Referenties

Eindejaarstips 2018

22 november 2018

PARTICULIEREN

Nieuwe tarieven in de Inkomstenbelasting

Zoals reeds vorig jaar werd aangekondigd wordt het huidige vier tariefstelsel terug gebracht tot een twee schijven stelsel. In 2019 worden de percentages van de vier schijven aangepast van 36,55%, 40,85%, 40,85% en 51,95% naar 36,65%, 38,10%, 38,10% en 51,75%. Hierbij wordt de eerste schijf iets verhoogd, de overige drie schijven dalen. De tarieven worden stapsgewijs verlaagd waardoor er vanaf 2021 nog maar twee schijven over zijn van 37,05% voor inkomens tot € 68.507,– en 49,50% voor alle inkomens hierboven. Voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt gelden aangepaste tarieven en wordt het een drie schijven stelsel.
Ook de tarieven voor het box 2-inkomen wordt aangepast. Voor meer informatie verwijzen wij u door naar het hoofdstuk zakelijk in deze nieuwsbrief.

Box 3 wijzigingen in 2019

In het belastingplan 2019 is een kleine wijziging doorgevoerd met betrekking tot het heffingsvrij vermogen. Dit wordt verhoogd van € 30.000,– per persoon naar € 30.360,– per persoon (€ 60.720,– voor fiscaal partners). Daarnaast worden de schijven in box 3 aangepast. In 2018 was het gemiddeld percentage van de grondslag sparen en beleggen tot € 70.800,– een bedrag van 2,017 %. Bij een grondslag tussen € 70.801,– en € 978.000,– was dit percentage gemiddeld 4,326% en voor vermogens boven de € 978.000,– was dit 5,38%. In 2019 wordt de eerste schijf tot € 71.650,– belast tegen gemiddeld 1,94%. Voor een grondslag tussen de € 71.651,– en € 989.736,– wordt dit gemiddelde percentage 4,45% en voor vermogens vanaf € 989.736,– wordt dit percentage vastgesteld op 5,60%. Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing in 2019.

Wijziging heffingskortingen

De algemene heffingskorting wordt in de jaren 2019-2021 stapsgewijs verhoogd voor mensen met een inkomen tot € 50.000,–. Daarnaast gaat de arbeidskorting in de jaren 2019-2021 omhoog. Door een verhoging van de arbeidskorting gaat werken meer lonen voor mensen met een inkomen tussen de € 20.000,– en € 60.000,–.

Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens

Het tarief waartegen een aantal aftrekposten mag worden afgetrokken wordt geleidelijk afgebouwd. Dit betekent dat mensen die vallen in de hoogste inkomensschijf geleidelijk minder fiscaal voordeel hebben van deze aftrekposten. De posten waar deze maatregel voor geldt zijn onder andere de zelfstandigenaftrek, de MKB-winstvrijstelling, de aftrek van giften en de aftrek van partneralimentatie. In 2018 is de hoogte van de aftrekpost voor mensen met een inkomen boven de € 68.507,– 51,95%. In 2019 daalt dit percentage naar 51,75%. Dit percentage wordt de komende jaren verder verlaagd tot 37,05% in 2023.

Wijzigingen eigen woning

Het tarief waartegen de hypotheekrente mag worden afgetrokken wordt verder verlaagd. Deze maatregel was in 2014 al ingevoerd, maar de afbouw wordt nu versneld. In 2018 is de hoogte van de aftrekpost voor mensen met een inkomen boven de € 68.507,– 49,50% voor de hypotheekrente. In 2019 wordt dit bedrag verlaagd naar 49%. Dit percentage wordt de komende jaren verder verlaagd tot 37,05% in 2023. Mensen met een inkomen lager dan € 68.507,– ondervinden geen fiscaal nadeel door deze maatregel.
Het eigenwoningforfait voor woningen met een waarde tussen de € 75.000,– en € 1.060.000,– wordt verlaagd van 0.7% naar 0,45% in 2023. Dit ter compensatie van de verlaging van de hypotheekrenteaftrek.

 Wijziging 30% regeling

In het belastingplan 2019 is het voorstel opgenomen om per 1 januari 2019 de 30% regeling van 8 naar 5 jaar te verkorten. Deze verkorting geldt niet alleen voor werknemers die vanaf 2019 naar Nederland komen, maar ook voor bestaande gevallen. Er is overgangsrecht ingesteld voor mensen die door de nieuwe regeling in 2019 of 2020 de 30% regeling zouden kwijtraken. Zij mogen nu toch nog gebruik maken van de regeling tot eind 2020.
De 30% regeling is er voor expats met specifieke schaarse deskundigheid die vanuit het buitenland naar Nederland zijn aangetrokken om te werken en houdt in dat 30% van hun salaris belastingvrij mag worden uitgekeerd. Dit ter compensatie van de extra kosten voor huisvesting en reiskosten die de buitenlandse werknemers moeten maken.

