgaande jaar of de zes opvolgende jaren. Er is geen maximum aan het te verrekenen bedrag. Vanaf 2022 kan tot € 1.000.000,– van de winst worden verrekend met verliezen. Daarboven kan slechts worden verrekend met 50% van de winst die de € 1.000.000,– te boven gaat. Daarnaast komt de tijdslimiet van 6 jaar te vervallen; verliezen kunnen onbeperkt in de tijd worden verrekend. Helaas geldt de beperking voor alle Nederlandse ondernemingen, ongeacht of deze verliezen uit het buitenland afkomstig zijn. Voor kleine ondernemingen kan de langere mogelijkheid van verliesverrekening overigens juist wel een voordeel vormen.
De tweede maatregel is dat informeel-kapitaalstructuren worden aangepakt. In de huidige situatie kan het voorkomen dat bij een internationale transactie een bedrijf in Nederland wel de kosten kan aftrekken, maar in het andere land geen belasting betaalt over de corresponderende opbrengst. Per 2022 mogen er geen kosten van de winst in Nederland meer in aftrek worden gebracht als bij de andere partij geen of een lager bedrag dan de zakelijke prijs in de fiscale grondslag wordt betrokken.
Zoals reeds vorig jaar aangekondigd werd vanaf 2020 de zelfstandigenaftrek afgebouwd. Het plan was om deze in negen jaar te verlagen naar € 5.000,–. Nu wordt de zelfstandigenaftrek verder verlaagd naar € 3.240,– in 2036. In 2020 was de maximale zelfstandigenaftrek € 7.030,–. In 2021 is de maximale zelfstandigenaftrek € 6.670,–.
De ondernemer zal voor de verlaging van de zelfstandigenaftrek worden gecompenseerd door de verhoging van de arbeidskorting en de verlaging van het basistarief van de inkomstenbelasting naar 37,10%. Op termijn zullen zelfstandigen meer belasting betalen door de verdere daling van de zelfstandigenaftrek.
De vrije ruimte is in verband met de coronasteunmaatregelen tijdelijk verhoogd van 1,7% naar 3% over de eerste € 400.000,– van de loonsom. Dit is echter een tijdelijke maatregel die alleen voor het belastingjaar 2020 geldt. Wilt u hier nog gebruik van maken? Dan heeft u nog tot en met 31 december 2020 de tijd om bepaalde kosten belastingvrij te vergoeden aan de werknemer. Ook kan een bonus uitbetaald worden onder de vrije ruimte mits dit gebruikelijk is (mede afhankelijk van de hoogte van de bonus). In 2021 blijft de vrije ruimte 1,7% over de eerste € 400.000,– van de loonsom. Over het meerdere geldt een verlaging van het percentage naar 1,18%. Dit was 1,2% in 2020.
Zoals reeds vorig jaar aangekondigd wordt de bijtelling voor het privégebruik van elektrische auto’s verder verhoogd. In 2021 wordt de bijtelling verhoogd naar 12% over de eerste € 40.000,– (dit was 8% over de eerste € 45.000,–) en 22% over het meerdere. In 2022 wordt de bijtelling over de eerste € 40.000,– verhoogd naar 16% en 17% in 2025. Een uitzondering op deze regeling zijn de zonnecelauto’s. De maximale cataloguswaarde geldt niet voor deze auto’s.
Op dit moment verleent de Belastingdienst een betalingskorting als een voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting die in termijnen betaald mag worden ineens wordt voldaan. Vanaf 2021 wordt deze betalingskorting afgeschaft. Volgens de regering is dit om misbruik tegen te gaan.
Wanneer een bedrijf winst maakt met bepaalde vernieuwende activiteiten, hoeven zij over deze winst minder vennootschapsbelasting te betalen door toepassing van de innovatie box. Het effectieve tarief van deze innovatie box stijgt van 7% naar 9%.
Het kabinet heeft dit jaar veel corona-maatregelen in het leven geroepen. Een aantal van deze maatregelen zijn verlengd of zijn wettelijk vastgelegd. De belangrijkste maatregelen uit het derde steunpakket zoals de NOW, TVL en Tozo zijn verlengd tot 1 juli 2021. De NOW (Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid) voorziet in een tegemoetkoming in de loonkosten bij een omzetverlies van minimaal 20% om zoveel mogelijk werkgelegenheid te behouden.
