U wilt na jaren van wonen in het buitenland weer naar Nederland terugkeren. Indien u minstens 25 jaar weg bent geweest, komt u misschien in aanmerking voor de 30%-regeling. Bent u niet langer dan 25 jaar in het buitenland, kunt u deze pagina beter raadplegen.
Met de 30%-regeling krijgt u vijf jaar lang 30% van uw inkomsten uit loon (box-1) belastingvrij. En, minstens zo belangrijk, u hoeft geen belasting te betalen over uw wereldwijd vermogen (box-3). Dit levert een groot voordeel op, zeker indien u vermogen bezit in het land van waaruit u naar Nederland terugkeert. Er zijn echter wel behoorlijk wat voorwaarden aan verbonden om in aanmerking te komen voor de 30% regeling.
Indien u ons tijdig inschakelt, kunnen wij nagaan of er mogelijkheden zijn om uw terugkeer zo te structureren dat u of uw (buitenlandse) partner in aanmerking komt voor de 30%-regeling. Bijvoorbeeld door het oprichten van een Nederlandse BV voor uw buitenlandse werkgever of uzelf. Het kan ook zijn dat wij u adviseren om uw terugkeer naar Nederland nog uit te stellen totdat u wel voldoet aan de voorwaarden. Indien er geen mogelijkheden zijn om gebruik te maken van de 30%-regeling zullen wij u in ieder geval adviseren hoe u uw terugkeer naar Nederland fiscaal zo gunstig mogelijk kunt structureren.
De 30%-regeling is een belastingmaatregel voor werknemers die gerekruteerd zijn vanuit het buitenland om in Nederland te komen werken voor een Nederlands bedrijf. U dient dus nog voordat u terugkeert een contract te tekenen. Indien u in het buitenland voor een werkgever werkt, zou deze ook in Nederland een BV op kunnen richten die u in dienst neemt of een Nederlandse payroll. Ook kunnen wij voor uzelf een BV oprichten. U gaat dan een dienstbetrekking aan bij deze BV. Indien uzelf niet aan de voorwaarden kunt voldoen, komt uw (buitenlandse) partner daar wellicht wel voor in aanmerking. Dan geldt de box-3 vrijstelling ook voor uw gezamenlijke box-3 vermogen.
Belangrijkste voorwaarden voor de 30%-regeling voor terugkerende Nederlanders:
U wordt vanuit het buitenland aangenomen door een Nederlandse werkgever:
Dit kan ook een Nederlandse vestiging zijn van de werkgever waarvoor u in het buitenland werkt of uw eigen BV. Belangrijk in dit geval is dat deze entiteiten worden opgericht voordat u zich weer in Nederland vestigt en ook dat u het arbeidscontract tekent voor de immigratie;
U bent 25 jaar weggeweest uit Nederland:
Let er ook op dat uw emigratie destijds uit Nederland pas officieel inging op het moment dat uw levenscentrum zich niet meer in Nederland bevindt. In de regel is dit waar uw partner en eventuele kinderen wonen. Indien zij destijds pas later geëmigreerd zijn, telt hun vertrekdatum ook voor u als emigratiedatum;
Voor deze 25 jaar telt het volgende verblijf in Nederland niet mee. U bent:
Jaarlijks niet meer dan 20 dagen in Nederland bent geweest in verband met werk;
maximaal 6 weken per jaar, of eenmalig maximaal 3 aaneengesloten maanden in Nederland geweest voor vakantie, familiebezoek of andere privéredenen.
Bent u langere periodes in Nederland geweest in deze 25 jaar, dan heeft u geen recht op de 30%-regeling. Lees hier de volledige beschrijving van de beschikking: geldigheid en toetsen voorwaarden.
Wilt u meer te weten komen over terugkeer naar Nederland? Hier leest u onder andere enkele en welke aangifte wij voor u kunnen invullen aan de hand van uw remigratie naar Nederland.
Voorbeeldsituaties 30%-regeling voor terugkerende Nederlanders
U woont met uw gezin meer dan 25 jaar in Canada. U overweegt terug te keren naar Nederland en vraagt zich af of u in aanmerking komt voor de 30% regeling. U bent regelmatig in Nederland geweest om zakelijke redenen en bezoek aan vrienden en familie. Meestal ging dit om een bezoek van maximaal een week. Uw partner is ook Nederlands, maar is destijds pas na een jaar bij u komen wonen.
Om in aanmerking te komen voor de 30% regeling, moet u inderdaad 25 jaar uit Nederland weg zijn geweest. Omdat uw partner pas een jaar later is vertrokken is het van belang hoe dit is verwerkt in de aangifte destijds. Graag zien wij uw bewijs van het uitschrijven bij de gemeente van zowel uzelf als uw partner evenals (indien mogelijk) een kopie van de laatste aangifte en aanslag in Nederland van u beiden. De 25 jaar periode gaat in na het eindigen van de binnenlandse belastingplicht van uzelf. Deze was mogelijk gekoppeld aan het vertrek van uw echtgenote. Uw verblijven in Nederland zijn inderdaad van belang. Echter indien u in de afgelopen 25 jaar om privéredenen jaarlijks niet meer dan 6 weken aaneengesloten in Nederland bent geweest of eenmalig 3 maanden en/of jaarlijks 20 dagen om zakelijke redenen dan tellen deze verblijven niet mee.
U woont momenteel 24 jaar in de Verenigde Staten. Het plan is om binnen een paar jaar weer in Nederland te gaan wonen. U zou verder kunnen werken voor uw huidige Amerikaanse werkgever of een andere, soortgelijke werkgever zonder vestiging in Nederland waarbij u remote zou werken vanuit Nederland. U vraagt zich af wanneer u in aanmerking zou kunnen komen voor de 30% regeling en of het nodig is om een dienstbetrekking te hebben.
Voor de 30% regeling zal er een Nederlands dienstverband moeten zijn zoals bijvoorbeeld een voortzetting van het dienstverband bij uw huidige werkgever. Een Nederlandse werkgever kan worden gecreëerd door een BV op te richten of middels een payroll bedrijf of doordat de Amerikaanse werkgever zich laat registreren als inhoudingsplichtige. Ook kunt u zelf een BV oprichten indien uw belangen groot genoeg zijn. Vanuit deze BV zou u remote kunnen werken voor uw huidige werkgever. Verder is uw recht op de 30% regeling afhankelijk van de hoogte van uw te verwachten bruto inkomen. Uw emigratiedatum kunt u berekenen door 25 jaar op te tellen bij uw vertrekdatum uit Nederland. U kunt via het bevolkingsregister of via mijnpensioenoverzicht.nl zien wat uw verblijfgeschiedenis in en vertrekdatum uit Nederland was. Tevens dient u in deze 25 jaar niet langer dan 6 weken aangesloten per jaar of eenmalig 3 maanden in Nederland te zijn geweest.
Sinds 20 jaar woont u in de US. U heeft daar uw Amerikaanse partner ontmoet en hebt samen 3 kinderen. U wilt binnenkort met uw gezin naar Nederland verhuizen. Een advocaat zal u helpen met het immigratieproces van uw partner nadat u zich heeft ingeschreven. (Uw kinderen hebben ook 2 nationaliteiten). U wilt echter fiscaal advies met betrekking tot uw verhuisdatum/datum van inschrijving omdat u graag de box 3 heffing zoveel mogelijk wilt vermijden. U heeft uw huis namelijk met behoorlijk wat winst kunnen verkopen, waardoor u redelijk wat liquide middelen heeft. U heeft gehoord dat met de 30% regeling ook uw deel van het vermogen vijf jaar buiten de box drie heffing zou vallen. U vraagt zich af of er een mogelijkheid is dat uw partner in aanmerking komt voor de 30% regeling. Op dit moment werkt u beiden nog in loondienst voor Amerikaanse werkgevers.
Het is inderdaad belangrijk dat de volgorde van een en ander in het oog wordt gehouden. De 30% regeling geeft de beste belastingverminderingsmogelijkheden en is uitsluitend mogelijk voor uw partner. De Amerikaanse werkgever zal dan echter Nederlandse loonbelasting in moeten gaan houden door zich te laten registreren als inhoudingsplichtige. Vaak is dit voor de werkgever geen optie indien de emigratie een privéreden heeft. Alternatief is voor de Amerikaanse werkgever te blijven werken via een payroll bedrijf; dit heeft als voordeel dat deze ook kan zorgen voor een verblijfsvergunning en werkvergunning middels de kennismigrantenregeling. Ook zou u een eigen BV op kunnen richten. Essentieel is dan dat deze BV dan opgericht wordt vóór immigratie en de reden van de immigratie moet dan zijn een aangeboden dienstverband door de BV aan uw partner. Hiernaast moet dan een verblijfsvergunning traject worden doorlopen (bijv. i.v.m. verblijf bij Nederlandse partner/kinderen). De toegekende 30%-regeling heeft dan tot gevolg dat uw gezamenlijk box-3 vermogen gedurende vijf jaar is vrijgesteld van NL belastingheffing. Dit betreft zowel uw buitenlands als uw binnenlands vermogen. (Uitzondering: voor NL onroerend goed blijft u altijd belast in Nederland, ook indien u niet zelf gebruik maakt van de eigen woning.)
U woont en werkt al 24 jaar in het buitenland, in verschillende landen. U wilt over een jaar terugkeren naar Nederland en zult zelf remote blijven werken voor een Amerikaans bedrijf. Uw vrouw zal haar baan opzeggen en waarschijnlijk voorlopig niet werken. U heeft wel gehoord over de 30% regeling, maar aangezien u in Nederland niet zal gaan werken voor een Nederlandse werkgever gaat u ervan uit dat u hier geen recht op heeft. U wilt dit toch noch verifiëren omdat u in het buitenland nog een aanzienlijk bedrag op de bank heeft staan. Ook vraagt u zich af of u als u wanneer u weer in Nederland woont een baan aangeboden krijgt van een Nederlandse werkgever nog recht heeft op de 30% regeling.