Monumentenaftrek wordt afgeschaft

Er bestonden al langer plannen om de monumentenaftrek af te schaffen. Deze plannen worden nu alsnog doorgevoerd en de monumentenaftrek wordt afgeschaft per 1 januari 2019. Deze regeling wordt vervangen door een subsidieregeling. Deze subsidieregeling moet nog nader uitgewerkt worden. Onderhoudskosten die in 2018 zijn gemaakt kunnen nog wel worden opgevoerd in de belastingaangifte 2018 die vanaf 1 maart 2019 kan worden ingediend. Mocht u nog plannen hebben om onderhoud aan uw monument te verrichten dan adviseren wij dit nog voor het einde van het jaar te doen. Aangezien het moment van betaling doorslaggevend is, is het van belang dat de betaling nog dit jaar plaatsvindt. Dit zou ook bij wijze van vooruitbetaling mogen.

Verhoging lage BTW-tarief

Per 1 januari 2019 gaat het lage Btw-tarief omhoog van 6% naar 9%. Dit betekent dat de dagelijkse boodschappen voor iedereen duurder worden. Het lage Btw-tarief geldt ook voor bijvoorbeeld water, bloemen, de kapper en een bezoek aan musea en attracties. Daarnaast geld het ook voor isoleer-, schilder- en stukadoorswerkzaamheden voor een woning ouder dan 2 jaar. Mocht u van plan zijn om bijvoorbeeld uw huis te laten schilderen of een andere dienst- of product aan te schaffen waarop het lage Btw-tarief van toepassing is, dan adviseren wij u deze kosten in 2018 te betalen.

Verhoging vrijwilligersvergoeding

Per 1 januari 2019 gaat de vrijwilligersvergoeding omhoog van € 150,– per maand naar maximaal € 170,– per maand. Op jaarbasis wordt de vergoeding verhoogd van € 1.500,– naar € 1.700,–. Het kabinet verhoogt deze vergoeding in verband met het grote maatschappelijke belang van vrijwilligerswerk. Over deze vergoeding hoeft de ontvanger geen belasting en premies volksverzekeringen te betalen.

Fiets van de zaak

Het kabinet wil stimuleren dat mensen vaker met de fiets naar het werk gaan omdat dit beter is voor het milieu. Derhalve wordt het aantrekkelijker gemaakt om een fiets van de zaak aan te schaffen. Deze maatregel gaat in vanaf 2020. Het bijtellingspercentage van de fiets wordt vastgesteld op 7% van de waarde van de adviesprijs van de fiets. Met de huidige regeling moet er precies worden bijgehouden hoeveel kilometers er privé en hoeveel kilometers er zakelijk gereden worden. Met de invoering van de forfaitaire bijtelling is dit verleden tijd.

Wijziging energiebelasting

Per 1 januari 2019 gaat de belasting op aardgas in de eerste schijf omhoog met 3 cent per M3. De belasting op elektriciteit wordt in de eerste schijf verlaagd met 0,72 cent per kWh. Hiermee wordt dat wat vervuilender is zwaarder belast. Het kabinet hoopt dat het hierdoor aantrekkelijker wordt gemaakt om over te gaan op elektrische verwarmingsopties.

Inkeerregeling

Dit jaar hebben minder mensen gebruik gemaakt van de inkeerregeling dan in voorgaande jaren. In verband met de berichtgeving is er een beeld ontstaan dat de inkeerregeling is afgeschaft. Dit is echter niet juist. Er kan nu en ook in 2019 nog steeds gebruik gemaakt worden van de inkeerregeling met diverse straf verminderende faciliteiten. Slechts het boete vrij inkeren over de laatste 2 jaar vanaf 2018 is komen te vervallen. Heeft u buitenlands of binnenlands vermogen dat niet correct is aangegeven in de aangiften, dan adviseren wij u dit te melden bij de Belastingdienst. Wij zijn u hierbij graag van dienst.

Maak gebruik van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen

Heeft u dit jaar nog geen gebruik gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen? U heeft nog tot 31 december de tijd om deze schenkingen te verrichten. In 2018 geldt een algemene vrijstelling van € 2.147,–. Voor schenkingen aan kinderen is een vrijstelling van € 5.363,– van toepassing. Indien u de schenkingen doet voor het einde van het jaar, verlaagt dit tevens uw vermogen in box 3 voor de peildatum van 1-1-2019.