De Tegemoetkoming Vaste Lasten, oftewel TVL, helpt MKB-bedrijven bij het betalen van een deel van hun vaste lasten. De tegemoetkoming van minimaal € 750,– en maximaal € 90.000,– is voor bedrijven die meer dan 30% van hun omzet hebben verloren als gevolg van de coronacrisis. De Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) is een tegemoetkoming in het levensonderhoud voor zelfstandigen. De inkomsten worden hiermee aangevuld tot het sociaal minimum. De regelingen hebben verschillende deadlines en dienen bij verschillende instanties aangevraagd te worden. U vindt hierover meer informatie op de website van de Rijksoverheid of KvK.nl.
Verder heeft de Belastingdienst ook mogelijkheid geboden voor uitstel van betaling. Het bijzondere uitstel van betaling eindigt uiterlijk op 1 januari 2021. Bij de eerstvolgende aangifte zal de belasting weer binnen de gewone termijn betaald moeten worden. Voor de uitstaande belastingschuld geldt een maximale termijn van afbetaling van 3 jaar.
Een overzicht van de diverse maatregelen vindt u hieronder (bron rijksoverheid.nl). Voor meer informatie verwijzen wij u naar:
Heeft u veel spaargeld en een eigen B.V.? U kunt overwegen om dit spaargeld door middel van een agiostorting voor het einde van het jaar in de B.V. te storten. Indien de storting voor het einde van het jaar wordt gedaan, hoeft u over dat bedrag in 2021 geen box 3-heffing meer te betalen. Het is wel belangrijk dat u op de hoogte bent van de voorwaarden en gevolgen.
Heeft u een eenmanszaak of vof? Indien u het werkkapitaal in de onderneming op peil houdt, kunt u wellicht box 3-heffing besparen. Indien u bijvoorbeeld met een grote privé-opname wacht tot na 1 januari, behoeft u over dat bedrag geen box 3-heffing te betalen. Het is wel van belang dat het saldo op de ondernemersrekening niet zo hoog is dat de bedragen als overtollig voor de bedrijfsvoering gezien gaan worden. Wanneer u van plan bent om in de toekomst grote uitgaven voor de onderneming te doen en derhalve hier nu al geld voor wilt reserveren, is dit wel een reden om meer vermogen in de onderneming aan te houden dan gebruikelijk.
Verwacht u dat u over het belastingjaar 2020 of 2021 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. De belastingrente is voor IB-ondernemers momenteel 4%. Voor de vennootschapsbelasting bedraagt dit percentage normaliter 8%, maar dit is verlaagd naar 4% in verband met de Corona crisis. Deze maatregel is verlengd tot 31 december 2021 (zie het hoofdstuk corona-maatregelen).
Komt u erachter dat u enkele posten vergeten bent mee te nemen in uw BTW aangifte? Doe dan een suppletie aangifte. Dit kan u doen voor dit jaar of voor de afgelopen 5 jaar. Gaat het om te ontvangen of af te dragen BTW van € 1.000,– of minder, dan mag dit worden meegenomen in de eerstvolgende BTW aangifte. U hoeft hier dan geen aparte suppletie aangifte voor in te dienen.
Rijdt u in een auto van de zaak en gebruikt u deze auto privé? Dan moet er in de laatste BTW aangifte (in te dienen in januari 2021) een correctie worden toegepast voor het privégebruik. Dat mag op basis van het werkelijk gebruik of op basis van een forfait. Heeft u hier vragen over? Wij zijn u graag van dienst.
Gebruikt u als DGA computers, laptops, tablets of mobiele telefoons voor uw werkzaamheden? Deze kunnen belastingvrij worden verstrekt.
Zoals reeds aangegeven worden de tarieven van de inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting en het belastingtarief in box 2 aangepast. Dit biedt interessante planningsmogelijkheden voor bijvoorbeeld de keuze tussen het uitkeren van loon of dividend. Wij kijken graag met u mee naar de mogelijkheden.
Beheer cookie toestemming
Wij gebruiken technologieën zoals cookies om informatie over uw apparaat op te slaan en/of te raadplegen. We doen dit met als doel om de beste ervaring te bieden en om gepersonaliseerde advertenties te tonen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als u geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.