De 30% regeling is op zich wel een gemist kans als hier geen gebruik van wordt gemaakt. Aangezien u een Amerikaanse werkgever heeft en in Nederland zal werken is er de mogelijkheid dat uw werkgever een Nederlandse salarisadministratie gaat voeren. Dat is voordelig, want dan kan in principe voor dit dienstverband de 30% regeling worden toegepast met als voordeel een vrijstelling voor uw wereldwijde gezamenlijke vermogen. Indien u een baan bij een Nederlandse werkgever krijgt aangebonden als u al in Nederland woont, heeft u geen recht op de 30% regeling, aangezien u in dat geval niet voldoet aan de voorwaarde dat u gerekruteerd bent vanuit het buitenland.
Voor een Aziatisch bedrijf heeft u in verschillende landen gewerkt. In totaal woont en werkt u al zo’n 30 jaar in het buitenland. Binnenkort wilt u definitief terugkeren naar Nederland. U heeft nog geen concrete plannen wat betreft werk. U vraagt zich af wat de fiscale gevolgen zijn van uw remigratie naar Nederland en of u met uw planning nog ergens rekening mee kunt houden.
Bij een remigratie vestigt u zich weer in Nederland en wordt u hier belastingplichtig voor uw wereldwijde inkomen en vermogen. Het is van belang dit goed in beeld te brengen. Aangezien u meer dan 25 jaar niet in Nederland heeft gewoond, kunt u misschien gebruik maken van de 30% regeling. U bent dan vrijgesteld van belastingplicht over uw wereldwijd vermogen en u ontvangt daarnaast 30% van uw salaris belastingvrij gedurende 5 jaar. U heeft dan echter een Nederlandse werkgever nodig waarbij u een contract tekent voordat u zich weer in Nederland inschrijft. Een buitenlandse werkgever met een Nederlandse payroll voldoet ook.
Na 25 jaar in het buitenland gewoond wilt u volgende jaar terug naar NL komen. U heeft verschillende woningen in bezit in Costa Rica en heeft een eigen bedrijf daar. U wilt met deze onderneming doorgaan in NL. U vraagt zich af of u in NL belastbaar wordt voor uw bezittingen en welke mogelijkheden er zijn voor de 30% regeling.
Op deze wijze is er geen gevaar voor dubbele belasting. Voor de 30% regeling heeft u, of uw partner, een Nederlandse werkgever nodig en geldt er een minimum bruto maandinkomen. Wellicht zijn er ook mogelijkheden voor de 30% regeling gekoppeld aan uw onderneming, bijvoorbeeld het oprichten van een BV. Als de 30% regeling toegekend wordt dan kan er vrijstelling worden aangevraagd voor belasting over uw wereldwijd vermogen.
Herken je jezelf hierin? Jij bent op zoek naar een uitdagende parttime baan waar jouw talenten tot hun recht komen in een internationale omgeving. Je bent bezig met jouw fiscale studie en wil graag parttime werken om kennis in de praktijk op te doen. Jij wilt jezelf kunnen ontwikkelen en doorleren op meerdere internationale vlakken. Je schriftelijke en mondelinge vaardigheden in het Nederlands als Engels zijn uitstekend te noemen. Of misschien heb je je studie al afgerond, dat ben je natuurlijk ook van harte welkom voor een gesprek. Indien ja, dan denken we dat jij de perfecte match voor ons zou zijn!
Jouw fiscale opleiding ga je natuurlijk met vlag en wimpel afronden, maar al de kennis die je bij ons opdoet is mooi meegenomen. Je krijgt de vrijheid een heel brede rol te bekleden en jezelf in het gebied van internationaal belastingadvies te gaan ontwikkelen.
Vacature junior belastingadviseur bij JC Suurmond Als actieve junior belastingadviseur zul je aangiften voor de IB, VPB en OB gaan opstellen, bij voorkeur heb je hier al enige ervaring in. Het gaat dan om aangiften voor Engelstalige expats, migratie aangiften, jaarrekeningen opstellen. Verder houdt je je bezig met dossierbeheer en correspondentie met de klanten.
Jij wordt enthousiast van internationale belastingsituaties en grijpt werk met beide handen aan. Je zult al lerende de fiscale expert tussen ons worden en wellicht in de toekomst junior belastingadviseurs opleiden, mocht dat een ambitie van je zijn. Uiteraard begeleiden jouw collega’s je in het begin graag zodat je op die manier ook praktische kennis opdoet.
Vacature junior belastingadviseur : met wie ga je werken? Ons kantoor is meer dan 35 jaar geleden opgericht als gespecialiseerd internationaal belastingadvieskantoor. Wij zijn een hecht familiebedrijf en werken momenteel met 10 personen. Dit jaar zijn wij verhuisd naar ons prachtige, moderne nieuwe kantoor vlak aan het water (bij de nieuwe Waterweg) in Maassluis. Onze locatie is niet voor niets midden in het meest internationale gebied van Nederland. Denk hierbij aan de haven met in- en exportbedrijven, ministeries en ambassades van alle landen en hoofdkantoren van internationale bedrijven waar expats werken en studeren.
Ons team bestaat uit gedreven, enthousiaste en leergierige collega’s en specialisten van jong en oud. Als familiekantoor bieden we een collegiale werksfeer met korte lijnen en benaderbare partners. Persoonlijke service en flexibiliteit naar de cliënt staan voorop. We zorgen voor een fijne werkomgeving en vinden het ook belangrijk om af en toe samen dingen te ondernemen als een personeelsuitje.
Is de bovenstaande vacature junior belastingadviseur jou helemaal op het lijf geschreven en wil jij kennismaken met ons team? Stuur je CV en motivatiebrief naar Sander Suurmond: sfs@jcsuurmond.nl. Je kunt Sander ook bellen (010-3033701) of mailen als je meer wilt weten over de vacature belastingadviseur.
Het nieuwe jaar is al geruime tijd begonnen en de aangifteperiode begint weer. De deadline belastingaangifte van 1 mei wordt groot weergegeven in het nieuws, maar is alle aandacht voor deze gevreesde datum eigenlijk wel terecht? En wat is de datum 1 april die ook nog wordt genoemd?
Moet u voor 2022 belastingaangifte doen? Dan heeft u vast al een brief gehad van de Belastingdienst met uitnodiging tot aangifte doen, waarop de uiterste inleverdatum vermeld staat. De deadline belastingaangifte is afhankelijk van wat voor soort biljet u moet invullen. Daarnaast zult u horen dat u belastingrente kunt voorkomen door de aangifte vóór 1 april te doen. Deze rente wordt ook wel vermeld als boete of verhoging van de belasting waarbij in de praktijk de alarmbellen gaan rinkelen.
Aangifte na de deadline belastingaangifte invullen kan
Voor al onze klanten vragen wij uitstel tot volgend jaar 1 mei 2024. De Belastingdienst geeft uitstel zodat de werklast over het jaar verspreid kan worden. U zult geen boete krijgen als uw aangifte voor die tijd wordt ingediend. Wij vragen uitstel aan vanwege de drukte en de verwerkingstijd zodat wij iedere aangifte de tijd kunnen geven die deze verdient. Door het verschuiven van de deadline van 1 april naar 1 mei valt dit samen met een periode waarin de aangifte omzetbelasting worde gedaan. Dit veroorzaakt dan ook een lastige piek in de werkzaamheden te meer daar de deadline van de aangifte omzetbelasting wel een harde deadline is.
Geen paniek
Bent u (nog) geen klant bij ons en is uw aangifte vóór 1 mei nog niet ingediend? Dan zal er na verloop van tijd een herinnering worden gestuurd. Maar ook na ontvangst van deze herinnering is er niets aan de hand. Er wordt geen boete opgelegd. Als u dan nog niet de aangifte heeft ingediend krijgt u een aanmaning en weer de tijd om de aangifte in te dienen. Pas hierná wordt er een boete opgelegd. Wij kunnen voor u alsnog uitstel vragen als u een herinnering heeft ontvangen. Na het ontvangen van een aanmaning kan dit niet meer.
Belangrijk
Wat is nu wel belangrijk? Dat is het voorkomen van belastingrente. Deze rente wordt in rekening gebracht als de aanslag wordt opgelegd na 1 juli en bedraagt 4% voor inkomstenbelasting. Deze rente begint te lopen vanaf 1 juli. Deze rente kan voorkomen worden door de aangifte voor 1 april in te dienen. Om te voorkomen dat de aangifte een haastklus wordt is het echter vaak verstandig om een inschatting te maken en een voorlopige aanslag aan te vragen die vervolgens wordt verrekend met de aanslag na indiening van de aangifte. Dit is slechts aan de orde bij een te verwachten te betalen – substantieel – bedrag. Bij een teruggave is dit niet aan de orde (u ontvangt helaas geen rente) en bij een klein verschuldigd bedrag gaat dit niet over noemenswaardige belangen.
Deadline belastingaangifte 1 juli M-biljet
Overigens geldt de deadline van 1 mei alleen voor het regulier P-biljet. Een P-biljet zal worden uitgereikt aan u, als u geheel 2022 binnenlands belastingplichtig bent geweest. Als u in 2022 bijvoorbeeld Nederland verliet of bent teruggekeerd, dan dient u een M-biljet in te vullen. In dit geval moet dan rekening worden gehouden met een deadline van 1 juli. Het is ook mogelijk dat in het geheel geen biljet wordt uitgereikt. Het is dan uw verantwoordelijkheid om te onderzoeken of belasting is verschuldigd en vervolgens alsnog om een biljet te vragen. In het jaar van immigratie of emigratie is een teruggave niet ongewoon dus ook om die reden is het verstandig hier goed naar te kijken. Daarnaast is het M-biljet een belangrijke aangifte die uw belastingplicht wijzigt; advies bij een dergelijke aangifte is zeker geen overbodige luxe.
Andere redenen
In sommige gevallen is het wel handig om aangifte met gepaste spoed te doen als u hier baat bij heeft. Verwacht u een groot bedrag te moeten betalen over 2022 of een teruggave? Of moet u een aanvraag van de financiering van een woning doen bijvoorbeeld? Dan is het verstandig om onze aangifte-diensten op tijd in te schakelen. Wij zullen in voorkomende gevallen de aangifte met voorrang behandelen of een voorlopige aanslag aanvragen ter voorkoming van de belastingrente.