Besparing box 3 – OFGR

Vanaf 2017 is de box 3-heffing ongunstiger geworden voor hogere vermogens vanaf € 250.000,–. Dat is een reden voor vermogende particulieren om te kijken naar andere manieren om hun vermogen onder te brengen. Een alternatief kan zijn het zogenaamde sparen in de BV of een open fonds voor gemene rekening (OFGR).
In tegenstelling tot de fictieve belastingheffing in box 3 worden deze entiteiten belast op basis van het werkelijke rendement. Met de huidige lage rentestanden en rendementen worden deze in de meeste gevallen gunstiger belast.
Wij kunnen voor u een berekening maken om de opties te vergelijken en de potentiële besparing inzichtelijk te maken. Uiteraard zijn wij ook beschikbaar voor begeleiding bij het oprichten van een BV of OFGR en de jaarlijkse aangifteverplichtingen hiervan.

Overige belastingtips

      • Doe geplande uitgaven nog voor het einde van het jaar ter verlaging van de box 3 grondslag. Hierbij kunt u denken aan het betalen van nog openstaande belastingaanslagen, het betalen van de gehele zorgpremie van 2019 en/of het aanschaffen van consumptieve goederen. Indien u gebruik wilt maken van goederen of diensten die onder het 6% Btw-tarief vallen is het ook verstandig om dit voor het einde van het jaar te doen.
      • Indien gewenst kan de hypotheekrente (in overleg met de hypotheekverstrekker) mogelijk vooruit betaald worden. Dit is voordelig als u onder het topinkomen valt. In 2018 geldt namelijk nog een hoger aftrekpercentage voor de hypotheekrente dan in 2019. Tevens verlaagt dit de box 3 grondslag.
      • Indien u verwacht nog een teruggave te ontvangen voor het jaar 2013, dient voor het eind van het jaar een aangifte Inkomstenbelasting over dit jaar ingediend te worden. In 2019 vervalt namelijk de 5 jaars-termijn voor het indienen van deze aangifte.
      • Het kan voordelig zijn om kleine schulden (tezamen lager dan de drempel van € 3.000,–) voor 1 januari af te lossen. Zo wordt het box 3 inkomen verlaagd en wordt bovendien verdere rente op deze leningen vermeden. Rente op persoonlijke leningen is meestal hoog en deze rente is fiscaal niet aftrekbaar.
      • Bundelt u voor zover mogelijk aftrekbare kosten zoals ziektekosten en giften in één bepaald jaar. Zo wordt eerder een aftrekpost behaald en komt de drempel maar één keer in mindering op de uitgaven. Voor giften vervalt de drempel overigens indien u de gift aan een charitatieve instelling voor 5 jaar vastlegt.

     

ZAKELIJK

Wijziging vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting ondernemers

Het tarief voor de vennootschapsbelasting wordt stapsgewijs verlaagd van de huidige 20% in 2018 naar 15% in 2021 voor winsten tot een bedrag van € 200.000,–. Voor winsten vanaf € 200.000,– wordt de belasting verlaagd van 25% in 2018 naar 20,50% in 2021. In 2019 daalt de eerste schijf met 1% naar 19%. Voor de tweede schijf is nog geen verlaging van toepassing in het jaar 2019.

Ook de tarieven voor het box 2-inkomen wordt aangepast. Dit betreft inkomsten uit aanmerkelijk belang, zoals dividenden en vermogenswinsten op aandelenbelangen boven de 5%. Het huidige tarief van 25% wordt verhoogd naar 26,9% in 2021. In 2019 blijft het tarief nog 25%. Deze maatregel dient in samenhang bezien te worden met de verlaging van de vennootschapsbelastingtarieven.

Ondernemers met een onderneming in de vorm van een eenmanszaak of vof profiteren van de lagere Inkomstenbelastingtarieven. Voor deze IB-ondernemers in de hogere tariefschijf wordt de verlaging van de Inkomstenbelastingtarieven echter grotendeels teniet gedaan door het verlagen van het aftrekpercentage van de ondernemersfaciliteiten.

De Vennootschapsbelasting voor bedrijven is na het vervallen van het plan van afschaffing van de dividendbelasting verder verlaagd. De box 2-heffing over uitgekeerde dividenden wordt iets verhoogd, maar per saldo wordt de heffing voor directeur-grootaandeelhouders met een BV een stuk gunstiger. Het zal dan nu ook eerder gunstiger worden in een BV te ondernemen dan in een eenmanszaak.

Verhoging 6% BTW tarief

Het lage Btw-tarief van 6% wordt verhoogd naar 9%. Deze invoering gaat in op 1 januari 2019. Ondernemers die producten of diensten verkopen die onder dit lage Btw-tarief vallen zullen tijdig maatregelen moeten treffen. Zo moet de administratie aangepast worden. Bij het maken van de offertes voor goederen en diensten die in 2019 worden geleverd moet rekening worden gehouden met het tarief van 9%. Het kan zijn dat een product of dienst pas in 2019 wordt geleverd, maar de factuur al in 2018 is betaald. Indien dit het geval is geldt het lage Btw-tarief van 6%. Er hoeft geen correctie in de administratie plaats te vinden.