Conclusie
U krijgt geen boete of verhoging bij het indienen van de aangifte ná de deadline mits u tijdig een goede inschatting maakt van uw situatie en zonodig een voorlopige aanslag heeft aangevraagd. Uitstel is altijd mogelijk en eenvoudig te regelen mits er geen aanmaning is ontvangen. Voorafgaand aan een aanmaning ontvangt u eerst een herinnering. Negeer geen berichten van de belastingdienst, dan is er nooit reden tot paniek.
Met onze expertise kunt u ervan verzekerd zijn dat we uw aangifte correct en op tijd indienen. Bent u nog geen klant en wilt u er zeker van zijn dat uw – internationale – belastingsituatie zo geoptimaliseerd mogelijk is?
30 procent regeling
De 30 procent regeling is een belastingmaatregel voor werknemers die gerekruteerd zijn vanuit het buitenland om in Nederland te komen werken voor een Nederlands bedrijf. De 30 procent regeling geeft 5 jaar recht op 30% van het salaris belastingvrij en op vrijstelling van belastingplicht over wereldwijd vermogen. Nederlanders die terugkeren na 25 jaar of langer in het buitenland te hebben gewoond, komen in principe ook in aanmerking voor deze gunstige regeling.
Wat kunnen wij voor u betekenen?
Wij kunnen adviseren rondom de geldigheid en aanvraag van de 30% regeling van uw vanuit het buitenland gerekruteerde werknemer(s);
Wij kunnen u adviseren over mogelijkheden om in aanmerking te komen voor de 30% regeling indien u meer dan 25 jaar in het buitenland heeft gewoond en terugkeert naar Nederland. De overheid stelt hiervoor strenge eisen, dus de kans op toekenning is niet groot. Maar het kan wel zo zijn dat uw buitenlandse partner wel recht heeft op de regeling. Lees hier een voorbeeldsituatie van de 30% regeling voor terugkerende Nederlanders.
De voordelen van de 30%-regeling:
Belastingvrije korting op 30% van het salaris;
Belasting ontheffing over inkomen uit wereldwijde spaartegoeden en investeringen (behalve binnenlandse vastgoed investeringen);
Belastingvrijstelling over dividenden van aanzienlijke aandeelhouders, behalve directe aandelen in een Nederlands bedrijf;
Verscheidene andere praktische voordelen, zoals een eenvoudigere procedure om een Nederlands rijbewijs te verkrijgen.
De 30 procent regeling voorwaarden zijn:
Geplaatst of gerekruteerd zijn vanuit het buitenland: men moet in een ander land gewoond hebben voordat men de baan in Nederland heeft aangenomen;
Schaarse expertise: dit is voornamelijk gebaseerd op het minimum salarisvereiste. In 2024 is dit € 65.867. In 2023 was dit € 59.933; Dit is het belastbaar salaris plus de 30% vergoeding. Dit betekent een belastbaar loon van minimaal € 46.107 in 2024 (exclusief het 30% belastingvrij gedeelte) en in 2023 was dit € 41.953;
Voor jonge PhD afgestudeerden (< 30 jaar) gelden minder strenge eisen; als zij een baan aannemen direct nadat ze hun PhD in Nederland hebben afgerond, vervalt de voorwaarde dat zij aangesteld moeten zijn vanuit het buitenland. Ook geldt voor hen een lager minimum salaris: € 50.074 in 2024, het belastbaar salaris moet minimaal € 35.052 bedragen. In 2023 waren deze bedragen € 45.559 respectievelijk € 31.891;
Voor wetenschappelijk onderzoekers geldt geen salaris criterium;
In bezit zijn van een Nederlands BSN zodat belastingaftrek plaats kan vinden; de 30%-vrijstelling moet afgetrokken worden van het bruto inkomen.
Men moet gedurende 16 van de afgelopen 24 maanden buiten een radius van 150 km van de Nederlandse grens hebben gewoond om aangemerkt te worden als inkomende werknemer;
Nederlanders moeten minstens 25 jaar in het buitenland hebben gewoond en gewerkt voordat zij weer hier worden geplaatst of gerekruteerd om als expat te worden gezien.
Periodes waarin men heeft gewoond en/of gewerkt in Nederland in de laatste 25 jaar worden afgetrokken van de 30 procent regeling.
Belang van fiscaal advies bij eerste aangifte na toekenning
Ook nadat de 30%-regeling is toegekend, is het raadzaam om fiscaal advies in te winnen. Het komt namelijk vrij nauw welk soort belastingformulier wordt ingevuld. Als bijvoorbeeld in de vooraf ingevulde aangifte niet gekozen wordt voor gedeeltelijke buitenlandse belasting blijft er een belastingplicht bestaan over wereldvermogen in box 3. Dit kan gemakkelijk per ongeluk gebeuren aangezien de Belastingdienst in de meeste gevallen automatisch Nederlandse bankrekeningen in box-3 heeft vermeld. Als deze niet worden gecorrigeerd, is er automatisch niet gekozen voor gedeeltelijke buitenlandse belasting en moeten ook buitenlandse bankrekeningen en investeringen worden toegevoegd.
Voorbeeldsituaties 30%-regeling voor terugkerende Nederlanders
U bent Nederlands en heeft met uw partner een aantal jaar in de UK gewoond. U wilt nu remigreren naar Nederland, samen met uw partner. Uw partner kan haar baan behouden en remote werken vanuit Nederland. Het bedrijf waar zij voor werkt is Engels en niet geregistreerd in Nederland. U wilt graag weten of zij als zij als freelancer aan de slag gaat voor haar UK werkgever er bepaalde belastingvoordelen zijn.
Indien uw partner niet eerder in Nederland heeft gewoond is het de moeite waard om de mogelijkheden van de 30% regeling te onderzoeken. Daarvoor is een Nederlandse werkgever nodig maar ook hiertoe zijn mogelijkheden: een BV opzetten en de UK werkgever (dan cliënt) factureren; opzetten van een NL payroll door de UK werkgever; gebruik maken van een extern payroll bedrijf. Hiervoor zal wel ondersteuning van de werkgever nodig zijn om dit goed op te zetten, maar dat is eveneens in het belang van de werkgever die verantwoordelijk is voor de juiste afdrachten indien uw partner in Nederland woont en werkt.
Hierna volgen de belangrijkste voorstellen uit het ‘Belastingplan 2022’ die op 1 januari 2022 in werking treden, tenzij anders is vermeld:
Wettelijke grondslag voor de tijdelijke verhoging van de vrije ruimte in de werkkostenregeling in 2021;
Verhoging bijtelling privégebruik emissieloze personenauto’s van 12% naar 16% en verlaging van de catalogusprijs waarop dit percentage mag worden toegepast van maximaal € 40.000 naar maximaal € 35.000 in 2022 en naar € 30.000 vanaf 2023;
Introductie van een onbelaste thuiswerkvergoeding van € 2 per dag. Daarnaast blijft de onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,19 bestaan. Werkgever en werknemer kunnen vaste afspraken maken over het aantal dagen per week dat de werknemer thuiswerkt en naar het werk gaat, zodat de werkgever een vaste vergoeding kan geven.
Andere in het Belastingplan 2022 voorgestelde maatregelen zijn:
Verlaging eerste IB-tariefschijf van 37,1% in 2021 naar 37,07% in 2022. De tweede tariefschijf blijft 49,5%. Het beginpunt van de tweede tariefschijf komt te liggen bij een inkomen van € 69.398 (in 2021: € 68.507);
Verhoging steunpercentages in de MIA van 13,5%, 27% en 36% naar respectievelijk 27%, 36% en 45%;
wijzigingen in de overdrachtsbelasting (OVB) met betrekking tot de tariefdifferentiatie voor starters: aanpassing hoofdverblijfcriterium bij onvoorziene omstandigheden die zich voordoen vóór verkrijging, maar nadat de koop niet meer ontbonden kan worden. Daarnaast herformulering van de antimisbruikbepaling voor de woningwaardegrens bij de startersvrijstelling;
Codificatie vrijstelling voor TVL-subsidie en TVL-subsidie startende mkb’ers;
Verlaging maximumbedrag inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) met € 318;
Reparatie van onbedoeld effect van de IACK voor buitenlands belastingplichtigen door hen uit te zonderen van het fiscaal partnerbegrip;
Aanscherping CO2-schijfgrenzen en tarieven BPM voor 2022 tot 2025;
Beperking verrekening voorheffingen (dividendbelasting en kansspelbelasting) met maximaal een jaar verschuldigde vennootschapsbelasting. De niet-verrekende voorheffingen kunnen onbeperkt worden doorgeschoven naar latere jaren;
Introductie recht op huurtoeslag bij overschrijding huurgrens, mits vóór deze overschrijding ten aanzien van de woning op enig moment recht op huurtoeslag bestond;
Verlaging onder voorwaarden van het tarief voor walstroom tot € 0,0005 per geleverd kWh elektriciteit. Bij gebruik walstroom hoeven schepen bovendien geen opslag duurzame energie te betalen.
Hierna volgen de belangrijkste voorstellen uit het ‘Overige fiscale maatregelen 2022’(OFM) die op 1 januari 2022 in werking treden, tenzij anders is vermeld:
Aanpassingen eigenwoningregeling bij gezamenlijke koop en financiering van een eigen woning door fiscale partners;
Aanpassingen eigenwoningregeling bij overlijden van een van de partners: de eigenwoningreserve van de overledene en de eventuele aflossingsstand van de overledene gaan niet meer over op de langstlevende partner of andere belastingplichtige;
Vereenvoudiging van aanvraagsystematiek van de WBSO-regeling en verduidelijking dat alleen kosten en uitgaven die aangevraagd zijn en waarvoor S&O-afdrachtvermindering is toegekend, kunnen worden opgevoerd bij de mededeling.
De aanpassingen van de eigenwoningreling bij gezamenlijke koop en financiering van een eigen woning door fiscale partners betreffen de volgende situaties:
de overgang van de eigenwoningreserve (EWR) in huwelijkssituaties;
de inzet van de EWR bij gezamenlijke aankoop en financiering van de eigen woning;
de overgang van de aflossingsstand in huwelijkssituaties;
de inzet van een aflossingsstand bij gezamenlijke aankoop en financiering van de eigen woning;
de gevolgen van het oversluiten van een bestaande eigenwoningschuld bij fiscaal partnerschap.
Andere wijzigingen in het wetsvoorstel OFM 2022 zijn:
Vereenvoudiging éénloketsysteem in de btw-regels voor e-commerce: een negatieve btw-melding wordt daarbij aangemerkt als een verzoek om btw-teruggaaf, waardoor een afzonderlijk teruggaafverzoek niet meer nodig is. Deze maatregel treedt met terugwerkende kracht in werking per 1 juli 2021;
Introductie van wettelijke verplichte maandelijkse gegevensuitlevering van kinderopvangorganisaties aan Belastingdienst Toeslagen.
In het ‘Wetsvoorstel aanpassing fiscale regeling aandelenoptierechten’ wordt het als loon verstrekken van aandelenoptierechten aan werknemers fiscaal aantrekkelijker gemaakt door de mogelijkheid te bieden om het heffingsmoment te verschuiven naar het moment waarop de uit de optierechten verkregen aandelen verhandelbaar zijn. Onder de huidige regeling moet de werkgever de loonheffingen over de aandelenoptierechten al inhouden en afdragen, zodra de werknemers de optierechten inruilen voor aandelen. Dit is vaak een probleem voor start-ups en scale-ups, omdat zij op dat moment vaak niet beschikken over voldoende middelen.
Op grond van de voorgestelde maatregel neemt de werkgever dan op het latere moment de waarde in het economisch verkeer van de aandelen in aanmerking als loon. Dan beschikt hij of zij wel over de benodigde middelen om de loonheffingen over de aandelenoptierechten te betalen. Zo moet het ook voor start-ups en scale-ups beter mogelijk worden om personeel aan te trekken en te behouden.
Let op, het latere heffingsmoment is geen must maar een keuzerecht. Komt de huidige regeling beter uit, dan mag de werkgever die toepassen.
Het wetsvoorstel ‘Verlaging tarief en maandelijks aanpassen verhuurderheffing’ regelt de al eerder toegezegde verlaging van de verhuurderheffing per 1 januari 2022 als compensatie voor het feit dat verhuurders en woningcorporaties geen huurverhoging mogen doorvoeren in 2021. Zo wordt hun investeringscapaciteit op peil gehouden. Daarnaast wordt een extra verlaging voorgesteld. Het nieuwe tarief van de verhuurderheffing is op 1 januari 2022 0,485% (in 2021: 0,526%). Daarnaast wordt voorgesteld om de heffingsverminderingen maandelijks in plaats van per kwartaal te verhogen, te verlagen of op nihil te stellen.
Naast de hiervoor genoemde wetsvoorstellen zijn op Prinsjesdag o.a. de volgende twee wetsvoorstellen ingediend bij de Tweede Kamer:
wetsvoorstel ‘Tegengaan mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel’: aanpassing van de regels van zakelijke verrekenprijzen tussen internationale concerns om fiscale mismatches te voorkomen. Kortgezegd komt dit wetsvoorstel erop neer dat alleen verlaging van fiscale winst wordt toegestaan als daartegenover een verhoging staat van de buitenlandse belastinggrondslag;
De 30%-regeling is een loonbelastingfaciliteit voor expats waarbij 30% van het brutosalaris belastingvrij wordt uitgekeerd en er gebruik gemaakt kan worden van twee inkomstenbelastingvoordelen.
De 30%-regeling
Er is een meningsverschil aan de gang inzake de 30%-regeling. Groenlinks schaft in ‘keuzes in Kaart 2022-2025’de 30%-regeling en de vrijstelling extraterritoriale kosten (ETK) voor ingekomen werknemers af. Dit is een lastenverzwaring voor gezinnen van 0,5 mld euro. De Kamerleden van de SP en GroenLinks hebben ook al in 2016 een motie ingediend ter heroverweging van de noodzaak van de 30%-regeling en gaan er nu op stemmen. Dat om het ‘begrotingstekort’ door het kerstarrest te verminderen. Daarbij zou het helpen om de 30%-regeling af te schaffen.
Zij beweren dat er door deze regeling een onterecht verschil is tussen ingekomen en uitgezonden werknemers. Is deze ‘ongelijkheid’ echt een reden om de 30%-regeling af te schaffen?
De 30%-regeling – broodnodig
Er was tijdens de tweede wereldoorlog een groot tekort aan hoogopgeleid personeel en het tarief van de inkomstenbelasting was dan ook wel 70%. Niet een ideaal vestigingsklimaat dus. Na langdurige overleggen besloten de Belastingdienst en het bedrijfleven voor een gunstige regeling die hoogwaardig personeel zou aantrekken, om bij te dragen aan de wederopbouw van Nederland.
Het beraad resulteerde in de 40% regeling. Dat wilde zeggen dat 40% van het salaris, met maximum 40.000 gulden vrijgesteld werd van belasting door een aftrek. Vreemd genoeg wisten de meeste mensen hier niet van af. De regeling werd nooit gepubliceerd in een wet of resolutie bijvoorbeeld. In de loop der jaren heeft deze regeling verschillende wijzigingen ondergaan: zo is het naar een 35%-regeling gegaan in 1970, is het karakter van een aftrekregeling naar een vergoedingsregeling gewijzigd in 1992 en is het in de (loonbelasting)wet verankerd als de 30%-regeling en is de termijn nog van 8 jaar naar 5 jaar gewijzigd in 2019. Dit om de regeling doelmatiger te maken. Ondanks de extratorritiale kosten kan de werkgever door deze gunstige regeling wel 30% van het salaris belastingvrij uitkeren.
Maar naast die vrijstelling is er nog een groot voordeel voor de werknemer zelf. Er kan namelijk geopteerd worden voor de partieel buitenlandse belastingplicht. Op deze manier wordt alleen het box 1 inkomen belast als binnenlands belastingplichtige. Voor box 2 en box 3 wordt de werknemer belast als buitenlands belastingplichtig. Dat wil zeggen dat alleen eventuele onroerende zaken in NL, rechten op onroerende zaken in Nederland en winstrechten van Nederlandse ondernemingen opgegeven dienen te worden. Voorts kan de werkgever de internationale schoolgelden van de kinderen van werknemers belastingvrij vergoeden, kunnen de verhuiskosten en kosten voor het overbrengen van de boedel belastingvrij verstrekt worden. Ook kan een Nederlands rijbewijs makkelijker verstrekt worden.
Voor wie geldt de 30%-regeling ?
De 30%-regeling geld voor de ingezonden en uitgezonden werknemers. Bovendien kan de 30%-regeling ook toegepast worden bij bijvoorbeeld een DGA in dienst van de eigen BV; er moet sprake zijn van een dienstbetrekking.
Uitvoeringsbesluit Loonbelasting artikel 2:
Hier wordt onder verstaan:
extraterritoriale werknemers: ingekomen werknemers en uitgezonden werknemers;
ingekomen werknemer: door een inhoudingsplichtige uit een ander land aangeworven, of naar een inhoudingsplichtige gezonden werknemer in de zin van artikel 2 van de wet:
1°.met een specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is; en
2°.die in meer dan tweederde van de periode van 24 maanden voorafgaand aan de aanvang van de tewerkstelling in Nederland woonachtig was op een afstand van meer dan 150 kilometer van de grens van Nederland exclusief de territoriale zee van Nederland en de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone.
Hier kunnen we uit opmaken dat er voorwaarden zijn om de 30% regeling toe te passen:
Er moet een werkgever aanwezig zijn; de inhoudsplichtige
Deze heeft een werknemer in dienst;
Deze is uit een anders land aangeworven
Of deze is uitgezonden naar hem.
Verder moet de werknemer deskundig genoeg zijn. Dit wordt aangetoon door een salariscriterium en de werknemer dient wel 16 van de laatste 24 maanden op max 150 km afstand van de Nederlandse grens gewoond te hebben. Dit op het moment van het aanwerven. Er is vaak meningsverschil over deze criteria.
Hoezo zijn er tegenstanders van de 30%-regeling ?
Door 30% van het inkomen vrij te stellen wordt het verhuizen van de werknemer vergemakkelijkt. De 30%-regeling is een regeling zonder een ‘cap’, die door het salariscriterium wordt toebedeeld aan goedverdienende werknemers. Nu verschillen de meningen over de kosten van de verhuizing. Ook kunnen rijkere werknemers gebruik maken van deze regeling, voor wie de 30% niet noodzakelijk is. Sommige mensen vinden dat niet eerlijk, zoals de FNV. Deze vakbond vind het ‘een excessieve compensatie voor met name de hogere inkomens’. En volgens FNV-bestuurder Amrit Sewgobind zorgt de regeling voor ongelijkheid op de arbeids- en woningmarkt door verdringing van Nederlandse werknemers en verhoging van de huizenprijzen. In het verleden heeft de FNV dit argument al naar voren doen komen vanwege de hoge werkloosheid, de 30% regeling zou als gevolg verdringing op de arbeidsmarkt hebben.
Afschaffen dus?
In 2018 zijn er talloze argument in het Wob-verzoek te vinden, die pleiten om het behoud van de 30%-regeling. ook uit de economische grondbeginselen kunnen we opmaken dat de 30%-regeling niet afgeschaft dient te worden:
Naar een nieuw, onbekend land verhuizen, dat is voor de meeste mensen een hele belevenis. Het gaat om de kennismaking met een nieuwe cultuur, omgangsvormen en bovendien kent de werknemer niemand. We moeten de gevolgen niet onderschatten. Het openen van een bankrekening bijvoorbeeld is een hele opgave door de huidige Wwft-verplichtingen. Zo kunnen bijvoorbeeld auto’s niet direct geleaset worden en sportclubs en huisartsen hebben wachtrijen. Kortom, het kost geld, tijd en moeite om te integreren in een nieuw land. Een hoop geregel komt erbij kijken. Hoe we kunnen helpen? De werkgever door een passend salaris en overige voordelen te verschaffen. En de overheid helpt door de 30%-regeling.