Aanpassing verliesverrekening VPB

Vanaf 1 januari 2019 wordt de verliesverrekening aangepast. Voorheen konden verliezen in de vennootschapsbelasting 9 jaar voorwaarts worden verrekend. Dit wordt vanaf 2019 beperkt naar 6 jaar. Dit geldt echter alleen voor verliezen gemaakt vanaf het jaar 2019. Verliezen die zijn gemaakt vóór 2019 kunnen volgens de oude regeling nog wel 9 jaar voorwaarts worden verrekend. Het is jammer dat het kabinet hiermee een verdere inbreuk maakt op het totaalwinst-principe. Waarbij alle resultaten gemaakt in een onderneming belast zijn. Naar het voorkomt komt deze maatregel vooral voort uit budgettaire overwegingen.

 Beperking afschrijving gebouwen

Vanaf 1 januari 2019 wordt de afschrijving op gebouwen in eigen gebruik in de vennootschapsbelasting beperkt. Voorheen mocht er worden afgeschreven tot 50% van de WOZ-waarde. Dit wordt vanaf 2019 een afschrijving tot 100% van de WOZ-waarde. Indien een gebouw al voor 1 januari 2019 in gebruik is genomen, maar er op dit gebouw nog niet 3 jaar is afgeschreven dan mag alsnog deze 3 jaar volgens de oude regels worden afgeschreven.

Wijziging kleine ondernemersregeling

Vanaf 1 januari 2020 wordt de kleine ondernemersregeling gemoderniseerd. Indien een ondernemer verwacht op jaarbasis minder omzet te maken dan € 20.000,–, dan kan hij kiezen voor een vrijstelling van de BTW. Dit heeft als voordeel dat er minder administratieve verplichtingen zijn. Zo hoeft er niet ieder kwartaal een BTW aangifte te worden gedaan, omdat er geen BTW bij de klant in rekening wordt gebracht. Een nadeel is dat betaalde BTW niet teruggevraagd kan worden.

Beperking lenen bij eigen bv

Het kabinet wil het door de DGA lenen van zijn eigen B.V. gaan beperken. Met ingang van 2022 worden leningen boven een bedrag van € 500.000,– belast tegen het tarief in box 2. Dit geldt niet voor leningen die zijn aangegaan ten behoeve van de eigen woning. Tevens is besloten om dit niet alleen voor bestaande eigenwoningschulden te laten gelden, maar ook voor nieuwe eigenwoningschulden. Dit betreft slechts een voornemen dat in de komende jaren verder uitgewerkt zal moeten worden. Het is echter wel van belang dat DGA’s met een hoge rekening-courantschuld zich nu alvast hierop voorbereiden òf door aflossing òf opbouw van reserves om de 25% box 2-heffing te kunnen betalen.

Dividendbelasting niet afgeschaft

Het plan om de dividendbelasting af te schaffen is uiteindelijk toch niet doorgegaan. In plaats hiervan heeft het kabinet aanpassingen gedaan aan het aangekondigde belastingplan. Het vrijgekomen budget is geheel gebruikt om de plannen voor het bedrijfsleven aan te passen. Zo is er overgangsrecht ingesteld voor de 30% regeling, is de vennootschapsbelasting verder verlaagd, de voorgenomen maatregel om excessief lenen bij de eigen bv tegen te gaan is verzacht en er is overgangsrecht gekomen bij de beperkte afschrijving op gebouwen in eigen bedrijf. Tot slot komt er meer geld beschikbaar voor innovatie.

Overige belastingtips

  • Indien u voldoende investeringen heeft gedaan om in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek, maar nog niet alle investeringen heeft betaald adviseren wij u deze betalingen nog voor het einde van het jaar te verrichten zodat u voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek in aanmerking komt. U komt in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wanneer het totaal aan investeringen hoger is dan € 2.300,–.
  • Het wordt in 2019 minder voordelig om een elektrische auto beschikbaar te stellen aan werknemers. Nu geldt een bijtelling van 4% voor privégebruik van de auto voor uw werknemer bij een CO2-uitstoot van nihil. Vanaf 1 januari 2019 geldt het lage bijtellingspercentage alleen maar voor zover de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 50.000,–. Voor het bedrag daarboven wordt de bijtelling verhoogd naar 22%. Als de auto echter in 2018 nog wordt aangeschaft en in gebruik genomen, valt deze onder overgangsrecht en mag u nog 5 jaar de oude bijtelling hanteren.