Internationale docenten naar Nederland halen; daarvoor hebben we de 30% regeling ook nodig;
In de onderwijs – en wetenschapssector is deze regeling nodig om uit beperkte publieke middelen een academisch salaris te kunnen verstrekken;
Aangezien de meeste werknemers best gehaast een onderkomen hebben moeten vinden leven zij ook in relatief dure huizen;
Als de 30%-regeling er niet is dan gaan de werknemers met talent ergens anders werken waar het belastingklimaat wel aantrekkelijk is;
Bij sommige pensioenvormen speelt pensioenvermogen een grote rol bij partiële buitenlandse belastingplicht;
Voor tech-bedrijven is de 30%-regeling van uiterst belang om een verleidelijk bod te doen aan werknemers;
De landen Ierland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië, Oostenrijk, Griekenland, Cyprus, Finland, Zweden en Denemarken hebben net als ons ook een ‘expatregelng. Ook heeft België een regeling ingevoerd die veel in gemeen heeft met onze 30%-regeling;
Met een afschaffing van de 30%-regeling zou Nederland niet veel meer aantrekkelijks te bieden hebben voor inkomende werknemers. De verhoging van het toptarief van de vennootschapsbelasting, de invoering van doncitionele bronheffing op rentes en royalty’s , de strenge implementatei van ATAD 2 en de verhoging van het effectieve innovatiebox-tarief, zijn allemaal voorbeelden van strenge maatregelen die het vestigen in Nederland er niet makkelijker op maken;
De economische groei wordt eerder beperkt door protectionistische maatregelen dan leiden tot economische groei;
Als er door het afschaffen van de 30%-regeling minder hooggeschoold personeel naar Nederland komt dan zullen er ook minder belastingopbrengsten zijn. De afschaffing van de 30%-regeling zal niet tot het dichten van het begrotingsgat.
Nederland heeft veel hoogopgeleid personeel nodig, aangezien het geen lagelonenland is. Het is belangrijk dat goede internationale wetenschappers en docenten naar Nederland komen on te zorgen voor de ontwikkeling van de wetenschap en de studenten. En niet te vergeten; Nederland profiteert van de open grenzen en open handel. Ook profiteren we steeds meer van het start – en scale-up klimaat. Dit alles zou onder zo een afschaffing gaan lijden.
De tegenargumenten weerlegd!
Dialogic, Vleggeert en Van Schendel beweren dat de 30% regeling voor systematische overcompensatie. De Hoge Raad en de A-G zijn het hier echter niet mee eens. De regeling is juist van 40% en 35% naar de 30% gegaan om beter aan te sluiten bij de daadwerkelijke extraterritoriale kosten. De extraterritoriale kosten zijn gemiddeld 29% van de loonsom, waardoor een vrijstellingvan 30% gerechtvaardigt is, volgens een onderzoek van Dialogic.
Een ander argument is dat expats meer geld hebben waardoor de huizenprijs opgedreven is. Of dat nou klopt of niet, het zou maar één van de vele oorzaken zijn van de stijgende huizenprijzen.
De 30%-regeling – gewoon laten!
De 30%-regeling is van groot belang voor de Nederlandse economie- niet alleen vanwege de open economie, maar ook door het tekort aan technisch opgeleid personeel. Bovendien heeft de Nederlandse regering een reputatie gekregen als onvoorspelbaar en dat ze de wetgeving grillen. Wat Nederland een goed vestigingsland maakt, zijn de faciliteiten als de 30%-regeling, de goede infrastructuur, de Engels sprekende bevolking en bijvoorbeeld de innovatiebox. Het afschaffen van de 30%-regeling zou zonde zijn en de gevolgen moeten we niet onderschatten. Natuurlijk dient de ontbering van emigratie serieus genomen te worden.
Met deze nieuwsbrief willen wij u weer op de hoogte brengen van de laatste fiscale wijzigingen en besparingsmogelijkheden.
Wij hopen dat u uw voordeel kunt doen met deze nieuwsbrief. Neemt u voor meer informatie en persoonlijk advies contact op met ons kantoor.
Samenvatting belastingplannen en tips
Dit is de eerste begroting van het nieuwe kabinet-Rutte IV, waar zoals verwacht veel van de plannen in het regeerakkoord in verwerkt zijn. Daarnaast zijn er een aantal wijzigingen uit de Voorjaarsnota opgenomen naar aanleiding van budgettaire uitdagingen door onder meer de gevolgen van de oorlog in Oekraïne en het Kerstarrest voor box 3.
De box 1-heffing wordt iets verlaagd. Daar tegenover staan weer een aantal andere verhogingen van onder meer de overdrachtsbelasting en box 3-heffing voor tweede woningen. Ook de Vennootschapsbelasting voor het MKB wordt verhoogd, waarmee de eerdere verlagingen juist weer worden teruggedraaid. Er is dit jaar veel te doen geweest over de box 3-heffing naar aanleiding van het Kerstarrest van de Hoge Raad met forse gevolgen voor de wijze van heffen. U leest er hieronder meer over, zowel over de correcties over oude jaren als hoe de situatie vanaf nu eruit ziet.
Een greep uit de tips vóór het einde van dit jaar:
– Indien u nog wilt gebruik maken van de verhoogde schenkingsvrijstelling van € 100.000,– voor de eigen woning van uw kind, is dat mogelijk tot uiterlijk 31-12-2022.
– De nieuwe box 3-heffing is gebaseerd op verschillende vermogenscategorieën; eventueel zou u hierop in kunnen spelen door de samenstelling van uw vermogen nog voor 31 december aan te passen. Hierbij zou bijvoorbeeld gedacht kunnen worden aan het omzetten van slecht renderende beleggingen of leningen(vorderingen) die nu tegen het hoogste tarief belast worden naar laag belast spaargeld.
– Voor 2023 gaat het percentage van aftrekposten in de Inkomstenbelasting voor hogere inkomens weer 3% omlaag; indien het mogelijk is om aftrekbare uitgaven naar voren te halen, levert de aftrekpost dit jaar nog meer op.
Particulier
Index particuliere fiscale tips:
Wijzigingen tarieven Box 1 – Inkomen uit werk en woning
Kerstarrest en rechtsherstel box 3-heffing
Massaal bezwaar plus procedure voor niet-bezwaarmakers
Berekening box 3 – heffing buitenlands onroerend goed
Wijzigingen 2023 Box 3 – Voordeel uit sparen en beleggen
Peildatumarbitrage bij schuiven tussen box 3-categorieën
Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
Overdrachtsbelasting: startersvrijstelling en wijziging tarief
Beperking Leegwaarderatio
Wijziging inkomensafhankelijke combinatiekorting
Laatste kans schenking jubelton
Vervanging aftrek scholingskosten
Overige belastingtips
Wijzigingen tarieven Box 1 – Inkomen uit werk en woning
In 2023 wordt het tarief in de eerste schijf verder verlaagd van 37,07% naar 36,93%. Ook dit jaar is de grens voor de eerste schijf verhoogd, namelijk van € 69.398,– naar € 73.071,–. Het tarief voor de tweede schijf blijft 49,5%. Hieronder volgt een schematische weergave van de Inkomstenbelasting in box 1 in 2022 en 2023.
Inkomstenbelasting – AOW niet bereikt
2022
Inkomstenbelasting – AOW niet bereikt
2023
Eerste schijf tot € 69.398
37,00%
Eerste schijf tot € 73.071
36,93%
Tweede schijf vanaf € 69.398
49,50%
Tweede schijf tot € 73.071
49,50%
Voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd hebben bereikt geldt nog steeds een drieschijvenstelsel. Schijf 1 gaat van 19,17% naar 19,03%. De tweede schijf gaat van 37,07% naar 36,93% en de derde schijf blijft 49,50%. Hieronder volgt een schematische weergave van de Inkomstenbelasting in box 1 in 2022 en 2023.
Inkomstenbelasting – AOW bereikt
2022
Inkomstenbelasting – AOW bereikt
2023
Eerste schijf tot € 35.472
19,17%
Eerste schijf tot € 37.149
19,03%
Tweede schijf vanaf € 35.472 tot € 69.398
37,07%
Tweede schijf vanaf € 37.149 tot € 73.071
36,93%
Derde schijf vanaf € 69.398
49,50%
Derde schijf vanaf € 73.071
49,50%
*er gelden andere schijven voor mensen geboren vóór 1 januari 1946
Kerstarrest en rechtsherstel box 3-heffing
Er is jarenlang geprocedeerd over de fictieve manier van belasting heffen over het box 3-vermogen. Er werd immers uitgegaan van een fictief rendement dat vele malen hoger was dan op de spaarrekening ontvangen werd. De uitspraken voor eerdere jaren pakten allen negatief uit voor de belastingbetaler. Uiteindelijk bepaalde de Hoge Raad in december 2021 in het zogenaamde Kerstarrest echter dat de forfaitaire berekening van box 3 voor de jaren 2017 en 2018 onevenredig zwaar drukt en daarmee in strijd is met het mensenrechtenverdrag. Volgens de Hoge Raad moet rechtsherstel geboden worden aan belastingplichtigen die bezwaar gemaakt hebben.
De Belastingdienst heeft dit rechtsherstel nu uiteindelijk uitgewerkt door belastingplichtigen alsnog te belasten op basis van de werkelijke samenstelling van hun vermogen en niet de fictieve verschillende vermogensgroepen. Er wordt nog steeds uitgegaan van een fictief rendement; het rendement voor spaargeld is sterk verlaagd naar 0,25% of minder op basis van de werkelijke rentestanden. Voor overig vermogen geldt echter het hoogste percentage van rond de 5,5%. Voor schulden geldt een lager percentage rond de 3%. Het heffingsvrij vermogen wordt berekend tegen een gewogen gemiddeld tarief. Er wordt hiermee in ieder geval beter aangesloten op de werkelijke vermogenssituatie. Aangezien het fictief rendement op overig vermogen juist op basis van het hoogste percentage berekend wordt, is de nieuwe berekening niet in alle situaties gunstiger. Voor 2022 is het nog mogelijk om voor het oude systeem te kiezen als de nieuwe berekening ongunstiger uitvalt. Vanaf 2023 is alleen de nieuwe forfaitaire spaarvariant van toepassing.
Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing volgens de oude schijvenvariant in 2022.
Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing volgens de nieuwe forfaitaire spaarvariant voor de jaren 2021 en 2022.
Massaal bezwaar plus procedure voor niet-bezwaarmakers
Op 4 november werd bekend gemaakt dat er voor niet-bezwaarmakers een aanvullende procedure ingericht wordt, ‘massaal bezwaar plus’. Als uit de procedure ‘massaal bezwaar plus’ volgt dat niet-bezwaarmakers in aanmerking komen voor rechtsherstel, dan vindt dit rechtsherstel op dezelfde wijze plaats als bij bezwaarmakers. Het herstel zal dan dus ook gebaseerd zijn op het Beleidsbesluit rechtsherstel box 3. De inspecteur zal voor alle aanslagen 2017-2020 van niet-bezwaarmakers bepalen of deze verminderd moeten worden. Bent u het als niet-bezwaarmaker niet eens met het geboden rechtsherstel, dan kunt u binnen de gestelde termijn verzoeken om ambtshalve vermindering. Bij een afwijzing van dit verzoek staat daartegen vervolgens bezwaar en beroep open.
Staatsecretaris van Financiën Van Rij vestigt overigens wel opnieuw de aandacht op de uitspraak van de Hoge Raad van 20 mei 2022, waarin wordt geoordeeld dat voor niet-bezwaarmakers geen recht bestaat op rechtsherstel, zoals bedoeld in het Kerstarrest. Diverse belangenorganisaties zien echter reden om opnieuw te procederen, omdat zij daarvoor nieuwe rechtsvragen en gronden hebben die niet aan de orde zijn geweest in de uitspraak van 20 mei 2022. Die rechtsvragen worden momenteel in overleg met het ministerie van Financiën geformuleerd. Ook worden de zaken geselecteerd die in de procedure ‘massaal bezwaar plus’ zullen worden voorgelegd aan de belastingrechter. Een uitspraak op de procedure ‘massaal bezwaar plus’ wordt op z’n vroegst in 2023 verwacht. Als de rechter oordeelt dat rechtsherstel ook aan niet-bezwaarmakers moet worden geboden, dan zal de inspecteur eerst een collectieve uitspraak en collectieve beslissing doen op de bezwaren en ambtshalve verminderingsverzoeken die onder de procedure vallen. Vervolgens zal de inspecteur voor alle niet-bezwaarmakers over de jaren 2017 – 2020 bepalen of de aanslag verminderd moet worden. Ongeacht het feit of er een verzoek om ambtshalve vermindering is ingediend. Tegen de collectieve uitspraak of beslissing staan geen rechtsmiddelen open. Wel kunnen de niet-bezwaarmakers binnen een vergelijkbare termijn als de bezwaarmakers, om ambtshalve vermindering verzoeken. Van belang hierbij is – met name voor de aanslag 2017 – dat de 5-jaartermijn hiervoor niet meer relevant is, mocht die inmiddels zijn verstreken. Bij vragen hierover kunt u contact opnemen met ons kantoor.
Berekening box 3 – heffing buitenlands onroerend goed
Overigens zijn er de nodige onduidelijkheden inzake de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting over buitenlands onroerend goed. Ons inziens is de aftrek op een ongunstige manier berekend, uitgaande van het gemiddelde tarief in plaats van het hoge tarief dat toegepast wordt voor onroerend goed. De Belastingdienst is inmiddels zelf begonnen de eerdere verminderingen te corrigeren. Daarnaast is ook de keuze tussen het oude of het nieuwe systeem niet éénduidig bij situaties waarbij een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting speelt. Wij raden aan deze gevallen extra goed te controleren en zo nodig bezwaar te maken.
Wijzigingen 2023 Box 3 – Voordeel uit sparen en beleggen
Wat betreft box 3 zijn er in 2023 de nodige wijzigingen. Vanaf 2023 geldt het nieuwe systeem van de forfaitaire spaarvariant. In dit systeem hebben de categorieën spaargeld, overig vermogen en schulden ieder een eigen percentage aan fictief rendement. In 2023 wordt het heffingsvrij vermogen verhoogd naar circa € 57.000,– (€ 114.000,– voor fiscaal partners). Op basis van de vermogensmix wordt een gemiddeld rendement berekend over het totaal vermogen. Het tarief over het fictief rendement in box 3 bedraagt in 2022 31%. Dit tarief zal jaarlijks stapsgewijs worden verhoogd met 1% tot 33% in 2024 en bedraagt in 2023 zodoende 32%.
Het is de bedoeling om in 2026 een systeem in te voeren op basis van het werkelijke rendement en een vermogensaanwasbelasting. Dit komt voort uit de uitspraak van de Hoge Raad over het fictieve rendement; in de praktijk zitten echter aan ieder systeem veel haken en ogen. Over de nieuwe vermogensaanwasbelasting is dan ook nog veel onduidelijk en het is de vraag of de invoering in 2026 daadwerkelijk plaatsvindt.
Hieronder volgt een schematische weergave van de vermogensrendementsheffing volgens de nieuwe forfaitaire spaarvariant voor 2023.
Peildatumarbitrage bij schuiven tussen box 3-categorieën
In het nieuwe systeem van box 3-heffing wordt spaargeld gunstiger belast dan overig vermogen. Om te voorkomen dat belastingplichtigen rond de peildatum voor box 3 gaan schuiven met hun bezittingen tussen de verschillende vermogenscategorieën is er in de Overbruggingswet box 3 een bepaling voor peildatumarbitrage opgenomen. Deze bepaling heeft betrekking op een periode van drie maanden rond 1 januari. Als een transactie binnen deze bepaling valt, wordt deze transactie voor het berekenen van de box 3-heffing op 1 januari genegeerd. Door deze bepaling leidt het tijdelijke omzetten van vermogensbestanddelen derhalve niet tot een lagere belastingheffing. Als het omzetten, van bijvoorbeeld beleggingen naar spaargeld, meer dan drie maanden geleden is op het tijdstip dat deze omzetting weer wordt teruggedraaid valt dit niet onder de peildatumarbitrage-beperking. Als de handeling niet om fiscale redenen is dan valt dit eveneens niet onder de peildatumarbitrage; hiervoor kan de fiscus bewijsstukken opvragen om dit vast te stellen. Heeft u vragen over deze regeling? Neem dan contact met ons op.
Schuiven tussen vermogenscategorieën rond de peildatum van 1 januari is derhalve in principe alleen succesvol als de verschuiving gedurende drie maanden in stand blijft. Uiteraard dient ook rekening gehouden te worden met kosten van het overboeken van effecten en ander vermogen.
De eerste peildatum van het nieuwe systeem is 1-1-2023.
Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens
Zoals reeds in 2020 en 2021 vermeld wordt het hoogste tarief waartegen nagenoeg alle aftrekposten mogen worden afgetrokken in stappen afgebouwd tot het lage tarief. Belastingplichtigen waarbij het inkomen in de hoogste schijf in box 1 valt, hebben derhalve minder fiscaal voordeel van deze aftrekposten. In 2023 mogen deze aftrekposten tegen maximaal het lage tarief van 36,93% in aftrek worden gebracht, ten opzichte van 40% in 2022. Het kan dan ook voordelig zijn om aftrekbare kosten waar mogelijk naar voren te halen.
Het gaat hierbij om de volgende aftrekposten:
Alimentatie
Aftrek van scholingsuitgaven
Aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten
Aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten
Giftenaftrek
Hypotheekrenteaftrek
Ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek)
MKB winstvrijstelling
Terbeschikkingsstellingsvrijstelling
Door deze verlaging leveren de aftrekposten in 2022 meer op dan in 2023 en de volgende jaren. Indien u in 2022 met uw inkomen in de hoogste belastingschijf valt is het derhalve raadzaam om, indien mogelijk, aftrekposten zoals giften of zorgkosten nog voor het eind van het jaar te betalen.
Overdrachtsbelasting: startersvrijstelling en wijziging tarief
Vanaf het jaar 2021 is de startersvrijstelling in het leven geroepen. Kopers tussen de 18 en 35 jaar betalen (onder bepaalde voorwaarden) voor een eigen woning eenmalig geen overdrachtsbelasting. Starters kunnen in 2023 een duurder huis vrij van overdrachtsbelasting kopen dan in 2022. Ze moeten er dan wel zelf gaan wonen. Per 2023 wordt de woningwaardegrens namelijk verhoogd van € 400.000 naar € 440.000. Door even te wachten kunnen starters potentieel duizenden euro’s aan overdrachtsbelasting besparen. Kopers vanaf 35 jaar die de woning zelf gaan bewonen betalen 2% overdrachtsbelasting. Kopers die de woning niet zelf gaan bewonen betaalden 8% overdrachtsbelasting. Vanaf 1 januari 2023 bedraagt het tarief 10,4%.
Beperking Leegwaarderatio
Vanaf 2023 wordt de leegwaarderatio flink ingeperkt, mits het Belastingplan 2023 door de Eerste Kamer aangenomen wordt. Hiermee kon in voorgaande jaren op basis van de ontvangen huur voor een box 3-woning de waarde van de betreffende woning vermindert worden en tevens werd zo de box 3-heffing beperkt. Vanaf 2023 geldt deze leegwaarderatio enkel nog voor huurcontracten van minstens 2 jaar waar huurbescherming voor is. Tevens worden de percentages van de leegwaarderatio aanzienlijk verhoogd. Waar tot 2022 de waarde kon verminderd worden tot 45% van de WOZ-waarde is dit vanaf 2023 maximaal nog 73%. Tevens mag de leegwaarderatio niet meer toegepast worden bij verhuur aan gelieerde partijen zoals uw zoon of dochter. In deze situatie moet de woning tegen de volledige WOZ-waarde vermeld.
Aangezien schulden op tweede woningen tegen een lager tarief berekend worden, komt de box 3-heffing voor particuliere verhuurders van tweede woningen fors ongunstiger uit vanaf 2023. Daarnaast is de aankoop van een tweede woning duurder in verband met de verhoging van de overdrachtsbelasting.
Wijziging inkomensafhankelijke combinatiekorting
De inkomensafhankelijke combinatiekorting kan worden toegepast bij mensen met kinderen onder de 12 jaar. De voorwaarden is dat beide partners werken. De inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt in 2023 verhoogd tot € 2.694,–. Vanaf 1 januari 2025 wordt de inkomensafhankelijke combinatiekorting afgeschaft. Voor kinderen die voor deze datum geboren zijn is er wel nog twaalf jaar recht op deze heffingskorting. Overigens wordt er toch nog gesproken over een overgangsregeling, waarvan de uitkomst op dit moment niet bekend is.
Laatste kans schenking jubelton
U kunt in 2022 nog voor het laatst de zogenaamde jubelton van € 106.671,– belastingvrij aan uw kind schenken. Voorwaarde is wel dat uw kind dit bedrag binnen 3 kalenderjaren besteedt aan een eigen woning en dat uw kind tussen de 18 en 40 jaar is op de datum van de schenking. Vanaf 2023 bedraagt deze vrijstelling nog slechts € 37.231,–.
Heeft u dit jaar nog geen gebruik gemaakt van de jaarlijkse vrijstelling voor schenkingen? U heeft nog tot 31 december de tijd om deze schenkingen te verrichten. Let er hierbij op dat het geld uiterlijk op 31 december 2022 moet zijn bijgeschreven op de rekening van de ontvanger. In 2022 geldt een algemene vrijstelling van € 2.274,–. Voor schenkingen aan kinderen is een vrijstelling van € 5.677,– van toepassing. Daarnaast zijn er nog een aantal eenmalige schenkingsvrijstellingen (voor bijvoorbeeld een studie of de aanschaf van een eigen woning).
Vervanging aftrek scholingskosten
Vanaf het belastingjaar 2022 zijn studiekosten niet meer aftrekbaar in de Inkomstenbelasting. De fiscale aftrekpost is vervangen door de subsidieregeling STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Vanaf 1 maart 2022 kunnen werkenden en werkzoekenden bij het UWV een STAP-budget aanvragen. Het budget is € 1.000,– per persoon per jaar. Als de aanvraag goedgekeurd is, wordt het bedrag betaald aan de opleider. Alleen studiekosten die tot en met het jaar 2021 betaald zijn, kunnen nog in de aangifte Inkomstenbelasting in aftrek worden gebracht.
Overige belastingtips
Verwacht u dat u over het belastingjaar 2022 of 2023 een hoger bedrag aan belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, om belastingrente te besparen. U betaalt belastingrente als de aanslag over een bepaald jaar later dan 6 maanden na afloop van het betreffende kalenderjaar wordt opgelegd. De belastingrente is minimaal 4%. Om er zeker van te zijn dat een voorlopige aanslag tijdig wordt opgelegd adviseren wij deze voor 1 april 2023 aan te vragen. De aanslag over het belastingjaar 2022 moet ineens betaald worden. De aanslag over het belastingjaar 2023 mag u in termijnen betalen. Heeft u hierover vragen? Wij zijn u graag van dienst bij het aanvragen van een voorlopige aanslag.
Indien u verwacht nog een teruggave te ontvangen voor het jaar 2017, dient voor 31 december 2022 een aangifte Inkomstenbelasting over dit jaar ingediend te worden. In 2023 verloopt namelijk de 5 jaarstermijn voor het indienen van deze aangifte.
Bundelt u voor zover mogelijk aftrekbare kosten zoals ziektekosten en giften in één bepaald jaar. Zo wordt eerder een aftrekpost behaald en komt de drempel maar één keer in mindering op de uitgaven. Voor giften vervalt de drempel overigens helemaal indien u de gift aan een charitatieve instelling voor 5 jaar vastlegt.
Zakelijk
De verlenging van de eerste schijf in de Vennootschapsbelasting naar € 395.000,– in 2022 wordt in 2023 weer ongedaan gemaakt en beperkt tot € 200.000,–. Daarnaast gaat het tarief in de eerste schijf omhoog van 15% naar 19%. Het tarief in de tweede schijf voor winsten boven € 200.000,– bedraagt 25,8%. Daarnaast wordt het box 2-tarief vanaf 2024 gesplitst in twee schijven. Verder wordt de vrije ruimte voor vergoedingen aan werknemers in 2023 verhoogd.
Index zakelijke fiscale tips:
Wijziging vennootschapsbelasting
Wijzigingen box 2-tarief
Verlaging zelfstandigenaftrek
Onbelaste vergoedingen werknemers
Aanpassing vrije ruimte
Afschaffing doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon
Beperking lenen dga van eigen BV
Verliesverrekening vennootschapsbelasting
Wetsvoorstellen voorkoming belastingontwijking internationale ondernemingen
UBO-register tijdelijk niet meer publiek toegankelijk
Overige belastingtips
Wijzigingen Vennootschapsbelasting
Het tarief in de vennootschapsbelasting wordt dit jaar verhoogd. Daarnaast worden ook de schijven aangepast. Het tarief voor de vennootschapsbelasting was 15% over de eerste € 395.000,– winst en voor winsten boven de € 395.000,– was dit in 2022 25,8%. In 2023 wordt het tarief 19% over de eerste € 200.000,–. Het tarief voor winsten boven de € 200.000,– blijft in 2023 25,8%.
Vennootschapsbelasting
2022
Eerste schijf tot € 395.000
15%
Tweede schijf vanaf € 395.000
25,8%
Vennootschapsbelasting
2023
Eerste schijf tot € 200.000
19%
Tweede schijf vanaf € 200.000
25,8%
Wijzigingen box 2-tarief
Het tarief in box 2 blijft voor 2023 ongewijzigd op 26,9%. Er wordt ingaande 2024 een schijventarief met twee schijven ingevoerd in box 2. Dit betreft inkomsten uit aanmerkelijk belang, zoals dividenden en vermogenswinsten op aandelenbelangen boven de 5%. Het tarief bedraagt in 2024 24,5% voor de eerste € 67.000,– en 31% voor het bedrag daarboven. Aangezien dit per partner geldt, kan bij fiscaal partnerschap in totaal € 134.000,– tegen het lage tarief belast worden. Hieronder volgt een schematische weergave van het nieuwe schijventarief.
Inkomstenbelasting box 2
2022 en 2023
Inkomstenbelasting box 2
2024
Vast tarief
26,90%
Eerste schijf tot € 67.000
24,5%
Tweede schijf vanaf € 67.000
31%
Verlaging zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2020 afgebouwd. Vanaf 2023 wordt dit versneld gedaan. Het plan is om de zelfstandigenaftrek stapsgewijs te verlagen met € 1.280 per jaar, naar € 900,– in 2027. In 2022 was de maximale zelfstandigenaftrek € 6.310,–. In 2023 is de maximale zelfstandigenaftrek € 5.030,–.
Inperking 30%-regeling
De 30%-regeling voor ingekomen werknemers wordt per 1 januari 2024 beperkt tot de WNT-norm(ook bekend als de Balkenende-norm). In 2022 bedraagt deze norm € 216.000 op jaarbasis en in 2023 € 223.000. Er geldt een overgangsregeling voor ingekomen werknemers bij wie de 30%-regeling over het laatste loontijdvak(december) van 2022 is toegepast. De aftopping van de 30%-regeling geld voor hen pas vanaf 1 januari 2026, in plaats van 1 januari 2024. Als u dus van plan was om begin volgend jaar een ingekomen werknemer in dienst te nemen met een salaris boven de WNT-norm, dan heeft de werknemer er in sommige gevallen een aanzienlijk voordeel van als de dienstbetrekking al per 1 december 2022 ingaat. Wij adviseren u graag over de mogelijkheden.
Onbelaste vergoedingen werknemers
Doordat er sinds de coronacrisis veel mensen vanuit thuis werken (en dit de werknemer indirect geld kost; meer energieverbruik, verbruik koffie etc.) is er een onbelaste thuiswerkvergoeding geïntroduceerd. Hierdoor kunnen werkgevers per gewerkte dag of gewerkt dagdeel maximaal € 2,– vergoeden. Per 2023 wordt dit bedrag gecorrigeerd voor inflatie en komt daarmee naar verwachting op € 2,13. De onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,19 wordt verhoogd naar € 0,21. De vergoedingen kunnen niet tegelijkertijd betaald worden; per dag kan of gekozen worden voor uitbetaling van de thuiswerkvergoeding of uitbetaling van de reiskostenvergoeding.
Voor het inrichten van een thuiswerkplek mag een werkgever een onbelaste vergoeding geven. De kosten voor bijvoorbeeld een bureaustoel of computerscherm kan de werkgever via andere gerichte vrijstellingen van de werkkostenregeling vergoeden.
Aanpassing vrije ruimte
In 2022 was het percentage van de vrije ruimte 1,7% over de eerste € 400.000,– van de loonsom en 1,18% daarboven. Wilt u hier nog gebruik van maken? Dan heeft u nog tot en met 31 december 2022 de tijd om bepaalde kosten belastingvrij te vergoeden aan de werknemer. Ook kan een bonus uitbetaald worden onder de vrije ruimte mits dit gebruikelijk is; een bedrag tot € 2.400,– wordt in ieder geval als gebruikelijk gezien. Er geldt voor 2023 een tijdelijke verruiming naar 3% over de eerste € 400.000,– van de loonsom. Dit wordt per 2024 weer verlaagd naar 1,92% van de loonsom tot € 400.000,–
Afschaffing doelmatigheidsmarge gebruikelijk loon
Voor directeur-grootaandeelhouders (>5% aandelenbelang in een BV) geldt de gebruikelijk loonregeling. In 2022 mocht het salaris in principe 25% lager vastgesteld worden dan hetgeen gebruikelijk was voor werknemers die geen dga zijn, ook wel de doelmatigheidsmarge genoemd. Met ingang van 2023 wordt de doelmatigheidsmarge afgeschaft en moet het salaris dus minimaal gelijk zijn aan dat van iemand met het meest vergelijkbare dienstverband. Dat kan voor 2023 dus een aanzienlijke loonsverhoging en extra af te dragen loonheffing tot gevolg hebben voor dga’s.
Beperking lenen dga van eigen BV
De mogelijkheid om te lenen van de eigen BV wordt met ingang van 2023 beperkt, in verband met de inwerkingtreding van de wet excessief lenen bij eigen vennootschap. Als een dga méér dan € 700.000 leent van de eigen BV, wordt het meerdere in box 2 belast (éénmalig). Het eerste peilmoment is 31 december 2023. Eigenwoningschulden tellen niet mee voor de grens van € 700.000, als daarvoor een notariële hypotheekakte is gemaakt (een hypotheekakte is niet nodig voor per 31 december 2022 bestaande eigenwoningschulden). In het geval van hoge leningen of rekening-courantschulden is het van belang om alvast hierop in te spelen en met aflossingen te beginnen, dan wel geld te reserveren voor de belastingafrekening. Er gelden ook specifieke regels bij partnersituaties. Is uw schuld aan de BV hoger dan € 700.000,– of was u dat van plan? Neem contact op met ons kantoor om de mogelijkheden en gevolgen te bespreken.
Verliesverrekening vennootschapsbelasting
Momenteel kunnen bedrijven verliezen verrekenen met winsten uit het voorgaande jaar of de zes opvolgende jaren. Er is geen maximum aan het te verrekenen bedrag. Vanaf 2022 kan tot
€ 1.000.000,– van de winst worden verrekend met verliezen. Daarboven kan slechts worden verrekend met 50% van de winst die de € 1.000.000,– te boven gaat. Tegenover deze beperking komt de tijdslimiet van 6 jaar te vervallen; verliezen kunnen onbeperkt in de tijd worden verrekend. Voor kleine ondernemingen kunnen de regels dan ook gunstiger uitvallen.
Wetsvoorstellen voorkoming belastingontwijking internationale ondernemingen
Naast de hiervoor genoemde wetsvoorstellen over het Belastingplan zijn o.a. de volgende twee wetsvoorstellen ingediend bij de Tweede Kamer om mismatches en belastingontwijking bij internationale structuren tegen te gaan:
– wetsvoorstel ‘Tegengaan mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel’: aanpassing van de regels van zakelijke verrekenprijzen tussen internationale concerns om fiscale mismatches te voorkomen. Kortgezegd komt dit wetsvoorstel erop neer dat alleen verlaging van fiscale winst wordt toegestaan als daartegenover een verhoging staat van de buitenlandse belastinggrondslag;
– wetsvoorstel ‘Implementatie belastingplichtmaatregel uit de tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking’: de belastingplicht voor omgekeerde hybride lichamen. Kortgezegd komt dit voorstel erop neer dat het land van vestiging onder bepaalde omstandigheden de kwalificatie volgt van het land waar de participanten zijn gevestigd.
UBO-register tijdelijk niet meer publiek toegankelijk
Onlangs heeft het EU Hof van Justitie bepaald dat dat de bepaling in de Europese antiwitwasrichtlijn, die regelt dat lidstaten moeten zorgen dat een ieder van het algemeen publiek toegang moet krijgen tot UBO-informatie, onvoldoende onderbouwd is en daarmee ongeldig is. Het publiekelijke toegankelijk maken van de informatie van UBO’s vormt volgens het Hof een ernstige inmenging in het recht op privacy. De verplichting dat het UBO-register voor iedereen toegankelijk moet zijn staat dan ook op losse schroeven. In reactie daarop heeft de regering besloten dat in afwachting van de verdere besluitvorming tijdelijk geen informatie uit het UBO-register meer verstrekt wordt door de Kamer van Koophandel.
Het bovenstaande heeft geen gevolgen voor de plicht voor juridische entiteiten om UBO’s te registreren. Sinds 27 september 2020 is het voor (veel) ondernemers verplicht om een UBO in te schrijven in het UBO-register. UBO staat voor Ultimate Beneficial Owner. Dit zijn personen die meer dan 25% van de aandelen bezitten of het economische belang hebben of het feitelijk zeggenschap van de onderneming hebben.
Overige belastingtips
Op dit moment verleent de Belastingdienst een betalingskorting als een voorlopige aanslag voor de vennootschapsbelasting die in termijnen betaald mag worden ineens wordt voldaan. Dit wordt echter afgeschaft per 1 januari 2023.
Verwacht u dat u over het belastingjaar 2023 belasting moet betalen? Vraag tijdig een voorlopige aanslag aan, hiermee bespaart u belastingrente. De belastingrente is voor IB-ondernemers momenteel 4% en voor BV’s 8%.
Indien u voldoende investeringen heeft gedaan om in aanmerking te komen voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek, maar nog niet alle investeringen heeft betaald adviseren wij u deze betalingen nog voor het einde van het jaar te verrichten zodat u voor de kleinschaligheidsinversteringsaftrek in aanmerking komt. U komt in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek wanneer het totaal aan investeringen hoger is dan € 2.400,–.
Heeft uw partner dit jaar meegewerkt in de zaak maar nog geen vergoeding ontvangen? Betaal dan een vergoeding uit voor het einde van het jaar. Voor uw partner valt deze vergoeding in box 1. Het tarief is afhankelijk van het totale box 1 inkomen van uw partner.
Per 1 januari 2025 wordt de BPM-vrijstelling voor bestelauto’s afgeschaft. De vrijstelling blijft echter van toepassing voor bestelauto’s die voor die datum aangeschaft zijn. Dus als u sowieso al van plan was een bestelauto aan te schaffen voor uw bedrijf dan is voordelig als dit voor 1 januari 2025 plaatsvindt. Overigens blijft de BPM-vrijstelling wel van toepassing op emissieloze bestelauto’s.
Er zijn aanvullende maatregelen bekend gemaakt met betrekking tot het terugbetalen van coronabelastingschulden. Wij verzoeken u contact op te nemen voor nadere toelichting.
Onder de diverse organisaties die wij ondersteunen is onze financiele steun aan het RRT Rapid Relief Team het meest actueel. RRT biedt hoop en steun aan mensen over de hele wereld – met name in tijden van nood, zoals de huidige oorlog in Oekraïne.
J.C. Suurmond & zn. Belastingadviseurs is blij om ook een steentje te mogen bijdragen aan de operatie 322, die RRT lanceerde om verzorgingsproducten en noodvoedsel te leveren aan ontheemden. RRT laadt vrachtwagens vol met voedseldozen en verzorgingskits voor de Oekraïners. Vrijwilligers vanuit heel Europa werken samen om de vluchtelingen hulp te verlenen.
Wij helpen het RRT Rapid Relief Team graag om een verschil te maken!
Deze wijzigingen uit het ‘Belastingplan 2020‘ gaan in op 1 januari 2020, tenzij anders vermeld:
Snellere invoering tweeschijvenstelsel In plaats van per 1 januari 2021 gaat al per 1 januari 2020 het tweeschijvenstelsel in. Er komen twee IB-tariefschijven van 37,35% en 49,5% (toptarief);
Verhoging algemene heffingskorting In het voorstel wordt de algemene heffingskorting in twee stappen verhoogd: met € 78 in 2020 en met € 2 in 2021. Deze verhoging komt bovenop de beleidsmatige verhoging die al in het basispad zat;
Verhoging arbeidskorting De arbeidskorting wordt volgens het voorstel met ingang van 2020 in drie stappen verhoogd ten opzichte van het basispad;
Afbouw zelfstandigenaftrek In 2020 wil het kabinet beginnen met een verlaging van de zelfstandigenaftrek van € 7.280 naar uiteindelijk zo’n € 5.000. Het voorstel is om dit in 8 stappen van € 250 per jaar en 1 stap van € 280 te doen, zodat in 2028 de aftrek € 5.000 bedraagt;
Meer vrije ruimte De vrije ruimte wordt per 1 januari 2020 verhoogd van 1,2% naar 1,7% van de totale loonsom over de eerste € 400.000. Voor de resterende loonsom (boven de € 400.000) blijft de vrije ruimte 1,2%. Hierdoor kunnen werkgevers vanaf 2020 € 2.000 meer onbelast verstrekken aan hun werknemers.
Geen verlaging vennootschapsbelasting voor winst boven 200.000 euro De vennootschapsbelasting over winsten boven 200.000 euro wordt volgend jaar nog niet verlaagd naar 22,5%, zoals eerder was voorgenomen. Het vennootschapsbelastingtarief blijft 25%. Ook daalt het tarief vanaf 2021 minder snel: naar 21,7 % in plaats van 20,7%. Voor winsten lager dan 200.000 euro daalt het tarief volgend jaar wel van 19% naar 16,5 %.
Andere voorgestelde maatregelen in het Belastingplan 2020 zijn onder meer:
Gerichte vrijstelling voor vergoedingen voor de kosten van Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG);
De grondslag voor de berekening van de korting op producten uit het eigen bedrijf wordt de waarde in het economisch verkeer van die producten;
Aangifte en afdracht over eindheffingsbestanddelen moet uiterlijk bij de loonaangifte van het tweede loontijdvak plaatsvinden (nu nog uiterlijk het eerste loontijdvak);
Gedeeltelijke terugdraaiing van beëindiging overgangsrecht saldolijfrenten;
Invoering jaarlijkse indexatie van de vrijwilligersregeling;
Verlaagd btw-tarief voor digitale uitgaven.
De volgende wijzigingen uit de ‘Overige fiscale maatregelen 2020‘ treden in werking per 1 januari 2020, tenzij anders vermeld:
Overige:
Openbaar maken van vergrijpboeten die zijn opgelegd aan medeplegers die beroeps- of bedrijfsmatig bijstand verleenden;
Wijziging tonnageregeling;
Keuzeregeling om berichten van de Belastingdienst per post of elektronisch te ontvangen;
Wijziging belastingrente voor de vennootschapsbelasting en de erfbelasting;
Aanpassing van de inkeerregeling: boetevrij inkeren wordt uitgesloten voor ab-inkomen en er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen binnenlands en buitenlands inkomen.
Beheer cookie toestemming
Wij gebruiken technologieën zoals cookies om informatie over uw apparaat op te slaan en/of te raadplegen. We doen dit met als doel om de beste ervaring te bieden en om gepersonaliseerde advertenties te tonen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze site verwerken. Als u geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door je Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.